Een avond in Hotel Majestic

boek vrijdag 11 april 2008

Richard Davenport-Hines

De jaren voor en na de Eerste Wereldoorlog vormde Parijs onmiskenbaar het intellectuele en culturele centrum van de wereld. In 1900 organiseerde de lichtstad de Wereldtentoonstelling en trok tal van kunstenaars aan die vorm zouden geven aan het modernisme dat bij het begin van de twintigste eeuw aan haar opmars begon. Vijf van de meest beroemde kunstenaars van die artiestieke stroming kwamen op de avond van 18 mei 1922 bijeen voor een diner in het prestigieuze Hotel Majestic in Parijs. De befaamde componist Igor Stravinsky die met zijn door het Ballets Russes uitgevoerde Le Sacre du Printemps in 1913 grote successen boekte. De beruchte impressario Serge Diaghilev die tal van producties organiseerde in de Parijse Opéra. De eigenzinnige beeldende kunstenaar Pablo Picasso die in 1907 met zijn kubistische schilderij Les Demoiselles d’Ávignon de kunstwereld schokte. De introverte schrijver James Joyce die in 1922 zijn meesterwerk Ulysses uitgaf. En de flamboyante schrijver Marcel Proust die al met zijn eerste delen van zijn levenswerk A la recherche du temps perdu wereldfaam verwierf. Deze leiders van de modernistische beweging waren uitgenodigd voor een feest voor zowat vijftig personen dat georganiseerd werd door het Britse kunstminnende echtpaar Violet en Sydney Schiff die graag pronkten met hun welbekende gasten.

Over deze merkwaardige bijeenkomst schreef historicus Richard Davenport-Hines een hoogst leesbaar boek onder de titel Een avond in Hotel Majestic. Hierin belicht de auteur niet alleen de indrukwekkende intellectuele prestaties van de modernistische beweging, maar ook de luxe en glamour van het Parijs in de naoorlogse jaren, gekoppeld aan de intriges en schandalen van de Franse aristocratie. Die bijeenkomst in Hotel Majestic is voor de auteur een aanleiding om het vooral te hebben over de bizarre levenswijze, het werk en de stemmingen van Marcel Proust. Maar net die gedetailleerde, bijna proustiaanse, beschrijving van het avondfeest geeft een goed beeld hoe de mensen en de stad de romancier inspireerden tot het schrijven van zijn enorme oeuvre dat tot de dag van vandaag zoveel lezers beroert. Dat wil niet zeggen dat zoveel mensen de volledige Temps perdu gelezen hebben. Alhoewel de gehele serie (ruim drieduizend bladzijden die in het Nederlands verschenen in vijftien delen) op talloze boekenplanken staat, is het volledige werk maar door een minderheid van hun eigenaars gelezen. Dat komt mede door de aparte stijl en het gebruik van lange, ingewikkelde zinnen die de lezer dwingen tot grote concentratie. Velen die er toch aan begonnen, raakten niet verder dan het eerste deel Du coté de chez Swann.

Over die eenmalige historische ontmoeting tussen de twee literaire reuzen, Joyce en Proust, valt eigenlijk weinig met zekerheid te zeggen. Volgens de meeste waarnemers kwam het zelfs niet tot een echt gesprek. Beiden beweerden geen bladzijde gelezen te hebben van de andere. Joyce zou al dronken geweest zijn en Proust, die de gewoonte had om alleen ’s avonds en ’s nachts te leven, negeerde de Ierse schrijver compleet. Joyce voelde zich tussen al die notabelen, edellieden en andere snobistische en decadente rijken heel wat minder op zijn gemak dan de exentrieke Proust die de omgang tussen al die pluimstrijkers in de hoge sociale kringen nauwlettend bestudeerde en hun gedragingen verwerkte in zijn grote roman. Marcel Proust was in meer dan één opzicht een bizarre man. Hij was van jongsaf aan een astmalijder, maar tegelijk ook een ware hypochonder. Hij aanbad zijn moeder, verdedigde het judaïsme waardoor hij in het kamp van de Dreyfussards verzeilde, voelde zich aangetrokken door de beide seksen, had homoseksuele contacten, alhoewel hij weigerde daarvoor uit te komen (nochtans werd hij op een dag betrapt in een bordeel voor mannelijke protituees waarin hij zelf geïnvesteerd had), en streefde naar publieke erkenning en waardering.

