Vertoog tegen verzet

boek vrijdag 10 december 2004

Dieter Lesage

In zijn boek Het einde van de geschiedenis en van de laatste mens verkondigde Francis Fukuyama dat de kapitalistisch liberale democratie het eindpunt vormde van een historische evolutie. Volgens Fukuyama betekende dit niet dat er geen grote schokkende gebeurtenissen meer zouden plaatsgrijpen, maar wel dat de liberale democratie steeds het resultaat zou zijn van de menselijke evolutie. Deze gedachtegang inspireerde tal van neoliberale en libertarische denkers die de rol van de overheid wilden terugdringen tot een absoluut minimum. Ze kozen resoluut voor privatisering, deregulering en een minimale staat. Het leidde tot een vorm van zelfgenoegzaamheid waarin marktfundamentalisme de hoofdtoon voerde. Intussen weten we dat een absoluut geloof in de vrije markt haaks staat op de rechtvaardigheid en een billijke verdeling van de welvaart. Het ongenoegen over de zogenaamde Washington Consensus, waarbij elk land zich zou moeten plooien naar de richtlijnen van het IMF, en dus indirect naar rijke landen, is wijdverbreid en inspireert steeds meer intellectuelen om zich te kanten tegen elke vorm van Amerikaans imperialisme op sociaal, economisch en cultureel vlak.

In zijn boek Vertoog tegen verzet probeert de Vlaamse filosoof Dieter Lesage een antwoord te bieden op de kapitalistische liberale democratie. Hiervoor baseert hij zich op het boek Empire van de omstreden Italiaanse filosoof Antonio Negri en de Amerikaanse literatuurtheoreticus Michael Hardt dat zowat beschouwd wordt als het manifest van het antiglobalisme. Tegelijk noemt de auteur het ook ‘een stevige communistische repliek’ op het heersende neoliberale denken. Die repliek is inderdaad stevig maar overtuigend is het niet echt en of alle anti- en andersglobalisten dit boek als de bijbel van hun beweging beschouwen valt te betwijfelen. Het uitgangspunt van Negri en Hardt is dat het neoliberale denken een nieuwe supernationale wereldmacht is die ze aanduiden als het Imperium. Het zorgde voor een verval van de macht van de natiestaten, deregulering op internationale markten en supranationale instellingen die steeds meer impact krijgen op het economische gebeuren, denk aan het IMF, de Wereldbank en de Wereld Handelsorganisatie. De oorlog in Irak die niet was goedgekeurd door de VN toont ook aan dat de VS zich de rol van politiemacht van de wereld aanmeten.

Tot daar zullen de meeste anti- en andersglobalisten het eens zijn. Maar Negri en Hardt gaan in hun kritiek op het ‘Imperiale systeem’ nog verder en verwerpen de rol die tal van ngo’s en actiegroepen binnen de antiglobaliseringsbeweging spelen. Die zouden teveel optreden als een soort middenveld dat wil bemiddelen tussen de burgers en de politici. Lesage ziet de forums en conferenties die door politici van de Derde Weg georganiseerd worden zelfs als een vorm van recuperatie teneinde de ware problemen te ontmijnen als voorwerp van de echte politieke strijd. En dat zien ook de revolutionaire denkers Negri en Hardt niet zitten. Zij willen geen aanpassing van het bestaande systeem maar een tabula rasa. Daarmee gaan ze verder dan andere andersglobalistische auteurs als Naomi Klein en Noreena Hertz. Ze bepleiten een compleet andere maatschappelijke structuur in de marxistische traditie. Lesage zelf heeft het over een verzet tegen de heersende kapitalistische liberale democratie.

Dat verzet gaat uit van de ‘menigte’. Dit begrip ken geen territoriale grenzen zoals het ‘volk’ en is moderner dan het marxistische begrip ‘proletariaat’. Volgens Negri en Hardt heeft de menigte ‘het potentieel getransformeerd te worden in een autonome massa van intelligente productiviteit, in een absolute democratische macht’. In die radicale democratie die ze voorstaan is geen plaats voor het mechanisme van representatie zoals het geval is in een liberale democratie. Hoe die radicale democratie dan in haar besluitvormingsprocessen moet functioneren is niet duidelijk maar alle experimenten van de zo bezongen ‘autonome massa’ zijn in het verleden uitgedraaid op nachtmerries. Zowel in het communisme, het fascisme als het religieus extremisme werd het individu ondergeschikt gemaakt aan de belangen van de menigte of de autonome massa. Beter dan wie ook besefte Adolf Hitler de impact van de menigte (Die Menge) en haar verpletterende kracht tegenover het individu. Binnen de menigte wordt het kritisch denken van het individu uitgeschakeld en conformeren de deelnemers zich naar ‘ordewoorden’ die door organisatoren van acties en demonstraties worden voorgekauwd. Ordewoorden die vaak generaliseren tot anti-Amerikanisme, antisemitisme, antikapitalisme of leiden tot een overgave aan hogere machten zoals verwoord in ‘Allahoe Akbar’.

