De Verenigde Staten van BelgiŽ

boek vrijdag 23 maart 2012

Stefan Sottiaux

BelgiŽ werd in 1830 voor de tweede keer onafhankelijk. BelgiŽ was al eens in 1790 gedurende 11 maanden autonoom. De toenmalige Oostenrijkse Nederlanden waren in opstand gekomen tegen de kerkelijke, gerechtelijke en bestuurlijke hervormingen die keizer Jozef II oplegde. Nadat de Oostenrijkse troepen verdreven waren, riepen de Verenigde Nederlandse Staten op 11 januari 1790 hun zelfstandigheid uit. In het Frans luidde hun benaming Les Etats belgiques unis, waardoor in het Nederlands ook wordt gespreken van de Verenigde Staten van BelgiŽ. De nieuwe staat viel al gauw ten prooi aan een burgeroorlog tussen progressieven en conservatieven, tussen hervormers die zich door de Verlichting lieten inspireren en behoudende krachten die niets liever wilden dan het voortbestaan van het Ancien Rťgime. Uiteindelijk wonnen de Staatisten, de behoudsgezinden, het pleit. Maar mede door het feit dat ze door de burgeroorlog zwaar verzwakt waren, waren ze geen partij meer voor de Oostenrijkers die eind 1790 opnieuw de plak kwamen zwaaien in de zuidelijke Nederlanden. Enkele jaren later zouden de Oostenrijkers door de Fransen definitief worden verjaagd.

Over deze Verenigde Staten van BelgiŽ gaat het boek van Sottiaux niet. De ondertitel, Reflecties over de toekomst van het grondwettelijk recht in de gelaagde rechtsorde, doet al meteen iets anders vermoeden. Het boek is in feite een uitgewerkte versie van de inaugurale rede die Sottiaux begin dit jaar uitsprak, toen hij aangesteld werd als docent grondwettelijke recht aan de K.U. Leuven. In veler ogen is grondwettelijk recht misschien een saaie materie. Sottiaux slaagt er echter in om er iets boeiends van te maken. Hij doet dit onder meer door inzichten uit de filosofie en de politieke en sociale wetenschappen in zijn betoog te verwerken. Zo wordt bijvoorbeeld John Stuart Mill aangehaald. De grondstelling van Sottiaux is de volgende: de Europese Unie en BelgiŽ zijn in hetzelfde bedje ziek. Ze worden allebei gekenmerkt door een democratisch tekort. Het belangrijke democratische beginsel dat de meeste beslissingen bij gewone meerderheid kunnen worden genomen geldt er immers niet. Voor de Europese Unie brengt dit met zich dat niet zomaar nieuwe bevoegdheden naar het Europese niveau kunnen worden overgeheveld. Voor BelgiŽ betekent dit dat nog meer bevoegdheden naar de deelgebieden zouden moeten gaan.

Wat de Europese Unie betreft, bond het Duitse Grondwettelijk Hof, het Bundersverfassungsgericht, de kat de bel aan via een arrest van 30 juni 2009. Toen moest het Hof zich uitspreken over de grondwettigheid van het Verdrag van Lissabon. Het Bundesverfassungsgericht maakte in zijn arrest duidelijk dat het democratische gehalte van de Europese Unie op dit ogenblik veel te laag ligt. Kleinere lidstaten worden te veel bevoordeeld in vergelijking met de grotere lidstaten. Zo berekende het Hof dat een Duits lid van het Europees Parlement 857.000 burgers vertegenwoordigt. Een Maltees lid van het Europees Parlement vertegenwoordigt slechts 45.000 burgers. De stem van iedere burger binnen de EU weegt dus niet overal gelijk. Bovendien is er geen sprake van een regering die over een meerderheid in het parlement moet beschikken en die na verkiezingen door de oppositie kan worden vervangen. Burgers kunnen niet via verkiezingen het Europese beleid afkeuren en Europese beleidsmakers de laan uitsturen.

