Niemandsland

boek vrijdag 13 oktober 2006

Hisham Matar

Hoe het voelt om te leven onder een wreed en dictatoriaal regime kan men nalezen in de vele romans, autobiografieŽn en academische werken die daarover werden gepubliceerd. Zo waren er recent de verbijsterende roman Mijnheer Han van de Koreaan Hwang Sok-Yong (zťlf veroordeeld tot zeven jaar gevangenis vanwege een bezoek aan Noord-Korea) en Viktor Jerofejevs De goede Stalin. Maar hoe was het om een stuk van zijn jeugd te beleven in het LibiŽ van de Grote Gids Moammar Gaddafi (ook ĎKaddafií gespeld)? Deze Bin Laden van de jaren tachtig werd, na lange tijd boete te hebben gedaan in de wachtkamer van het Westen, onlangs weer opgenomen in de schoot der volkeren; over hem maakte de English National Opera onlangs zelfs een propagandistische hiphop-opera: ĎGaddafi: a living mythí. Kortom, Gaddafi is back: hij is zowel politiek als cultureel weer genormaliseerd en gerehabiliteerd door zijn medewerking aan de afwikkeling van de Lockerbie-affaire en na zich gekeerd te hebben tegen de politieke islam (of is de omarming door de VS een geo-strategische zet geweest, met het ene oog gericht op de realisering van de neo-conservatieve Amerikaanse agenda en met het andere oog op olie?).

Gaddafi kwam in LibiŽ aan het bewind in het begin van de jaren zeventig, na de afzetting in 1969 van koning Idriss. Hij ziet eruit als een mengeling van operettester en schurk, hij is een sluwe dictator (met een vrouwelijke lijfwacht) en gedurende jaren is hij een wilde weldoener geweest van allerlei warrige terroristische en moorddadige groeperingen; hij is een onderdrukker van het eigen volk en hanteert de retoriek van een oriŽntalistische Pancho Villa. Hij werd door velen in Oost en West lang als een soort icoon van de revolutie aangezien, immer gekleed in wit pak en met grote pet of gehuld in een lange witte cape (een soort oosterse Batman); hij was de uitvinder van de groene revolutie die aandacht besteedde aan de positie van de vrouw en aan de gezondheidszorg, de kleine roerganger met een groen boekje dat een Arabisch socialisme voorstond. In de praktijk echter was hij dictator zonder meer.

Wie de strapatsen van deze kameleon van buitenaf bekijkt, zoals vele westerse waarnemers deden, ziet een wat kleurrijke en capricieuze figuur, maar wie zijn bewind aan den lijve ervoer en kritisch was ten opzichte van zijn nukken en onderdrukking, die kon dat het best in het buitenland gaan vertellen, want in LibiŽ kon de grote gids die zich als een kleine Stalin gedroeg daar niet mee lachen. Opgroeien in een land met een wispelturig en autoritair leider kan nog draaglijk zijn want als kind draag je de geschiedenis nog niet met je mee en speel je onschuldig verder, ook al kun je bepaalde vreemde gebeurtenissen moeilijk duiden. Maar als je vader, zoals het de negenjarige Suleiman in de roman overkomt, aan het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw op een lijst van verdachten figureert, verandert het leven drastisch en speel je mee in een wreed toneel, soms uit schrik maar vaak ook met plezier: tenslotte ben je een kind. Zo ongeveer verging het de Libische schrijver Hisham Matar en daarover gaat zijn ontzagwekkend mooie, semi-autobiografische roman Niemandsland.

De auteur zelf werd in 1970 in New York geboren waar zijn vader bij de Verenigde Naties werkte; drie jaar later keerde het gezin naar LibiŽ terug. Daar kon je niet leven, merkt de auteur op, zonder de angst op te merken want alles wat niet religieus en niet revolutionair was moest worden verdelgd. Zo kwamen vele LibiŽrs op lijsten terecht van mensen die men even wilde ondervragen omdat ze verdacht werden van politieke aktiviteiten tegen Gaddafi: ze werden gemarteld, op televisie vernederd (een beetje vergelijkbaar met Maoís Ďdazibaoísí, plakkaten waarin men zichzelf beschuldigde) en geŽxecuteerd, of ze werden voor eeuwig aan de vergetelheid prijsgegeven, zoals het in Marokko was ten tijde van Hassan en zijn kerkers.

