Het kielzog van de oorlog

boek vrijdag 07 mei 2010

Ellen La Motte

De Eerste Wereldoorlog kostte het leven aan negen miljoen mensen, bijna zoveel als de gehele Belgische bevolking vandaag. Nochtans was in de zomer van 1914 het enthousiasme om slag te leveren in zowat alle landen bijzonder groot. Zelfs traditioneel pacifistische partijen als de Duitse socialisten keurden in de algemene roes de oorlogskredieten goed. Stefan Zweig bijvoorbeeld zag met lede ogen hoe verschillende van zijn vrienden veranderden van oprechte pacifisten in fanatieke patriotten. De massa bezweek onder de nationalistische retoriek en de haatcampagnes tegenover de vijand. Daarbij leefde de overtuiging dat de oorlog niet alleen noodzakelijk was maar ook dat hij van korte duur zou zijn. ‘Tegen Kerst terug thuis’, zo dachten veel soldaten en gewone burgers. Maar al snel verzandde de Grote Oorlog in een Stellungskrieg waarbij miljoenen slachtoffers vielen in de veldslagen bij Verdun, de Somme en Ieper. Aan beide kanten van de loopgraven groeide het besef van de zinloosheid van de gruwelijke gevechten waarbij, ondanks enorme verliezen aan mensenlevens, nauwelijks terreinwinst werd geboekt. In plaats van tot rede te komen, leidde dit alleen tot een verharding van de standpunten van de politieke en militaire leiders. Naast de doden vielen er tegen het einde van de oorlog ook meer dan 20 miljoen gewonden.

Eén van de eerste en meest directe getuigenissen van de Grote Oorlog werd geschreven door de Amerikaanse Ellen La Motte. In 1915 kwam ze vrijwillig naar Europa waar ze twee jaar lang als verpleegster werkte in een veldhospitaal in Roesbrugge, een deelgemeente van de stad Poperinge vlakbij de Franse grens, daar waar de IJzer ons land binnenstroomt. Haar ooggetuigenverslagen, die verschenen in het Amerikaans literair culturele magazine The Atlantic Monthly, werden gretig gelezen en later gebundeld in het boek The Backwash of War. The Human Wreckage of the Battlefield as Witnessed by an American Hospital Nurse dat verscheen in 1916. Het werd toen eerst in Europa en later in de Verenigde Staten verboden wegens te defaitistisch. Nu is er een Nederlandstalige editie onder de titel Het kielzog van de oorlog in een vertaling van Erwin Mortier die ook het voorwoord schreef. Hij omschrijft het als een van de belangrijkste literaire werken van de Grote Oorlog en dat kan de lezer alleen maar beamen. Het boek grijpt immers vanaf het begin naar de keel en kan – alhoewel de feiten zich bijna 90 jaar geleden voordeden – niemand onberoerd laten. Haar getuigenissen zijn niet alleen sarcastisch en deprimerend, ze geven ook een goed beeld van de totale waanzin van een smerige oorlog die mensen vertrappelde tot obscene objecten.

La Motte opent met de beschrijving van een soldaat die zelfmoord wou plegen door zich door het hoofd te schieten maar het als bij wonder overleefde. Hij wordt in allerijl naar het ziekenhuis gevoerd, geopereerd, opgelapt, verzorgd en hersteld, niet om hem verder te laten leven maar om hem te kunnen veroordelen als een deserteur en te executeren. Het is een hallucinant verhaal, niet in het minst vanuit het standpunt van de verpleegster die haar uiterste best doet om zijn leven te redden. Hieruit blijkt de absurditeit van de catastrofe die in die jaren gaande was. Nationale trots, patriottisme en opoffering werden bewierookt en elke daad die daar van afweek, werd gezien als een vorm van zwakte en lafheid. De schrijfster vraagt zich echter af of het redden van een andere gewonde dan wel zoveel beter was, want die werd teruggestuurd naar de hel met een quasi-zekere dood tot gevolg. De mislukte zelfmoordenaar kreeg geen militaire onderscheiding, de zwaargewonde soldaten wel. Generaals spelden routineus goedkope medailles op de menselijke wrakken die snel zouden sterven en maar vaak nog beseften dat het stukje metaal dat hen opgespeld werd zowat de officiële bevestiging inhield van hun levenseinde. Tactloze, inhoudsloze erkenningen van vermeend heldendom dat als klatergoud vervalt in het aanschijn van de dodelijk verminkten.

