De opstand van de massamens

boek

Ortega Y Gasset

In de periode 1867-1868 schreef de Britse dichter Matthew Arnold een reeks essays in Cornhill Magazine. Een jaar later werden de essays gebundeld in het boek Culture and Anarchy. Vandaag heeft die titel niet het gewicht dat het had in de tijd van Arnold. We definiëren cultuur anders – breder – en hebben slechts éénduidige associaties bij het woord anarchie. Voor Arnold betekende cultuur ''the best that has been thought and said'' en hij was ervan overtuigd dat er in ieder van ons een kleine Plato schuilt, een potentieel beter ik. Arnold werd sterk beïnvloed door Tocqueville, wiens Over de democratie in Amerika bij het denkend deel van het Verenigd Koninkrijk een gevoel van zorg losmaakte. Arnold vreesde dat met de opkomst van de democratie, in combinatie met de enorme bevolkingsgroei, ook een bepaalde uniformiteit, massaliteit en verplatting zich van de samenleving meester zou maken; een dictatuur van de meerderheid, van ''the raw and unkindled masses''. Met Ralph Waldo Emerson had hij de wens ''to...draw individuals out of them''. Wie John Stuart Mill's pleidooi voor individualisme leest, het befaamde On Liberty, ziet precies dezelfde zorg.

Wie Ortega Y Gasset's (1883-1950) De opstand van de massamens leest, afgelopen week verschenen in een magnifieke en nauwkeurig geannoteerde nieuwe vertaling van Diederik Boomsma bij uitgeverij Lemniscaat, kan niet aan de gedachte ontsnappen dat het iets wegheeft van Arnold's werk. De historische context is uiteraard anders. Ortega publiceerde De opstand van de massamens – eerder zeer ongelukkig vertaald met de titel De Opstand der Horden – in 1930, een woelige periode waarin fascisme in naoorlogs Italië en het Bolsjewisme in Rusland zich op de politieke voorgrond drongen. Tegelijkertijd is de tijd waarin Ortega schreef er één waarin de Amerikaanse cultuur zich, na de roaring twenties, 'presenteert' aan het oude continent. Sommigen zagen in die cultuur slechts materialisme en massavermaak, een voorbode wat Louis Aragón later een cultuur van ''koelkasten en badkuipen'' zou noemen. Ook die reëel beleefde sfeer beïnvloedde Ortega.

Toch is de overeenkomst met Arnold's Culture and Anarchy helder. Ortega maakt zich grote zorgen over de opkomst van een mens die zich vereenzelvigt met de identiteit van de massa. Voortgedreven door de Franse en industriële revoluties, die democratie en technologische vooruitgang brachten, ontstond een nieuw soort mens, waar Arnold al de eerste ontwikkeling van bespeurde. Bovendien zou het gek zijn om Ortega niet in de historisch context van de (late) negentiende eeuw te plaatsen, een periode waar hij zonder twijfel een erfgenaam van is te noemen. Hij las Tocqueville met grote interesse. Hij bestudeerde ook Mill, en noemt beiden liberalen ook in De Opstand van de massamens. Tocqueville schreef al eens in een in 1836 nota bene door Mill vertaald stuk getiteld France before the French Revolution dat '' the ideas and feelings of every age are connected with those of the age that preceded it, by invisible but almost omnipotent ties. [...] It is impossible, therefore, to describe a nation at any given epoch, without stating what it was half a century before.'' De ontwikkeling die Mill, Tocqueville en met name Matthew Arnold zag, trekt Ortega door.

Met die gedachte in het achterhoofd moet hij ook vandaag gelezen worden. Daar komt bij dat het Spanje van na de eerste wereldoorlog een flinke industrialisatie, modernisering doormaakte, wat heette ''la evolución de la economia'', waardoor de inwonersaantallen van steden als Madrid, Bilbao en Barcelona enorm toenamen. Die modernisering werd doorgevoerd door dictator Primo de Rivera, die in 1923 na een staatsgreep aan de macht was gekomen, en Spanje tot 1930 zou regeren. Zo gingen grote maatschappelijke en economische veranderingen gepaard met politieke repressie, en een enigszins bedrukte maatschappelijke sfeer. Tot slot verkeerde Spanje in een identiteitscrisis. Het ontbrak het land aan richtingsgevoel, en ook het oude minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van de rest van Europa speelde daarin een rol. Het is in die context dat Ortega eind jaren twintig een reeks artikelen schrijft in de krant El Sol, die gezamenlijk de La reblión de las masas zouden vormen.