Het gezin vlucht in 1979 naar CaÔro waar Hisham Matars vader in 1990 ontvoerd wordt. In 1995 ontving het gezin de laatste gesmokkelde brief. ďHij is nergens van beschuldigd, zoals zoveel politieke gevangenen in LibiŽ; ze worden simpelweg in de gevangenis gestopt. Je weet niet voor hoe lang en je kan ze niet spreken, je kan ze niet bezoeken. Het is een moeilijke situatie. Ze willen ons geen antwoord geven, ze willen niet vertellen of hij nog leeft of niet, waar hij isĒ, aldus Hisham Matar in een recent interview. In 2003 schreef de auteur een erg ontroerend stuk voor Amnesty International over wat dit alles betekent voor hem, zijn broer en zijn moeder. Dat zijn authentieke feiten maar in zijn roman schetst Matar eerder een sfeer; hij tekent fictieve personages die refereren aan een periode in LibiŽ waarin de angst latent regeerde en de verwarring alom was, maar het zou verkeerd zijn de roman letterlijk te lezen want, om slechts ťťn voorbeeld te geven: Hisham had, in tegenstelling tot wat verteld wordt in dit adembenemende verhaal, erg evenwichtige ouders; zijn vader werd pas na hun vertrek uit LibiŽ in 1979 een politiek dissident.

In Niemandsland tekent Matar een Ďonschuldigeí jeugd, de complexe maar tedere relatie, van het negenjarige jongetje Suleiman met een depressieve, onvoorspelbare en aan de drank verslaafde moeder en de afwezigheid van een vader van wie gezegd wordt dat hij op zakenreis is maar die in achterafkamertjes op een dilettantische wijze aan politiek doet in een land waar slechts ťťn man, Moammar Gaddafi, aan het woord mag zijn. De relationele, existentiŽle en politieke verwikkelingen die zich dan als het ware automatisch voordoen, de jongen die voor zijn moeder zorgt, de schrijnende en vernederende manier waarop de familie afhankelijk wordt van buren die Gaddafi goed gezind zijn, de brutale arrestatie en executie van een buur, de vader die opgepakt wordt, na vele vernederingen vrijgelaten wordt maar die een menselijk wrak is geworden maar die door zijn eeuwig wachtende vrouw als een kind gekoesterd wordt, de berusting, de relatie tot zijn vriendjes: het wordt alles op een wijze getekend die de lezer ongemakkelijk maakt.

Wat Matar vertelt in deze poŽtische roman is dus fictie doorweven met angstaanjagende feitelijkheden, verteld vanuit de onklare wereld van een negenjarige jongen: zo beschrijft hij de schimmige figuren met opzichtige zonnebril die de dissidenten schaduwen en met hun prooien spelen, de publieke executies, de man die opgehangen wordt, de buurman die uit angst in zijn boek pist. Het wordt alles verteld in een bizarre toon van angst en onschuld waarin de hitte en het alomtegenwoordige licht een soort vervreemdend heimwee oproepen, zoals dat bij wel meer auteurs die in het Midden Oosten geleefd hebben, het geval is (cf. Albert Camus, Paul Bowles en Lawrence Durrell).

Het hoogst aantrekkelijke echter aan deze politieke roman (die dat in wezen niet wil zijn) is, dat hij een era beschrijft van afschuwwekkende intimidatie, van lafheid in een corrumperende context, van verraad en politieke claustrofobie, van boekverbrandingen en hysterie, dit vanuit de bijna vrolijke maar toch ook vaak sluwe en laffe belevingswereld van een negenjarige. Dat juist maakt de passages zo angstaanjagend omdat wij, beter dan de jongen, weten hoe men bepaalde tekens moet interpreteren. Niemandsland is een aangrijpend en poŽtisch document. Het is nu wachten op de roman die Matar nog wil schrijven over de verdwijning van Jaballah Matar, zijn vader die, omdat hij als succesvol zakenman en middenklasse-intellectueel ooit Ďop de lijstí stond, in CaÔro ontvoerd werd. Wij in onze wat vermoeide democratieŽn kunnen ons dat niet meer voorstellen; daarom zijn wij niet langer strijdbaar tegenover datgene wat onze samenleving ondermijnt, zowel vanuit fanatieke en politieke religies als vanuit ander extremistisch gedachtegoed. Hisham Matar herinnert ons daaraan op zijn manier, en dat alleen al is de eminente verdienste van een roman die internationaal (h)erkend werd als een klein en poŽtisch meesterwerk dat de politiek in een dictatuur beter weergeeft dan welk politicoloog ook vermag.


Recensie door Wim van Rooy

Hisham Matar, Niemandsland, Meulenhoff, 2006

Links
mailto:wimvanrooy@gmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be