Liquidatie

boek vrijdag 01 december 2006

Imre Kertész

Blij was Imre Kertész wel toen hij eind 2002 de Nobelprijs in ontvangst mocht nemen, maar alle publiciteit eromheen, de reizen, de interviews, hielden de schrijver eigenlijk alleen maar van zijn werk. Hij was in die periode bezig de laatste hand te leggen aan Liquidatie, waarmee hij zijn reeks Auschwitz-romans zou afsluiten. Liquidatie is duidelijk meer dan het toevoegen van nog een ‘verhaal’ aan de trilogie Onbepaald door het lot, Het fiasco en Kaddisj voor een niet geboren kind. Het brengt een nieuwe structuur aan in zijn roman-oeuvre, dat hiermee de definitieve vorm krijgt van een repetitio ad infinitum van het absurde, het onmogelijke, dat desondanks bestaat – zoals Maurits Escher op zijn tekeningen het bestaan van het onmogelijke met de meetkundige logica van het perspectief zo overtuigend bewijst.

Liquidatie speelt zowel binnen zijn eigen structuur als met betrekking tot het hele oeuvre dit Escher-spel. We lezen over de zoektocht van Keserű, redacteur bij een literaire uitgeverij, naar het manuscript van een roman van zijn vriend B. die hij als een genie beschouwt. Ooit is Keserű door B. gered – hij heeft hem van zelfmoord weerhouden – en sindsdien spiegelt hij zich aan de cultauteur en bemint hij diens vrouw. Keserű is grotendeels de verteller van het verhaal, of het verhaal wordt vanuit zijn perspectief verteld. Toch ligt het voor de hand om B. als hoofdpersoon te beschouwen, want hij is degene die alle personages aan elkaar bindt – alleen hij is dood. B. heeft uiteindelijk zelf suďcide gepleegd. B. is geen initiaal. Het is de letter die, gevolgd door een reeks cijfers, in zijn dijbeen is getatoeëerd en die als schrijversnaam (net als K. Zetnik) het wezen van deze bijzondere man bondig weergeeft. Hij is namelijk in Auschwitz geboren – het kan niet, maar het is een feit.

Liquidatie kent verschillende tijd- en realiteitvlakken: Keserű herleest in 1999 een toneelstuk, geschreven door B., waarin staat hoe B.’s vrienden op zijn dood reageren. Uit Keserűs terugblik op het jaar 1990 bijkt dat de voorspelling juist is: iedereen in het stuk gedroeg zich precies zoals B. het vóór zijn zelfmoord had bedacht. Sára, B.’s minnares ontdekte het lichaam en vond een nietszeggende afscheidsbrief. Ze belde Keserű en stelde hem daardoor in staat vóór de komst van de politie B.’s manuscripten in veiligheid te stellen. Keserű nam alles mee, maar naar zijn gevoel ontbrak er iets. Hij ging op zoek naar de roman die de voltooiing van het oeuvre van B. moest zijn en waarvan hij het bestaan afleidde van de rest van zijn schrijverschap, zoals astronomen het bestaan van zwarte gaten afleiden aan de beweging van omringende sterren.

Het bewuste toneelstuk waarin dit allemaal wordt voorspeld, zat wel bij de nalatenschap. De wijze waarop B. zich van het leven heeft beroofd, leidt Keserű naar B.’s ex-vrouw Judit. Als arts kon ze B. voorzien van morfine en injectienaalden. Keserű vermoedt dat Judit de bewuste roman in haar bezit heeft. Aanvankelijk ontkent ze met wat dan ook te maken te hebben, maar stap voor stap geeft ze toe. Judit had B. inderdaad naalden en morfine gegeven, regelmatig zelfs, omdat B. verslaafd was. B. heeft zijn dodelijke dosis van zijn rantsoen bij elkaar gespaard. Judit heeft ook een pakket manuscripten en een afscheidsbrief van B. gekregen, waarin hij haar opdraagt zijn roman te vernietigen. Door de inhoud van het pakket te verbranden bezweert zij de geest van Auschwitz.