De stelling die Ortega in De opstand van de massamens inneemt is: de massamens heeft bezit genomen van de publieke ruimte. De vraag die Ortega zich stelt is: zijn wij, in Spanje en Europa, decadent? Wat de vraag betreft: Ortega's antwoord luidt nee. Decadent zijn mensen als het ze het verleden beschouwen als iets dat beter is. Dat dacht Ortega, geheel in de geest van zijn tijd, niet. Het was juist de vooruitgang, die in een tijd van ''volheid'', de maat aangaf (en geeft). Wat de stelling betreft geldt dat Ortega met massamens niet doelt op arbeidersklasse of überhaupt welke klasse dan ook. De massamens symboliseert de geestesgesteldheid van het ''zelfgenoegzame heertje'', die tevreden is met hoe de eerste de beste gedachte die hem te binnen schiet, geen verbetering nastreeft, nauwelijks een innerlijk leven kent, een passief leven leidt en als een spons indrukken en sentimenten van anderen opzuigt, en in z'n geheel niet bescheiden is. Tegelijkertijd aanvaardt massa het anders-zijn van de minderheid niet meer. De massamens definieert Ortega zo dus niet per se op een kwantitatieve, maar op een kwalitatieve manier.

Matthew Arnold sprak van ''sweetness and light''. Ortega pleit voor verheffing van het individu en het in ere herstellen van het toegewijde leven, vanuit het motto van Samuel Taylor Coleridge uit diens Lay Sermon: ''Men, I still think ought to be weighed, not counted''. In wezen is De opstand van de massamens ook geen politiek boek, maar een filosofische uiteenzetting van het goede leven. Het is niet programmatisch, en pretendeert dat ook niet te zijn. Het spreekt u en ik aan. Wie tussen de regels leest - geholpen door de glasheldere annotaties van Boomsma, die heer en meester is over de materie - ziet dat Ortega veeleer een levensbeschouwend boek heeft geschreven. ''Het is een fundamenteel onderdeel van de menselijke natuur dat het leven ergens aan moet worden toegewijd'', schrijft Ortega'' een glorieuze roeping of een bescheiden onderneming; een reis met een illustere of een triviale bestemming. Dat is een vreemde, maar onverbiddelijke noodzaak.'' En: ''De essentie van leven is om ergens op af te stevenen, vooruitgang te boeken in de richting van een doel.

Deze vooruitgang is zelf niet het doel, en het doel is ook niet mijn leven. Het is iets waaraan het leven dienstbaar wordt gemaakt en dat daarom ook buiten mijn leven ligt.'' Of: Het scheppend leven vereist een regime van verheven mentale hygiëne, een hoge mate van decorum en voortdurende aansporing om het bewustzijn van de eigen waardigheid leven te houden. Het scheppend leven is een energiek leven.'' Ortega doet een tijdloos appèl aan het individu. Nog meer dan een politieke analyse, is het een verhaal over de kunst van het leven. In een bescheiden maar doorwrochte studie naar Ortega (1957) schreef de Vlaming J.H. Walgrave al dat het verschijnsel van de massamens vaak verkeerd is begrepen. Het is geen aanval op het 'volk'. Het gaat over de ''levensverhouding tussen minderheid en meerderheid'', zeker. Maar het is, schrijft Walgrave terecht, noch economisch, noch een politiek, noch een in strikte Ortegiaanse zin sociaal. Het houdt de lezer een spiegel voor en lijkt te zeggen: u heeft de plicht om aan uzelf te schaven.

