Antwerpen, onvoltooide stad

boek vrijdag 06 februari 2004

Christian Leysen

In de herfst van 1841 maakte de jonge Jakob Burckhardt een trip door het nog jongere België waarbij hij ook Antwerpen aandeed. Deze telg uit een oud burgerlijk geslacht van de roemruchte vrije rijkstad Basel, waar een Erasmus zich thuis voelde, was onder de indruk. "De fysionomie van de stad is nog altijd machtig en verrassend; men voelt zich zoals bij het betreden van een oude noordelijke metropool van eerste rang, hoe kaal vele straten en hoe leeg de havenbassins ook mogen zijn." De man had iets met steden en zou later in zijn beroemde Cultuur van de Renaissance in Italië de renaissancestad beschrijven als het kruispunt van burgerlijke vrijheid, politieke macht, economische voorspoed en culturele vernieuwing. In de Italiaanse steden van de vijftiende eeuw was niets minder dan de moderne Europese cultuur geboren. Antwerpen had in de zestiende eeuw de fakkel van de renaissance en van de economische expansie in Europa en overzee overgenomen.

Het was één van de bevoorrechte plekken geworden, waar geld en talent, gewinzucht en levenskunst, traditie en moderniteit elkaar hadden ontmoet. Het Antwerpen dat Burckhardt voor ogen kreeg, vertoonde nog grotendeels het stadsbeeld uit die gouden eeuw, maar zonder de mensen en zonder de drukke activiteiten van weleer. De stad aan de stroom stond toen op het punt uit een lange winterslaap te ontwaken. Met de afkoop van de Scheldetol in 1863, de slechting van de Spaanse omwalling een decennium later en de bouwwoede die erop volgde zou ze een tweede glorietijd als wereldhaven én Europese stad ingaan.

Er valt wel iets voor te zeggen dat Antwerpen vandaag opnieuw uit een lethargie aan het kruipen is. De bruine stad, de stad van verweesde migranten en verloedering, de stad van misdaad en corruptie, de stad ook met een stagnerend economisch profiel: het zijn geen fraaie omschrijvingen, maar geven wel het imago weer dat haar de voorbije jaren begon aan te kleven. Antwerpen kon weer 's een nieuwe levensadem gebruiken. Ze blijft natuurlijk een gezochte plek om uit te gaan, een culinair centrum, theaterstad en kreeg er met een eigen school van toonaangevende modeontwerpers een creatieve impuls bij. Maar het mag nog wat meer zijn.

Dat moet in elk geval Christian Leysen gedacht hebben toen hij met een team van medewerkers aan zijn boek Antwerpen onvoltooide stad begon. Daarbij is een dada van deze ondernemer, politicus en nu ook schrijver het concept van Antwerpen als hanzestad, een plek waar economie en cultuur met elkaar getrouwd zijn. Burckhardts beeld van de 'noordelijke metropool' is Leysen op het lijf geschreven. Zijn familiale wortels liggen in het maritieme verleden van Antwerpen en de hanzestad Bremen, waar overgrootvader langs moederszijde Oltmann Ahlers in de negentiende eeuw mee de Hansa-rederij oprichtte. Als Christian Leysen vanuit zijn kantoor op de hoogste verdieping van de Ahlers-building in de Antwerpse haven over de stad uitkijkt, valt het hem op dat er in vergelijking met andere Europese metropolen weinig aan de skyline verandert. Dat bevalt hem niet, hij vat dat op als een symptoom van stedelijke bloedarmoede.

In zijn boek bezint hij zich de over de vele urbanistische plannen die in de voorbije eeuwen voor Antwerpen zijn gemaakt. Van sommige vinden we nog de sporen terug in de stad, andere zijn uitgewist en een aantal projecten kwam nooit tot stand. Al in de vroege 19de eeuw werden bijvoorbeeld plannen gesmeed om op de linker Scheldeoever een nieuwe maritieme stad te bouwen. Le Corbusier ontwierp tussen de wereldoorlogen een stad voor dit gebied volgens zijn modernistische rationele principes. Het boek toont een weinig gekende afbeelding van de maquette hiervan, al laat het de rol onvermeld die bibliograaf, wereldhervormer en pacifist Paul Otlet hierbij speelde. Deze Belg droomde van een nieuwe stad als thuishaven voor intellectuelen en creatievelingen van alle landen. Leysen is ook nog te vriendelijk voor wat na de Tweede Wereldoorlog uiteindelijk van Linkeroever werd gemaakt: een compromis van tweegezinswoningen volgens katholieke familieprincipes en hoge socialistische ‘gemeenschapsblokken’ die je het gevoel geven Stalingrad aan de Schelde binnen te rijden. Terecht pleit Leysen voor een herwaardering van Linkeroever. Het is een gebied met veel troeven: open ruimte, groen en water en een prima uitvalsbasis voor het verkeer richting westen van het land. Als je er maar hard aan wil werken om er bouwkapitaal heen te lokken, kan het een volwaardige tegenvoeter van de rechteroever worden.

