Donau. Biografie van een rivier

boek

Claudio Magris

De Donau is met zijn 2.860 kilometer niet alleen de langste rivier van de Europese Unie, het is ook de meest besproken in de geschiedenis van het oude continent. Ze stroomt door niet minder dan tien verschillende landen en vloeit langs historisch belangrijke steden als Ulm, Regensburg, Wenen, Bratislava, Boedapest en Belgrado. Steden in van landen volkeren die in de loop van de geschiedenis elkaars heerschappij betwisten door strijd en geweld. De Donau is de enige grote rivier die door Europa stroomt van west naar oost, waardoor ze mee een kosmopolitisch karakter kreeg. Ze vormt de verbinding tussen het christelijke Avondland en het wat mystieke islamitische Oosten, de scheidingslijn tussen de noordelijke Germanen en de zuidelijke Romanen, de bron van letteren en muziek, de reden voor strijd en bezetting. De Donau wordt in de Duitse volksmond de Schwarzer Fluss of de Zwarte Rivier genoemd omdat ze ontspringt in het Duitse Zwarte Woud en uitmondt in de Zwarte Zee. Niemand die aan de oevers van de rivier staat denkt evenwel aan zwart. De Weense componist Johann Strauss jr. had het over An der schönen blauen Donau, maar in de loop van de twintigste eeuw kleurde de rivier vooral rood, rood van het vergoten bloed.

Over de rivier verhaalde de Romeinse dichter Ovidius. Maar de meest markante beschrijving is die van de Italiaanse cultuurfilosoof Claudio Magris in zijn absolute meesterwerk Donau. Het is een odyssee langs het kloppend hart van Mitteleuropa. Het voert de lezer langs landschappen en steden waar een grote verscheidenheid aan volkeren en culturen hun sporen hebben achtergelaten. De auteur schreef dit boek in 1986, enkele jaren voor de val van de Berlijnse Muur, en dat zal de hedendaagse lezer opvallen. Op cruciale ogenblikken voel je een zekere afstandelijkheid tegenover het regime, maar tegelijk geeft zijn verslag een goed beeld van de beleving, soms berusting, van de lokale bevolking over de machthebbers. Heel opvallend is de voortdurende verwijzing door de auteur naar de invloeden van de Duitse beschaving op de landen en volkeren langs de Donau, terwijl andere auteurs, zoals Piet De Moor in zijn boek Schemerland, het eerder hebben over het verlies van de joodse cultuur in deze contreien. Waarschijnlijk hebben ze beide gelijk en zorgde de opstoot van eng nationalisme in het begin van de twintigste eeuw voor een radicale aanval op elke vorm van kosmopolitisme waardoor zowel Duitse als joodse waarden opzij werden geschoven.

Volgens Claudio Magris is de Donau de rivier ‘waar verschillende volkeren elkaar langs de oevers ontmoeten en zich vermengen’. Daarmee plaatst hij de Donau symbolisch tegenover de Rijn die bezongen werd als de behoeder van de zuiverheid van de (Germaanse) stam. ‘Terwijl de Rijn volledig over het grondgebied van de Germaanse stam stroomt, behoort de Donau aan geen enkel volk toe. Zij is net zo Duits als Slavisch, net zo Hongaars als Roemeens en net zo Romaans als joods’, aldus de auteur. Het is net die verstrengeling, die mozaïek van culturen, religies en volkeren die in het gebied naast en door elkaar bestonden, die Magris zo charmeerde. Hij kon toen niet vermoeden hoe enkele jaren later de waanzin van het etnisch nationalisme opnieuw zou toeslaan na het uiteenvallen van Joegoslavië, het meest bloedige conflict in het Europa van na de Tweede Wereldoorlog.