Liquidatie heeft een ingewikkelde structuur – Keserű is een toneelstuk aan het lezen, hij is aan het vertellen, hij leest dat hij iets vertelt, hij citeert dialogen, enzovoort, een techniek bekend uit Het fiasco. Het spel wordt tot het uiterste doorgevoerd: op pagina 26 wordt een aanhalingsteken geopend dat pas op bladzijde 144 wordt gesloten. Laten we niet vergeten dat Keserű redacteur van beroep is, en dat redacteuren de invloed van leestekens op de betekenis van een tekst tot in de puntjes kennen. Hebben we misschien toch de gezochte roman in handen? Die aanhalingstekens impliceren dat alle verhalen in het verhaal, ook die van Judit en een alleswetende verteller, wellicht door B. zijn geschreven.

Desondanks is Liquidatie Kertész’ meest toegankelijke roman. Het leest als een detectiveverhaal, vol raadsels en spanningen, gevat in sprankelende dialogen, met veel fijnzinnige ironie, snijdende spot en vette galgenhumor. Het is hier en daar sentimenteel en het slotscčne is ronduit melodramatisch – maar daar gaat het niet om. Kertész’ romans verwijzen met haast elke zin naar elkaar: Het fiasco, evenals Kaddisj voor een niet geboren kind, verwijst naar Onbepaald door het lot, de deportatie van het jongetje Gyuri Köves naar Auschwitz. De hoofdpersoon van Het fiasco is dezelfde Köves, een in de strijd tegen de communistische censuur verbitterde schrijver van één enkele, maar wel noodzakelijke roman over zijn concentratiekampervaringen als jongen. Kaddisj voor een niet geboren kind is een lange monoloog van een zekere B., zijn resolute antwoord ‘nee’ op de onschuldige vraag of hij kinderen heeft.

Talloze verwijzingen naar Onbepaald door het lot maken het aannemelijk dat B. eigenlijk dezelfde persoon is als Köves. B. in Liquidatie is echter pas in december 1944 geboren. Toch is Kaddisj voor een niet geboren kind al het relaas van B.’s huwelijk met Judit – bepaalde scčnes worden bijna letterlijk herhaald in Liquidatie. Het reproduceren van het leven, dat voor B. in Kaddisj voor een niet geboren kind onaanvaardbaar was door zijn absurditeit, is voor Judit in Liquidatie de enige mogelijkheid. Als antwoord op het verleden wil ze leven, van het leven genieten en het leven doorgeven. Ze is hertrouwd en heeft twee kinderen. Met zijn zelfmoord en tegelijk de opdracht om zijn roman na lezen te vernietigen, steunt B. Judit uiteindelijk in haar keus.

Liquidatie is een sleutelwoord. Het betekent in de eerste plaats zowel de opheffing van de literaire activiteiten van de uitgeverij waar Keserű werkt, als het opheffen van het communisme. Dat het eerste een direct gevolg van het tweede is, is logisch en komt door de marktwerking: de uitgeverij lijdt verlies. Maar liquidatie is ook het uitwissen van de herinneringen, de ‘opheffing van Auschwitz’ – een contradictio in terminis. De zelfmoord van B., volgens de roman in het jaar van de verschijning van Kaddisj voor een niet geboren kind in het leven buiten de roman (zie hier alweer een spel ŕ la Escher), is niet minder onwaarschijnlijk dan zijn geboorte: zichzelf een dodelijke dosis morfine in de spieren injecteren en daarna nog precies lang genoeg lucide te blijven om een coherente afscheidsbrief op te stellen is medisch gezien vrijwel onmogelijk. Ik beschouw B. en zijn zelfmoord als een allegorie – B. kan immers helemaal niet bestaan – die zichzelf opheft om de ultieme vrijheid te scheppen.

De Hongaarse uitgever heeft Liquidatie als blijk van waardering in Caslon letters gezet: het lettertype dat Benjamin Franklin bij de eerste druk van de Onafhankelijkheidsverklaring gebruikte. Imre Kertész heeft zijn oeuvre voltooid.


Recensie door Györgyi Dandoy



Deze tekst verscheen oorspronkelijk in NRC handelsblad

Imre Kertész, Liquidatie, uit het Hongaars vertaald door Mari Alföldy, De Bezige Bij, 2004, 152 pagina’s, € 17,50

Links
Mailto:egbert@liberales.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be