In Europa

boek vrijdag 23 april 2004

Geert Mak

Binnenkort zijn er Europese verkiezingen. Tussen 10 en 13 juni kunnen de inwoners van de Europese Unie, van Portugal tot Polen en van Zweden tot Malta hun vertegenwoordigers in het Europees parlement aanduiden. In totaal 732 leden uit 25 verschillende landen die 450 miljoen inwoners uit Noord-, Zuid-, West- en Oost-Europa zullen vertegenwoordigen. Weinig West-Europeanen liggen er wakker van, sommigen staan er zelfs ronduit negatief tegenover. In Vlaanderen scheert het Euroscepticisme hoge toppen. Het extreem-rechtse Vlaams Blok maar ook sommige Vlaamse socialisten voeden de angst voor de nieuwe uitbreiding van de Europese Unie. Ze spelen in op de onverschilligheid, de onwetendheid en de afkeer van vele burgers voor een steeds grotere Unie. Nochtans is de uitbreiding van Europa het voornaamste concreet positieve resultaat van een eeuw waarin geweld, moord en doodslag in naam van de natie, de Grote Leider of de Führer de hoofdtoon voerden. Om het belang van de Europese Unie te begrijpen is het nodig om zich te verdiepen in de gebeurtenissen van de 20ste eeuw.

Geert Mak schreef hierover een indrukwekkend boek. In meer dan 1.200 bladzijden, ingedeeld in twaalf hoofdstukken, geeft hij een indringend beeld van de politieke drijfveren en daden van de diverse Europese leiders en bewegingen tijdens de vorige eeuw. Hij schetst de talloze conflicten, revoluties en oorlogen nauwgezet, realistisch maar zonder emotionele overdaad. Tegelijk situeert hij ze in een globale Europese context die noodzakelijk is om oorzaak en gevolg te begrijpen. Wat het boek zo bijzonder maakt is de voortdurende wisselwerking tussen het heden (1999) en het verleden. Via gesprekken met ‘laatste getuigen’ en persoonlijke (reis)ervaringen slaagt Mak erin het verleden aanschouwelijk te maken. Die overlevenden vertellen niet zozeer over vandaag, maar over de situatie toen. En beter dan wie ook zijn ze in staat om op die manier nuances aan te brengen, om het kader te scheppen waarbinnen gebeurtenissen plaatsgrepen en om vooroordelen te ontmantelen tot kleine bouwsteentjes die mee bijdroegen tot bestaande denkbeelden en handelingen.

Mak zoomt in op de aanleiding, het verloop en de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Toen de romantiek, het nationalisme en het extremisme de 20ste eeuw binnenmarcheerden lieten mensen het individualisme massaal los en lieten ze zich meeslepen op het ritme van de militaire marsen. De gevolgen waren vreselijk. Miljoenen soldaten en burgers kwamen om in een strijd die geen echt uitgangspunt en derhalve geen echt einddoel had. Het ging in essentie om het vernietigen van de ‘tegenstander’, van de ‘vijand’ alhoewel niemand goed wist hoezeer die vijand van de eigen denkbeelden verschilde. Het einde van de Eerste Wereldoorlog liep ook samen en werd deels verkort door de Russische revolutie. In feite ging het om een huzarenstuk van Lenin en zijn bolsjewistische aanhang om een compleet land en zijn bevolking in één richting te bewegen. Een richting waarin miljoenen boeren en arbeiders onder dwang en terreur stapten. Waarbij elke afwijkende opinie werd bestreden en vertrapt. Het leidde tot een communistisch systeem dat ruim 70 jaar lang een grote invloed zou hebben op het hedendaagse Europa.

De kiem van de Tweede Wereldoorlog lag in de kortzichtigheid van de overwinnaars en hun onmogelijke eisen in het Verdrag van Versailles. Waardoor het de kans bood aan fanatieke nationalisten die miljoenen volgelingen kregen, klaar om te strijden voor de gezondheid van de natie, het volk, het ras. Een beweging die in zowat alle Europese landen opgang maakte en zich keerde tegen de liberale rechtstaat, de democratie en het individualisme. Honderden bladzijden lang beschrijft Geert Mak het onvoorstelbare geweld, de moorden en doodslagen. Niet de mens maar het systeem stond centraal. De Grote Leider en de Führer bepaalden de koers. Tot nauwelijks 60 jaar geleden betekende de mens in het grootste deel van Europa niets. Tot in de jaren zeventig was dat ook nog het geval in dictatoriale landen als Griekenland, Spanje en Portugal. Tot 1989 bleef de mens een ding in Oost-Europa en de vroegere Sovjet-Unie. De de-individualisering van de mens was zonder twijfel het grootste drama van de vorige eeuw.

