Made in China

boek vrijdag 27 april 2007

Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte

China is momenteel zo in de mode, dat het aanbod aan boeken de vraag overtreft en ook het vermogen van de recensent om ze nog allemaal volwaardig aan bod te laten komen. In de meeste van die boeken heeft men het over de ongelooflijk snelle economische groei, de bouw van huizen, snelwegen, steden, luchthavens, de milieuvervuiling, het leeglopende platteland, de explosieve groei van de steden (400 met meer dan één miljoen inwoners), vissersdorpen zoals Shenzhen die op 25 jaar evolueren van 30.000 naar 6 miljoen inwoners, traditionele dorpen en structuren die platgewalst worden voor nieuwe appartementen, 150 miljoen ontwortelde boeren die als illegale immigranten in de stad een mentale sprong moeten maken van de Middeleeuwen naar de hedendaagse tijd, de zoektocht naar grondstoffen (ondermeer in Afrika), de welvaartskloof tussen het ‘nuttige’ China, namelijk de kustgebieden en het arme westen. China investeert in stijgende lijn in Azië, Latijns-Amerika en Afrika, maar bijna niet in België, dat voor hen blijkbaar te weinig bekend is vergeleken met de buurlanden Nederland, Duitsland en Frankrijk en dat te ingewikkelde structuren heeft.

Made in China is een verzameling van interviews, afgenomen door Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte, bij zevenendertig Chinezen uit alle mogelijke beroepen, bij één Nederlandse en zeven Vlaamse ondernemers in China. Ng Sauw Tjhoi is van Chinees-Indonesische origine, Hakka (een minderheidsgroep in China), maar woont al sinds 1959 in België en is journalist bij de VRT. Hij werd Vlaming in het Schaarbeek van Nols. In het Chinees heet hij Wu Shaocai. Marc Vandepitte is filosoof en econoom. In het algemeen zetten zij zich af tegen het verouderd beeld van het China van de Culturele Revolutie, verspreid door Jung Chang en anderen, namelijk het beeld van lage lonen, armoede en onderdrukking. Zij beklemtonen dat de huidige leiding veel minder repressief is en meer vormen van kunst en film toelaat. Het huidige China is er één van succesvolle armoedebestrijding, honderden miljoenen die welvarender geworden zijn, zelfs de armsten hebben het beter dan ten tijde van Mao en er zijn nu 300.000 euromiljonairs. De regering doet al iets, maar nog te weinig om de kloof tussen rijk en arm te verkleinen door herverdelende belastingen. De meerderheid leeft nog sober, maar niet meer echt arm. Extreme armoede bestaat enkel nog in het uiterste westen: daar leeft men nog van één dollar per persoon per dag.

Door de massale interne migratie, de aanleg van autosnelwegen en de verhuis van bedrijven naar het westen is ook die toestand aan het keren. En die interne migranten sturen jaarlijks 160 miljard dollar naar hun familie. In Beijing zijn ze met drie miljoen. Sinds 2005 hebben ze een eigen organisatie die voor hun belangen wil opkomen en worden ze ook massaal opgenomen in de vakbond. Sommigen werken 13 uur per dag voor 60 euro per maand.

Er zijn nog andere verschillen binnen China. In Shanghai heeft de vrouw ongeveer evenveel te zeggen als de man, in Beijing overheerst de man nog. Bij Lenovo PC’s (in Hongkong) staat al een vrouw aan het hoofd; zij beweert nooit last te hebben van discriminatie. Ze heeft wel een drukke baan als manager, echtgenote, moeder en ook nog eens dochter. In de steden krioelt het al van de auto’s, in de dorpen is de fiets nog alom tegenwoordig. Tot 1980 was een fiets een teken van luxe, nu is dat de auto. Er zijn 400 miljoen gsm-gebruikers en er komen er elk jaar 60 miljoen bij. Te veel mensen zijn uitsluitend bezig met geld verdienen en met kopen. Stress en meer scheidingen horen bij de gevolgen.

In het nieuwe systeem zorgt de commune of werkeenheid of ‘danwei’ niet meer voor alles. Uit die ijzeren rijstkom kreeg iedereen zijn woning of ziekteverzekering; nu heeft nog maar 10 procent een ziekteverzekering, namelijk diegenen voor wie het bedrijf mee betaalt. En verder heeft elke geïnterviewde zijn eigen verhaal, afhankelijk van zijn beroep, welvaart of interesse. Een boer vertelt dat hij tevreden moet zijn met één derde hectare grond. De groenten en appels die hij daar teelt, gaan naar de steden. Een bediende vertelt dat ze in de jaren ’80 nog geen privé-toilet hadden, met twee tot vijf families in één huis woonden en naar publieke toiletten en badkamers moesten. Nu zitten ze op het niveau van Oekraïne, Algerije en Jordanië, landen met een laag middeninkomen. In de voorbije dertig jaar trokken 700.000 studenten naar buitenlandse universiteiten, 530.000 of 76 procent kwam niet terug. Dat aantal vermindert nu omdat de kansen in China groter worden.