Het boek van Magris is magistraal door zijn literaire en historische uitwijdingen die getuigen van een grote eruditie en veel inlevingsvermogen. ‘De Donau is een Oostenrijkse rivier, en Oostenrijks is ook het wantrouwen tegen de geschiedenis’, schrijft hij. In feite gaat het om een Germaans wantrouwen tegenover de vooruitgang en de techniek. Heidegger staat hier model voor. Hij groeide op dichtbij de Donau en beschouwde de technologische vooruitgang als een noodlot. Zijn denken zat diep geworteld bij de boeren die vasthielden aan hun eeuwenoude tradities. Maar ook stedelingen stonden wantrouwig tegenover verandering. De auteur beschrijft de stad Ulm die eeuwenlang genoot van privileges tegenover het keizerlijk gezag. Ook in die ‘stedelijke geest’ zaten provincialisme en kleinburgerlijkheid ingebakken. Magris heeft het over de Duitse Innerlichkeit die ethiek en politiek van elkaar scheidde, en die talloze mensen in gewetensnood bracht tegenover het nazisme. Hun onvermogen om dit te bundelen heeft ertoe geleid dat ook deze stad compleet volgzaam werd en uiteindelijk vernietigd door geallieerde bommen. En toch waren er lichtpunten: Hans en Sophie Scholl, leden van Die Weisse Rose, de enige verzetsgroep deze naam waardig, waren afkomstig uit Ulm. Zij bekochten hun ‘innerlijk’ verzet met de dood. Voor de auteur was de Duitse opvoeding tot respect en trouw de barrière om georganiseerd verzet te plegen. De moedige verzetsdaden van Hans en Sophie Sholl nuanceren die stelling.

Magris staat stil bij Günzburg, de geboorteplaats van Jozef Mengele, één van de grootste misdadigers van het nazi-regime die na de oorlog vier jaar lang ongestoord kon onderduiken in het plaatselijke klooster. Hij gaat het verder via Regenburg, het voormalige centrum van het Heilige Roomse Rijk, langs Passau, het Venetië van Beieren als centrum van clericale autoriteit en barokke pracht, en zo naar Linz, de hoofdstad van Opper-Oostenrijk waar Hitler opgroeide. Naast deze bolwerken van traditionalisme en streng geloof plaatst Magris het nabij gelegen concentratiekamp van Mauthausen als de blinde vlek die de inwoners niet wilden zien. Hij bestijgt er de fameuze Trap des Doods vanuit de steengroeve waar vele duizenden Haftlinge in vreselijke omstandigheden vermoord werden. ‘Op deze trap van Mauthausen voel je aan den lijve hoe overbodig de individu is, hoe hij kan worden uitgeroeid, en kan verdwijnen’, schrijft de auteur. Regelmatig verwijst hij tijdens zijn reis doorheen deze regio naar het Nibelungenlied, een verhaal over christelijke ridders in een goddeloze wereld gedomineerd door macht en eer, dat pas grote bekendheid kreeg door Richard Wagner. Het epos over de onvoorwaardelijke loyaliteit aan het hogere werd gretig opgepikt door de nazi’s en staat veraf van het kantiaanse wereldbeeld dat gebaseerd was op de autonomie van de mens. Blinde volgzaamheid als tegenpool voor ‘Sapere aude’.

Dan volgt Wenen, de stad die in 1683 weerstond aan de Turkse belegering. Hier maakte Magris een kanttekening bij een mogelijke aansluiting van Turkije bij Europa. Al jaren voor Geert Maks reis doorheen Europa bezoekt hij het legermuseum waar het uniform van Franz Ferdinand prijkt, met daarop de dodelijke bloedvlekken die zouden leiden tot de Eerste Wereldoorlog, die achteraf gezien zo’n impact had op het verdere verloop van de twintigste eeuw: de miljoenen doden in de loopgraven, de Russische revolutie, de opkomst van het fascisme, de Tweede Wereldoorlog en later de Koude Oorlog. In die zin is Wenen net zo bepalend geweest voor de vorige eeuw als Berlijn. Magris verwijst daarbij naar het bureel van Eichmann, de man die symbool staat voor de Endlösung en kantoor hield in de hoodstad van Oostenrijk die in 1938 met groot enthousiasme de Anschluss goedkeurde. Die gebeurtenis leren we op school. Minder gekend is dat bijna 2.000 Weners tegen de annexatie stemden, en dat in datzelfde jaar 1.358 mensen zelfmoord pleegden. Opnieuw een teken dat er verzet was, althans minimaal verzet, want in 1934 had de fascistische leider Dolfuss met geweld een opstand van arbeiders neergeslagen. De geschiedenis is niet eenduidig.