Dat de andersglobalistische beweging niet voluit meestapt in dit bedenkelijke discours van Negri en Hardt is dan ook hoopvol. Lesage heeft het in zijn inleiding over een ‘contradictoire cocktail van verzet en van reformisme dat zich uitdrukkelijk tegen dit verzet verzet’. Hij lijkt het te betreuren maar het bewijst dat niet alle andersglobalisten blind zijn voor de pogingen tot recuperatie door neo-marxisten, communisten en maoïsten van een al bij al democratische beweging. Bedenkelijk is ook dat de auteur - die het wil opnemen tegen alle vormen van onrechtvaardigheid in de wereld en voor de belangen van de armen in de wereld - met geen woord rept over krachten binnen de andersglobalistische beweging die dat net verhinderen. Zoals vakbonden en landbouwlobby’s die pleiten voor meer protectionisme, subsidies en steunmaatregelen waardoor onze markten afgeschermd worden voor arme landen en die ten koste gaan van miljoenen mensen (vooral landbouwers) in de Derde wereld. Een belangrijke groep betogers bij de historische betoging van antiglobalisten in Seattle waren arbeiders uit de staalindustrie die meer protectionisme eisten en dat enkele maanden later ook kregen. Een heffing van 30 procent op alle buitenlandse staalproducten die werden ingevoerd in de VS en die ten koste gingen van talloze jobs in Rusland, Brazilië, Zuid-Korea en Europa. Een maatregel die intussen weer werd ingetrokken na wereldwijd protest en een veroordeling door de WTO.

Dit voorbeeld geeft aan dat veel van aangeklaagde toestanden door de andersglobalisten wel terecht zijn, maar dat de oplossing(en) die ze voorstaan vaak diffuus, verkeerd of misleidend zijn. De oplossing ligt doorgaans in het systeem dat zelf het meest bestrijden, namelijk het liberalisme zelf. Doorheen gans zijn boek beukt Dieter Lesage in op de hegemonie van de kapitalistische liberale democratie. Maar is er van een wereldwijde liberale democratie en vrije markt wel sprake? Zeker niet in totalitaire en religieus extremistische landen, maar ook niet in Europa, de VS en Japan. Die drie economische grootmachten hanteren immers een politiek van protectionisme en andere marktvervalsende maatregelen. Het neerhalen van marktbelemmerde zaken als importheffingen, productiesteun en exportsubsidies zou een enorme impact hebben op de welvaartsontwikkeling in de arme landen. Ook in de arme landen zou de toepassing van liberale maatregelen, zoals het toekennen van eigendomsrechten aan de bewoners van de bidonvilles en favelas, een enorme welvaartscreatie betekenen. De oplossing ligt alvast niet in de oude recepten zoals nationalisaties, staatsinterventionisme en gedwongen collectiviseringen want die hebben in het verleden hun inefficiëntie bewezen.

Net als tal van andersglobalisten zijn liberalen evenzeer beducht voor de uitwassen van een soort marktfundamentalisme die voortvloeit uit de zogenaamde Washington Consensus. In die zin zijn liberalen voorstander van een meer representatieve en democratische samenstelling van diverse internationale organisaties zoals de VN-Veiligheidsraad, het IMF, de Wereldbank en de G8. De oorlog in Irak heeft ook duidelijk gemaakt dat Europa het neoconservatief Amerikaans beleid niet achterna moet lopen maar een eigen koers moet varen. Als een soort bemiddelaar op het internationale toneel, aldus Lesage. Dan moet men wel consequent zijn en Europa in haar buitenlands- en defensiebeleid ook meer middelen toekennen. Of anders gezegd, als Europa de daad bij het woord wil voegen dan zal het meer moeten investeren in een gezamenlijke militaire capaciteit, maar dat stuit dan weer op ‘verzet’. Maar zoals gezegd gaat het bij Negri en Hardt niet om een aanpassing van het kapitalisme, maar om de ontwikkeling van een tegenhegemonie, een ander systeem dan het kapitalistische. En dat kan alleen een collectivistisch systeem zijn.