Blijkbaar is de officiële doctrine nog altijd dat zowel Mao als de Culturele Revolutie voor 70 procent goed waren en voor dertig procent slecht. Ik vermoed dat deze cijfers nog wel eens zullen veranderen, zeker voor de rampzalige Culturele Revolutie. Managers van Chinese bedrijven worden graag lid van de Chinese Communistische Partij, die zeventig miljoen leden telt. Ze treden toe en betalen 60 yuan of 6 euro lidgeld, zogezegd omdat de partij veel doet voor het volk, in feite ook omdat ze dan vlotter carrière maken. Voor buitenlandse bedrijven geldt dit niet. En dat zijn er tienduizenden: in Shenzhen alleen al 30.000, waarvan vijf Belgische. Een aidspatiënt vertelt hoe hij besmet bloed toegediend kreeg. Zo zijn ze reeds met 650.000 in China, een grote groep, maar toch het laagste percentage in Azië. Op het platteland wordt dan heel de familie als melaats beschouwd en gemeden, in de stad is de tolerantie groter.

Naast de staatsmedia zijn er private mediagroepen. Die mogen steeds meer, voor zover ze het bestaansrecht van de Chinese Communistische Partij niet betwisten. Dat geldt ook voor de vele filmmakers. Ze produceren bijna één film per dag en het zouden er meer zijn als de censuurcommissie sneller zou werken. Er is geen censuurwet, er zijn dus geen objectieve criteria: de commissie beslist op basis van pure willekeur. Seks, geweld en politiek zijn redenen om een film of internetsite te verbieden. Een film over de Culturele Revolutie of over Tibet kan dus (nog) niet. Kritiek op de kloof tussen rijk en arm mag wel. Kunst moest vroeger in dienst staan van de propaganda en strijdende arbeiders en boeren voorstellen; nu is de artiest veel vrijer, hij mag uitwisselen met het buitenland en commerciële producten maken. Er zijn 100 miljoen boeddhisten, 25 miljoen christenen, 20 miljoen moslims, 1 miljoen Falun Gong-aanhangers. Ze moeten zorgen dat ze zich niet met politiek inlaten.

De Vlamingen die aan het woord komen, hebben veel lof voor China. In het nawoord geven Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte een heldere samenvatting van de interviews. En in de voetnoten zetten ze enorm veel feitelijke en statistische informatie. Achteraan volgen nog een nuttige verklarende woordenlijst met begrippen en eigennamen en een thematisch register. Twintig pagina’s bronvermeldingen getuigen van de zorgvuldigheid waarmee de auteurs te werk zijn gegaan. Hun stijl is vlot en fris.

De titel van het boek dekt verschillende ladingen: de imponerende economische prestaties, het feit dat Tjhoi een Chinees is, dat het boek grotendeels in China geschreven is, dat Chinese gesprekspartners uit bijna alle bevolkingsgroepen eraan meegewerkt hebben. De ondertitel Meningen van daar beklemtoont dat nog eens en wijst erop dat het anders is dan de meeste China-boeken. De gesprekspartners die geen geboren en getogen Chinezen zijn, zijn mensen die al lang daar zitten of er heel regelmatig komen en het land van binnenuit kennen. Maar het is ruimer, het is een bijna alomvattend portret, een mozaïek van een maatschappij die sinds 1978 in snel tempo verandert en die fundamenteel verschilt van het beeld dat velen nog hebben van het voorbije China.

In de lessen politieke vorming leren de Chinezen nog altijd dat de Culturele Revolutie een ‘noodzakelijke fase was in de ontwikkeling van China’. Het was, na de complete ramp van de Grote Sprong Voorwaarts (en op een moment dat de grote concurrenten Japan, Taiwan en Zuid-Korea echte sprongen voorwaarts maakten) een in hun ogen noodzakelijke poging om te genezen van de ultralinkse en overdreven voluntaristische opstelling onder en door Mao. Die duiding is voor ons allesbehalve duidelijk en de auteurs laten doorheen heel het boek goed aanvoelen dat ze die periode, waar geen draaiboek voor was, als negatief ervaren vanwege de vele menselijke, sociale, politieke en economische wonden die ze geslagen heeft.

Thema’s die ik miste: de Afrika-politiek van China; een getuige uit Taiwan, Xinjiang en Tibet; een topsporter om te vertellen over de voorbereiding op de Olympische Spelen van 2008. Maar die kunnen bij een volgende gelegenheid nog aan bod komen.


Recensie door Jef Abbeel

Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte, Made in China. Meningen van daar, EPO, 2006, 295 blz., ISBN 90 6445 407 8

Links
Mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be