Het lot van de familie Meijer

boek vrijdag 11 april 2008

Charles Lewinsky

Na het sjmadden (*) komt het berouw.

Het komt niet gauw voor dat je een dergelijk meesterwerk in de schoot gestopt krijgt, om te lezen bij de centrale verwarming, bij de lichtjes van het Chanoukafeest. Want dit boek- een pittig vertelde familiekroniek, met spetterende humor, dat zich uitstrekt over vier generaties, van stamvader Salomon en oermoeder Golde Meijer tot Désirée Pomeranz, over Ruben, Lea en Rachel Kamionker, tot bij Irma en Moses Pollack, vormt een strak gecomponeerd polyfonisch meesterwerk. Het is een moment van treurige en blije “ rites de passage”van telkens weer een andere tak van de familie Meijer,waarbij er eentje- François - zelfs in slaagt de j, van jood, uit zijn naam te schrappen. Na het smadelijke sjmadden (*) komt hij vlug tot inkeer. Hij die de j, schrapte, leert snel van de hem omringende Zwitsers, dat een gedoopte jood, een jood blijft, en dat Joden het lot van die j, overal moeten meetorsen.

Charles Lewinsky (1946) gebruikt voor zijn grandioze kroniek het stramien van de minutieus chronologische vertelling die steeds weer terugkeert in de Jiddische verhalen. Met enkele rake pennenstreken schildert Lewinsky vele genuanceerde, levensechte karakters van de joodse families, generaties lang, hij schrijft pittige dialogen. De auteur blijkt niet alleen te beschikken over een fijnbesnaard gevoel voor vertelritme. Hij doorspekt zijn kronieken ook met twinkelende humor, aangepast aan elke afzonderlijke situatie. Hij vervalt niet in vals sentimentalisme of tranerige melodramatiek. Het blijft een eerder vrolijke Jiddische vertelling, met op de achtergrond de tikkende tijdsklok van oom Melnitz, de ware stem van het tragische bewustzijn van de Hebreeuwse geschiedenis. Dit is enkel een stille achtergrondmuziek die de eigenlijke compositie van deze joodse levenszang nooit ontsiert, met harde paukenslag of luid tinkelende cimbalen. Het blijft een passende en wassende, weemoedige,doffe achtergrondstem, die waarschuwt, die steeds weer waarschuwt bij té immens geluk, of het al te grote verdriet weet te nuanceren door het trage menuet van de stil gezongen weeklacht van het joodse noodlot.

Oom Melnitz en het tragische bewustzijn van de geschiedenis.

Er zit veel ouderwetse schoonheid in de aldus vertelde familiesage. Personages die hun eigenschappen en wijsheden overdragen op de kinderen, die op hun beurt weer veel overdragen op hun nazaat etc. Alleen op zichzelf staande individuen die desondanks zoveel gemeen hebben, naar elkaar toetrekken, elkaar afstoten, ruzies bijleggen en op elkaar vertrouwen als de buitenwereld steeds weer opnieuw zijn afschuwelijke antisemitische grijns te voorschijn tovert. En het smoelwerk van Europa naar de joden toe was echt een stuk lelijker dan dat van Medusa. Lewinsky’s 650 bladzijden tellende kroniek symboliseert de geschiedenis van een volk waarvoor uit alle macht is geprobeerd om het tot de laatste ziel uit te roeien, in een niet aflatende Sjoawervelstorm.

Lewinsky’s magnum opus is een wondermooie literaire prestatie van formaat om datgene wat zovele mensen wilden vergeten, te doen herleven. Er zijn zes miljoen mensen die niets meer kunnen, willen of durven vertellen over hun oma, hun opa, hun ouders, hun zusjes, broertjes, neven en nichten, hun vrienden en dierbaren, met hun grote en kleine dingetjes. En de kroniek van de Meijers is dan nog maar het verhaal van één familie.

De afschuwelijke grimas van het antisemitisme

Natuurlijk is dit een fictief verhaal vol humor, kommer en kwel. Maar het is zo veelzeggend en tot de verbeelding sprekend in al zijn eenvoud, dat dit het verhaal kan zijn van miljoenen joodse families. Families met liefdes, gekissebis, huwelijken, kinderen en tradities. Het verhaal is doorspekt met kwistig veel Jiddische woorden en rituelen (netjes uitgelegd in de verklarende woordenlijst op het einde van het boek), rituelen die in Europa voortdurend op onbegrip stuiten van het monster dat antisemitisme heet en dat met dreunende laarzen dag in dag uit, zijn dreigende aanwezigheid kenbaar maakte en maakt, al hielden en houden de joden hun tradities binnenshuis. En naarmate de jaren verstrijken en het jaartal in het boek steeds verder opschuift naar de 20ste eeuw, met de afschuwelijke jaren dertig en de inktzwarte jaren veertig, de zwartste bladzijden uit de menselijke geschiedenis, terwijl de personages zo in je hart gaan zitten, komt het onafwendbare steeds dichterbij en zijn er zes miljoen mensen van vlees en bloed, die vertegenwoordigd worden door de Meijers. De daadwerkelijke horror van wat de nazi’s aanrichtten, speelt zich gelukkig af op de achtergrond van het verhaal.

