Je houdt het niet voor mogelijk

boek

Katrine Marcal

Wat mij opvalt wanneer ik met mensen over feminisme praat, is dat de meesten de neiging hebben om zichzelf als maatstaf te nemen voor de mate van de emancipatie van de vrouw in het algemeen. Dat is kwalitatief sociaalwetenschappelijk (zelf)onderzoek met n=1 en dat is een te snelle gevolgtrekking. Om een concept of ideologie als democratie, mensenrechten, onderwijs, mens-dierrelatie of feminisme moreel te evalueren is het nodig om uit te zoomen en naar het grote plaatje te kijken. Journalist Kartine Marcal doet dat met de ideologie van het neoliberalisme en als methode van uitzoomen gebruikt zij het feministische perspectief. Dat levert niet bepaald een rooskleurig beeld op. Marcal pleit voor een feminisering en daardoor humanisering van het meedogenloze economische systeem met slachtoffers.

‘Ondanks dat het woord ‘economie’ is afgeleid van het Griekse woord oikos, dat ‘thuis’ betekent, was de economie lange tijd juist helemaal niet geïnteresseerd in wat er thuis gebeurde. De opofferingsgezinde natuur van de vrouw was verbonden met het private en dus was zij economisch niet relevant. […] Deze definitie zorgde ervoor dat alles waar vrouwen zich moesten bezighouden onzichtbaar werd.’ Economie is een systeem om wederzijds voordeel procedureel te stimuleren. Althans dat is mijn mening. Adam Smith, de grondlegger van de economische theorie van de vrije markt, schreef in 1776: ‘Wij krijgen ons avondeten van de slager, de brouwer en de bakker. Niet omdat ze ons aardig vinden, maar omdat ruilhandel hun eigenbelang dient.’ Marcal betoogt echter dat ‘Adam Smith slaagde erin slechts te helft van het uitgangspunt van de economie te beschrijven. Hij kreeg zijn eten niet alleen omdat ruilhandel in het belang van kooplieden is. Adam Smith kreeg zijn eten evenzogoed omdat zijn moeder ervoor zorgde dat het iedere avond op tafel kwam.’

Het systeem van de vrije marktideologie is in de jaren tachtig van de 20ste eeuw versmald tot de neoliberale ideologie. Economie werd gelijkgeschakeld aan neoliberalisme. In het neoliberalisme staat alles in het teken en ten dienste van de vrije markt. Middel en doel hebben stuivertje gewisseld. Economie zou echter een instrument voor een welvarende samenleving dienen te zijn. Net zoals geld een handig hulpmiddel is om ruilverkeer te vergemakkelijken. Maar ook geld is voor velen doel op zichzelf. Het neoliberale economische paradigma is een amoreel systeem. Het enige criterium van het neoliberalisme dat telt is of de markt volledig vrij is en als dat het geval is worden alle problemen – zo die er al zijn – door de markt opgelost: van armoede, honger, onderdrukking tot milieuvervuiling. Marktwerking is het panacee voor alle problemen. Althans dat menen veel economen. Er wordt gesproken van de illusie van de vrije markt, die een religie is waarvan de economen de priesters zijn. Als er een probleem is dan roepen zij in koor: méér marktwerking!

In het pamflettistische boek Je houdt het niet voor mogelijk (2012) van de Zweedse journaliste en feministe Katrine Marcal koppelt zij haar scherpe analyse van het economische systeem aan feminisme. Het economische systeem is volgens haar een patriarchaal systeem, gedacht vanuit de mannelijke geprivilegieerde positie waarbij de (traditionele) rollen van de vrouw niet meetelden in het systeem. In het economische systeem gaat het om arbeidsproductiviteit en arbeidsproductiviteit wordt gemeten aan inkomen. Wanneer mensen (vrouwen) zorgen voor huishouden en gezin, dan is dat volgens de economische theorie niet productief. Marcal illustreert dit aan de hand van de moeder van Adam Smith. Smith, die ongetrouwd was, kon rustig schrijven en studeren omdat zijn moeder, die weduwe was, volledig voor hem zorgde. De verzorgende taak heeft echter geen of zeer weinig waardering in de samenleving. Wanneer zorg wel wordt betaald dan is zorg een van de minst betaalde banen.

