De 20ste eeuw was ongetwijfeld de meest gewelddadige uit de geschiedenis. Denk aan de twee wereldoorlogen, de atoombommen, de koude oorlog, de moordpartijen in de Sovjet-Unie en China, de dekolonisatie, de slachtpartijen in Cambodja, Rwanda en de Balkan. Tegelijk werden nog nooit zoveel uitvindingen gedaan, van de ontwikkeling van het vliegwezen en het autoverkeer, over de evolutie van de ruimtevaart, tot het gebruik van televisie en het internet. Het lijkt dan ook onmogelijk die eeuw samen te vatten op 250 pagina’s. De historicus Eric Hobsbaum had er alleen al 800 pagina’s (met klein gedrukte woorden) nodig om zijn beruchte werk Een eeuw van uitersten te schrijven over de periode van 1914 tot 1989. Toch is Een korte geschiedenis van de 20ste eeuw van de Amerikaanse historicus John Luckas een geslaagd boek omdat hij zich niet laat leiden door de gangbare visies op de historische kerngebeurtenissen, maar wijst op zaken die minder bekend maar even belangrijk waren.

Luckas, die in de Tweede Wereldoorlog zijn geboorteland Hongarije moest ontvluchten wegens de Duitse bezetting, besteed uiteraard veel aandacht aan het communisme en het fascisme dat zo’n impact had op de eerste helft van de eeuw. Maar in tegenstelling tot andere geschiedschrijvers wijst hij vooral op hun overeenkomsten en minder op hun tegenstellingen. Zo wijst hij op het nationalisme als de belangrijkste oorzaak van de gewelddadigheid van de vorige eeuw. Dat was natuurlijk het geval tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar kwam vooral opzetten na de ondergang van de drie grootmachten: het tsaristische Rusland, het Ottomaanse Rijk en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie. Het werd ook gevoed door het idee van het zelfbeschikkingsrecht van elk volk, ‘een van Woodrow Wilsons rampzalige doctrines,’ aldus Luckas. Het werd in de loop van de 20ste eeuw steeds meer als argument gebruikt door volkeren die zich door hun taal of cultuur verenigd voelden en de ander wilden uitsluiten.

Veel historici wijzen op de opkomst van Hitler als gevolg van het verdrag van Versailles dat na de Groote Oorlog torenhoge herstelbetalingen had opgelegd aan Duitsland. Maar Luckas wijst op de oorlog tussen Turkije en Griekenland, waarbij talloze Grieken uit Azië werden weggejaagd vanuit nationalistische reflexen. Het betekende dat de vredesverdagen ‘elk moment met geweld teniet konden worden gedaan’. En dat zou de daaropvolgende decennia ook gebeuren. De roep om volkseigen en taalzuivere landen te vormen conform de doctrine van het recht op zelfbeschikking van elk volk, van Wilson, zou leiden tot veel gewelddadige conflicten. De geest van het nationalisme vergiftigde de rede en de burgers liepen achter hun leiders. Zelfs in de Sovjet-Unie verdween het internationalisme en maakte plaats voor een Russisch nationalisme en patriotisme dat Stalin tijdens de Tweede Wereldoorlog handig gebruikte om zijn bevolking radicaal tegen het nazisme te keren. Hitler deed hetzelfde. Als hij dan toch een verschil tussen ‘extreem rechts’ en ‘extreem links’ maakt, dan is dat volgens Luckas ‘dat de eerste stroming door haat wordt gedreven en de tweede door angst’.

De grootste slachtoffers van al dat nationalisme waren echter de joden. Eerst naar het oosten verdreven uit het tsaristische Rusland, later gediscrimineerd, vervolgd en vermoord tijdens het Derde Rijk, maar ook niet langer welkom in andere landen. Daarvan is de Conferentie van Evian, die door Luckas niet wordt vermeld, misschien wel het meest sprekende voorbeeld. Toen de joden tijdens de Kristalnacht van 9 november 1938 op een vreselijke manier werden geterroriseerd, mishandeld en zowat 25.000 onder hen een dag later werden afgevoerd naar concentratiekampen, probeerden de andere landen een oplossing voor hen te vinden. Het werd een complete mislukking. Zowat alle landen maakten hun immigratiewetten zelfs nog strenger zodat de joden geen enkele kant meer op konden en in de macht bleven van Hitler. ‘Bijna driekwart eeuw na zijn dood is er in veel landen een niet te verwaarlozen minderheid van mensen die nog altijd aanhangers zijn van het nationaal socialisme, inclusief het antisemitisme, en die de naam van Hitler om politieke redenen niet noemen, maar niet omdat ze hem niet bewonderen,’ schrijft Luckas.

Ook na de overwinning van de geallieerden bleef Europa in de greep van het nationalisch getinte ressentiment. Miljoenen Duitsers werden verdreven uit Polen, Tsjecho-Slowakije en andere landen. Gelukkig namen enkele moedige en visionaire politici en intellectuelen het voortouw in de opbouw van een Europees project dat zou uitmonden in de Europese Unie. Al vindt Luckas het jammer dat het een louter economisch en geen politiek project was. ‘veertig, vijftig jaar na 1948 was er geen Europese regering en geen Europees leger. Veertig, vijftig jaar na 1948 was het enthousiasme voor Europese eenwording, en zeker voor zoiets als een Europese identiteit, weggeëbd,’ aldus Luckas. Hij schreef zijn boek in 2013, en wist dus nog niet hoe rampzalig de Europese verkiezingen van 2014 waren, waarbij tal van Eurosceptische, religieus geïnspireerde, nationalistische en populistische partijen ons opnieuw naar de eenvormige en taalzuivere natiestaat willen duwen van voor 1948.

‘Populisme en nationalisme zijn de allerergste (maar helaas krachtige) bestanddelen binnen de democratie. Of ze de democratie uiteindelijk de das om zullen doen, kan ik niet voorspellen,’ zo besluit Luckas. Ik zou er nog ‘orthodoxe religies’ aan toevoegen. Wie de actualiteit volgt weet dat die drie elementen, nationalisme, populisme en religie een gevaarlijke cocktail vormen voor de vrede. Kijk naar de gebeurtenissen in Oekraïne met een Russische leider die volop inspeelt op ‘taal’ en ‘volk’, kijk naar de oorlog tussen Israël en de Palestijnen met langs beide zijde extremisten die geen andere oplossing willen dan de vernietiging van de ander. Kijk naar IS in Irak en Syrië waar men in naam van Allah op grote schaal misdaden tegen de menselijkheid pleegt. En het sluimert in nog tal van andere delen van de wereld zoals in Nigeria, Oeganda, Soedan, Somalië, Kashmir. Het sluimert zelfs in het hart van de Europese beschaving met partijen als het Front Nationale, het Vlaams Blok, de NVA, de Ware Finnen, Gouden Dageraad, de Lega Nord en andere die menen dat het nationalisme de oplossing is, in een wereld die steeds verder mondialiseert. 2014 lijkt wel op het vervloekte jaar 1914.


Recensie door Dirk Verhofstadt

John Luckas, Een korte geschiedenis van de 20ste eeuw, Prometheus- Bert Bakker, 2014

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be