Nochtans begon alles zo mooi in 1900 met de Wereldtentoonstelling in Parijs. De 20ste eeuw zou er een worden van menselijkheid en rechtvaardigheid. Maar toen reeds werd een nieuwe trend zichtbaar, nl. die van de massaliteit en het ontstaan van de ‘publieke opinie’, bewerkt en bestookt door de propagandisten van de nieuwe ideologieën. Met leiders die elk op hun manier – doorgaans met veel geweld en terreur – hun bevolking ‘bewerkten’ door op zoek te gaan naar een gemeenschappelijke vijand, door in te spelen op hun patriottisme, hun angsten en vooral hun afkeer voor de ‘Ander’. Die afkeer voor al wat vreemd is heeft talloze mensen en volkeren getroffen, in het bijzonder de joden. Zij werden doorgaans de eerste slachtoffers van al die nationalistische waanzin, niet alleen in nazi-Duitsland maar ook voordien reeds in Oostenrijk, Polen, de Baltische Staten en verder Oostwaarts. En ook nadien nog in de Sovjet-Unie en Oost Europese landen. Mensen werden vermoord omwille van hun uiterlijk, hun bezit, hun politieke of godsdienstige overtuiging. In naam van de maakbaarheid van de samenleving werden massa’s mensen gedeporteerd, verbannen, verdreven, vermoord, uitgeroeid. De cijfers die Mak hierbij aanhaalt zijn verbijsterend.

Tijdens zijn reis komt Geert Mak steeds weer terug in Berlijn. Het is de stad die het best de ondergang en bezwering van het oude continent en later de heropstanding ervan weergeeft. Hier ligt het centrum van het Europese drama: met de oorlogsretoriek van het keizerrijk in 1914, de verdoving na de nederlaag in de Grote Oorlog in 1918, de extase bij de machtsgreep van Hitler in 1933, de complete vernietiging door de geallieerden in 1945, de tweedeling tussen Oost en West Berlijn in 1961 en tenslotte opstand van de Oost-Duitse burgers - “Wir sind das Volk” - tegen de machthebbers en de afbraak van de Muur in 1989. Elk van die gebeurtenissen hebben een enorme impact gehad op de rest van Europa. Zonder Berlijn bestond er geen bijzondere betekenis van Ieper, Verdun, Guernica, Stalingrad, Arhnem, Dresden, Westerbork, Dachau of Auschwitz.

En toch had het allemaal anders kunnen lopen. Geert Mak verwijst meermaals naar de rol van het toeval in de geschiedenis. De kogel die kroonprins Frans Ferdinand in 1914 in Sarajevo trof (en de eigenlijke aanleiding vormde tot de Eerste Wereldoorlog) was in feite een toevalstreffer. Churchill werd in New York net niet doodgereden door een taxi. En Hitler ontsnapte tweemaal op het nippertje aan een aanslag. Wat zou er dan gebeurd zijn? Het is niet zeker dat er dan geen drama’s zouden geweest zijn. Alleszins werd hiermee heel wat talent vernietigd. “De bommen die ik van 1940 tot 1944 boven Duitsland heb laten vallen, hebben misschien een Rilke, een Goethe of een Hölderlin in de wieg gedood”, zo schreef de romancier Romain Gary (die diende bij de Franse luchtmacht) waarmee hij aangaf dat zelfs de rechtvaardigste zaken niet altijd vrij van schuld zijn. Zijn boodschap was dat het verleden het heden niet mag verduisteren; niet dat het verleden onbelangrijk is maar het mag nooit een verantwoording worden voor nieuwe onrechtvaardigheid.