Marcal bekritiseert het begrip economische mens (homo economicus), omdat dat op een man slaat. De analyse van Marcal herinnert mij aan Marcuses cultuurkritiek One Dimensional Men (1964). Marcal echter neemt een feministisch perspectief dat er bij Marcuse niet in zit. En ik moet eerlijk bekennen dat mij nooit helemaal duidelijk is geworden waarin het probleem volgens Marcuse nu zat. Bij Marcal is het in ieder geval duidelijk: ‘[…] de economische mens [is] een effectieve manier om de vrouw buiten te sluiten. Van oudsher hebben we de vrouw bepaalde taken toebedeeld en gezegd dat ze die moet uitvoeren omdat zij vrouw is. Vervolgens roepen we een economische theorie in het leven die zegt dat deze werkzaamheden economisch gezien geen betekenis hebben. We vertellen de vrouw dat zij bepaalde krachten moet belichamen zodat de maatschappij van de man functioneert: bezorgdheid, empathie, altruïsme, zorgzaamheid. En tegelijkertijd zeggen we dat economie het enige is wat ertoe doet.’

Wat Sigmund Freud over vrouwen beweerde is – excusez le mot – van de pot gerukt. Hij beweert dat het vrouwen vanwege hun natuur beter zijn in schoonmaken. Marcal schrijft hierover: ‘Vrouwen schrobden, dweilden en stoften om het onreine van hun eigen lichaam te compenseren.’ Freud maakte zich schuldig aan de drogreden van essentialisme: het terugvoeren van de categorie vrouw tot een bepaalde essentie en daar dan via de naturalistische drogreden uit afleiden dat vrouwen (alle vrouwen) daarom een ondergeschikte rol dienen te spelen. ‘De helft van de wereldbevolking leeft van minder dan 2 dollar per dag. Hiervan is de meerderheid vrouw. Armoede is een vrouwenkwestie geworden en de jacht op een beter leven betekent voor miljoenen vrouwen dat ze ver van huis en hun eigen kinderen ofwel tegen betaling voor andermans kinderen gaan zorgen ofwel als schoonmaakster, serveerster, fabrieksarbeider, landarbeider, sekswerker of iets anders aan de schaduwkant van de wereldeconomie gaan werken. […] Ieder jaar sterven er ongeveer een half miljoen vrouwen in het kraambed. De meesten hadden het overleefd als er medische zorg was geweest.’

De beroemde econoom John Keynes meende in de eerste helft van de twintigste eeuw dat mensen minder zouden gaan werken en minder zouden consumeren waarbij de rijkdom toeneemt. ‘Hoe fout kun je het hebben,’ bijt Marcal hem postuum toe. Marcal bekritiseert het (westerse) feminisme van de afgelopen halve eeuw. Niet dat ze tegenstander is van de emancipatiebeweging van de vrouw, maar ze meent dat de emancipatie een verkeerde weg is ingeslagen. Vrouwen moeten zich invoegen in het mannelijke paradigma en daarnaast nog eens hun traditionele taken (grotendeels) doen: ‘De bevrijding van de vrouw, zoals gedefinieerd in het Westen, veranderde in een reeks prestaties die zij moest leveren. Terwijl het om een vergroting van de verschillende soorten vrijheden had moeten gaan.’

Marcal wijst er op dat de economische wetenschap zich schuldig maakt aan het stimuleren van financiële zwendel, namelijk door de mentaliteit van groeifetisjisme. Marcal legt uit: ‘Vroeger was het de bank die er last van had als iemand zijn hypotheek niet kon aflossen. Toen waren banken ook voorzichtiger met het geven van hypotheken. Nu werd die verhouding op zijn kop gezet. Het kon banken steeds minder schelen aan wie ze hypotheken gaven. Ze verkochten die hypotheken toch door. Hoe meer hypotheken de bank gaf, des te meer leningen de bank te verkopen had – en des te meer geld de bank verdiende.’ Het is niet moeilijk in te zien dat dit een piramidespel is en dat een kenmerk van een piramidespel is dat het eens implodeert. Dat gebeurde in 2008 met de financiële crisis toen banken failliet gingen en de overheid zich genoodzaakt zag om bij te springen.

De bankiers die grof geld verdienden aan dit piramidespel ontsprongen de dans. Ze werden niet gerechtelijk vervolgd en er is ook weinig sociale onvrede over de graaimentaliteit in de financiële sector. Witte boorden criminelen worden vaak helemaal niet herkend als criminelen. Het is goed om te beseffen dat al een groot deel van deze mensen (voornamelijk mannen) geschoold zijn in de economie. ‘In 2008 vond 41 procent van de afgestudeerden van Harvard Business School werk bij hedgefondsen, investeringsbanken en venture capitalists, durfkapitaalverstrekkers. […] Datzelfde jaar viel Lehmann Brothers en de financiële crisis was een feit. In achttien maanden werd de waarde van 50 miljard dollar tenietgedaan, 53 miljoen mensen werden in armoede gestort.’ Echter: ‘De financiële wereld is met iedere crisis die hij heeft gecreëerd meer gaan verdienen.’

