The History manifesto

boek

Jo Guldi en David Armitage

In 1969 publiceerde historicus Britse J.H. Plumb een studie met de provocatieve titel The Death of the Past. Plumb's these luidde dat de geschiedenis één duidelijke continuïteit kende en dat was de vooruitgang van de mens door de toepassing van zijn rede. Het is de taak van de historicus om dat aan het voetlicht te brengen. Deze benadering staat bekend als Whig History, een liberaal idee dat de onvermijdelijke verbetering van de menselijke conditie in het vooruitzicht stelt, waarin teruggangen slechts korte intermezzo's vormen op de weg naar permanente verbetering. Het idee impliceert dat de geschiedenis altijd moet worden bekeken met verwijzing naar het heden.

Whig History is in onze tijd een relatief dominant idee. We vergelijken heden en verleden met grote regelmaat, met de intentie om de grote sprongen te laten zien die de mensheid heeft gezet, of om te leren van gemaakte fouten. In academische kringen is dat niet het geval. Historici laten zich niet langer leiden door de gedachte dat het heden de toekomst moet dienen. Geschiedenis is niet langer een ‘toekomstgerichte discipline’. Althans, dat stellen Jo Guldi en David Armitage in het eind vorig jaar gepubliceerde manifest The History Manifesto. In 165 pagina's betogen de auteurs dat geschiedenis over de toekomst zou moeten gaan, dat wil zeggen dat historici een taak hebben bij het formuleren van oplossingen voor politieke problemen.

Om dat te doen moet er weer aandacht komen voor wat in de geschiedkunde Longue durée heet, een term die de twintigste eeuwse historicus Fernand Braudel muntte en erop duidt dat geschiedenis niet moet gaan over mensen, maar over grote 'bewegingen', omvangrijke veranderingen en ontwikkelingen die zich over een lange termijn hebben voltrokken. In deze tijd van vermeend 'korte termijn denken' (''A specter is haunting our time: the specter of the short term'') stellen de auteurs, is het hard nodig om de geschiedenis weer een toekomstgericht instrument te maken. Guldi en Armitage zien, vrij naar Plato, een Historicus Koning voor zich, die politiek bedrijft en het verleden 'inzet' voor nog te maken toekomstplannen.

Historici moeten weg van de studeerkamer en de bibliotheek, en zo snel mogelijk richting de publieke ruimte. ''Striding the corridors of power, getting things done'', schreef een recensent treffend. Met name in een tijd van digitalisering en Big Data, zien Guldi en Armitage een kans om geschiedenis weer 'toekomstgericht' te maken. ''In het tijdperk van gedigitaliseerde kennisbanken zijn de basismiddelen om sociale verandering om ons heen te analyseren overal'', schrijven ze. Met statistiek en andere kwantitatieve informatie uit het verleden kunnen toekomstige sociale ontwikkelen voorspeld en dus gestuurd worden. ''Het over elkaar leggen van bestaande patronen van de werkelijkheid, legt verbazingwekkende aanwijzingen bloot van hoe de wereld is veranderd'', stellen de auteurs.

Er zit iets sympathieks in de gedachte dat historici het publieke debat moeten ingaan als ware ze plannende politici. Er zit iets strijdbaars in kreet ''getting things done''. Als Armitage zegt dat het zwaar van de geschiedenis ''cuts open new possibilities in the future'', dan klinkt dat veelbelovend en spannend. Toch is de these in The History Manifesto uiteindelijk problematisch, net zoals de Whig interpretation of history dat is. Bovenal ligt het gevaar op de loer dat de geschiedenis misvormd wordt. Wie de geschiedenis duidt met utilistische motieven, dat wil zeggen met de intentie het te 'gebruiken', zal ook tot geschiedkundige interpretaties, data, en statistieken komen die die intentie bevestigen. Met andere woorden: als geschiedkunde de toekomst (en, zoals Guldi en Armitage willen, de politiek) dient, zal die geschiedkunde ook een afspiegeling worden van wat bij de toekomstperspectieven aansluit, in plaats van wat Ranke zei: geschichte wie es eigentlich gewesen ist.