Leysens pleidooi voor een Scheldebrug past in die bekommernis voor de verloren oever van Antwerpen. Een brug zou immers niet alleen van Antwerpen een volwaardige rivierstad maken, maar ook de Linkeroever op uitnodigende wijze verbinden met het oude centrum. Voor dit onvoltooide project en voor Antwerpens halfslachtige relatie met de Schelde is de diagnose dus even simpel als de therapie: er ontbreekt een brug, bouw er een. Voor zo'n gevaarte zagen in vervlogen tijden al veel plannen het licht, maar geen enkel daarvan werd werkelijkheid. Onder een petitie voor dat project verzamelden Leysen en zijn medewerkers vorig jaar al 2012 handtekeningen, symbolisch getal voor het jaar waarin de brug er zou moeten komen. Inmiddels is een brug een vroom voornemen geworden van de lokale beleidsmakers.

Het waterfront, de bebouwing aan de oevers van de Schelde en de dokken, is alvast een concrete optie van het huidige stadsbestuur. Stadsbouwmeester René Daniëls, Noord-Brabander (halve Vlaming dus) en rijk aan ervaring in de urbanistiek, wil aan het eilandje en aan nog noordelijker gelegen dokken het werken en wonen onderbrengen in hedendaagse architectuur. Het huwelijk met de rivier, slagader of meer nog: baarmoeder van de stad, wordt daarmee nieuw leven ingeblazen. Een stedelijk Oedipusproject van formaat.

Er staan nog tal van andere stadsprojecten ingekleurd op de kaart: een nieuwe wijk met park op de gronden van de NMBS aan de Dam, een kantoorwijk aan het Kievitplein ter hoogte van het centraal station, een woonwijk aan het Galgenweel op Linkeroever en de eveneens gloednieuwe buurt Nieuw Zuid achter het nieuw gerechtshof. Leysen zoemt ook op die plannenmakerij in. De leien blijven onderbelicht en dat is een manco. Want deze noord-zuidverbinding krijgt volop een nieuw aanschijn en maakt zich op voor een tweede leven als verticale hoofdas. Wel stapt hij mee in de toekomstvisie op de binnensingel als een tweede leiengordel met vooral kantoorinplantingen. Voor die nieuwe leien dateren de eerste plannen al van 1910, nu is het een idee voor een allicht nog wat verre toekomst. Want alles in één keer is onmogelijk, ook al kan er niet genoeg gedroomd worden.

Het is dan ook Leysens verdienste dat hij hamert op de nood aan dynamiek in het denken over een samenleving en de rol van steden daarin. De schuldenberg en talloze andere problemen van een middelgrote stad als Antwerpen werken intimiderend op de creativiteit. We hebben geen geld voor wat we nu al zouden moeten doen, luidt het vaak bij de politieke klasse. Maar de auteur wijst erop dat je juist door nieuwe impulsen weer koopkrachtige en ondernemende mensen naar de stad kan halen. Voor de verbreding van de erg krappe fiscale basis is dat essentieel. Alleen investeringen bieden uitzicht op financiële, maatschappelijke en esthetische winst in de toekomst. Daarom is het zo belangrijk om voortdurend na te denken over hoe het zou kunnen zijn en niet uit te gaan van de sleur der gewoonte. Noem dat dan maar voluntarisme. Wel had Leysen wat nader in mogen gaan op de rol die de privaat-publieke samenwerking bij al die zware investeringen speelt en hoe een en ander verloopt. Met name de impact van bouwpromotoren en de werkelijke machtsverhoudingen tussen hen en de verschillende overheden is relevant. Want een stadsbouwmeester voor Antwerpen en een voor Vlaanderen kunnen dan wel de ergste architecturale ongelukken voorkomen, maar wie bepaalt nu echt de ordening van de openbare ruimte en het stadsbeeld ?

Antwerpen en Brussel schijnen de nood aan het ook letterlijke bouwen aan de toekomst intussen wel begrepen te hebben. Veel projecten zijn van de tekentafel al verhuisd naar de werf. Dat ontlokt zowel Leysen als Vlaams bouwmeester Bob Van Reeth de bedenking dat er nu plots teveel tegelijk gebeurt en de coördinatie zoek raakt. Is het dan nooit goed ?

Maar gemopper hoor je niet bij Leysen, die een paar maand geleden nog de gemeenteraad vaarwel zei en zich aan pure partijpolitiek sowieso nooit veel gelegen liet. Zijn onvrede met een aantal ontwikkelingen en de ideeën die hij in het politiek gekrakeel niet kwijt kon, transformeerde hij in een wervend boek over werven. Christian Leysen waarschuwt voor het teren op oude glorie. Hij wil de Antwerpenaars leren spelen als een kind in een reuzezandbak. Deze Antwerpse liberaal bedankt voor vruchteloze nostalgie en negativisme, hij schrijft en blijft.

De lezer van zijn boek wordt echt uitgenodigd het ook daadwerkelijk te lezen, want de teksten zijn vlot geschreven en het formaat en gewicht zijn kleiner van dat van het klassieke kunstboek, dat vaak meer kunst dan boek is en letterlijk al te zware literatuur. Het vat goed samen wat over het urbanistische verleden van Antwerpen bekend is en leidt binnen in de weer drukke wereld van stadsplanners, architecten en bouwpromotoren aan de Schelde. Met het originele beeldmateriaal is het een fraaie spiegel van een stad die opnieuw “machtig en verrassend” wil zijn.


Recensie door Olivier Boehme

Christian Leysen, Antwerpen, onvoltooide stad, Lannoo (Tielt), 2003, 207 blz.

Links
http://www.onvoltooidestad.be http://www.stadsluchtmaaktvrij.be/index.php
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be