In die zin is de aandacht van Geert Mak voor al wie zich verzette tegen het totalitarisme en racisme zo interessant. Hij beschrijft de schamele lichtpuntjes in die zo duistere periode. Zoals de redactie van de sociaal-democratische krant Münchener Post die de nazi’s tot het einde heeft bestreden, de studenten van Die Weisse Rose die in pamfletten hun persoonlijke vrijheid opeisten, Johann Georg Elser die op zijn eentje een aanslag pleegde op Hitler. Zoals Federico Garcia Lorca die de kant van de Spaanse republikeinen koos en Osip Mandelstam die na een hekeldicht op Stalin werd opgepakt. Ze werden allen vermoord. Hij vertelt over de staking in Amsterdam op 25 februari 1941, de oproep van aartsbisschop Jules-Géraud Saliège van Toulouse en de actie van Belgische verzetslui tegen het 20ste transport van Mechelen naar Auschwitz als gebaar van solidariteit met de joden. En over de opstand in het getto van Warschau op 19 april 1943 en in Auschwitz zelf op 7 oktober 1944. Schamele voorbeelden van heldhaftig verzet die in schril contrast staan met het gemak waarmee de meeste Europeanen zich conformeerden tot het gezag. Geert Mak gaat ook in tegen de zogenaamde onwetendheid over de jodenkwestie. “Iedereen wist het op een bepaalde manier”, zo schrijft hij, en hij wijst op diverse voorbeelden van wegkijken, schuld en medeverantwoordelijkheid.

Wie zeker veel wist maar niets deed was paus Pius XII. Toen de nazi’s in 1939 Polen binnenvielen en tal van Poolse priesters vermoordden zweeg hij. Gedurende gans de jodenvervolging, waarvan hij goed op de hoogte was, zweeg hij. En toen de Duitsers op 16 oktober 1943 het getto van Rome binnenvielen en meer dan duizend joodse mannen, vrouwen en kinderen deporteerden, zweeg hij. Uit andere gevallen bleek nochtans dat een openlijk protest van de kerk – zoals bij de moord op gehandicapte kinderen – effect hadden op de publieke opinie in Duitsland. Maar Pius XII deed niets. Van de duizend gedeporteerde joden keerden na de oorlog amper vijftien Romeinse joden levend terug. De anderen werden vergast in Birkenau. Voor Pius XII was nazi-Duitsland niet zozeer een gevaar maar juist een garantie tegen het ‘ongelovige’ rode gevaar.

Geert Mak doorbreekt hiermee het zwart-wit denken rond de Tweede Wereldoorlog. Zo verwijst hij naar de oorlogsmisdaden van de geallieerden. Bij de bombardementen op Duitsland sneuvelden acht keer zoveel mensen als bij de raids op Engeland. Om brandweerlieden en andere hulpverleners te treffen werden zelfs tijdbommen meegegooid die pas 36, 72 of 144 uur na afwerp ontploften. Het was een doelbewuste massamoord. Het meest gekende voorbeeld is het bombardement van Dresden waarbij minstens 25.000 burgers het slachtoffer werden (dezelfde vraag kan men zich trouwens stellen over de opportuniteit van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki). Een ander voorbeeld van die dubbelzinnige moraal bestond rond de processen in Neurenberg. Tal van nazi-topfunctionarissen in de staalindustrie, in de kernenergie en de geneeskunde werden ontzien. Ze kregen later hoge functies in de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Nog belangrijker is dat Geert Mak het belang beschrijft van Jean Monnet die al in 1914 zijn eerste voorstellen deed voor samenwerking tussen Frankrijk en Groot-Brittannië (de Allied Transport Pool en de Wheat Executive, wat ook in 1940 gebeurde). “Voor het eerst in Europa werd een gemeenschappelijk belang vooropgesteld, in plaats van het eigenbelang van de diverse naties”, zo schrijft Mak die hier de kiem ziet voor de latere Europese Unie. Jean Monnet zou in 1950 de EGKS opzetten, een geniaal middel om nieuwe conflicten die tweemaal tot een Wereldoorlog hadden geleid in te dammen. Zijn ideeën blijven trouwens actueel, vooral rond de discussie over de grenzen van Europa. Moeten we na de opname van de 10 nieuwe lidstaten niet stoppen met verdere uitbreiding? Iets wat Frits Bolkestein suggereert in zijn boek De Grenzen van Europa. Voor Jean Monnet bestonden die grenzen niet en omvatte het Europese idee de hele wereldgemeenschap. “De zes Europese landen zijn niet begonnen aan de grote onderneming om de muren neer te halen die hen scheiden, om vervolgens nog hogere muren op te richten jegens de buitenwereld. Wij verbinden geen staten, wij verenigen burgers”, zo schreef Monnet in het begin van de jaren vijftig.

