Van de Azoren tot de Zuidpool

boek vrijdag 10 februari 2006

Patrick Maselis

Het verhaal van het Belgische kolonialisme beperkt zich meestal tot Kongo, Rwanda en Burundi. Patrick Maselis, specialist in geschiedenis van communicatie via de post, inventariseerde alle expedities en volksplantingen vanaf 1451 tot 1962. In 1451 trokken 17 Vlamingen in dienst van Portugal naar ‘de Vlaamsche en Canarische eilanden’. Op de Azoren introduceerden zij windmolens om graan te malen, ossenkarren, begijnenmantels en kantwerk, maar hun Vlaamse taal moest het al vlug afleggen tegen het Portugees. Op de Canarische eilanden ontstond een ‘Vlaamse natie’ of ‘Nacion flamenca’ tussen 1550 en 1600. De Spanjaarden hadden de eilanden tussen 1342 en 1495 veroverd op de Guanches, de oorspronkelijke bewoners. Suikerhandelaars uit Antwerpen richtten er suikerrietplantages op. Hun namenlijst beslaat twee pagina’s. Nu nog zijn er huizen en straten met Vlaamse namen.

In New York deden de Walen het beter: in 1623 emigreerden Waalse en Franse hugenoten en stichtten er Nova Belgica. Ze waren lid van de W.I.C., in 1621 opgericht door de naar Amsterdam uitgeweken Antwerpenaar Willem Usselincx. Pierre Minuit uit Ohain in Waals Brabant werd er in 1625 gouverneur en kocht het eiland Manhattan van de Mohawks. In de namenlijst staat ook de Waalse familie Delannoye du Champ de Roses. Maselis beweert dat nakomelingen hiervan hun naam vernederlandsten tot Delano-Roosevelt en dat de presidenten Theodore en Franklin Delano Roosevelt dus Waalse in plaats van Nederlandse wortels hebben. Deze originele vondst wordt tegengesproken door de Franklin Roosevelt Library (fdrlibrary), die bij ‘family’ stelt dat de Roosevelts afstammen van de Nederlander Claes Martenszen van Rosenvelt, die samen met zijn vrouw Jennetje in 1649 in Nieuw Amsterdam aankwam.

De volgende etappe was de 18de eeuw, met de Oostendse en Aziatische Compagnie. Oostende werd uitgekozen, omdat de Noordelijke Nederlanden de scheepvaart op de Schelde verstoorden van 1585 tot 1795 (en van 1830 tot 1863). Vanuit Oostende voer men op Portugese kolonies in Afrika, Indië en China. Ook hier krijgen we namenlijsten van reders, kapiteins, bestuurders en aandeelhouders, bijna allemaal ‘Vlamingen’ in de huidige betekenis. De Compagnie stichtte twee kolonies in Indië: Cabelon bij Madras en Banquibazar bij Calcutta. Ze had ook zes handelshuizen, waarvan één in Kanton in China. De Oostendse Compagnie deed toen ook aan slavenhandel van Afrika naar Amerika. Ze werd opgedoekt in 1774; van 1781 tot 1785 bestond ze nog even als ‘Aziatische Compagnie’.

In de 19de eeuw was het Nederlandse, nadien Britse Nieuw-Zeeland de eerste Belgische landingsplaats. Baron de Thierry stichtte er ‘Thierryan Territory’, een staatje van 16.000 ha of 0,06 % van het eiland. Het bestond van 1820 tot 1840. Santo Tomas de Guatemala was de tweede plek (1841-1858). Leopold I stimuleerde de oprichting van de Compagnie belge de Colonisation. België haalde er koffie, suiker, tabak, cacao, en hout. Ook dit project was tijdelijk. Volgende etappe: Santa Catarina do Brasil, van 1842 tot 1875. De kolonisten in dit zuidelijk deel van Brazilië kwamen grotendeels uit West-Vlaanderen. Ook zij trokken het niet lang. Ondertussen waren andere Belgen geland in Rio Nunez, Senegambia (1848-1858). Hun drijvende kracht was de joodse zakenman Abraham Cohen. Ook hier duurde het liedje niet lang. Het Noord-Argentijnse Villaguay (1882) werd wel een bescheiden succesnummer. De Vlamingen onder leiding van Eugeen Schepens kregen er gratis landbouwgrond, ze verdienden er veel, organiseerden onderwijs en kerkelijk leven. Hun nakomelingen hebben nog altijd een eigen postnummer 3244-Colonia Belga en de Belgische nationaliteit. Maar het zou kunnen dat de Argentijnse economische crisis hen dwingt terug te keren naar België.

Kongo dan. Dit krijgt terecht de grootste aandacht. Het werd onze grootste en bekendste kolonie en het zette België op de wereldkaart. De beschikbare informatie hierover, zowel positief als negatief, is bijna onbeperkt. Leopold II verwierf het in 1885 in Berlijn als privé-bezit. Met de opbrengsten legde hij in Brussel prachtige lanen, parken en gebouwen aan. In 1908 werd het Belgisch. Maselis geeft een indrukwekkend overzicht van alle Kongoreizigers vanaf de Portugees ‘Diogo’ Cao of Diego Cao in 1482. Daar hoorden ook Vlaamse en enkele Waalse missionarissen bij: jezuïeten, kapucijnen, franciscanen. Leopold II overtrof allicht alle sponsors van expedities: hij stuurde er 29 op pad. Na Kongo volgden nog twee kleine enclaves in Soedan en Oeganda aan de Nijl: Lado (40.000 km²) en Méridi (12.000 km²). Eveneens prestaties van de onverzadigbare Leopold II, die ook hier profiteerde van de rivaliteit onder de grotere landen Duitsland, Italië, Frankrijk en Engeland. Zijn bedoeling was Kongo te ontsluiten langs de Nijl en zelf een beetje farao te zijn.

Dan was er nog de Zuidpool. Adrien de Gerlache, geboren te Hasselt, trok er in 1897 naartoe. Daarna volgden nog expedities tussen 1957 en 1961: zeven Belgisch-Nederlandse en drie Belgisch-Zuid-Afrikaanse. België zit nog altijd in het comité dat over de Zuidpool beslist. Tenslotte Rwanda en Burundi. Dit was oorspronkelijk Duits gebied, maar in 1916 werd het vanuit Kongo veroverd en in Versailles in 1919-1922 werd het Belgisch, hoewel België het nooit had gewild en liever een stuk van West-Angola had gekregen. En Nederlands Limburg plus Zeeland, twee gebieden die Maselis vergeet. In zijn nawoord ontbreekt een verwijzing naar de herhaaldelijke genocidenpogingen en andere pijnlijke gebeurtenissen in deze landen in de jaren ’60-’90. In de epiloog krijgen we een overzichtje van de pogingen onder Leopold I en Leopold II om delen van China in handen te krijgen. Deze resulteerden in een concessie van hoop en al 46 hectare in de havenstad Tientsin tussen 1900 en 1929. Dit drie kilogram wegende en stevig gekafte album eindigt met chronologische lijsten van missionarissen in Kongo tot 1885 en een alfabetische bibliografie. De meeste hier beschreven expedities en nederzettingen waren al enigszins bekend, maar hier worden ze voor het eerst allemaal samen beschreven en geïllustreerd met prachtige oude kaarten, brieven en prenten.


Recensie door Jef Abbeel

Patrick Maselis, Van de Azoren tot de Zuidpool, Uitgeverij Roularta, Roeselare, 2005.

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be