Over de terreuraanslagen van 11 september 2001, de verdrijving van de Taliban in Afghanistan, de oorlog in Irak, de problemen tussen Europa en de Verenigde Staten en de moeilijke verhouding tussen het Westen en de islam verschenen de voorbij maanden tal van boeken. Ik verwijs hiervoor naar De woede en de trots van Oriana Fallaci, Balans van de macht van Robert Kagan, Permanente oorlog voor permanente vrede van Vidal Gore, Al-Qaeda en de moderne tijd van John Gray, De crisis van de islam van Bernard Lewis en Wereldmacht Amerika van Emmanuel Todd. Elk van de auteurs probeert een verklaring te vinden voor de reeks opeenvolgende gebeurtenissen waarvan we nu al weten dat ze een heel belangrijke plaats zullen krijgen in de geschiedenisboeken over de 21ste eeuw. Over deze gebeurtenissen en de historische oorzaken ervan schreef VRT-radiojournalist Jef Lambrecht een indrukwekkend boek onder de titel De zwarte wieg. Irak, nazi’s en neoconservatieven. Nog beter dan de voorgaande auteurs slaagt Jef Lambrecht erin de huidige ontwikkelingen te duiden in de wereldgeschiedenis van de vorige eeuw. Over de interne rivaliteit tussen de diverse religieuze groepen in de Arabische wereld, over de verwevenheid van de nazipolitiek met de Palestijns-Israëlische kwestie, over de opkomst van de neoconservatieven in de Verenigde Staten en hun invloed op de huidige buitenlandse politiek van president Bush en over de specifieke opstelling van Frankrijk, Duitsland en zelfs België in de Irakese kwestie. De auteur maakt ook schijnbaar bizarre coalities en rivaliteiten duidelijk. Zoals over de vroegere Franse politieke steun aan Saddam Hoessein en de Britse en Amerikaanse wapenleveringen aan Irak, Iran en zelfs de Taliban.

Tot vandaag is het in de Arabische wereld gewoon Adolf Hitler te horen prijzen als een held en staatsman, zo schrijft Jef Lambrecht. Het is het gevolg van de in het Westen weinig bekende Arabische sympathie voor het nazisme. Die vloeit voort uit het Palestijns verzet tegen de joodse inwijking in de jaren ‘20. Onder leiding van de grootmoefti van Jeruzalem Haj Amin al-Husseini werd dit verzet tegen de joden en tegen de Britse mandaathouders steeds gewelddadiger. De moefti was dan ook een actief pleitbezorger van de Endlösung of de uitroeiing van de joden. Hij stond in direct contact met Hitler, schreef een voorwoord in de Arabische vertaling van Mein Kampf waarin hij Hitler ophemelde, richtte in 1943 een eigen SS-divisie van 20.000 moslims uit Bosnië-Herzegovina en Albanië op en zorgde ervoor dat tienduizenden joden niet konden uitwijken naar Palestina, maar gedeporteerd werden naar de concentratiekampen. Daartegenover groeide ook de joodse weerstand. In 1935 richtte Vladimir Jabotinsky een eigen militante Zionistische Organisatie op met als doel de bevrijding van Palestina en Transjordanië, de inspiratiebron voor de Likoedpartij die later met Begin, Shamir, Netanjahu en Sharon de rechtse en doorgaans onbuigzame premiers voor Israël zou leveren.

Het conflict tussen joden en Palestijnen, tussen het Westen en de Arabische wereld ligt dus diep in de ideologische en militaire strijd van de vorige eeuw. Basra is een havenstad in het Zuiden van Irak die regelmatig in het nieuws kwam tijdens de oorlog tegen Saddam Hoessein. Jef Lambrecht wijst erop dat deze stad ook een belangrijke maar weinig bekende rol speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog. In april 1941 gebeurde in Bagdad een nazicoup onder leiding van Rashid Ali. Churchill besefte het gevaar en beval een landing van Britse troepen in Basra. Enkele weken later was het land weer in handen van de Britten. Veel had te maken met de geallieerde vrees voor een doorstoot van de nazitroepen naar de Kaukasus en later de olievelden in Irak en Iran en de havens langs de Perzische Golf.

