De vijfde revolutie

boek vrijdag 29 oktober 2010

Lone Frank

Na duizend jaar geestelijke stilstand tijdens de Middeleeuwen, een gevolg van religieus dogmatisme in het christelijke Avondland, slaagde de mens er langzaam maar zeker in om de wetten van de natuur te doorgronden. Opeenvolgende ontdekkingen zorgden voor enorme kantelingen in het wereldbeeld van de mens. Copernicus zorgde in de 16de eeuw voor een eerste schok met zijn ontdekking dat de aarde niet het middelpunt van het universum was waarmee hij (en vooral Galilei) in botsing kwam met de kerk. De tweede schok kwam er in de 19de eeuw met de evolutietheorie van Charles Darwin die daarmee een beslissende dreun gaf aan het scheppingsverhaal van de geopenbaarde godsdiensten. De derde schok volgde in het begin van de 20ste eeuw met Sigmund Freud die duidelijk maakte dat de menselijke geest kon bestudeerd worden. De vierde schok kwam er zowat 50 jaar geleden met de ontdekking door James Watson en Francis Crick van de DNA-helix en de structuur van de erfelijkheid, die de start betekende van tal van mogelijkheden van genetische modificatie. De toepassingen, experimenten en discussies over die laatste revolutionaire ontwikkeling is nog volop aan de gang, en er is reeds een nieuwe schok op komst, namelijk die van de neurologie, zeg maar de biologie van de menselijke geest. Over die nieuwe schok schreef de Deense neurobiologe en wetenschapsjournaliste Lone Frank het ophefmakende boek De vijfde revolutie.

Neurologie is een medische specialiteit die zich bezighoudt met de diagnostiek en de behandeling van ziekten van de hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen. Het heeft al enkele positieve resultaten geboekt in de behandeling van ziektes zoals Parkinson, epilepsie, zware depressies, spierdystrofie en bepaalde hersentumoren. Aan de hand van gesprekken en interviews met hersenwetenschappers die actief zijn in de belangrijkste onderzoekscentra in de wereld, toont Frank dat dit nog maar het prille begin is. We staan aan de vooravond van een heuse revolutie die ons leven kan en zal veranderen. Want door hersenonderzoek krijgen we steeds meer inzicht in de werking van ons brein en komen we stilaan maar zeker te weten waarom we doen wat we doen. Terwijl we er vroeger van overtuigd waren dat mensen zonder enig aanwijsbare reden bepaalde handelingen stellen, waaruit velen al snel de conclusie trokken dat er iets bovennatuurlijks bestaat, begrijpt men tegenwoordig steeds beter wat de echte oorzaken zijn. Deze bevindingen botsen net zoals de vorige revoluties opnieuw met religieuze denkbeelden. Frank spreekt van een frontale botsing ‘tussen twee fundamenteel verschillende manieren om de wereld te verklaren’, enerzijds de religieuze benadering en anderzijds de natuurwetenschappelijke, die zo tegenstrijdig zijn dat ze ‘niet gewoon vredig naast elkaar (kunnen) bestaan, maar onvermijdelijk met elkaar in botsing (komen)’.

Een van de boeiendste aspecten van de neurologie houdt verband met de moraal. Cruciaal is de vraag of er zoiets bestaat als een ‘moreel orgaan’ of ‘een reeks fundamentele regels die aangeboren en identiek zijn voor alle leden van de soort homo sapiens’ en die we vanaf de geboorte meekrijgen. Volgens de bioloog Marc Hauser en neurowetenschapper Joshua Greene klopt dit. Neurowetenschappelijke bevindingen leveren volgens hen het bewijs voor de diepe verankering van moraal in het menselijk lichaam. Hiermee gaan ze lijnrecht in tegen de mythe dat we zonder religie of iets anders bovennatuurlijks volkomen amoreel zouden zijn. Maar ook moraalfilosofen hebben het moeilijk met de gedachte dat de oorzaak van goed en kwaad in de hersenen zou te vinden zijn. Nochtans is vastgesteld dat mensen die weinig of geen gevoelens kennen, en derhalve onverschilliger voor de uitkomst van hun handelen, vaak beschadigingen vertonen in de ventromediale prefontale cortex van de hersenschors. Eenvoudiger gezegd, onderzoekers kunnen steeds meer menselijke eigenschappen verklaren aan de hand van fysiologische details en hersenprocessen. Dit lijkt theoretisch, maar de implicaties ervan zijn enorm. Als men weet welke onderdelen van de hersenen aanzetten tot kwaad gedrag dan zou het mogelijk kunnen worden om dat fysiek te verhelpen. Dat is ook het doel van Greene, hij doet aan hersenonderzoek ‘als maatschappijverbeterend instituut’.

