Herinnering. Een ethiek voor vandaag

boek vrijdag 25 mei 2007

Avishai Margalit

‘Ik ben bang voor die verschrikkelijke kracht in de mens: zijn verlangen en vermogen tot vergeten’. Het is een citaat van Varlam Sjalamov en staat in Over kampliteratuur van Jacq Vogelaar. Ondanks de toegang die we via internet hebben tot archieven, lijkt de kracht van het vergeten mij één van de gevaarlijkste tendensen van onze tijd. Vraag aan scholieren wat Auschwitz en Kolyma betekent en je krijgt een onthutsend gebrek aan kennis. Over het vergeten handelt ook Het verdriet van de hanen van Gÿorgy Konrad. Het is een lyrische, melancholische tekst waarin de oude meester blijk geeft van een groot inlevingsvermogen en zijn scherp bewustzijn van de relativiteit van een mensenleven. ‘Een komeet is over het huis gevlogen, over vierduizend jaar komt hij weer terug.’ Konrad is zich scherp bewust dat de laatste getuigen van een bijzonder tijdperk verdwijnen want, ‘tot wat hij verlaat, kunnen anderen geen toegang meer geven’. Hij noemt zichzelf iemand die ‘koppig de achterhoede van de mensheid vormt’, klaar om te sterven waarna men hem mag verbranden tot as ‘precies zoals dat indertijd met zijn klasgenootjes was gebeurd’. Die werden in 1944 opgepakt en verbrand in de nazi-vernietigingskampen. ‘Vergeten maakt deel uit van het leven’, zo vertelde Konrad mij. Dat is het drama van de geschiedenis.

Over de plicht – als die bestaat – om te herinneren, of wat daarmee samenhangt, het vergeten en vergeven, handelt het nieuw boek van de Israëlische filosoof en schrijver Avishai Margalit die internationale bekendheid verwierf met zijn boek The decent society dat verscheen in 1996 en vooral Occidentalisme dat hij in 2004 schreef samen met Ian Buruma. De centrale vraag die hij wil beantwoorden is of er een ethiek van de herinnering bestaat. Zijn we verplicht om ons mensen en gebeurtenissen uit het verleden te herinneren? Voor heel wat mensen is het belangrijk dat men hen na de dood nog herinnert. Het heeft te maken met angst voor de totale vergetelheid. Daaruit vloeit natuurlijk de vraag wie in aanmerking komt voor een dergelijke herinnering. Gaat het enkel om naaste familie of vrienden, of om alle medemensen? De auteur wijst er terecht op dat mensen die in onze nabijheid lijden meer zorg en compassie oproepen dan mensen die ver van ons verwijderd zijn. Dat onderscheid is cruciaal en plaatst de Abrahamistische godsdiensten die zich vooral bekommeren om geloofsgenoten tegenover de kantiaanse gedachte van het wereldburgerschap.

Avishai Margalit toont aan dat die laatste positie niet eenvoudig is. ‘Wat moet de mensheid zich dan herinneren?’, zo vraagt hij zich af. De flagrante voorbeelden van radicaal kwaad en de misdaden tegen de menselijkheid zijn zaken die zeker in de herinnering moeten blijven, aldus de auteur. De Endlösung onder de nazi’s is een treffend voorbeeld omdat het een directe aanval op de moraal betekende. Maar zullen herinneringen aan zaken die dichter bij ons staan (zoals de misdaden in Kosovo) niet steeds voorrang hebben op misstanden in verder afgelegen gebieden (zoals de genocide in Rwanda), zo vraagt hij zich af. De auteur heeft gelijk maar onderschat toch de toenemende impact van de massamedia op onze betrokkenheid met feiten die ver van ons deur gebeuren – denk aan de tsunami die een enorme humanitaire ramp veroorzaakte aan de andere kant van de wereld maar evengoed aan specifieke drama’s zoals een gijzelingsactie door Tsjetjeense terroristen in het Russische Beslan waarbij 335 doden vielen, waaronder heel wat schoolkinderen. In elk geval erkent Avishai Margalit de plicht om te herinneren. Die plicht spruit volgens hem voort ‘uit de poging van de radicaal kwade krachten om de moraal zelf te ondermijnen, door onder meer het verleden te herschrijven en de collectieve herinnering te beheersen.’

Avishai Margalit is een van de vele schrijvers die geloof hecht aan het idee van een collectieve herinnering. Maar dan vooral ten aanzien van diegenen waarmee we sterke relaties hebben. Dit standpunt zorgt voor verwarring. Betekent dit dat we enkel moeten denken en herdenken aan zaken die we in onze persoonlijke relaties hebben meegemaakt, of ook aan zaken die we niet persoonlijk hebben gekend maar wel een grote impact hadden op de totale gemeenschap? De auteur blijft hierover op de vlakte maar stelt wel dat bepaalde gebeurtenissen in het verleden een grotere impact kunnen hebben dan andere. Zo stelt hij dat lichamelijke kwetsuren minder lang blijven hangen dan beledigingen en vernederingen. Dat laatste klopt. Elke mens die op een bepaald ogenblik fysiek geleden heeft, verdringt dit naarmate de pijn verdwijnt en de wonde heelt. Maar vernederingen verdwijnen niet zo snel. Ze blijven bewust of onbewust aanwezig op de achtergrond. ‘Eichmanns proces in Jeruzalem dwong vele nazislachtoffers de vernederingen opnieuw te beleven die ze in de hel van de kampen hadden ondergaan’, zo schrijft Margalit. Het zijn dergelijke individuele en collectieve vernederingen die vaak een rol speelden in de houding van slachtoffers en ganse volkeren om in opstand te komen tegen diegenen die hen hadden verdrukt.

Dat brengt de auteur bij de cruciale vraag of we misstanden uit het verleden mogen en moeten vergeven of vergeten. Vergeten is het uitwissen van een zonde alsof die nooit heeft bestaan. Vergeven betekent het bedekken van een zonde, dus dat je er geen acht meer op slaat. Margalit verkiest duidelijk het laatste. ‘Vergeven betekent het overwinnen van woede en wraakzucht’, en dat is een moreel hoogstaande houding die men vandaag probeert toe te passen met de Waarheidscommissies in Zuid-Afrika. Vergeving door vergeten is geen echte vergeving. Wie de weg van het vergeven volgt mag geen enkel pijnpunt uit het verleden uit de weg gaan, maar moet op zoek gaan naar de waarheid. Zoals de moord op de Armeniërs in Turkije, de uitroeiing van de joden onder nazi-Duitsland en de verkrachting van Koreaanse vrouwen door de Japanse bezetters. Vergeten helpt ons moreel geen stap vooruit. Vergeven is daarentegen een hoogstaande eigenschap die morele afkeer combineert met het intomen van wraak, waardoor de spiraal van geweld wordt onderbroken en mensen elkaar opnieuw verstaan. Om te kunnen vergeven moet men zich evenwel iets herinneren. Herinneringen zijn dus niet alleen nuttig, ze zijn ook noodzakelijk. Zodat we beseffen waar we vandaan komen, welke tegenstand we hebben ondervonden, maar ook, hoe we die te boven zijn gekomen. Herinnering is de eerste vereiste voor ware verzoening en vrede. Zonder herinnering sloegen we elkaar nog steeds de kop in.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Avishai Margalit, Herinnering, Sun, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be