Europa als wereldmacht

boek vrijdag 03 december 2004

Pascal Lamy

Pascal Lamy, de Europese Commissaris voor Handel, is een overtuigde Europeaan. In zijn boek Europa als wereldmacht laat hij de lezer zien dat Europa méér is dan een aantal landen die zich soms lijken te verliezen in onderlinge onenigheden. Op economisch, cultureel en politiek gebied is Europa een speler op het wereldtoneel waar iedereen rekening mee houdt. In dit boek dat de Prix Européen du Livre d’Economie won, geeft Pascal Lamy zijn visie op de rol van Europa binnen het proces van globalisering. Als onderhandelaar namens de Europese Unie weet hij waarover hij praat. Zo voerde hij gesprekken met China over toetreding tot de WTO. Hij onderhandelde met Amerikanen die vol onbegrip naar Europa keken en met wie Europa regelmatig conflicten had. Hij trad op als onderhandelaar tijdens de WTO-toppen in Seattle, Doha en Cancun. En hij werd geconfronteerd met de wanhoop van het arme Zuiden, dat vol afgunst opziet naar het op één na grootste economische machtsblok ter wereld.

De taak van Europese Commissaris voor Handel is een van de belangrijkste Europese functies. Hij of zij treedt namelijk op voor de 15 (en nu 25) lidstaten van de Unie en beslist dus direct en indirect over de werkzekerheid van tienduizenden Europeanen in een bepaalde sector. Pascal Lamy geeft een goed beeld van de enorme belangenstrijd tussen de diverse grootmachten waarin nationale politieke agenda’s nooit veraf zijn. Na lezing van dit boek kan je zelfs gerust stellen dat slechts weinigen interesse hebben voor de belangen van de doorsnee bevolking in de derde wereld, ook de vakbonden niet. Waar het in essentie om draait is het groepsbelang van specifieke organisaties die in theorie pleiten voor een meer rechtvaardige wereld, maar in de praktijk alleen oog hebben voor de verzuchtingen van hun leden. Alle lidstaten van de WTO beseffen dat ze baat hebben bij een groei van de mondiale economie, maar de diverse achterbannen eisen allerlei vormen van bescherming en quota’s, en dat gaat meestal ten koste van hun ‘kameraden’ in de minder ontwikkelde landen.

Een goed voorbeeld is de bijeenkomst van de WTO in Seattle in 1999 dat zowat beschouwd wordt als het begin van de antiglobaliseringsbeweging. Onder de demonstranten voor een betere wereldordening bevonden zich tal van Amerikaanse vakbondsleden, ondermeer uit de staalindustrie, die enkel uit waren op een speciale protectie van hun belangen, ongeacht de situatie van hun collega’s in andere landen. En met succes, want enkele maanden later besloot president Georges W. Bush om de importheffingen voor staal uit het buitenland fors te verhogen. En dit ten nadele van de staalarbeiders in Brazilië, Rusland, Zuid-Korea en Europa. Solidariteit bestaat op dit niveau helemaal niet. Het is een kwestie van pure macht. Juist daarom is een eendrachtig Europees front zo noodzakelijk. Niet alleen om de belangen van de Europeanen te verdedigen maar ook als tegengewicht voor de vaak bikkelharde houding van de Amerikanen.

Ongeveer 700 miljoen mensen moeten rondkomen met minder dan 1 euro per dag. Arme landen gaan er door de globalisering op achteruit, aldus Pascal Lamy. Het was de reden waarom hij namens de Europese Unie voorstelde om alle douanerechten en kwantitatieve beperkingen op de invoer naar Europa van producten uit de groep van de 49 armste landen van de planeet af te schaffen, een plan dat bekend raakte onder de benaming ‘Alles behalve wapens’. Toen hij zijn plan bekendmaakte aan het Europees Parlement en de Raad van Ministers brak er een storm van protest uit bij diverse lidstaten en belangengroepen, vooral bij de landbouworganisaties en de suikerproducenten. Maar er kwam ook protest van de Caraïbische landen die in het voorstel een bedreiging zagen voor hun uitvoer van bananen en suiker naar Europa. Uiteindelijk werd het voorstel onder druk van Spanje en Frankrijk gevoelig afgezwakt en blijven de Europese markten voor bananen uit de 49 armste landen gesloten tot 2006 en voor rijst en suiker zelfs tot 2009. Dit is een protectionistische houding die nefast is voor de ontwikkelingskansen van heel wat boeren en hun gezinnen in de derde wereld. Het is ook een onverstandige houding want als in het arme Zuiden geen begin van welvaart komt, zullen mensen uit die landen trachten te migreren naar het rijke Noorden.

