Verzet tegen Napoleon

boek

Lotte Jensen

De invloed van de omgeving op onze identiteit – en vooral de vorming of evolutie daarvan – krijgt vandaag de dag uit verschillende hoeken heel wat aandacht. Denken we maar aan hedendaagse bestsellers van Verhaeghe (Identiteit) en De Wachter (Borderline Times) waarin vooral de (negatieve) invloed van de hedendaagse maatschappij, gedomineerd door economische drijfveren, op onze identiteit wordt onderzocht. Ook vanuit politieke hoek draait menige communautaire discussie rond het begrip ‘identiteit’, meer concreet omtrent de nationale identiteit. Een identiteit die op haar beurt een eigen natiestaat verdient. Graag wordt de Vlaamse identiteit benadrukt die alle in Vlaanderen wonende mensen zouden ‘moeten’ bezitten en waardoor een Vlaamse onafhankelijkheid niet meer dan logisch en zeer wenselijk zou zijn.

Maar wat zijn nu de factoren die een identiteit bepalen? Waarom voelen we ons Vlaming, Belg, Europeaan of, jawel, wereldburger (een identiteit die zo ruim is dat je uiteindelijk nergens specifiek gebonden bent)? Welke specifieke elementen (het verleden, culinaire, huidige bestuursvormen, sociale,…?) bepalen welke nationale identiteit wij aannemen? Het is een vraag waar menig onderzoek naar gevoerd is en waar uiteraard geen volledig sluitend antwoord op te vinden is. Potentieel onderdeel van onze nationale identiteit is zeker het bestaan van een (al dan niet imaginaire) vijand. Voorbeelden zijn er helaas te veel om op te noemen. Denken we maar aan de humanitaire tragedies in Soedan, Joegoslavië, Rwanda,… Vandaag wijzen veel analisten op de strategie van Noord-Korea: een externe vijand om de eigen macht te bestendigen, de aandacht van binnenlandse problemen af te wenden en het vormen van een nationale identiteit (wij tegen de rest).

Jensen heeft met haar boek Verzet tegen Napoleon in kaart gebracht hoe nationalistische gevoelens en de daarbij horende mentaliteit zich hebben gemanifesteerd ten tijde van de Franse bezetting in Nederland. In 1806 benoemde Napoleon Bonaparte zijn broer Lodewijk tot koning van Holland. Deze periode werd echter gekenmerkt door respect voor de eigenheid van de Hollanders. Onpopulaire maatregelen stootten op protest, zoals weeskinderen die verplicht in het Franse leger moesten dienen. Protest eerder tegen Frankrijk dan tegen de persoon van Lodewijk, die vele pogingen deed geliefd te zijn en zijn onderdanen nog heel wat vrijheden gaf. Daar kwam echter verandering in wanneer in 1810 Holland bij het keizerrijk Frankrijk werd ingelijfd. Het wederzijdse respect en de relatieve gemoedelijkheid verdween.

Jensen brengt in haar werk de culturele onrust in beeld, alsook de macht en verantwoordelijkheid die cultuur heeft. Een eerste en overkoepelend kenmerk is de taal. Dit is een belangrijk kenmerk bij het vormen van een nationale identiteit. Grote en kleine dichters en (toneel)schrijvers gaan het belang en vooral de superioriteit van de Nederlandse taal benadrukken. Enkel Homeros zouden de Nederlandse dichters moeten laten voorgaan op het literaire wereldtoneel. Ook in Vlaanderen merken wij vandaag gevoeligheden wanneer het om taal gaat: al dan niet bediend worden in het Nederlands in Brussel tot kiesbrieven of officiële documenten op gemeentelijk niveau (omzendbrief Peeters).