Dat de grenzen van Europa in oostelijke en zuidelijke richting geografisch niet te trekken zijn blijkt trouwens uit het reisverslag van Geert Mak zelf. In Sint-Petersburg bestempelen schoolmeisjes zichzelf als vanzelfsprekende Europeanen. In Kiev nemen de burgers afstand van Moskou en hopen ze op meer welvaart vanuit het Westen. In Odessa straalt alles Europees, vooral de jeugd. En in Istanbul zie je op straat heel wat minder hoofddoekjes dan in een Rotterdamse volkswijk. Geert Mak vraagt zich af of die hele discussie over ‘Europese identiteit’ wel zin heeft en of het niet in strijd is met het ‘idee Europa’. “Want als iets de Europese beschaving kenmerkt, dan is het de diversiteit, en niet één enkele identiteit”, aldus Mak. Hiermee spoort hij met de ideeën van de 19de wijsgeer Ernest Renan die met zijn essay ‘Qu’est-ce qu’une nation?’ voorliep op de vraag ‘Qu’est-ce qu’une union?’. Volgens Renan heeft dat niets te maken met geschiedenis, taal, cultuur of religie, maar wel met de wil om onder dezelfde wet te leven. Dus zou je kunnen zeggen dat principieel elk land dat tot de Europese Unie wil behoren en aan de voorwaarden wil voldoen, moet kunnen toetreden. En waarom niet? Waarom zouden we mensen die hopen op een beter bestaan de kans ontzeggen om mee deel uit te maken van een Unie waarin men zich vrijwillig onderwerpt aan de mensenrechten, de vrije meningsuiting en andere liberale grondrechten. Europa is geen einddoel, het is een middel voor een beter bestaan.

Het belang van de Europese Unie wordt nog duidelijker in de laatste hoofdstukken van het boek. Zo ziet Mak hoe men in gans Midden Europa bouwt “alsof binnen vijf jaar een halve eeuw moet worden ingehaald.” Maar hij wijst ook op de ontnuchtering in Oost Europa, de vroegere Sovjet-Unie en het vroegere Joegoslavië na de val van het communisme. Oude zekerheden verdwenen en in de plaats kwam een rauw kapitalisme met chaos en corruptie. De centrale macht ging over op lokale maffiagroepen. En wie nog actief is werkt in de informele wereld. De gemiddelde levensverwachting in Rusland ligt 14 jaar lager dan in West-Europa. “Oekraïne en Roemenië behoren thans tot de armste landen van Europa”, zo schrijft Mak (voor hem is de Oekraïne dus vanzelfsprekend Europees). En in het vroegere Joegoslavië is het nationalisme met zijn hang naar etnische zuiverheid op het einde van de eeuw helemaal terug met honderdduizenden deportaties en moorden tot gevolg.

De mensen zijn er somber over de toekomst. De enige uitweg is hier de Europese Unie, maar dan moet ze meer worden dan een gemeenschappelijke markt. Dan moet ze dringend een politiek democratische grondslag krijgen, en een eigen buitenlands beleid en defensie op de been brengen. Zodat ze de waarden die ze belangrijk acht ook uitdraagt en indien nodig met geweld verdedigt. En waar stopt het dan? Mak wijst terecht op het probleem “dat inwoners die buiten de uitbreiding vallen – het voormalige Joegoslavië, Albanië, Oekraïne – plots geconfronteerd worden met harde Europese buitengrenzen, waar voorheen soepele handelsstromen bestonden.” Hij vreest dat achterblijvende landen zich ontwikkelen tot oorden van onrust, criminaliteit en corruptie. Daarom moeten we ook durven spreken over de mogelijke opname van Roemenië, Bulgarije, Moldavië, Turkije, Wit Rusland en Rusland. En ook hun inwoners een Europees perspectief bieden. Alleen dit uitzicht op een betere toekomst kan hen houvast geven en hun leiders aanzetten tot het nemen van eerste stappen naar een echte democratie en een echte liberale markteconomie waarin geen plaats is voor misbruik en corruptie. En intussen moet de Unie intern verder democratiseren en de verscheidenheid niet wegwerken maar beschermen wil ze de steun van de bevolking niet verliezen.