Richard Davenport-Hines geeft in zijn boek een kleurrijke beschrijving van Marcel Proust. Hij verhaalt hoe de schrijver in Hotel Ritz werd opgemerkt toen hij zijn asperges at met witte handschoenen aan en hoe hij zijn mond afveegde met een servet waarvan de weefselstructuur hem deed denken aan een vakantie aan de Normandische kust. Na de dood van zijn ouders trok hij zich terug uitn het mondaine leven en begon hij te schrijven aan zijn grote roman waarin hij vertelt over een jongeman, Marcel, die geïnitieerd wordt in de wereld van de liefde, de aristocratie en de kunst. Het lijkt allemeel onschuldig, maar gaandeweg beschrijft hij de jaloezie, manipulatie en perversie die bestaan in de decadente Franse society van het fin-de-siècle, een wereld vol hypocrisie, immoraliteit en onverschilligheid. De delen Du coté de chez Swann en A l’ombre des jeunes filles et fleurs werden door het publiek nog onthaald als opwindende, maar desondanks relatief onschuldige verhalen. Tot in Le coté de Guermantes en vooral Sodome et Gomorrhe de figuur van Baron de Charlus centraal kwam te staan in de romanreeks. Het is in die figuur dat Proust zichzelf afbeeldt en bekritiseert. De homoseksuele aristocraat Baron de Charlus houdt de schijn op van verfijning, grandeur en galanterie maar daalt tegelijk af tot in de krochten van de decadentie, de vulgariteit en het sadomasochisme.

Alhoewel Proust al in 1919 de Prix Goncourt won, benoemd werd tot Chevalier de la Légion d’Honneur en zo een nationale beroemdheid werd, bleef Proust op zijn hoede voor het openbaar maken van zijn homoseksueel gedrag. Hierbij dacht hij aan het lot van Oscar Wilde die in Engeland tot twee jaar gevangenschap werd veroordeeld wegens sodomie, een waarschuwing dat men een prijs moet betalen als men een bepaalde grens overschrijdt. Dat het thema van de homoseksualiteit gevoelig lag bleek ook uit diverse recensies. Charlus werd afgeschilderd als ‘een afschuwelijk monster’ en een journalist stelde zelfs: ‘Schrijvers hebben het recht niet om thema’s te kiezen die de meerderheid van de mensen zonder meer doen walgen.’ Tegelijk veroorzaakte zijn Sodome et Gomorrhe sensatie. Er werd geroddeld, anekdotes verzonnen en vrouwen lazen hele fragmenten voor aan hun vrienden via de telefoon. In elk geval slaagde Proust erin om de verdrovenheid, hebzucht en hypocrisie die toen in de hoogste sociale kringen bestond, bloot te leggen. Dienstmeisjes verleiden en maîtresses uit lagere klassen onderhouden, tot daar aan toe, maar een homoseksuele relatie met doodgewone mannen, bedienden en leerjongens zag men als een vorm van klasseverraad. Proust beschreef in feite het einde van een tijdperk, een maatschappij in moreel verval, een wereld waarin pronkzucht, ijdelheid en huichelarij prominent aanwezig waren. Hij beschreef als het ware de morele dubbelzinnigheid van de ‘elite’.

Richard Davenport-Hines beschouwt A la recherche du temps perdu als de laatste grote negentiende-eeuwse roman en tegelijk als een van de belangrijkste werken van de twintigste eeuw. Proust was zowel een conservatief, vooral in zijn manier van omgang met anderen, als een revolutionair wat zijn stijl en onderwerpen betrof. Naarmate hij verder werkte aan zijn Temps perdu was hij steeds meer bewust van de tijd. In januari 1922 besefte hij dat hij stervende was en begon als een razende te schrijven aan de laatste delen (die trouwens pas verschenen na zijn dood). Buiten enkele uitstappen in het nachtleven bleef hij voortdurend werken, rechtop in zijn bed gezeten in zijn met kurk beklede kamer. De enigen aan wie hij zijn kostbaarste bezit, tijd, ter beschikking stelde, was het echtpaar Schiff. De auteur geeft een weinig flaterend beeld van deze rijke kunstamateurs die zich bijna letterlijk opdrongen aan hun geadoreerde schrijver. Blijkbaar hoopten ze om via hun ‘vriendschap’ met hem vereeuwigd te worden als personages in hun favoriete roman, maar dat is hen niet gelukt. Uiteindelijk stierf Proust aan zijn astma. Volgens romantici zou hij het woord ‘fin’geschreven hebben op de laatste pagina van het laatste deel van Le temps retrouvé en daarna gestorven zijn. Dat klopt niet, maar het is een feit dat hij tot het einde bezig was met het redigeren van zijn laatste teksten.

Zijn dood sloeg in als een bom. Tal van vrienden, kennissen en gewone Parijzenaars volgden hem op zijn laatste tocht naar het kerkhof Père Lachaise (waar ook Oscar Wilde begraven ligt) en namen zo afscheid van een van de grootste romanciers uit de geschiedenis. Proust blijft echter actueel. Met zijn onvoorstelbaar inzicht in het menselijk gedrag, zijn onvergelijkbare schrijfstijl en zijn scherpe pen, zou hij ook vandaag de smalle kantjes van onze ‘elite’ genadeloos aan de kaak stellen. Het boek van Davenport is als een smakelijk aperitiefhapje dat smaakt naar meer. En nu als de bliksem naar de boekhandel of bibliotheek A la recherche du temps perdu.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Richard Davenport-Hines, Een avond in Hotel Majestic, De Bezige Bij, 2006

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be