Kritiek als des-organisatie

boek vrijdag 20 november 2009

Suzan Langenberg

Het boek Kritiek als des-organisatie van Suzan Langenberg is een ware lofzang op kritiek. Kritiek heeft nu vaak een pejoratieve betekenis. Dat is jammer, want kritiek kan organisaties als bedrijven heel wat bijbrengen. Door een kritische rol te vervullen kan de ethiek complementair zijn aan de economie. Ten slotte kan men steeds vrijer worden, wanneer men voortdurend kritisch naar zichzelf kijkt.

Wat is de verhouding tussen ethiek en economie? Over deze kwestie heeft menig auteur zich al gebogen. In de achttiende eeuw meenden sommige auteurs dat ethiek en economie elkaar aanvullen en elkaar versterken. Zo nam Adam Smith het standpunt in dat economieën pas echt goed kunnen gedijen in samenlevingen waar de bevolking meer belang hecht aan sparen dan aan uitgeven. Alleen dan immers kan voldoende kapitaal opgebouwd worden dat, door de arbeidsspecialisatie, steeds productiever kan worden ingezet. Kortom, door te sparen in plaats van uit te geven dient men het publieke belang: “Every prodigal appears to be a public enemy, and every frugal man a public benefactor.”

Omgekeerd draagt volgens Montesquieu een vrije markt bij tot een meer harmonieuze samenleving, omdat ze helpt vooroordelen uit de wereld te helpen: “Le commerce guérit les préjugés destructeurs: et c’est presque une règle générale que, partout où il y a des moeurs douces, il y a du commerce; et que partout où il y a du commerce, il y a des moeurs douces.” Sindsdien is men echter deze zaken steeds meer anders gaan bekijken. Karl Marx klaagde reeds in het midden van de negentiende eeuw aan dat de arbeiders door het kapitalistische systeem worden uitgebuit. Al ettelijke decennia wordt de economie constant aangesproken op haar negatieve effecten voor bijvoorbeeld het milieu en het klimaat. Het lijkt er momenteel op alsof ethiek en economie elkaar uitsluiten, elkaars antipode zijn, elkaar niet meer wederzijds kunnen bevruchten.

Nochtans kan de ethiek nog altijd complementair zijn aan de economie, zo betoogt Suzan Langenberg in Kritiek als des-organisatie. Hiervoor is juist vereist dat de ethiek kritisch tegenover de economie staat. Kritiek vervult namelijk een heel belangrijke rol. Kritiek wijst op het bestaan van bepaalde grenzen. Kritiek wijst op een besef dat het zo niet meer verder kan, dat men op zoek moet gaan naar iets anders, iets beters. Deze zoektocht wordt net door het uiten van de kritiek aangevat. Door de kritiek ontspint er zich immers een discussie, ontstaat er tegenspraak waardoor ideeën met elkaar kunnen gaan botsen. Door de problemen te benoemen ontstaat er de ruimte om erop te reflecteren en verschillende mogelijkheden voor oplossingen te exploreren. Kritiek houdt aldus tegelijk de mogelijkheid in om te ontgrenzen, om de grenzen die worden aangeklaagd te overstijgen. Dergelijke kritische rol moet de ethiek tegenover de economie op zich nemen. Door de economie kritisch te benaderen kan de ethiek met de economie in dialoog treden om samen op zoek te gaan naar betere alternatieven.

Wat geldt voor het macroniveau, de economie, geldt volgens Suzan Langenberg eveneens voor het mesoniveau, de organisatie zoals een bedrijf. Lange tijd hebben organisatietheorieën opgeld gemaakt die de indruk wekten organisaties perfect te kunnen beheersen. In dit verband kan men denken aan het Scientific Management van F.W. Taylor waarbij men uitging van een ingenieursaanpak: een efficiënte organisatie van de arbeid waarbij ieder detailaspect in kaart gebracht werd en onder controle stond van een supervisor. Door de globalisering en door alle technologische ontwikkelingen komt er echter nu te veel tegelijkertijd op een organisatie af. In de praktijk bestaat de taak van de organisatie er nu in om wat ordening in de chaos te brengen.

