Wat denkt China?

boek vrijdag 13 februari 2009

Mark Leonard

China staat weer op de kaart. Steeds meer westerlingen gaan er op reis en komen terug met indrukwekkende foto’s en beelden van de prachtige natuur en de moderne steden. De commentaren vertalen zich in superlatieven. Het is een mooi, groots en indrukwekkend land, met tegelijk bescheiden, voorkomende en volgzame bewoners. Elke toerist die terugkeert uit China is onder indruk van de enorme vooruitgang, de uitbreiding van de steden, de aanpassing aan wat wij ‘moderne zaken’ noemen, en tegelijk de eenvoud, de sereniteit en werklust van de bevolking. Het lijkt er op – zeker sinds de Olympische pelen – dat het land zich wil presenteren als een ideaalbeeld, een perfect georganiseerde en geoliede staat waarin haar burgers schijnbaar gelukkig en kritiekloos participeren. Er heerst ogenschijnlijk rust en orde en dat heeft tal van positieve gevolgen. Zo trekken steeds meer handelsdelegaties en bedrijfsleiders naar het enorme land om er zaken te doen. Het gevolg is gekend. De voorbije dertig jaar heeft China een enorme economische stappen vooruit gezet met jaarlijkse groeicijfers van 10%. De buitenlandse investeringen stegen fenomenaal en meer dan driehonderd miljoen Chinezen werkten zich uit de armoede. Maar ook op politiek en militair vlak wil China opnieuw een rol van betekenis spelen.

Over de nieuwe wereldorde volgens Chinees model schreef Mark Leonard, de directeur van de European Council on Foreign Relations, een prikkelend boek onder de titel Wat denkt China? Eerder publiceerde hij al het controversiële boek Waarom Europa de 21ste eeuw zal domineren waarin hij met branie en enthousiasme het grote Europese project verdedigde. Dat doet hij nu ook met China. In tegenstelling tot de vele uiterlijke en zichtbare vernieuwingen die zoveel andere auteurs reeds hebben belicht over het land, gaat hij meer in op de innerlijke veranderingen en de drijfveren van de Chinese leiders. Wie zijn de intellectuele krachten die de toekomst van dit enorme land met meer dan 1,3 miljard inwoners in goede banen proberen te leiden? Hoe kijkt China naar de rest van de wereld? En vooral hoe denken de Chinezen hun eigen systeem in een steeds globaliserende wereld te kunnen bewaren en zelfs op te dringen aan de rest van de wereld? Dat het land steeds meer verstrengeld geraakt in de mondiale economie is een feit. Zo stijgt de export vanuit China zienderogen waardoor het enorme hoeveelheden vreemde valuta ontvangt die de Chinezen opsparen of investeren in tal van landen, waardoor hun belangen in die landen ook gevoelig toenemen en ze tegelijk mee afhankelijk worden van de resultaten van die investeringen.

In zijn boek De aarde is plat wees de journalist Thomas Friedman erop dat alle landen door de globalisering de controle over hun eigen lot kwijtraken. Maar is dit ook het geval voor China? Leonard wijst er op dat heel wat Chinese denkers daarover bezorgd zijn en in het bijzonder vrezen dat ze gaan ‘geplet’ worden ‘door de daarmee gepaard gaande Amerikaanse politieke ideologie’. Het is juist het mantra dat er ‘geen alternatief’ zou zijn voor de neoliberale lijn waar ze zich tegen verzetten. Sterker nog, ze proberen een eigen weg te bewandelen en die als voor te stellen als een beter systeem. Interessant is de analyse van Leonard dat er ook in China een soort strijd bestaat tussen ‘links en rechts’ waarbij het ook daar gaat over ‘de reikwijdte van de staat, de aard van de politieke hervormingen en het karakter van de macht’. In China blijkt er zelfs een groeiende tegenstelling te bestaan tussen de ideeën in de rijkere kuststeden tegenover de provincies in het binnenland. Aan de ene kant ontwaart de auteur Nieuw Rechts, namelijk denkers die een groot geloof hebben in de markt. Hun ideeën werden toegepast vanaf 1979 met de opheffing van de collectieve boerderijen en de oprichting van een ‘Speciale Economische Zone’ in Shenzhen, toen nog een onbeduidend vissersdorp aan de grens met Hong Kong in het zuiden van China, maar nu één van de snelst groeiende steden met meer dan 14 miljoen inwoners en de vierde grootste haven in de wereld.

Die politiek van Nieuw Rechts werd intussen met succes doorgetrokken. Het gaat over een combinatie van een hoogst gecentraliseerd en autoritair politiek systeem met een steeds vrijer en gedecentraliseerder economisch systeem waarbij men zich weinig of niet stoort aan de nefaste kanten ervan. Daartegenover ontwaart Leonard Nieuw Links dat eveneens stelt dat China er geen baat bij heeft om deel uit te maken van de westerse wereld, zich verzet tegen het neoliberalisme en kiest voor een grotere staatsinmenging in het economische systeem gericht op stabiele prijzen, sociale zekerheid en beëindiging van corruptie. Zij wijst ook op de nefaste gevolgen van de privatiseringen die miljoenen arbeiders niet alleen van hun werk beroofde, maar ook van hun sociale bescherming. De Chinese leiders volgen zowat een tussenweg waarbij ze in theorie Nieuw Links aanhangen, maar in de praktijk Nieuw Rechts toepassen. ‘Door de economische revolutie een “socialisme met Chinese kenmerken” te noemen, konden de autoriteiten gebruik maken van uitspraken van Marx en Mao om de ideeën van Milton Friedman en Friedrich Hayek te verpakken’, zo omschrijft Leonard het treffend. Toch hebben Nieuw Rechts en Nieuw Links één standpunt gemeen: vrije verkiezingen en democratische structuren willen ze niet, waardoor de geest van Tiananmen van 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede in Bejing definitief tot het verleden lijkt te behoren.

