De meester van de schaduw

boek vrijdag 15 januari 2010

Mark Lamster

In De meester van de schaduw beschrijft Mark Lamster (1969) Rubens’ carrière als schilder en als diplomaat, een biografie van formaat. Weinig kunstenaars hebben zozeer een stempel op hun tijd gedrukt als Peter Paul Rubens (1577-1640), de man die als geen ander de macht van de barok in beeld wist te brengen. Hij bracht de lessen van de Italiaanse Renaissance en de artistieke tradities van zijn vaderland Vlaanderen samen in een universele toegankelijke stijl. Hij bood een visie die hem in staat stelde de machtigste mannen en vrouwen en instituties van zijn tijd af te beelden, niet zoals ze waren maar zoals ze gezien wensten te worden. Hij had een eindeloze schare koninklijke klanten. Ook het grote publiek droeg hem op handen. De algemene achting die Rubens genoot vormde, samen met zijn toegang tot de hoogste kringen van de internationale politiek, de basis voor zijn diplomatieke activiteiten. Het schilderen was voor Rubens de ideale dekmantel voor zijn werk achter de schermen van de macht. Zoiets kan men zich tegenwoordig moeilijk voorstellen. Van de romantiek hebben we immers het beeld geërfd van de schilder als een emotionele, wispelturige radicaal met een lege beurs: een criticus of vijand van de overheid.

Rubens past niet in dit plaatje. Geboren in 1577 groeide hij op in een tijd waarin schilderen nog een ‘respectabel’ ambacht was en schilders in gilden waren verenigd. De kunstenaars uit die tijd waren ambachtslui en de meesters stonden aan het hoofd van efficiënte en winstgevende ateliers. Rubens beschouwde trouwens al het werk dat afkomstig was uit zijn atelier, als zijn eigen werk. Hij was een succesvol zakenman en verdiende meer dan genoeg om als een vorst te kunnen leven. Rubens zag niets schandelijks in wat hij betitelde als zijn dolcissima professione. Met het succesvolle bestaan dat hij leidde had hij makkelijk kunnen uitgroeien tot een onuitstaanbare, pedante figuur, maar in plaats daarvan ging hij luchtig om met zijn gezag. Zijn natuurlijke charme werd vergroot door zijn buitengewoon artistieke gaven en zijn encyclopedische kennis van erg uiteenlopende zaken als architectuur, politieke theorie, zoölogie en de geschiedenis van de klassieke oudheid. Hij was als kunstenaar verknocht aan de idealen van de Renaissance en zag kennis van de klassieke traditie als onmisbaar voor zijn beroepspraktijk.

De reden voor Rubens’ politieke betrokkenheid was de staat van zijn vaderland Vlaanderen, een streek geplaagd door sektarisch geweld en bezet door een onverschillige buitenlandse mogendheid, Spanje (1608). Zijn ontluisterde woonplaats Antwerpen was nochtans ooit een baken van internationale handel en cultuur. In het midden van de 16de eeuw was ze een bruisende metropool. De inwoners noemden zichzelf ‘sinjoren’ (seigneurs). Overal in de stad werd gebouwd, een bouwwoede die voortkwam uit de rol van Antwerpen als de belangrijkste havenstad ten noorden van de Alpen en de financiële hoofdstad van Europa met ruim honderdduizend inwoners. De Europese vorsten keken naar Antwerpen voor de financiering van hun oorlogen, hun monumenten en hun persoonlijke uitspattingen. De geest van die tijd werd raak samengevat door de spreuk: ‘Ieder voor zich.’ Toen Rubens in 1608 uit Italië terugkeerde naar Antwerpen lag het in de frontlinie van een onafhankelijkheidsoorlog die tegen het Spaanse rijk werd gevoerd door de opkomende Nederlandse Republiek.