Op een dag brengen ze een zwaargewond tienjarig kind binnen, het zoontje van een Belgisch koppel dat vlakbij Ieper een café openhoudt. De verpleegsters gaan op zoek naar de moeder en vinden haar ook. Die is echter niet geïnteresseerd in de toestand van haar zoontje, maar wel in de bedrijvigheid van het café van haar man. ‘Mijn man verdient veel geld tegenwoordig, met de verkoop van drank aan de Engelse soldaten. Ik moet terug om hem te helpen’, zo verklaart ze haar gedrag. La Motte noemt het kind een ‘nutteloze burger’ en zo moeten er in die periode veel bestaan hebben. Hiermee demonstreert ze hoe onvoorstelbaar hardvochtig en barbaars mensen kunnen zijn, zelfs ten aanzien van hun eigen kinderen. Het typeert de mens als een van de meest egoïstische wezens die er alles zouden aan doen om ten koste van anderen hun eigen vege lijf te redden of er nog aan te verdienen ook. Wie dit leest begrijpt de geestelijke lethargie, de voorpoort van de doffe onverschilligheid, inertie en gevoelloosheid. Hier voelt de lezer niet alleen walging maar tevens plaatsvervangende schaamte.

De gewonden zelf hunkeren nochtans naar wat menselijke warmte. La Motte heeft het over brieven en foto’s die van en naar het front gestuurd worden; de weinige tekenen van leven die tussen de gescheiden families overbleven. Een slagader voor de overlevingswil van de gewonden. De verpleegster beschrijft hoe één van de zieken een foto van zijn vrouw bovenhaalt, waarop al de anderen hetzelfde doen. Een krachtig beeld vol heimwee en berusting alsof de foto’s voor de mannen de laatste reddingsboei zijn voor een kreupel leven dat geen leven meer waard is. Tegelijk ook hun besef dat al dat gebral over de heldhaftigheid in de oorlog zonder betekenis is. Ook de vrouwen zijn te beklagen. Zij zijn heiligen of hoeren. ‘Het bezettingsleger heeft alle vrouwen geruïneerd op wie het de hand kon leggen’, schrijft La Motte, een zin waarachter een oceaan van verdriet en leed moet gelegen hebben. Maar elders heeft ze het dan wat dubbelzinnig over dorpsmeisjes die de mannen achterna lopen, ‘vooral wanneer die mannen uniformen dragen’. Deze tekst verscheen in het Amerikaanse magazine op 4 mei 1916 en moet nogal ophef veroorzaakt hebben.

Zo gaat het bladzijden lang door. Over kapotgeschoten hoofden, afgerukte ledematen, wonden in de buikstreek, chirurgische ingrepen (als hoogstandjes van menselijk vermogen), wachten op het verlossende einde. Over weerloze wrakken en menselijke puinhopen die janken van pijn, in een ruimte waar geen plaats is voor heroïsch gedoe. De verpleegsters helpen zoveel als mogelijk, maar de lezer proeft hun machteloosheid. Voor veel zwaargewonden is dit het eindstadium, de schrijfster heeft het over het ‘interval’ tussen leven en dood. Tijdens ‘een plezierrit’ met de auto komt La Motte ook tot vlakbij het front en ziet ze hoe de steden en dorpen tot puin geschoten zijn. Daar moet ze beseft hebben dat de oorlog nooit echt zou eindigen. ‘Na deze oorlog zullen nog veel andere oorlogen volgen, en in de intervallen zal er vrede heersen’, schrijft ze profetisch in het voorwoord bij de oorspronkelijke uitgave van 1916. De Grote Oorlog zou nog twee jaar duren, en goed twintig jaar later zou de ramp zich herhalen. Volkomen gedesillusioneerd verliet La Motte in 1916 haar post en trok naar China waar ze verschillende teksten schreef over de problematiek van de opiumhandel. Wat overblijft is dit opmerkelijke boek, een mokerslag.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ellen La Motte, Het kielzog van de oorlog, De Bezige Bij, 2009

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be