Het is essentieel dat we het verleden niet vergeten. Uit het boek van Geert Mak blijkt echter dat heel wat mensen juist willen vergeten, dat de afstand tussen vandaag en het verleden zorgt voor onverschilligheid en dat ‘verdringing’ in de menselijke natuur ligt. Hij schat dat de herinnering aan de Grote Oorlog in de komende 10 jaar zal uitdoven; ergens tussen de kleinkinderen en achterkleinkinderen verandert de houding. Toch krijgt het museum over de Eerste Wereldoorlog In Flanders Field jaarlijks steeds meer Britse scholieren op bezoek. Het houdt dus verband met het onderwijs en het belang dat de overheid hecht aan het leervak geschiedenis. Juist daarom zijn boeken als In Europa van Geert Mak zo belangrijk. In een recensie las ik dat ‘zijn boek een afschrikwekkende omvang heeft gekregen van 1.222 bladzijden’. Ik zie hier niets afschrikwekkend in. Integendeel, het boek nodigt uit om nog meer te lezen. In zijn reisbagage sleurde Geert Mak naar eigen zeggen vijftien kilogram boeken mee en dat merk je ook in zijn tekst. Zo put hij regelmatig uit de werken van Sebastiaan Haffner, Ian Kershaw, Gitta Sereny, Victor Klemperer en Primo Levi.

Dat is geen minpunt, integendeel, het getuigt van eruditie, respect en bescheidenheid. Het boek had nog dikker mogen zijn. Zo ontbreken de geschriften van Ernst Friedrich en Erich Maria Remarque (Van het westelijk front geen nieuws). Over Russische schrijvers als Boris Piljnak, Andrej Platonov, Anna Achmatova en zovele anderen die vermoord of vervolgd werden voor hun kritiek op Stalin. Over het droeve lot van Carl von Ossietzky die Hitler durfde tegen te spreken. Over de dissidenten Robert Haveman, Thomas Brasch en Mihajlo Mihajlov (die schreef dat Lenin al voor Hitler strafkampen liet bouwen). Over Vassili Grossman, Margerete Buber-Neumann, Germaine Tillion en zovele anderen die zich weigerden neer te leggen bij elke vorm van totalitarisme. Over Bertrand Russell, Karl Raimund Popper en Friedrich Hayek die elk op hun manier waarschuwden voor het totalitarisme en bijzonder veel invloed hadden op het politiek-filosofische en economische denken in de tweede helft van de 20ste eeuw. Maar ook over Maurice Merleau-Ponty, Jean Paul Sartre, Harry Mulisch en al die andere nuttige idioten die – ondanks hun kennis – de meest afschuwelijke systemen bleven verdedigen, tegen beter weten in.

Dit is geen kritiek. Het geeft enkel aan dat Geert Mak zich beperkt heeft tot de essentie. En die essentie verantwoordt meer dan duizend bladzijden. Het is zelfs verbazend hoe Mak op zo weinig ruimte zoveel heeft kunnen weergeven. Hoe hij de valkuilen van het correcte denken vermijdt (zie zijn kritiek op Simon Wiesenthal) en ingaat tegen veralgemeningen. Hoe hij de mythen van de 20ste eeuw neerhaalt om ze reduceert tot de vaak banale realiteit. Het boek van Geert Mak is een verpletterend verslag van een continent dat quasi permanent in oorlog was. Meer nog, dit is hét boek dat scholieren in alle Europese scholen zouden moeten leren en kennen voor de eindtermen van het middelbaar onderwijs. Zodat jongeren in de lessen geschiedenis (en aardrijkskunde en moraal) niet langer de opgepoetste en dubbelzinnige heroïek van hun koningen en keizershuizen moeten memoriseren maar zich gedurende zes volle jaren kunnen verdiepen in de oorzaken en gevolgen van die kolkende 20ste eeuw die het leven van hun ouders en grootouders zo diep getekend hebben. Zodat ze inzien dat nationalisme en onverdraagzaamheid kunnen leiden tot de ware nachtmerries. Zodat vrees voor het vreemde omslaat in nieuwsgierigheid voor de ‘Ander’. Zodat ze begrijpen waarom de huidige Europese Unie zo belangrijk is.

“Vergeet niets!”, was een van de laatste berichten naar de buitenwereld van het joods verzet bij de opstand in het Getto van Warschau in mei 1943. Geert Mak biedt een geslaagd antwoord op deze noodkreet. Zijn boek In Europa is nu reeds een klassieker.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Geert Mak, In Europa, Atlas, 2004, 1.222 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be