Riskante humaniteit

boek vrijdag 29 november 2002

Gerrit Manenschijn

Na de aanslagen van 11 september 2001 is humaniteit uit de gratie: een machteloos motto van naïeve wereldverbeteraars. Wat heeft de internationale politieke werkelijkheid nog met humaniteit gemeen? Als het er op aan komt beslist het recht van de sterkste. Ook in de economie, alle mooie verhalen over win-winsituaties ten spijt. Voor de kritische waarnemer is de mondialisering van de economie niets anders dan de zegetocht van Amerikaans economisch imperialisme tot in alle uithoeken van de wereld. Hier ligt een uitdaging waar niemand om heen kan. Daar gaat het boek Riskante humaniteit van de Nederlandse theoloog Gerrit Manenschijn op in. Hij betoogt dat humaniteit een hard principe is, bestemd voor de overlevingskansen van de mensheid. Overleven in een wereld vol geweld is een riskante onderneming geworden. Moraal en ethiek zijn niet begonnen met generositeit en naastenliefde, maar met het naakte overleven van de eigen groep, stam en natie. Humaniteit begint met de erkenning dat de mensheid het risico loopt in deze oervorm van tribalisme terug te vallen.

Manenschijn vertrekt van de stelling dat humanisering geen middel, maar een doel op zich is, nl. het bereiken van de menswaardigheid van elke mens, de leefbaarheid van de samenleving en het behoud van de natuurlijke omgeving. In diezelfde zin is ook de mens zelf geen middel maar een doel. Deze logica werd op 11 september 2001 echter fel verstoord. Het zorgde bij velen voor morele verontwaardiging als een evidente reactie tegenover zoveel wreedheid en terreur. Maar de essentie van de humaniteit is dat de mens zich boven die emotionele reacties kan plaatsen en het vermogen heeft om steeds rationeel te denken en te handelen. Volgens Manenschijn is de humaniteit daarbij steeds grensoverschrijdend. Humaniteit ten aanzien van vrienden, familie en gelijkgezinden is geen probleem, wel hoe we dit kunnen delen met vreemden en andersdenkenden. Grensoverschrijdende humaniteit is hard nodig gezien de toenemende betrokkenheid tussen culturen en mensen van allerlei soort en opvatting.

"Het zal niet moeten gaan om vriendschap met gelijkgezinden, maar om lotsverbondenheid met alle mensen", aldus Manenschijn. Hiermee bekritiseert hij Aristoteles die grenzen trekt tussen vrienden en vreemden, tussen 'ons volk' en 'ander volk'. Dergelijke grenzen kunnen menselijk zijn maar ze zijn niet menswaardig, want menswaardigheid is juist grensoverschrijdend. Hiermee komen we tot de kern van het probleem, nl. de rem op grensoverschrijdende humaniteit ingevolge de behoefte van de mens aan een identiteit, een stelling die verkondigd wordt door de Britse filosoof Jonathan Glover. Persoonlijke identiteit geeft mensen de kans om bij contact met vreemde gedragingen zich terug te trekken in de groep waarin men zich herkend. Erger is de nationale identiteit dat al snel kan leiden tot een overdreven voorstelling van de 'nationale' kwaliteiten. Als dit gekoppeld wordt met een minachting voor kwaliteiten van andere culturen vervalt men in etnocentrisme. De enige deugden die dat kunnen tegengaan zijn respect en sympathie. Alleen zo kan men komen tot een vorm van morele identiteit. Dit betekent niet dat men akkoord moet gaan met de ander, maar, schrijft Manenschijn, door elkaar te respecteren en te tolereren geef je te kennen dat je dezelfde morele status hebt, die van mens.

Nochtans is de mens van nature geschikt voor gemeenschapsvorming. Dat leidt Manenschijn af uit de ideeën van Adam Smith en zijn Theory of Moral Sentiments. Hij onderscheidde drie soorten menselijke drijfveren: de unsocial passions of gevoelens die mensen tegenover elkaar doen staan in geval van tegengestelde belangen, de social passions die mensen verenigen binnen een gedeeld belang, en de selfish passions die gericht zijn op het zelf (zoals vreugde en verdriet). Wat de mens drijft is aldus Smith het beleven van genoegens. Unsocial passions brengen beide partijen weinig genoegen waardoor ze pogingen zullen ondernemen om conflicten op te lossen. Social passions verlenen beide partijen daarentegen veel genoegen. Juist deze gevoelens vormen als het ware de natuurlijke basis voor een goede samenleving. "Omdat het meest en duurzaamste genoegen beleefd wordt in de waardering door anderen, zullen mensen de beleving van hun selfish passions matigen, die van unsocial passions vermijden en die van social passions cultiveren." Hiermee streefde Smith naar een humane samenleving waar mensen hun belangentegenstellingen niet verdoezelen maar ze geweldloos proberen op te lossen.