Het Vaderland bestaat, wat lot ons zij beschoren! Nog heft het zijn gelaat, en zonder blos, omhoog. Zoo lang zijn schoone spraak voor ’t oor niet gaat verloren; Zoo lang wij nog haar’ klank en volle taalkracht hooren; Zoo lang blinkt Holland aan der volkren Hemelboog! (Kinker, 1820)

Verder worden de mogelijkheden van taal uitvoerig geïllustreerd. Verhuld wordt er kritiek gegeven op de Franse inlijving, vaak met risico voor eigen leven vanwege de strenge censuur die gold. De teksten bulken van kritiek op Frankrijk enerzijds en van lofzang op de eigen mentaliteit en eigenschappen van de heldhaftige Nederlanders anderzijds. Binnen het culturele verzet bediende men zich van verschillende soorten beeldspraak. De metafoor zien we veel verschijnen: daar staan de Nederlanders vaak voor sterke leeuwen of stevige eiken, terwijl de Fransen als adelaar of haan worden versleten.

Dan rijst eerlang onze glorie, Eerlang zingen wij victorie, Dan zien wij den Franschen Haan, Druipend naar zijn nest toegaan. (Volkslied op de tegenwoordige tijdsomstandigheden (1813)

Ook allegorieën komen geregeld voor. Zo staat een hoogoplopende ruzie tussen twee boeren in Leiden die mekaar met ‘het schuim op de mond neerbeuken’ symbool voor Frankrijk en Rusland. Auteur Johannes Immerzeel kwam met dit gedicht in de problemen. De bewust uiterst zwakke verdediging van de auteur zet de juistheid van de Parijse interpretatie des te meer in de verf. Ook de analogie was een veel voorkomende beeldspraak. Zo kan kritiek op de Romeinse onderdrukking probleemloos als een veroordeling van de eigentijdse Franse heerszucht gelezen worden. De bevrijding van Petrus uit de gevangenis van Herodes en de dood van deze vorst, kenmerkt verder het gebruik van Bijbelse analogieën. Zo werden heroïsche overwinningen gebruikt om het einde van Napoleon te voorspellen. Niet in het minst de Tachtigjarige Oorlog, toen de Republiek ongeëvenaarde successen tegen de Spanjaarden boekte, was een veelgebruikte historische analogie.

Tot slot verdient het nog opgemerkt te worden dat ook de Verlichting aanwezig was binnen het culturele verzet. Vooral de hoop op betere tijden, waar de Rede het zou halen, werd sterk benadrukt.

Nu treedt de Rede toe, vol goddelijke waarde, Gelijk een rozenkorf een’ vloed van geuren strooit, Wanneer de jonge Lente in ’t bloemgewaad zich tooit, Zoo spreidt de Rede alom haar onverdoofbre stralen: Een nieuwe veerkracht doet ze in ’t stervend harte dalen; Ze omgordt de ziel met moed; zij voert ons op haar baan, En ’t Wereldburgerschap biedt zij het menschdom aan. (Helmers, 1809 – 1810)

Het boek van Jensen is logisch opgebouwd en brengt stap per stap de verschillende vormen van culturele opstand ter sprake. De vele voorbeelden maken de theorie voor de lezer heel tastbaar. Dit werk is ook interessant omdat de link met de hedendaagse realiteit niet ver te zoeken is. Hiermee heeft Jensen een stevige bijdrage geleverd aan het debat en de theorievorming over het vormen en evolueren van (nationale) identiteiten. Dit is de grote kracht van het boek. Door de bespreking van de culturele revolte in Nederland ten tijde van de Franse inlijving, wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het hedendaagse identiteitsdebat. De invalshoek, even los van het economische, is een welgekomen benadering. Het toont hoe cultuur en taal een significante invloed kan hebben op onze identiteit. Het toont ook hoe op die manier een volk gemobiliseerd kan worden tegen een externe vijand, ten goede of ten kwade.


Recensie door Kristof Van Alboom

Lotte Jensen, Verzet tegen Napoleon, Vantilt, 2013

Links
mailto:kristofvanalboom@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be