Rubens beschouwde het als zijn persoonlijke missie dat schijnbaar uitzichtloze conflict, bekend als de Tachtigjarige Oorlog, op te lossen. Het was een doel dat hij nastreefde met dezelfde energie als deze die hij in zijn artistieke werk stak en waarvoor hij bereid was alles op het spel te zetten: zijn carrière, zijn reputatie, zijn leven. Dit doel was ambitieuzer dan welk schilderij ook en beheerste meer dan tien jaar lang zijn leven. In die tijd reisde hij van de ene naar de andere hoofdstad om te onderhandelen met de staatsmannen en vorsten die tevens zijn klanten waren. Deze heersers hadden soms geen enkel benul van de politieke realiteit en ingrijpende besluiten werden vaak genomen op ideologische gronden omwille van de nationale trots. In dit wereldje was Rubens een buitenbeentje. Hij was een pragmaticus en hij nam steeds een gematigd standpunt in. Zijn lievelingsspreuk ontleende hij aan Seneca: Qui timide rogat, docet negare (wie verlegen vraagt, geeft een weigering in de mond). Eerlijkheidshalve vermeldt de auteur in zijn epiloog dat Rubens’ grootste prestatie als staatsman was dat hij een verdrag tot stand wist te brengen tussen Spanje en Engeland, iets wat nu als een voetnoot wordt beschouwd in het grote verhaal van de 17de-eeuwse betrekkingen. Rubens zou zijn uiteindelijke doel, een verzoening tussen Spanje en de Hollandse provinciën en daarmee het stichten van vrede in de Lage Landen, nooit bereiken.

Maar hoe relevant Rubens’ diplomatieke activiteiten en filosofie ook zijn, buiten de wetenschappelijke wereld zijn ze weinig bekend. Lamster stelt dan ook dat men het hedendaagse publiek niet kan verwijten Rubens’ politieke carrière niet te kennen, als zelfs zijn prestaties als schilder in de vergetelheid zijn geraakt. Daar zijn natuurlijk diverse redenen voor te bedenken. Eerst en vooral is er niet één schilderij dat zijn hele carrière samenvat, geen iconisch beeld zoals de Mona Lisa. Zoals reeds eerder vermeld voldoet hij niet aan het vertrouwde beeld van de kunstenaar als gekwelde ziel. De allegorische, mythologische en bijbelse figuren die zijn doeken bevolken, komen ons vandaag vaak vreemd voor. Bovendien zijn die doeken soms zo groot en complex dat ze zich niet gemakkelijk laten duiden. In de loop van de eeuwen is de ster van Rubens in de ogen van het grote publiek gedaald. Hij werd gezien als de onvermoeibare promotor van barokke kracht met een speciale voorkeur voor mollige vrouwen. De term ‘rubensiaans’ raakte al gauw in zwang als een eufemisme voor forse vrouwen. Rubens was bovendien niet het onaangepaste genie dat zo velen gewend zijn te zien in grote schilders. Die trekken passen beter bij zijn tijdgenoten Caravaggio en Rembrandt, die tegenwoordig populairder zijn.

Rubens zal wel altijd een ‘kunstenaar voor andere kunstenaars’ zijn, een schilder die wordt bewonderd om zijn technische virtuositeit en zijn creatieve vindingrijkheid. Het werk van Rubens is voor schilders van allerlei perioden, scholen en nationaliteiten een belangrijke inspiratiebron geweest. Een van de aangrijpendste verwijzingen naar Rubens is te zien in het werk van Picasso. Rubens was voor hem een toetssteen en zijn monumentale reflectie op de verschrikkelijke prijs van geweld Gruwelen van de oorlog moest wel een inspiratiebron vormen voor Piccaso’s Guernica. Het is verbazingwekkend te bedenken hoe weinig verschil er bestaat tussen onze eeuw en de tijd van Rubens. Vier eeuwen geleden begreep Rubens al dat de belangen van de hele internationale gemeenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat Europa één is. Tegenwoordig is die metafoor tastbare realiteit geworden. En daarmee, stelt de auteur, is Rubens ideaal van een vreedzaam werelddeel, bestuurd door beleidmakers die publiek verantwoording moeten afleggen voor hun beslissingen, verwezenlijkt. Dit was trouwens de visie die hem tot de politiek bracht en die hem dreef. Zo schreef hij: “Ik voor mij zou willen dat iedereen in vrede leefde, dan zouden wij in plaats van een ijzeren een gouden eeuw beleven.”

In zijn kunst en met zijn werk als diplomaat probeerde hij die droom kleur te geven en al wie dit prachtige boek zal lezen, zal het met de auteur eens zijn dat de kern van Rubens’ werk tegenwoordig nog net zo fris is als vierhonderd jaar geleden. Lamster zet hier een inspirerend portret neer van een tijdperk dat even dramatisch en kleurrijk was als de schilderijen van Rubens.


Recensie door Sonja De Schaepdryver

Mark Lamster, De meester van de schaduw, Peter Paul Rubens, geheim agent, De bezige Bij, Amsterdam, 2009, 350 p.

Links
mailto:sonja.de.schaepdryver@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be