Voor deze ordening kan kritiek een nuttige hulp zijn. Een organisatie is in wezen een bundeling van conflicten, contradicties en breuklijnen. Kritiek laat een organisatie toe om al deze conflicten, contradicties en breuklijnen op te sporen en te benoemen. Hierdoor kunnen ze meteen beheersbaar gemaakt worden. Een probleem kan immers pas verholpen worden als het eerst adequaat benoemd en afgebakend is. Dit veronderstelt op zijn beurt dat problemen aan de oppervlakte komen, want zolang een probleem in alle stilte sluimert, wordt het niet als een probleem ervaren en kan het verder blijven sudderen. In plaats van problemen te veroorzaken draagt kritiek er eigenlijk toe bij om problemen op te lossen.

Dit alles veronderstelt dat managers hun taak anders invullen. Van hen wordt niet langer verwacht dat ze de beste zijn. Vaak kunnen ze ook geen leiding geven, omdat ze geen goed zicht hebben op de taken die hun medewerkers uitvoeren. Hun missie zou er nu vooral moeten in bestaan om tijd en ruimte te laten voor discussies binnenin de groep, voor meetings waar medewerkers elkaar letterlijk kunnen ontmoeten, waar ze hun meningsverschillen vrij kunnen uitspreken. Juist door de meningen te laten botsen met elkaar kan een zin aan de organisatie worden gegeven. Tijdens de meetings kunnen de deelnemers immers aftoetsen waar ze elkaar kunnen vinden, waardoor de neuzen in dezelfde richting kunnen worden gezet. Karl Weick, een Amerikaanse organisatiepsycholoog, drukte dit als volgt uit: “Momentarily, at least during the meeting, there appears to be an organization, and this appearance is reconstituted whenever meetings are constituted. … Meetings assemble and generate minorities and majorities, and in doing so, create the infrastructure that creates sense.”

Wat geldt voor de economie en organisaties, geldt eveneens voor ieder individu. Wat dit betreft, schaart Suzan Langenberg zich achter het vrijheidsbegrip van de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984). Volgens Michel Foucault is iedere individuele mens het aan zichzelf verplicht om voortdurend kritisch naar zichzelf te kijken. Ieder subject zou zich een attitude van voortdurende kritische arbeid moeten aankweken. Alleen zo wordt men zich steeds bewuster van alle beperkingen waaraan men onderhevig is, zowel eigen beperkingen als beperkingen van buitenaf. Door de beperkingen te benoemen, kan men op zoek gaan naar wegen om ze te overstijgen. Dit proces gaat zeer geleidelijk, zoals het volgende citaat van Michel Foucault aangeeft: “Il nécessite toujours le travail sur nos limites, c’est-à-dire un labeur patient qui donne forme à l’impatience de la liberté.»

Immanuel Kant stelde al dat men moet durven denken: ‘’Sapere aude!’ Michel Foucault gaat nog een stap verder. Volgens hem moet men durven door te denken. De vrijheid heeft men nodig om te kunnen denken. Maar door steeds meer en steeds verder door te denken kan men steeds vrijer worden: “La liberté est la condition ontologique de l’éthique. Mais l’éthique est la forme réfléchie que prend la liberté.» Kritiek als des-organisatie heeft een zeer rijke inhoud. Het is het werk waarmee ze de graad van doctor behaalde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Helaas is het doctoraat niet voldoende herwerkt in een boek dat makkelijker toegankelijk is voor een groter publiek. Daarom is het lezen ervan vaak een taai en lastig karwei. Voor wie kan doorbijten loont het evenwel zeer de moeite. Het zet aan tot reflectie.


Recensie door Lieven Monserez

Suzan Langenberg, Kritiek als des-organisatie, Uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn, 2008, 244 blz.

Links
mailto:lmonserez@laga.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be