Onze samenlevingen zijn ‘gevormd door oorlog, uitbuiting, racisme en patriarchaat’ schrijft Marcal. En dat is verontrustend om te beseffen. Maar, in theorie, kunnen wij mensen ons bevrijden van de geschiedenis en zelfstandig morele keuzes maken over het leven dat wij willen leiden en over hoe wij mensen met elkaar, met dieren, met de natuur en met toekomstige generaties omgaan. Marcal betoogt – zo interpreteer ik dat – dat wij onze ziel aan de duivel verkocht hebben: in ruil van (lokale) economische groei, welvaart en technologie. De keerzijde is dat het neoliberale economische paradigma blind is voor de slachtoffers van het systeem en de aarde in rap tempo uitput.

Het kan zijn dat bepaalde eigenschappen – door nature dan wel door nurture – statistisch meer aan de ene sekse dan aan de andere sekse toekomen. Volgens Marcal moeten vrouwen niet in het mannelijke stramien (zoals in het feminisme van Simone de Beauvoir), noch moet het mannelijke stramien geheel plaatsmaken voor een vrouwelijk stramien. De ideale situatie is dat van beide seksen het beste naar voren komt. Het neoliberale model is een extreme (mannelijke) weg ingeslagen, waarin ‘wij allemaal zogenaamd rationele, winst maximaliserende en egoïstische individuen zijn.’ ‘Ondertussen blijft de theorie ervan uitgaan dat er een ander is die voorziet in zorg, aandacht en afhankelijkheid. Wat we economie noemen is dus altijd gebaseerd op een ander verhaal.’

Over hoe de samenleving eruit zou zien zonder het juk van de neoliberale ideologie. Marcal lijkt impliciet uit te gaan van de zogenaamde capabilities approach van Martha Nussbaum en Amartya Sen waarbij de overheid zich inzet om te proberen de verschillende menselijke capaciteiten zo goed mogelijk te faciliteren zodat alle mensen zich kunnen ontplooien. ‘Honger, kou, ziektes, gebrek aan medische zorg en eten zouden centrale economische vraagstukken worden. Niet zoals nu: onplezierige economische bijeffecten van het enig mogelijke systeem.’ Dat de logica van de markt op sommige terreinen werkt is geen garantie dat dit overal werkt. Marcal haalt de vileine vrijdenker H.L. Mencken aan die zegt dat een roos lekkerder ruikt dan een kool niet betekent dat je er ook betere soep van kunt koken.

‘Waar economen vrij spel krijgen, op veilige afstand van de armoede en het milieubederf dat zij veroorzaken, ontstaan paradijzen van totale uitsluiting en oneindige consumptie.’ Zoals Nederland. Zoals België. Het neoliberaal economisch credo is: pakken wat je pakken kan voordat iemand anders het doet. Zoals de oliemaatschappijen loeren op mogelijkheden om de Noordpool te exploiteren nu het ijs smelt. Er zit geen terughoudendheid in het systeem. Het is makkelijk om instemmend te knikken bij het voorbeeld dat Marcal noemt, namelijk de immense indoor skipiste in Dubai waar het buiten 40 graden is.

Is het niet tijd om, zoals Marcal de econoom Julie Nelson aanhaalt, om economie te herdefiniëren als: ‘de wetenschap die bestudeert hoe de mens zich kwijt van zijn verantwoordelijkheden en geniet van het goede van het leven en de genereuze gaven van de natuur.’ Marcal eindigt met een visie op een hernieuwde, feministischer versie van het economische systeem: ‘Onze verhoudingen zouden niet tot concurrentie hoeven te worden gereduceerd. Van de natuur hoeft geen vijandige tegenstander te worden gemaakt.’ We moeten ons bevrijden van een systeem dat niet alleen slachtoffers maakt, maar dat de planeet Aarde verruïneert. Het oplossen van de milieuproblemen zonder het economisch systeem grondig te veranderen – door het systeem moreel in te kaderen – is een wassen neus. Maar zolang een deel van de mensen – de rijken – de vruchten plukken en kunnen plukken van het uitbuitende systeem zal er weinig enthousiasme zijn om het systeem te veranderen. We moeten onszelf bevrijden van de ééndimensionale, mannelijke homo economicus.


Recensie van Floris van den Berg

Katrine Marcal, Je houdt het niet voor mogelijk, De Geus, Breda, 2015 (2012), vertaald uit het Zweeds door Maydo van Marwijk Kooy.

Links
mailto:florisvandenberg@dds.nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be