Leven en lot

boek vrijdag 12 december 2008

Vasili Grossman

Hoewel Vasili Grossman nooit had gedacht dat de KGB Leven en Lot, zijn magnum opus, in beslag zou nemen, had de schrijver twee kopieën aan vrienden doorgespeeld. Een verstandige zet, zo bleek achteraf, want de Russische geheime dienst confisqueerde wel degelijk het originele manuscript, waarna het spoorloos verdween. Tien jaar na de dood van Grossman, in 1974, werd een kopie naar het Westen gesmokkeld en kort daarna in Zwitserland gepubliceerd. In 1988 dook de tweede kopie op, Grossmans eigen exemplaar waarin hij zijn laatste correcties had aangebracht. Vandaag is het meesterwerk in alle grote Europese talen vertaald. Zelfs in Rusland geldt Leven en Lot nu als een van de grootste romans van de twintigste eeuw.

‘De persoonlijke onschuld is een overblijfsel uit de middeleeuwen, zoals de alchemie,’ zegt de gevangene Katzenellenbogen in zijn cel in de beruchte Loebjanka. ‘Tolstoj verkondigde dat er geen schuldigen op de wereld zijn. Maar wij, tsjekisten, hebben een superieure stelling geponeerd: er zijn geen onschuldigen op de wereld, iedereen kan berecht worden… Ieder mens heeft het recht op een arrestatiebevel.’ Heeft Vassili Semjonovitsj Grossman (1905-1964) werkelijk gedacht dat de publicatie van een boek met genadeloze kritiek op het communistische systeem door de censoren van de Sovjet-Unie zou worden toegelaten? In elk geval verwachtte de schrijver niet dat de KGB op 14 februari 1961 aan zijn deur zou aankloppen, zijn flat zou doorzoeken en elk spoor van het oorspronkelijke manuscript van Leven en lot zou uitwissen. Grossman kwam de klap nooit meer te boven. Hoewel hijzelf niet werd opgepakt, verdween samen met zijn levenswerk ook zijn wil tot leven. Drie jaar later stierf hij aan kanker.

Wist Grossman dat hij politiek naïef was geweest? Een eenduidig antwoord valt daar niet op te geven. Enerzijds voert hij in zijn magnum opus ettelijke personages op die trouwe aanhangers van de partij zijn maar plots van hun voetstuk vallen en door de machtige kaken van het stalinistische monster worden verbrijzeld. Krymov is het schoolvoorbeeld. Hij is ‘een onbuigzame, principiële communist, een fanaticus die geen twijfel kende.’ In het heetst van de strijd om Stalingrad klaagt hij zelfs een bekwame, strijdlustige en door zijn manschappen geliefde officier aan omdat hij een (nutteloze) order van de legerleiding aan zijn laars heeft gelapt. Op een dag wordt Krymov zelf gearresteerd. Dan spreekt hij de woorden “die duizenden mensen voor hem hadden gestameld in vergelijkbare omstandigheden: ‘Dit is waanzin, ik begrijp er niets van, het is een misverstand.’” Bovendien had Grossman al zijn hoop in Chroesjtsjov gesteld. Had de Sovjetleider op het 20ste partijcongres in 1956 de terreur onder Stalin niet veroordeeld? Zeer zeker. En had daarna niet iedereen kunnen zien dat er een dooi was ingetreden? Vast wel. Schrijvers konden opnieuw vrijer ademen, intellectuelen hoefden niet meer voor een willekeurige arrestatie te vrezen.

Anderzijds wist Grossman als geen ander wat er met dissidente stemmen in het Sovjetsysteem kon gebeuren. Al in 1933 werd de kersverse schrijver door de geheime politie ondervraagd. Vier jaar later, tijdens het hoogtepunt van de stalinistische terreur, werd hij opnieuw voor een verhoor opgeroepen. En in 1953 zou hij als Joodse schrijver waarschijnlijk ter dood zijn gebracht als Stalin niet was overleden. Grossman besefte in die periode dat zijn leven op het spel stond. Kort voor de dood van de Sovjetdictator werd hem gevraagd om een brief aan Stalin te ondertekenen waarin er werd gepleit voor de executie van Joodse artsen die valselijk van een moordcomplot tegen de partijleiding waren beschuldigd. Grossman zette zijn handtekening. Voor de rest van zijn leven zou hij daar gewetenswroeging aan overhouden. In Leven en lot worstelt de atoomfysicus Viktor Strum met een identieke wroeging nadat ook hij zijn collega’s in een brief aan het terreurapparaat heeft uitgeleverd.

Toch is dit epos van negenhonderd bladzijden niet in de eerste plaats een afrekening met een moorddadig regime. Niet alleen was Grossman zelf een trouwe communist (zo heeft hij lang geloofd dat er geen antisemitisme in de Sovjet-Unie bestond), hij was ook veel meer begaan met het doodgewone leven van doodgewone mensen dan met de ideologische richtlijnen van de partij. Grossman zou Ikonnikov-Morzj in een Duits krijgsgevangenkamp kunnen zijn. ‘Ik heb het lijden van de boeren gezien tijdens de collectivisatie,’ zegt de gevangene, ‘die werd doorgevoerd in naam van het Goede. Ik geloof niet in het goede, ik geloof in goedheid.’