Antiglobalisten wijzen met een beschuldigende vinger naar de farmaceutische industrie die hun patentrechten omwille van de winst tot het uiterste beschermen. Talloze aidszieken in de derde wereld kunnen zo hun ziekte niet bestrijden want de prijzen voor geneesmiddelen zijn immers veel te hoog. Toch is de oplossing niet eenvoudig want het afschaffen van patentrechten zou ertoe leiden dat er minder research gebeurt naar nieuwe en betere oplossingen. Onder impuls van Europa werd daarom gezocht naar een verstandige tussenoplossing, een soort partnerschap tussen overheid en bedrijfsleven. Daarbij verleent men octrooien die een plaatselijke productie van geneesmiddelen toelaat, overheidssteun om de lokale productiecapaciteit van generieke geneesmiddelen te stimuleren en steun voor research door zowel overheid als bedrijfsleven. Op de top in Doha werd dit uiteindelijk goedgekeurd en sindsdien ziet men dat de prijzen inderdaad gevoelig dalen.

Een andere moeilijke kwestie is de aanpak van kinderarbeid. Er bestaat al sinds 1919 een conventie van de International Labour Organization die arbeid voor kinderen jonger dan 14 jaar verbiedt, maar slechts enkele landen hebben dit geratificeerd, en daaronder geen enkel Aziatisch land. Momenteel zijn meer dan 250 miljoen jonge kinderen ingeschakeld in een productieproces. De oorzaak is eenvoudig: om te overleven worden kinderen door hun ouders gedwongen om te werken en zo geld binnen te brengen. Ook hier bestaat geen eenduidige oplossing en de beschuldiging door vakbonden in het rijke Noorden dat de arme landen aan ‘sociale dumping doen’ wordt begrijpelijk gecounterd door het Zuiden dat ze geen andere keuze hebben omdat juist de rijke landen hun markten afsluiten, productie- en exportsubsidies geven aan hun producenten waarmee ze hun markten overspoelen en dan nog hun enige comparatieve voordeel willen afpakken: hun lage arbeidskosten.

Pascal Lamy werkte een systeem uit waarbij landen die hun werknemers beter beschermen, vakbonden toelaten, kinderarbeid strenger controleren en collectieve onderhandelingen stimuleren extra voordelen krijgen in de vorm van verlaagde douanerechten bij de invoer van hun goederen in Europa. Maar eigenlijk is dit een schijnoplossing. Zolang men douanerechten heft, hindert men de ontwikkeling in de derde wereld. En niets garandeert dat intussen kinderen niet verder moeten werken. Bij multinationals is dat probleem grotendeels opgelost onder druk van westerse consumentenorganisaties. Maar Johan Norberg wijst terecht op het feit dat de meeste kinderarbeid juist gebeurt in lokale bedrijven en in de landbouw. Een meer efficiënte oplossing van dit probleem is de implementatie van een systeem als ‘Bolsa Escola’ dat met succes wordt toegepast in tal van Latijns Amerikaanse landen. Hierbij geeft de overheid geld aan die moeders die hun kinderen naar school sturen. Daardoor heeft het gezin een bijkomend inkomen en krijgen de kinderen scholing wat van belang is voor de verdere ontwikkeling van het land. De westerse ontwikkelingshulp zou daar een belangrijke rol kunnen in spelen, niet alleen door het bouwen van scholen, maar ook door het verlenen van financiële steun aan ‘Bolsa Escola’.

Een bewijs dat de Europese Unie meer gewicht krijgt op wereldvlak is de toenemende ongerustheid hierover van de Verenigde Staten. Voor hen is het nieuw om geconfronteerd te worden met één persoon die als Europees Commissaris spreekt namens alle Europese lidstaten. Pascal Lamy verwijst ook naar het succes van Airbus dat de hegemonie van de wereldleider Boeing op het vlak van de luchtvaartindustrie heeft doorbroken. Protectionistische maatregelen van de VS kunnen beter bestreden worden door gezamelijke Europese tegenmaatregelen. Wat Pascal Lamy echter vergeet is dat de Amerika en Europa met hun onderlinge krachtmeting vaak voorbij gaan aan de problemen van de rest van de wereld. Bepaalde vormen van protectionisme worden in Europa als evident beschouwd omdat de andere, Amerika, het ook doet en omgekeerd, maar dat gaat bijna altijd ten koste van de positie van de werknemers in de derde wereld.

Pascal Lamy blikt tevreden terug op de bijeenkomst in Doha. Wat in Seattle nog onmogelijk bleek werd daar gerealiseerd. Hij wijt dit aan een grotere gevoeligheid van de diverse landen voor de globale problematiek van welvaart en welvaartsverdeling. Het betekent ook dat de antiglobalisten die zich steeds meer ontpoppen tot andersglobalisten succes hebben geboekt. Het succes van Doha wordt intussen weer overschaduwd door de mislukking van de top in Cancun. Het bewijst dat nationaal eigenbelang nog steeds voorrang heeft op het algemeen belang. Juist daarom blijft de kritische stem van de andersglobalisten broodnodig. In hun strijd zullen ze Pascal Lamy, welke functies hij ook nog zal bekleden, eerder als een bondgenoot dan als een tegenstander ervaren.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Pascal Lamy, Europa als wereldmacht, Lemniscaat, 2004, 168 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be