Zowat alle Chinese intellectuelen die Mark Leonard gesproken heeft, wijzen op de nefaste gevolgen van een democratie. Voor hen staat dit gelijk met chaos. In de plaats daarvan experimenteren ze met allerlei vormen van inspraak van de burgers via hoorzittingen en ‘deliberative polling’ waarbij men een soort statistische steekproef neemt naar de wensen en behoeften van de bevolking. Uiteraard heeft dit weinig met vrijheid en democratie te maken en dat wordt ook snel duidelijk in de praktijk. Zo wijst de auteur op het gebrek aan vrijheid van meningsuiting en vrijheid van verenigingen. Zo neemt het jaarlijkse Volkscongres wel tal van wetten aan, ondermeer op het vlak van de arbeidsomstandigheden, maar die blijven bij gebrek aan politieke democratie en vrije vakbonden dode letter. Voor Leonard gaat het in China dus om een soort ‘geperfectioneerde variant van de dictatuur’, waarbij de leiders eerder luisteren naar zogenaamde deskundigen dan naar de wil van het volk.

Deze analyse spoort opvallend met het laatste boek van Robert Kagan over De terugkeer van de geschiedenis die het heeft over de heropstanding van de autocratische krachten in de wereld, met Rusland en China als belangrijkste voorbeelden. Een trend die haaks staat op de voorspelling van Francis Fukuyama die in 1989 in zijn boek Het einde van de geschiedenis en van de laatste mens de liberale democratie uitriep tot de finale overwinnaar in de strijd tussen de ideologieën. Fukuyama had alvast ongelijk. Wat het Chinese systeem zo krachtig maakt, is haar tendens naar pragmatisme maar dan wel binnen het gesloten samenlevingsmodel dat haar leiders voor ogen hebben. Een krachtig wapen voor de Chinese machthebbers is alvast de diepe nationalistische onderstroom die ontegensprekelijk suddert onder de oppervlakte. In het verleden heeft China zich vaak afgezet tegen de imperialistische machten van het westen. Nu is er een intellectueel en nationalistisch ontwaken waarin het besef van de eigen macht zienderogen groeit. Daarbij gebruiken ze, zoals ze dat zelf noemen, ‘zachte macht’, namelijk ‘het vermogen om anderen zover te brengen dat zij willen dat jij wilt’. Leonard wijst daarvoor op een reeks feiten en plannen die we in de toekomst ongetwijfeld zullen merken. Zo wil China een mondiale nieuwszender die kan concurreren met CNN, zo trekken de Chinese universiteiten massaal buitenlandse studenten aan en stijgt het aantal buitenlanders dat Chinees wil leren fenomenaal.

China wil zich op haar eigen manier verder ontwikkelen en daarvoor schuwt het geen middelen die we in het westen moreel onaanvaardbaar vinden. Zo geeft het land wapens en andere steun aan ronduit monsterlijke regimes zoals Noord-Korea, Soedan en Birma. Het werkt samen met corrupte leiders van ontwikkelingslanden zonder dat het vragen stelt over de mensenrechten of arbeidsomstandigheden. Voor China geldt maar één criterium: wat brengt het China op? Tegelijk vormen ze multilaterale organisaties en allianties waarin ook Pakistan, Iran, India en Mongolië betrokken zijn. ‘Het meest directe gevolg van de groei van China is dat de vaak voorspelde “algemene verbreiding van de westerse liberale democratie” tot stilstand is gekomen’, aldus Mark Leonard. De feiten geven hem voorlopig gelijk. China probeert haar model van staatskapitalisme ondermeer vorm te geven in Zambia, Mauritius en Angola. Hiermee biedt het een alternatief voor de liberale democratieën, alhoewel de vraag blijft of dit systeem op termijn houdbaar is.

Het kan zijn dat mensen thans een zekere mate van welvaart en zekerheid verkiezen boven vrijheid. Het Chinese model toont vandaag evenwel al heel wat gebreken, zoals de enorme milieuschade die ze veroorzaakt en de deplorabele arbeidsomstandigheden waarin miljoenen mensen leven en werken. Het is weinig geweten, maar nu zijn er reeds tal van protestacties en betogingen in China. Die worden vaak met harde hand onderdrukt. Dat kan men nog een tijd volhouden, maar eens komt er een dag dat mensen vrij willen spreken en zich verenigen, bijvoorbeeld in vakbonden en consumentenorganisaties om hun belangen te verdedigen.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Mark Leonard, Wat denkt China?, De Arbeiderspers, 2008, 190 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be