Zolang het democratische gehalte van de Europese Unie niet wordt opgekrikt, kunnen bevoegdheden die dicht bij de burger staan of die een fundamentele impact op hem hebben niet worden getransfereerd naar Europa, zo vervolgt het Duitse Grondwettelijke Hof. Zo zou de Europese Unie zich niet mogen uitspreken over de beperkingen die aan fundamentele rechten kunnen worden aangebracht zoals de vrijheidsberoving in het strafrecht, de betekenis van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en de verhouding tussen kerk en staat. Ze zou evenmin een grote vinger in de pap mogen hebben qua belastingen.

Hoe moet men hieruit geraken? Sommigen menen dat het parlementaire model voor Europa niet werkzaam of onhaalbaar is. Europa zou integendeel moeten inzetten op nieuwe vormen van democratie. Er is bijvoorbeeld de Ďparticipatieveí of Ďdeliberatieveí democratie: door argumenten over en weer over een bepaalde kwestie uit te wisselen zou men tot een consensus kunnen geraken. Sottiaux lijkt hier niet echt in te geloven. Er zijn nu eenmaal materies die meerderheid tegen minderheid moeten worden beslecht. Niet alle topics lenen zich voor een consensusbenadering. Zeker in materies waar zeer tegenstrijdige belangen of waarden in het gedrang zijn kan het lang wachten zijn op een consensus. Dan heeft de meerderheidsregel het grote voordeel dat op een ogenblik de knoop toch wordt doorgehakt. De Ďparticipatieveí of Ďdeliberatieveí democratie kan dan ook hoogstens een aanvulling zijn op de parlementaire of representatieve democratie.

Daarenboven lijkt het basisprobleem van de Europese Unie eerder te zijn dat er niet zoiets bestaat als een Europese publieke opinie, een Europese demos. Burgers willen zich enkel laten besturen op basis van een meerderheidsregel, wanneer er tussen deze burgers een minimum aan samenhorigheid is. De minderheid zal de wil van de meerderheid pas aanvaarden als beide tot dezelfde gemeenschap behoren. Kan nu zo een gemeenschap op het Europese niveau worden uitgebouwd, over taal- en landsgrenzen heen? John Stuart Mill had daar alvast zijn twijfels over, zoals blijkt uit het volgende citaat uit zijn Considerations of Representative Government uit 1861:ďFree institutions are next to impossible in a country made up of different nationalities. Among a people without fellow-feeling, especially if they read and speak different languages, the united public opinion, necessary to the working of representative government, cannot exist.ĒKan er evenwel toch niet een Europese publieke opinie gecreŽerd worden naast de nationale en lokale publieke opinie? Kan men die Europese publieke opinie niet een handje helpen door te werken met een grote Europese kieskring of met kieskringen die de grenzen van de lidstaten overschrijden? Is zo een scenario realistisch? Sottiaux spreekt er zich niet expliciet over uit. Hij sluit het echter zeker niet uit.

Over nu naar BelgiŽ. Ook hier is het meerderheidsprincipe voor een groot stuk buitenspel gezet. De Franstalige minderheid beschikt over een minderheidsveto via de wetten die een bijzondere meerderheid vereisen, de parlementaire alarmbelprocedure en de pariteit in de ministerraad. Daardoor moet in de praktijk voor vele beslissingen naar een consensus gezocht worden. BelgiŽ wordt dan ook een consensusdemocratie genoemd. De consensusdemocratie is eveneens een basisconcept van de Belgische grondwettelijke orde. Hoewel sommige academici om die reden BelgiŽ als een voorbeeld prijzen, is Sottiaux daar zeer kritisch over. Een consensusdemocratie staat haaks op de hedendaagse verwachtingen van de burgers. Burgers wensen meer inspraak te hebben. Dat is echter een utopie in een consensusdemocratie waar een consensus in achterkamertjes moet worden gezocht en waar van de burger vooral volgzaamheid wordt verwacht. Terecht merkt Sottiaux op dat een apathische massa moeilijk als een bewijs van een vitale democratie kan worden gezien.