Volgens Frank zal het in de toekomst ook mogelijk worden om via de neurologie ons geluk te bevorderen, of beter gezegd het gevoel gelukkiger te zijn. Dat is niet helemaal nieuw natuurlijk want er bestaan tal van antidepressiva die mensen helpen om hun gevoelens van futloosheid en somberheid te overwinnen. Een echt gevoel van geluk brengen ze niet, maar, zo schrijft de auteur, ‘als geluk in wezen chemisch is, kan het duidelijk ook chemisch gemanipuleerd worden’. Zo kwam psychiater Richard Davidson tot de bevinding dat ‘de primaire locaties waar geluk of tevredenheid zetelen gebieden zijn in de linker prefontale cortex’. Het lijkt wel sciencefiction maar ook ‘vooroordelen’ en ‘politieke correctheid’ zouden in de hersenen hun plaats hebben, respectievelijk in de amygdala en in de frontale cortex. Al die elementen wijzen erop dat naast louter rationele sturingen ook emotionele sturingen in ons brein bestaan zoals ‘trots, respect, bewondering, vrijgevigheid, verachting, schaamte en schuld’. Of deze diverse gevoelens effectief kunnen gestimuleerd of uitgeschakeld worden is alsnog onduidelijk, maar de auteur is ervan overtuigd dat de neurologie een steeds belangrijkere rol zal spelen in onze samenleving. Frank beseft dat de groeiende impact van de biologie in de maatschappij negatieve connotaties oproept (denk aan de rassentheorie van de nazi’s), maar gewoon de ogen sluiten heeft geen zin. Het komt er volgens haar op aan om dat we de mogelijkheden en resultaten kritisch volgen en beoordelen.

Ook in de economie spelen onze hersenen een belangrijke rol. Gevoelens zoals eerlijkheid en rechtvaardigheid worden gestuurd vanuit de hersenen waarbij beslissingen het resultaat zijn van een combinatie van rationaliteit en emotie, al is de rol van emotie volgens de auteur belangrijker. Ze verwijst hiervoor naar het ‘ultimatumspel’ waarbij twee spelers een bepaald geldbedrag mogen verdelen. De eerste (verdelende) speler doet een voorstel, en de tweede (ontvangende) speler mag daarop reageren met ja of nee. Als de tweede speler ja zegt, vindt de verdeling plaats zoals voorgesteld. Zegt de tweede speler nee, dan krijgen beide spelers niets. Louter rationeel zou de tweede speler elk bedrag, hoe klein ook, aanvaarden want beter ‘iets’ dan ‘niets’. Maar uit onderzoek blijkt dat het rechtvaardigheidgevoel ervoor zorgt dat de tweede speler méér zal willen, en desnoods liever heeft dat beide spelers niets krijgen dan dat hij een onredelijk klein deel krijgt. En de eerste speler weet dat ook en zal doorgaans een ‘redelijke’ verdeling voorstellen. Volgens de auteur vormen autisten daar een uitzondering op, juist omdat ze geen begrip voor de gevoelens van anderen hebben. De plaats in de hersenen waar het rechtvaardigheidsgevoel werkt, ligt in de anterieure insula van de hersenschors.