In zijn boek ontleedt Lesage verder de strategie van de antiglobalisten en heeft er ook regelmatig kritiek op. Zo gelooft hij niet in de ‘summit hopping’ waarbij de antiglobalisten van de massale aanwezigheid van de media op de topontmoetingen van de G8 of de WTO gebruik maken om hun eigen agendapunten kenbaar te maken. Hij vermoedt bijna paranoiaal dat het Imperium op die manier haar agenda volgt en dient. Zo vermeldt hij ook terloops dat het tijdens de betoging naar aanleiding van de Europese top in Brussel eind 2001 wel bijzonder kalm bleef rond de Brusselse beurs. Moest die dan afgebroken worden? De antiglobalisten moeten hun eigen locaties kiezen, zoals sporadisch al gebeurde in Porto Alegre (merkwaardig genoeg vermeld de auteur de bijeenkomst van het Wereld Sociaal Forum in het Indische Mumbai niet). Lesage bekritiseert de werking van Indymedia dat teveel aandacht zou besteden aan het politionele geweld en te weinig aan het eisenpakket van de antiglobalsten.

Interessant is de analyse van Lesage over het ‘verzet als identitaire reflex’. Hij wijst er op dat identiteit niet aangeboren is maar het product van sociale interactie. Hiermee spoort hij met liberale denkers die achter het toewijzen van een collectieve identiteit aan mensen een aanslag tegen de individuele vrijheid vermoeden. Het leidt tot de pertinente conclusie dat de globalisering niet leidt tot culturele homogenisering en het verdwijnen van identiteiten, zoals veel antiglobalisten betogen, maar tot ‘een oneindige multiplucatie van identiteiten als gevolg van hybridiserende ontmoetingen’. Dat klopt, zeker voor jongeren. Nationale of regionale identiteiten eroderen door de toegenomen kansen om als individu kennis te nemen van andere zaken. Jongeren vormen hun zelfbeeld niet langer alleen binnen het gezin en de school, maar steeds meer via persoonlijke contacten en ervaringen, culturele activiteiten, internet, muziek, films, literatuur, beeldende kunsten en reizen. Op die manier herkennen jongeren zich steeds minder in uniformiserende elementen als een nationale of volksgebonden identiteit. Alleen moet toegang tot kennis dan wel voor iedereen mogelijk zijn. Het vormt ook de reden waarom een verwijzing naar het christendom als een van de pijlers van de Europese beschaving onnodig en zelfs storend zou zijn. Lesage heeft het niet begrepen op de nationalisten, independentisten of volkssoevereinisten onder de antiglobalisten. Hij pleit voor een vrij verkeer van mensen en spoort daarmee met de liberale historicus Johan Norberg.

In zijn slotbetoog voor een politiek van verzet schrijft Lesage wat enigmatisch dat een werelddemocratie ‘een nachtmerrie is voor westerse liberalen, die hun machtspositie willen behouden’ zoals de ware horror van de westerse sociaal-democraat ‘de gelijkheid van alle mensen op de wereld’ is. Dat is kort door de bocht. Liberalen en sociaal-democraten zijn immers kinderen van de Verlichting en vinden hun grondslag in het kantiaanse denken waarin het wereldburgerschap centraal staat. Diegenen die hun machtspositie willen behouden zijn mensen en bedrijven die via monopolie- en trustvorming, protectionisme, subsidies en andere marktverstorende elementen de vrijheid en gelijkheid juist verfoeien. Wat wel juist is, is de afkeer voor de dictatuur van de meerderheid. Liberalen en sociaal-democraten verdedigen immers enkele fundamentele grondrechten zoals de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat en de gelijkwaardigheid van alle mensen. Dat zijn grondrechten waaraan niet kan geraakt worden. Zoniet vervalt men in cultuurrelativisme waarbij men onverschillig zou staan tegenover misstanden die in bepaalde culturen en religies gebruikelijk zijn.

In tegenstelling tot Negri en Hardt vindt Lesage dat de andersglobalisten bereid moeten zijn om ‘wereldwijd in het democratische strijdperk te treden’. Het moet leiden tot een meer evenwichtige representatie van regionale federaties in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en – practisch onhaalbaar maar theoretisch correct – tot de onderwerping van de militaire macht van de VS ‘aan het verlangen naar vrede van de mondiale menigte’. De auteur ziet een sterke kans voor een andersglobalistische partij, vooral dan in de ‘global cities’. Maar dan zal men hard moeten werken om de interne fricties en tegenstellingen te overbruggen. In zijn slotwoord herhaalt Lesage dat hij niet wil strijden tegen de excessen van het kapitalisme maar wel tegen het kapitalisme als exces ofwel tegen het kapitalisme als systeem. Verzet moet zorgen voor een grote ommekeer. Maar waar we na die ommekeer zullen terechtkomen weten we na lezing van dit boek niet. Misschien is het voor de volgelingen van Lesage ook beter dat ze dat vooraf niet weten, de ontgoocheling zou des te groter kunnen zijn.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Dieter Lesage, Vertoog over verzet, Meulenhoff/Manteau, 2004.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be