De noodzaak voor een consensus staat eveneens een sterke en efficiŽnte besluitvorming in de weg. Wanneer iedereen over een veto beschikt, kan men geneigd zijn om zijn vel zeer duur te verkopen in de hoop om zo veel mogelijk zaken binnen te rijven. Of hoe vetorechten een chilling effect hebben op de politieke besluitvorming. Nochtans moet zeker in tijden van ernstige economische uitdagingen snel gehandeld kunnen worden. Is trouwens het feit dat voor beslissingen binnen de eurozone het akkoord van de 17 eurolanden vereist is, waardoor de politieke leiders na lange beraadslagingen steeds met halfslachtige compromissen afkomen die in de ogen van de financiŽle markten niet krachtdadig genoeg zijn, niet een van de belangrijkste oorzaken van de recente serieuze verslechtering van de economische situatie? Bovendien is de meerderheidsregel de beste methode om de vrijheid en de gelijkheid van iedere burger te waarborgen. Een systeem van gewone meerderheid zorgt ervoor dat een zo klein mogelijk aantal leden van een gemeenschap (een minderheid van maximaal 49,9%) onderworpen wordt aan regels die zij niet steunen. Tegelijkertijd bestuurt een zo groot mogelijk deel van de bevolking politiek gesproken zichzelf. En wat is er democratisch aan een systeem waarbij 34% van de kiezers de wil van 66% van de kiezers kan tegenhouden? Zo weegt de stem van een burger die tot de minderheid behoort even veel als de stem van 1,94 leden van de meerderheid.

Volgens Sottiaux zou BelgiŽ dan ook moeten evolueren naar een politieke besluitvorming die opnieuw veel meer op een gewone meerderheid gestoeld is. Een mogelijkheid zou kunnen zijn om op federaal niveau nieuwe structuren op te zetten die een afspiegeling zouden kunnen vormen van de meerderheid van de Belgische bevolking, niet de optelsom van de meerderheid van de Vlaamse publieke opinie en van de meerderheid van de Franstalige publieke opinie. Deze piste acht Sottiaux weinig realistisch. De evolutie binnen BelgiŽ is immers al te lang in de andere richting geŽvolueerd. Daar nu tegenin gaan lijkt niet haalbaar. Er bestaat daar ook geen animo voor. Weliswaar gaan er stemmen op om een federale kieskring op te richten, maar de voorstellen in die richting gaan niet ver genoeg. Hoe kunnen nu 15 zetels in een federale kieskring opwegen tegen de 135 of 150 zetels die via de provinciale kiesomschrijvingen te begeven zijn?

Het toekennen van bijkomende bevoegdheden aan de deelstaten is niet alleen realistischer. Ook vanuit het oogpunt van het bekampen van het democratisch tekort is deze piste in de ogen van Sottiaux een beter voorstel. Op het niveau van de deelstaten speelt immers wel het gewone spel van meerderheid en oppositie. Daar kan het democratische meerderheidsprincipe ten volle zijn gelding vinden. De bulk van de bevoegdheden binnen BelgiŽ hoort bijgevolg thuis op het niveau van de deelstaten. Ook bevoegdheden die nu tot de Ďharde kerní van de federale bevoegdheden behoren, namelijk de fiscale politiek en de sociale zekerheid, zouden naar de deelstaten moeten gaan. Fiscaliteit en sociale zekerheid gaan immers over herverdeling, een onderwerp waarover de opinies heel verdeeld kunnen zijn en waar het zoeken naar een consensus een onmogelijke opgave kan zijn. Bovendien staan fiscaliteit en sociale zekerheid dicht bij de burger en hebben ze een fundamentele impact op diens dagelijks leven. Conform de redenering van het Duitse Grondwettelijk Hof zijn dit materies waarin het meerderheidsbeginsel toepassing moet kunnen vinden.