Dat deze theorie niet altijd opgaat blijkt uit terreuraanslagen door zelfmoordenaars waar het beleven van gevoelens alvast niet de drijfveer is van dit menselijk handelen, maar wel een blind geloof in irrationele zaken, zoals religieuze geboden. Een ware humaniteit veronderstelt dus een geloof in seculariteit en daaruit voortvloeiend de plicht voor mensen om zelf hun waarden te scheppen. In die zin is het existentialisme een humanisme dat de mens wijst op het feit dat er geen andere wetgever is dan hijzelf. Dergelijke stelling staat diametraal tegenover de filosofie van Heidegger, in zijn boek Sein und Zeit, die niet de mens als uitgangspunt nam maar wel de 'mensheid'. In zijn visie is niet de individuele mens maar wel de etniciteit bepalend voor de humaniteit. Dat deze visie geen stand houdt blijkt alvast uit de ervaringen met het nationaal-socialisme in de 20ste eeuw.

Tegenover het terrorisme dat overal en op elk moment kan toeslaan, en dat alleen beteugeld kan worden binnen de grenzen van een soevereine staat, pleit Manenschijn voor een soort transnationaal kosmopolitisch statensysteem. Hierbij erkennen staten dat ze bereid zijn om te denationaliseren. Waarbij het mondiaal, en niet het nationaal belang, voorrang krijgt. Een dergelijk standpunt lijkt niet vreemd voor westerlingen. Daartegenover staat het feit dat moslims meer dan anderen hun geopenbaarde godsdienst, via de koran als richtlijn aanvaarden. Liberale moslims moeten een voorbeeld nemen aan het historisch-kritisch onderzoek van de bijbel. Een dergelijk onderzoek leidt niet tot vervlakking maar tot verdieping van hun geloof. Islamtheologen moeten de onaanvaardbaarheid van de ongelijkheid van man en vrouw en de onzin van het toepassen van lijfstraffen als culturele tradities inzien en nadrukkelijk verwerpen.

Deze houding wordt door Manenschijn verduidelijkt. "Als we ons beperken tot de drie 'religies van het boek' moeten we erkennen dat zij in de loop van de geschiedenis een godsdienstig gemotiveerde tribale moraal, gekenmerkt door een rigoureus vriend-vijanddenken, hebben moeten afzweren." Daaruit vloeit de stelling van liberale moslims voort die stellen dat men moet ophouden om het westen en de VS de schuld te geven voor alles. Moslims moeten de oorzaak in hunzelf zoeken en de islam terugbrengen op het pad van tolerantie en beschaving. In feite zit het probleem elders. Namelijk in het feit dat de 'heilige boeken' teksten bevatten die onmenselijk zijn of elkaar tegenspreken. De realiteit is dat de 'heilige boeken' door mensen zijn geschreven en heilig verklaard (iets wat Etienne Vermeersch ook duidelijk maakte in zijn essay over de vrouw in de islam, nvdv). Dat, en vooral dat, geeft het recht aan mensen om kritiek te uiten op bepaalde religieuze morele geboden.

Op de vraag of de islam nu bedreigend is of een uitdaging kiest de auteur nadrukkelijk voor het laatste. maar dat leidt tot een wat vreemde conclusie. "Het Westen zal tot zelfonderzoek en zelfkritiek moeten komen en gaan beseffen dat zijn normen en waarden niet vanzelfsprekend de beste zijn." Dat kan je op basis van de vreselijke gebeurtenissen tijdens de voorbij eeuw misschien wel stellen, maar anderzijds klinkt dit bijzonder cultuurrelativistisch. Dat de islam zou fungeren 'als een krachtige motor voor tal van mensen die streven naar een rechtvaardiger verdeling van de aardse goederen' durf ik te betwijfelen. Nog een stapje verder en 11 september wordt 'verklaard' vanuit door het westen veroorzaakte armoede. Dat klopt niet. Ten eerste waren de leiders en uitvoerders van de terreurdaden geen 'armen', maar vermogende en welopgeleide mensen. Daarnaast heeft de lokale armoede veeleer te maken met het afwijzen van de vrije markt en het ondemocratisch karakter van de leidende klassen die zich in stand houden met de winsten uit het oppompen van natuurlijke rijkdommen die ze zelf niet delen met de grote meerderheid van de bevolking. Tenslotte keren religieuze leiders zich tegen elke uiting van kritisch individualisme tegenover de religieuze geboden die de bevolking in de greep houdt.