Het authentieke medeleven met de eenvoudigsten der eenvoudigen was bij Grossman al komen bovendrijven toen hij als oorlogscorrespondent de slag om Stalingrad meemaakte en er beklijvende stukken voor De Rode Ster over schreef. Wat dachten de soldaten in de bunkers? Wat hield hen bezig? En hoe verging het de burgers op het thuisfront, die om de haverklap te horen kregen dat hun vaders en zonen en broers waren gesneuveld? Het is dit zuivere mededogen die de glorie van Leven en lot uitmaakt. Om zeker te zijn dat hij niemand vergeet, schildert Grossman een zo breed mogelijk panorama van menselijke tragedies. Hij is overal: in de kapotgeschoten huizen in Stalingrad, met tanksoldaten op weg naar het front, in krijgsgevangenkampen en op vliegvelden, in veewagons van weggevoerde Joden en in de kamertjes van uit Moskou geëvacueerde burgers, in wetenschappelijke instituten en in een auto op de steppen. Nu en dan kruipt Grossman zelfs in het hoofd en hart van oorlogsleiders zoals Hitler, Stalin of de Duitse generaal Paulus. Gelukkig zijn het korte excursies, want hier slaagt Grossman er niet in om op overtuigende wijze de ziel van deze mannen te doorgronden. Ook zijn bespiegelende uitstapjes zijn van korte duur. Wat is vriendschap? Wat is het goede? Wat is genialiteit? Of de dood? En honger? Grossman heeft deze theoretische lessen niet zomaar toegevoegd. Dit boek was voor hem zowel een verslag van een verschrikkelijke tijd als een onderzoek naar de drijfveren van de handelingen van de mens.

Maar oneindig boeiender en beklemmender zijn de afdalingen in de alledaagse werkelijkheid. Sommige passages zijn bloedstollend, andere van een onvergelijkelijk rijke nuancering of van een zielsnijdende aandoenlijkheid. Niet voor niets behoren de afscheidsbrief van een Joodse moeder aan haar zoon of het verdriet van een moeder voor haar gesneuveld kind niet alleen tot de hoogtepunten in Leven en lot, maar ook tot het allerbeste wat er in de oorlogsliteratuur is geschreven. En niemand zal ontkennen dat ook de passages aan het front in Stalingrad tot de aangrijpendste bladzijden van dat genre behoren.

Grossman houdt dit epos niet altijd strak aan de leiband. Hoe zou dat kunnen met een cast van honderden personages en voortdurend wisselende tonelen? Toch raakt hij zelden of nooit het spoor kwijt, vooral omdat hij focust op de families Sjaposjnikov en Strum en hij zijn verhaal beperkt tussen de oorlogsgebeurtenissen in de zomer van 1942 en de overgave van Stalingrad eind januari 1943. Maar de lijm die Leven en lot het best bij mekaar houdt is Grossmans geloof in de goedheid van de mens. Het is een goedheid zonder sentimentaliteit of overdreven verwachtingen. Daarom is niemand enkel duivel of enkel engel. Grossman is er zich terdege van bewust wat de Sovjetstaat met haar terreur wil bereiken, hij weet dat mensen zwak zijn en soms breken. ‘Ons concept van humaniteit en vrijheid (was) fanatiek en partijdig,’ zegt de historicus Madjarov. ‘De mens werd meedogenloos opgeofferd voor de abstracte mensheid.’

Grossman wijst elke abstractie de deur. Zijn glasheldere stijl doet de onbeduidendste zielenroerselen van zijn personages oplichten, zijn levensechte dialogen zijn een lofzang op de eenvoud en oprechtheid. En ten slotte zijn er de ongeëvenaard mooie natuurbeschrijvingen. Net zoals Isaak Babel in Rode Ruiterij gebruikt Grossman die niet als decorstukken, maar als een manier om de mens op het hart te drukken wat hij mist als hij geen oog heeft voor de natuur, om hem te wijzen op de absurditeit van de oorlog, om hem aan het verstand te brengen dat schoonheid en vrijheid bestaan. ‘Een mens doet niet vrijwillig afstand van vrijheid. Die conclusie biedt hoop voor onze tijd en voor de toekomst.’


Recensie door Joseph Pearce



Deze tekst verscheen eerst in ‘Uitgelezen’, de boekenbijlage bij De Morgen van 26 november 2008

Vassili Grossman, Leven en lot. Oorspronkelijke titel: Zizn’ i sud’ba. Uit het Russisch vertaald door Froukje Slofstra. Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2008, 959p., euro.

Links
mailto:andreas@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be