Om de evolutie naar meer autonome deelstaten in goede banen te leiden zou BelgiŽ moeten evolueren naar een federale unie van staten. Een federale unie van staten is geen federale staat. Ze is evenmin een confederatie. Bij een federale staat ligt het zwaartepunt bij de federale staat: die bepaalt tot hoever de autonomie van de deelstaten reikt. Een grondwet legt deze autonomie vast. Bij een confederatie ligt het zwaartepunt bij de staten die samen de statenbond vormen: zij bepalen hoe ver de bevoegdheden van de federatie reiken. Die kwestie wordt in een verdrag vastgelegd. Een federale unie van staten is nu een mengvorm met zowel federale als confederale kenmerken. Ze kan worden omschreven als een federatie van staten of een gemeenschap van naties. De Verenigde Staten van BelgiŽ dus. In dergelijke constellatie kan men niet vaststellen op welk niveau, dat van de federatie of dat van de deelnemende staten, het zwaartepunt ligt. De soevereiniteit wordt door de beide niveaus gedeeld. Er is geen ultieme hiŽrarchie tussen de beide beleidsniveaus. De betrekkingen tussen de federatie en de deelnemende staten worden geregeld via een grondwettelijk verdrag, dit is een document dat door de staten tot stand wordt gebracht, maar dat de functie van een grondwet vervult.

Bestaat er nu op dit ogenblik een federale unie van staten? Jazeker, dat is de Europese Unie, argumenteert Sottiaux. De Europese Unie is geen confederatie, want daarvoor hebben de Europese instellingen al te veel macht verworven. De Europese Unie is evenmin een federale staat, want daarvoor hebben de lidstaten nog veel te veel in de pap te brokkelen. De Europese Unie is wel een federale unie van staten, een mix van federale en confederale elementen. Zo berust de Europese Unie op verdragen die door onderhandelingen tussen de lidstaten worden opgesteld. Deze verdragen zijn dan echter, mede door de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie, uitgegroeid tot een eigen grondwettelijke orde die steeds meer interfereert met de grondwettelijke orde van de lidstaten. Ging trouwens het Verdrag van Lissabon oorspronkelijk niet het Verdrag betreffende de Grondwet van de Europese Unie heten? Federalisme en confederalisme is dan ook allesbehalve een zwart-witverhaal. Federalisme en confederalisme is een genuanceerd verhaal. Op tijd en stond moet een nieuw evenwicht tussen democratie en efficiŽntie, tussen autonomie en coŲrdinatie worden gevonden. Het is nooit federalisme of confederalisme. Het is iedere keer opnieuw zoeken naar een nieuwe combinatie van federale en confederale elementen. Dat besef maakt Sottiaux overtuigend duidelijk. Stel nu immers dat binnen BelgiŽ meer bevoegdheden aan de deelstaten zouden toekomen. Dan nog zal er nood zijn aan coŲrdinatie. Problemen stoppen niet aan de grenzen. Overleg tussen de deelstaten zal nodig blijven. Tevens is het voor sommige bevoegdheden zoals de sociale zekerheid beter om binnen een zo ruim mogelijke territoriale kring toepasselijk te zijn. Over hoe meer (sterke) schouders de lasten van de sociale zekerheid kunnen worden verdeeld, des te beter de sociale zekerheid kan worden gehandhaafd. Of hoe de Ďdemocratische uitdagingí en de Ďredistributieve uitdagingí in een gespannen verhouding met elkaar kunnen staan.

Hoe dan de nieuwe balans tussen het federale niveau en de deelstaten er in de praktijk zou moeten uitzien, daarover laat Sottiaux zich niet uit. Dat was overigens niet het opzet van zijn niet al te dikke boek. Het is eerder bedoeld als een aanzet voor een verdere discussie en die rol vervult het boek met brio. In die discussie zou dan wel zeker de vraag aan bod moeten komen of er toch niet zoiets als een Belgische publieke opinie, een Belgische demos bestaat naast de Vlaamse en de Franstalige publieke opinie of terug kan worden opgebouwd. Sottiaux lijkt ervan uit te gaan dat er niet meer gesproken kan worden van een gedeelde Belgische demos en dat het illusoir is om er nog naar te streven. Dit standpunt onderbouwt hij echter niet. Misschien moeten anderen hier maar de handschoen opnemen.


Recensie door Lieven Monserez

Stefan Sottiaux, De Verenigde Staten van BelgiŽ. Reflecties over de toekomst van het grondwettelijk recht in de gelaagde rechtsorde, Kluwer, Mechelen, 2011, 97 blz.

Links
mailto:lieven.monserez@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be