Een andere gebeurtenis die veel impact had op de latere machtsverhoudingen, was de Koude Oorlog. Om het communisme te bestrijden waren voor de Amerikanen zowat alle middelen goed. Zo lieten ze toe dat gewezen leden van de Gestapo sleutelfuncties bekleden in Egypte en Syrië. Later steunden ze ook de religieus fundamentalistische Moslimbroederschap als partner in de oorlog tegen de Sovjets in Afghanistan. Daar zijn de terreurorganisaties Al-Qaeda en Hamas uitlopers van. Ook de houding tegenover de Baath-partij bleek in de loop van de voorbije decennia dubbelzinnig. ‘Baath’ is Arabisch voor Renaissance in de zin van de Arabische Wedergeboorte. In de loop van de jaren stond links in het Westen zelfs welwillend tegenover Saddam Hoessein, die zichzelf een ‘socialist’ noemde. Met zijn nationalisme stond hij immers lijnrecht tegenover het imperialisme van de Amerikanen. Sympathie bestond er ook bij de Fransen die Sadam Hoessein hielpen bij de uitbouw van een atoomcentrum dat dan weer gebombardeerd werd door Israëlische gevechtsvliegtuigen.

De auteur legt ook de innerlijke verdeeldheid in de Arabische wereld bloot. Het gaat in essentie om een strijd tussen de sjiieten (die in Iran aan de macht zijn maar ook in het Zuiden van Irak wonen) en de soennieten. In 1979 kreeg Saddam Hoessein in zijn oorlog tegen Iran wapens van diverse westerse landen, die Irak als een ideale buffer zagen tegenover de religieuze fanaten in Iran. Jef Lambrecht wijst erop dat Duitsland hielp bij de productie van biologische en chemische wapens en Frankrijk bij de bouw van een atoombom. Die chemische wapens werden alvast gebruikt tegen Iraanse troepen en tegen de Koerden in het noorden van Irak. In 1984 herstelde de VS zelfs de diplomatieke betrekkingen met Irak. Die houding tegenover Irak sloeg om toen het in 1991 Koeweit binnenviel.

In het tweede deel behandelt Jef Lambrecht de opmars van de neoconservatieven in de Verenigde Staten. Daarbij zoomt hij in op politici en denkers als Richard Perle, Paul Wolfowitz, William Kristol, Donald Rumsfeld en Dick Cheney. In overeenstemming met de filosoof Leo Strauss geloven ze allen dat religie een essentiële functie vervult in de samenleving. Een ander gemeenschappelijk kenmerk is hun felle afkeer voor het communisme. Alhoewel velen onder hen hun carrière begonnen als linkse democraten kwamen ze snel terecht bij de Republikeinen. Maar in tegenstelling tot de klassieke Republikeinen die opteerden voor isolationisme kozen de neoconservatieven voor meer Amerikaanse interventie in het buitenland. De kerngedachte was het voeren van preventieve oorlogen tegen landen die beschikten over massavernietigingswapens teneinde hen op tijd de pas af te snijden als een toekomstig gevaar voor de Amerikaanse belangen. Sinds de aanslagen van 11 september is dit de officiële doctrine van de regering Bush.