Ortega heeft veel labels opgeplakt gekregen. Liberaal, conservatief, socialist, reactionair, half-fascistisch zelfs. Conservatief, hoe je het ook wendt of keer, was hij op z'n minst ten dele. Daar is de kritiek op de ideeën van de Fransen Revolutie exemplarisch voor. Er zit iets reactionairs in zijn manier van denken als hij schrijft over de moderniteit en het idee van vooruitgang, maar hij is geenszins in die traditie te plaatsen. Socialist was hij, gezien z'n (vrij tandeloze) scepsis ten opzichte van het materialisme in kapitalistische samenlevingen, vooral in sentiment (''de arbeider werkt niet alleen voor een dagelijks loon, hij ís een dagelijks loon''). Hem een halve fascist noemen, getuigt van een totaal wanbegrip, al heeft hij zich jammer genoeg nooit sterk uitgesproken tegen generaal Franco's regime. Liberaal dekt zijn denken grotendeels, maar het is wel een zeer specifiek liberalisme waar hij zich toe aangetrokken voelde. Het is een negentiende eeuws liberalisme, maar heeft z'n wortels in een ouderwets humanistische traditie. Ortega is eigenlijk ook gewoon een humanist. Charles Cascalès schreef in de jaren vijftig L'Humanisme d'Ortega y Gasset, en ook Walgrave had zijn studie die titel willen geven.

Net zoals Matthew Arnold koestert Ortega het oude sentiment van de Renaissance, waar de nadruk lag op Bildung, op het 'ken uzelf', de studia humanitatis, op een bepaalde visie op de menselijke natuur. Cultuur en beschaving zijn onlosmakelijk met hem verbonden; daar vervult de mens zijn natuur. Ortega wilde dat humanistische liberalisme herbevestigen in een tijd waarin het onder in zijn ogen druk stond, net als Arnold cultuur opnieuw aan de man wilde brengen in een tijd waarin hij vooral ''machinery'' zag. In de nieuwe vertaling is een essay van Mario Vargas Llosa opgenomen, die kritiek uit op het ontbreken van een economische dimensie in Ortega's boek. Maar Ortega stelde een levensbeschouwelijke, morele, en wellicht ook culturele, vraag, en op zo'n vraag behoort geen economisch antwoord te volgen. Op een politieke vraag, moet geen cultureel antwoord volgen, net zo min als een culturele vraag een politiek antwoord kan verdragen. Zaken hebben overlap, natuurlijk. Maar ze zijn niet hetzelfde. Bovenal is de intentie bij de verschillende vragen niet hetzelfde.

Wat is dan de betekenis van Ortega voor onze tijd? Is het vooral een verschijnsel van de moderne tijd, waarin we vooral crises zien, analyses op elkaar stapelen maar geen oplossingen hebben? In een bepaald opzicht wel. Ortega is wat dat betreft ook niet vernieuwend geweest. Maar Ortega's werk zou vooral moeten worden geplaatst in het canon van selecte, uitzonderlijke levensbeschouwelijke werken, liefst naast Arnold's Culture and Anarchy. Aan het slot van De Opstand van de massamens stelt Ortega ook zelf dat de kern van zijn betoog om moraal draait. En wie zijn filosofische achtergrond kent, leest zelfs in de ogenschijnlijk meest politieke hoofdstukken van zijn boek een morele beschouwing. Telkens valt hij terug op een innerlijke dilemma, of een geestelijke kwaliteit. Over dienstbaarheid, dankbaarheid, toewijding enzovoort. Als ware humanist vraagt hij niet ''wat moeten we doen''?, maar ''wat moet ik doen?'' Als ik, schrijft Walgrave mooi, mijzelf als een pijl beschouw, afgeschoten door een onbekende boog, en op weg...ergens naar toe, wat is dan dat ergens? Ook die vragen zijn leidend in De opstand van de massamens, en we kunnen concluderen dat zijn boek pas irrelevant wordt als we onze interesse voor die vragen verliezen.


Recensie door Daniel Boomsma

Ortega Y Gasset, De opstand van de massamens, Vertaald, ingeleid, en geannoteerd door Diederik Boomsma, Uitgeverij Lemniscaat, 2015

Links
mailto:daniel_boomsma@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be