Bescheidenheid siert de mens.

De aanloop ertoe, het virulente antisemitisme, is echter dagelijkse realiteit voor de Meijers. Al vanaf Salomon Meijer, de pater familias, die veehandelaar is en uit ervaring weet hoe hij zijn beroep moet uitoefenen om de ‘jullie jodenvolk’ – opmerkingen te voorkomen. Voorzichtigheid is geboden, bescheidenheid, inschikkelijkheid, op de tellen passen. Val niet op, wees op je hoede,… Een jood moet zich in de schaduwen van de samenleving bewegen of er zwaait wat. Het leidde er zelfs toe dat kleinzoon François zich, zonder succes overigens, liet omdopen, omdat hij als jood zijn warenhuis anders niet kon uitbreiden.

Het is zo schrijnend als Salomons schoonzoon en François ‘vader,Janki, zichzelf na een lang leven van keihard werken een heerlijke vakantie gunt met zijn vrouw. Janki geniet met volle teugen van zijn vrije en vrolijke verlof. Als oorlogsveteraan drinkt hij er regelmatig met andere oorlogsveteranen op los. Dagenlang is het één en al kameraadschappelijkheid tot ze, toevallig, merken dat hij jood is. De cameraderie is in één klap voorbij. De Meijers krijgen het voortdurend voor de kiezen, dus hun levens spelen zich van de weeromstuit voornamelijk in eigen kring af.

Veerkracht.

In eigen kring wordt het meest beleefd. Lewinsky’s familiesage is derhalve geenzins een roman over slachtofferschap. Het is ook geen roman waarin een deugdelijke verklaring van het antisemitisme te vinden is. De familie Meijer doet wat zij doet, leeft haar levens. Ze passen zich zo goed mogelijk aan de omstandigheden aan. Flexibel, veerkrachtig, zonder morren, al wordt het hen vaak erg moeilijk gemaakt. Het is aan eenieder om te trachten de redenen voor het antisemitisme te doorgronden. Niemand ziet in dat het antisemitisme een fout woord is voor jodenhaat, waarvoor het volstaat dat je jood bent, om tot ter dood vervolgd, gediaboliseerd, vernederd en ontmenselijkt te worden. Er is geen reden, alleen ‘jood-zijn’ is al lang voldoende, opdat je leven tot een hel wordt gemaakt. Niemand beseft ook dat het de flexibiliteit en veerkracht van het joodse volk was waardoor de Europeanen zich tot de waanzin van WO II lieten drijven. Het socialisme in Europa is een stelsel van collectieve participatie en een grote bemoeienis vanuit de overheid, wat zijn weerslag heeft op de bevolking die op haar beurt individueel dat controlesysteem beoefent. Daar is op zich niks mis mee, maar men merkt gauw dat dit gemakkelijk kan ontaarden. Het antisemitisme is ‘le socialisme des imbéciles’ (August Bebel) en wordt alras een ongeneeslijke psychose die onvermijdelijk leidt tot wandaden en moordpartijen.

Het de joden moeilijk maken was een van de perfide pogingen om hen, het meest vreedzame volkje op aarde, te controleren tot het bitterste detail. De Meijers reageren steeds flexibel, op deze benauwende manie. Hierbij blijven ze vindingrijk, speels en met humor reageren, precies om geen problemen te veroorzaken. Plus hard labeur om een belangrijke bijdrage te leveren aan de samenleving, ondanks de woekerende beperkingen die hen werden opgelegd. Het zou echter waanzin zijn om bij de joden naar een verklaring te zoeken dat de geschiedenis die inktzwarte wending heeft gekregen- Oom Melnitz, die zijn naam, tragisch genoeg van de hopman van de kozakken Chmielniki (1643) heeft gekregen, blijft er als een Engel der Verderfs aan herinneren – het zijn simpelweg veel Europeanen die zich, zonder enige aanleiding,als schoften hebben gedragen. Als misdadige, onvergeeflijke schoften. ‘Als hij gestorven was, kwam hij weer terug’, schrijft Lewinsky op pagina 11, ‘altijd als hij gestorven was, kwam hij weer terug’ noteert de schrijver opnieuw bij de magistrale finale van dit meeslepend polyfonisch muzikaal en familiaal gedicht, op pagina 651. Noch G’d, noch de geschiedenis zijn dood. ‘Lechajim’, riep hij ‘op het leven’, en ik voeg er aan toe: in al zijn pracht.


Recensie door Yves Van de Steen



(*) gedoopt worden (van een jood)

Charles Lewinsky, Het lot van de familie Meijer, Utrecht,Uitgeverij Signatuur, 2007, 667 pp, ISBN 978 90 56 72 260 9, (prachtig) uit het Duits vertaald door Elly Schippers, met een verklarende woordenlijst op p. 661- 667.

Links
http://wraakvandedodo.blogspot.com/2007/12/charles-lewinsky-het-lot-van-de-familie.html
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be