In het primaat van de humaniteit wijst Manenschijn erop dat onze cultuur ruimte biedt voor subculturen van nieuwkomers. Maar net als heel wat politici uit diverse partijen wijst hij op de volgende verplichting. "Slechts in één opzicht is het noodzakelijk dat allen ongeveer dezelfde cultuur hebben: dat ze de landstaal beheersen als hun eerste taal, dat ze de democratie en de scheiding van kerk en staat aanvaarden, dat ze gelijke toegang krijgen - en willen hebben - tot onderwijs en arbeidsmarkt, en bovenal dat ze de twee kroonjuwelen van een open, pluriforme, vrije samenleving koesteren: tolerantie en verdraagzaamheid, tolerantie als politiek principe, verdraagzaamheid als mentaliteit." Manenschijn werkt dit verder uit. De mens leeft samen met anderen en humaniteit is een essentieel doel. Deze boodschap klinkt echt verfrissend in tijden waarin emotionele en irrationele standpunten overwicht krijgen op rationele oordelen. Hij wijst er op dat de overheid de veiligheid van zijn burgers moet waarborgen, de criminaliteit moet bestrijden en elke vorm van inhumaniteit moet tegengaan. De Nederlandse filosoof Luuk van Middelaar gaat nog verder en pleit ervoor om de moderniteit desnoods door te duwen in die landen die het niet ernstig nemen met de mensenrechten. Manenschijn bekritiseert dit standpunt maar overtuigt niet. De kracht van het verhaal van Van Middelaar is dat hij opkomt voor de rechten en vrijheden van elke mens en dat hij die desnoods wil afdwingen. Wie de geschiedenis kent weet dat dit meestal de enige weg is om individuele rechten te realiseren. Van Middelaars idee is op het eerste zicht niet aantrekkelijk, maar is consequent. Wie de moderniteit wil doorzetten moet obstakels wegruimen, desnoods met geweld.

In een laatste hoofdstuk haalt Manenschijn middelen aan om de kloof tussen arm en rijk te dichten. Een van de belangrijkste middelen is het afbouwen van de subsidies en handelsbelemmeringen van het westen. Die zaken leiden ertoe dat arme landen arm blijven. Maar op moreel vlak blijft Manenschijn een onderscheid maken tussen specifieke westerse waarden enerzijds en universele normen en waarden anderzijds. In die zin pleit hij voor een pluralisme, dit onder de voorwaarde dat de erkenning van pluraliteit in waarden en normen wordt gedragen door wederzijdse tolerantie, zonder welke geen vreedzame ontmoeting van culturen mogelijk is. Hij eindigt met de bedenking dat humaniteit begint dicht bij huis, bij daden van respect, compassie en vergevingsgezindheid. Ik meen dat hij hier te bescheiden is. Daden van respect uiten zich in het onderwerp van discussie. Het begrip voor allochtonen begint vanaf het ogenblik dat ze onze grens oversteken. En dan zijn maar drie houdingen mogelijk. Ofwel de totale verwerping, maar dan stevenen we af op een Fort Europa. Ofwel de acceptatie van elke andersdenkende houding, maar dat kan ten koste gaan van onze fundamentele democratische beginselen. Ofwel de houding van wederzijds respect. Met het besef voor vreemdelingen dat men inspanningen moet doen om zich integreren in onze gemeenschap, de taal aanleren en zich schaart achter een aantal fundamentele democratische waarden. Met de plicht ook voor autochtonen om vreemdelingen te beschouwen en te behandelen op een gelijkwaardige manier. Ik verkies alvast het laatste.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Gerrit Manenschijn, Riskante humaniteit, Lannoo, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be