Deze doctrine vormde de basis voor de verdijving van de Taliban in Afghanistan en de oorlog tegen Irak. Bij dit laatste ging de VS totaal voorbij aan de houding van de VN. Ontluisterend is alvast de bewering van de auteur dat de Amerikanen zich hierbij lieten leiden door Ahmed Chaladi, een fervent tegenstander van Saddam Hoessein die in de VS leeft. Hij voorspelde dat de Amerikanen in Irak zouden ontvangen worden als bevrijders. Uit het verder relaas over het verloop van de oorlog blijkt dat dit niet het geval was en is. Dagelijks worden Amerikaanse soldaten aangevallen. De volgende delen van het boek, waarin Jef Lambrecht de situatie in Irak beschrijft tot eind september 2003, blijkt dat de VS en Groot-Brittannië in een uitzichtloze situatie zijn terecht gekomen waarbij de lokale bevolking de ‘bevrijders’ eerder zien als ‘onderdrukkers’ en de soldaten steeds zenuwachtiger reageren op mogelijke aanslagen van al dan niet oude getrouwen van Saddam Hoessein. De tactiek om de bevolking gunstig te stemmen lukt niet, ondermeer door de voortdurende aanslagen op het elektriciteitsnet en de olievoorzieningen. Door de onveiligheid blijven buitenlandse investeerders weg uit Irak zodat de bevolking afhankelijk blijft van humanitaire hulp.

De auteur toont overtuigend aan dat deze oorlog een mislukking is geworden. De kritiek op de oorlog komt nu ook van kranten die zich voorheen achter het standpunt van de president schaarden. Dat is ook de reden waarom de VS zich de voorbije weken opnieuw richt tot de VN waarmee de auteur aangeeft dat de neoconservatieven een nederlaag geleden hebben. De vraag stelt zich of dit laatste wel juist is. Juist de aankondiging van Bush dat Amerika zal doorgaan tot de eindoverwinning (op het terrorisme) toont aan dat de VS vasthoudt aan haar oorlogslogica die sinds de aanslagen van 11 september het Amerikaanse beleid zo heeft gekenmerkt. De vraag is of de bevolking de uitleg van Bush – en in Groot-Brittannië van Blair – nog langer gelooft nu steeds meer blijkt dat de documenten waarop hij zich baseerde om de oorlog te verantwoorden niet lijken te kloppen. En ook de zogenaamde massavernietigingswapens werden tot vandaag niet gevonden. Hiermee geeft Jef Lambrecht indirect aan dat landen als Frankrijk, Duitsland en Rusland terecht opteerden voor meer tijd voor de wapeninspecties van Blix en zijn team. Het geeft allemaal voedsel aan de bewering dat de oorlog om andere redenen werd gevoerd, zoals de controle over de enorme olievoorraden of, zoals de auteur suggereert, de intentie van de VS om zich verder als enige supermacht in de wereld te profileren.

Het boek van Jef Lambrecht is noodzakelijke lectuur voor al wie de complexiteit van de problemen tussen het Westen en de Arabische wereld wil begrijpen. De auteur steunt zich daarbij op tal van bronnen en kent de Arabische wereld goed. Hij beschrijft de situatie met veel gevoel voor details waar we in het Westen nauwelijks weet van hebben. Zo heeft hij het niet alleen over de enorme materiële en menselijke schade, maar ook over de vernieling van het belangrijk cultureel erfgoed in Irak. Het archeologisch museum van Bagdad werd grotendeels geplunderd en de Iraakse Nationale Bibliotheek werd in brand gestoken. Het betekent het verlies van duizenden stukken en boeken van onschatbare waarde over een van de oudste beschavingen ter wereld. In elk geval is het een reusachtig drama dat de lezer met een onbehaaglijk gevoel achterlaat. De enige stelling waar de initiatiefnemers van de oorlog zich kunnen aan vasthouden is de uitspraak van Leo Strauss die stelde dat ‘weekheid de achillespees is van de liberale democratie’. Die is volgens hem zwak en kwetsbaar omdat niemand ze nog wil verdedigen. De vraag stelt zich of de oorlog tegen Irak de beste weg is voor het bekomen van meer democratie. Alsnog lijkt het resultaat negatief, zowel in de VS zelf waar de Patriot Act zorgde voor een uitholling van specifieke individuele rechten en vrijheden van de burgers, als in Irak waar, ondanks de verdrijving van Saddam Hoessein, van democratie nog geen sprake is van een begin.


Recensie Dirk Verhofstadt


Jef Lambrecht, De zwarte wieg. Irak, nazi’s en neoconservatieven, Houtekiet, 2003

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be