Geschiedkunde, net als literatuur, 'dient' niets. Wie het voor een wagentje willen spannen, misvormt precies datgene wat het belangrijk maakt, miskent: het idee dat de geschiedenis onze natuur fundamenteel vormt, dat al die eeuwen dáárom zo verschillend zijn, dat mensen steeds andere overtuigingen hadden, door een andere cultuur werden gevormd, (grotendeels) andere ideeën formuleerden, streefden naar wat we nu wellicht waardeloos achten, ambities hadden die we nu misschien volkomen onzinnig vinden. Herbert Butterfield schrijft in zijn The Whig Interpretation of History (1931) dat ''on this system'' [geschiedenis als toekomstgerichte wetenschap] the historian is bound to construe his function as demanding him to be vigilant for likeness between the past and the present, instead of being vigilant for unlikeness; so that he will find it easy to say that he has seen the present in the past, he will imagine that he had discovered a'root' or an 'anticipation' [...] when in reality he is in a world of different connotations altogether, and he has merely tumbled upon what could be shown to be a misleading analogy''.

Achter de historicus van ''getting things done'', schuilt tegelijkertijd een het gevaar van desinteresse in wat het verleden werkelijk is. Geschiedenis begrijpen, schreef een Brits-Russische ideeënhistoricus eens, is begrijpen ''what men made of the world in which they found themselves, what they demanded of it, what their felt needs, aims, ideals were''. Dat is een fundamentele manier van begrijpen, die niet lichtzinnig ondergeschikt kan worden verklaard aan een politiek plannen en 'longue durée'. Longue durée lijkt voor Guldi en Armitage vooral te betekenen dat geschiedenis 'groots' dient te zijn, en groots betekent dan weer dat het de vooruitgang van de mens dient. Plumb noemde dat The Death of the Past. Guldi en Armitage spreken van een 'missie'.

Geschiedenis is niet als een standbeeld dat zich van alle kanten laat bekijken. Als Guldi en Armitage zeggen dat ''regardless of age or security of income, we are all in the business of making sense of a changing world'', zouden ze moeten beseffen dat dat een diep historische opmerking is. Niet omdat ze historici zijn, maar omdat de zin een hele manier van denken bevat die onze tijd (!) eigen is. Dat geldt ook als Guldi en Armitage stellen dat ''thinking with history — but only with long stretches of that history — may help us to choose which institutions to bury as dead and which we might want to keep alive''.

Als Guldi en Armitage schrijven dat ''today we desperately need an arbiter for these mythological histories, capable of casting out prejudice, re-establishing consensus about the actual boundaries of the possible, and in doing so opening up a wider future and destiny for modern civilizations'' zit daar een hele (politiek) historische lading achter, een heel arsenaal aan historisch gegroeide ideeën. Bij het idee dat ''the future training of researchers across a wide range of disciplines should be based around the interrogation of big data - such as that relating to era, gender, race and class'' hoort een hele, unieke politieke geschiedenis. Het is aan historici om dat te duiden, om termen als ''destiny'' te verklaren. Om te laten zien hoe dat grandioze woord ''civilization'' gegroeid is.

Waar het streven naar een ''casting out prejudice'' vandaan komt. Hoe we aan die ''wide range of disciplines'' (van sociologie tot neurowetenschap) zijn gekomen enzovoort, enzovoort. Als er ergens behoefte aan is, dan zijn het historici die de geschiedenis niet als optelsom van chronologie en gebeurtenissen presenteren, of als een vooruitgangstraject, maar als een wezenlijk element van de menselijke natuur. De belangrijkste les die de geschiedenis ons leert, is namelijk dat de mens meer een historisch wezen is, dan hij vaak zelf wil toegeven.


Daniel Boomsma

Jo Guldi en David Armitage, The History manifesto, Cambridge University Press, 2014

Links
mailto:daniel_boomsma@hotmail.com
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be