De neurologie blijkt ook een plaats te verwerven in de marketing. Tot nu toe bleef dit het terrein van psychologen en sociologen (denk aan de testgroepen die een bepaald product moeten beoordelen alvorens het op de markt komt), maar sinds enkele jaren spelen ook neurologen een steeds grotere rol. Frank haalt het voorbeeld aan van het blind proeven van Pepsi en Coca-Cola waar Pepsi steeds al beste uitkomt, maar van zodra de proefpersonen weten welk merk ze te drinken krijgen wint Coca-Cola. Ook hier zijn het de hersenen die de identificatie met een product blijkbaar belangrijker maakt dan de directe ervaring ermee. Via hersenonderzoek kan men ook nagaan welke reclamespots de empathie prikkelen en welke gevoelens van angst en zelfs walging opwekken. Bedrijven zoals Neorosense en ShopConsult die werken met hersenscans krijgen dan ook steeds meer werk ten nadele van het klassieke systeem met testgroepen. Het lijkt allemaal heel boeiend, interessant en kostenbesparend, want zo kan men maximaal vermijden dat bedrijven producten op de markt gooien die zullen floppen. Maar de auteur wijst ook op een mogelijke keerzijde, namelijk het gebruik of misbruik van dergelijke vorm van neuromarketing voor politieke doeleinden.

Nog spectaculairder is de mogelijke impact van de neurologie om bedrog te ontmaskeren. Er wordt momenteel al veelvuldig gebruik gemaakt van polygrafen of leugendetectors die fysiologische parameters registreren zoals de bloeddruk, hartritme en zweten, maar helemaal sluitend zijn deze toestellen niet. Intussen ontdekte men evenwel dat liegen leidt tot een verhoogde hersenactiviteit in de hele prefrontale cortex zodat men met veel grotere zekerheid leugen en waarheid van elkaar kan onderscheiden via MRI-leugendetectie (een MRI-scan maakt gebruik van de magnetische straling van het hersenweefsel). De belangstelling hiervoor is in de VS enorm toegenomen na de terreuraanslagen van 9/11. Het nagaan of iemand liegt of niet is een gigantische markt – zo worden jaarlijks een half miljoen testen uitgevoerd voor het aanwerven van veiligheidsagenten in de VS en kent men daar jaarlijks 30 miljoen burgerlijke en criminele rechtszaken. Verschillende bedrijven zijn dan ook hard bezig met de ontwikkeling van hersenscan-systemen die tot een zekerheidsgraad van 95 procent uitsluitsel kunnen geven over waarheid of bedrog. Dit levert dus geen absolute zekerheid op, zoals DNA-onderzoek dat wel doet, maar volgens gesprekspartners van Frank zou onder meer het rechtssysteem MRI uiteindelijk wel toestaan.

In haar slot wijst Frank op het feit dat de neurologie in enkele decennia enorme stappen heeft gezet. Het inzicht in de werking van de hersenen zal leiden tot betere behandelingen van ziektes als alzheimer, schizofrenie en depressie. En zoals de gentechnologie ons in staat stelt om te sleutelen aan levende organismen, zo staan we met de neurorevolutie volgens de auteur voor een ware ‘bevrijding’. Ze beseft dat de neurorevolutie, net zoals de gentechnologie, heel wat afkeer zal opwekken. ‘Alleen al het feit dat de mogelijkheden om je eigen leven te beïnvloeden toenemen, zal voor velen gelijk opgaan met een even grote frustratie: wat moet je kiezen’, zo schrijft Frank. Uiteindelijk zal de mens zelf steeds weer de keuze moeten maken tussen de metafysische (of religieuze) benadering en de natuurwetenschappelijke benadering. Maar wie dit boek leest beseft onmiddellijk dat we de ontwikkeling van de hersenwetenschap niet kunnen tegenhouden. Wel moeten we ze in de juiste richting houden want je voelt als lezer bij elk thema welke misbruiken er kunnen gebeuren. Er zal nood zijn aan een neuro-ethiek en veel maatschappelijke dicscussie. Moraalfilosofen hoeven dus niets te vrezen: de vragen over goed en kwaad, en hoe we moeten leven zullen blijven bestaan.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Lone Frank, De vijfde revolutie, Mavin Publishing, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be