Ook in Hongarije raasde het nationalisme ‘met haar obsessie betreffende etnische zuiverheid’. Zo komt Magris aan in Boedapest, voor hem de mooiste stad aan de Donau. Hij verwijst naar Gÿorgy Konrad die met het begrip Mitteleuropa zijn hoop uitsprak op een verenigd Europa uitsprak dat autonoom zou zijn tegenover de twee machtsblokken, de Russen en Amerikanen. Ook hier kon de auteur niet vermoeden dat bijna twintig jaar later die hoop werkelijkheid werd met de uitbreiding van de Europese Unie naar het Oosten. Natuurlijk komt hier de opstand van 1956 tegen de Sovjetonderdrukking aan bod, maar opvallend weinig over de gruwelijkheden onder het fascisme. Wie vandaag langs de oevers van de Donau in Boedapest loopt, treft een indrukwekkend monument aan ter nagedachtenis van de slachtoffers van de fascistische Hongaarse Pijlkruisers. Tientallen paren in brons gegoten schoenen die symbool staan voor de talloze joden die hier werden afgemaakt in de laatste periode van de oorlog. Tegelijk werden van hieruit ruim 400.000 joden afgevoerd naar het vernietigingskamp van Auschwitz. ‘Geen enkel volk, geen enkele cultuur is – zoals geen enkele individu – vrij van historische schuld’, aldus Magris waarmee hij wel bijzonder ver gaat. Want wat was de schuld van de klasgenootjes van Konrad die tot as werden herleid? Dan hadden de joden in Roemenië en Bulgarije, ondanks het aanwezige antisemitisme meer geluk. Daar liet men ze niet deporteren buiten hun landsgrenzen.

Magris is zich bewust van de vervaging van het verleden. Toch blijven voldoende sporen van de voorbije tijd aanwezig, zowel in de steden als in de geesten van de mensen. Gebeiteld in een collectief geheugen, doorgegeven via rituelen en uitgebeeld in monumenten. Zo voert hij de lezers langs steden en bekende namen naar het einde van de Donau maar die is niet eenvoudig aan te geven (zelfs met Google Earth blijft dat moeilijk). De machtige rivier bloedt als het ware dood in een brede delta vol zijtakken. Het is alsof de maalstroom van al die grootste en treurige gebeurtenissen die zoveel mensenlevens hebben beïnvloed, oplost in de nevelen van de geschiedenis. Dat betekent niet dat de auteur alles relativeert, noch dat hij gelooft in een absolute utopie. In een interview met Ralf Bodelier maakt hij deze visie duidelijk. ‘Het utopisch denken maakt het leven zinvol. Utopie betekent immers dat je er geen vrede mee hebt dat de wereld onvolmaakt is. Zonder relativering loopt zo’n utopie echter uit op barbarij. Zie de communistische en fascistische experimenten. Ook het volstrekte relativisme is niet aanlokkelijk. Dat vervalt al snel in cynisme. In een fatalisme dat elke verbetering uitsluit. Het lijken tegenstrijdige houdingen, maar utopie en relativering hebben elkaar nodig, zoals de hemelbestormende Don Quichote ook niet kan zonder de relativerende Sancho Panza.’


Recensie door Dirk Verhofstadt

Claudio Magris, Donau. Biografie van een rivier, De Bezige Bij, Vierde druk, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be