Het Cultureel Regiem

boek vrijdag 14 februari 2003

Rudi Laermans

Waar gaat het huidig Vlaams cultuurbeleid naartoe? Met welke veranderingen in de maatschappij dient het rekening te houden? En hoe zou een aangepast beleid er kunnen uitzien? Op deze drie vragen probeert Rudi Laermans een antwoord te formuleren in zijn boek Het cultureel regiem. Deze antwoorden zijn belangrijk omdat ze ons een beeld (zouden) kunnen geven van de plaats van de mens in de samenleving. Deze discussie is ook politiek belangrijk in de maatschappelijke discussie over individu en samenleving. Meer concreet kan het ons een inzicht geven over de steeds luider klinkende kritiek dat het individualisme te ver is doorgeschoten, dat de mens geen zekerheden meer heeft en dat de gemeenschap opnieuw nood heeft aan vaste waarden en normen. Communautaristen en conservatieven maar ook socialisten en neomarxisten willen een rem zetten op het individualisme dat ze gelijk stellen met vormen van zelfzucht en egoïsme. Deze discussie is voor liberalen, de enigen die het individualisme nog openlijk durven verdedigen, heel belangrijk. Het boek van Laermans neemt hierin geen stelling maar zijn bespreking over het begrip 'cultuur' geeft alvast enkele duidelijke inzichten.

Vooral de hedendaagse kunst komt in feite neer op het ter discussie stellen van gangbare waarden en normen. "Het wil, simpelweg gezegd, mensen wakker schudden of, ouderwets gesproken, Verlichting brengen", schrijft Laermans. Dit lijkt me de essentie van cultuur en slaat mijn inziens op alle kunstvormen en hun realisaties. Want uiteindelijk is elke kunst en elk cultuurproduct ooit hedendaagse kunst geweest. In die zin zou het eenvoudig zijn om te besluiten dat alle kunst ingaat tegen waarden en normen en bijgevolg individualistische expressies zijn. Dat is echter maar ten dele waar. Heel wat cultuurproducten en dan vooral in de beeldende kunsten en de literatuur zijn in de loop van de geschiedenis gemaakt in opdracht van wereldlijke en religieuze machthebbers die de kunstenaar binnen een bepaald waardenpatroon duwden. En er waren natuurlijk ook kunstenaars die om den brode zichzelf conformeerden met bestaande regels en normen. De vele kunstwerken die vanuit een christelijke inspiratie werden gemaakt sinds de 11de eeuw, de talloze portretten van gefortuneerde burgers uit de 19de eeuw en de literatuur die ter ere van de politieke machthebbers werd geschreven zijn hiervan voorbeelden.

Toch vertegenwoordigen die voorbeelden maar een kwalitatieve minderheid binnen het gehele cultuurpatrimonium. De meeste kunst is een vorm van zelfexpressie, een individuele kijk op de realiteit, een onconformistische expressie die zich moeilijk liet en laat vangen binnen bestaande regels. Vandaar ook het onbegrip, de tegenkanting, de onderdrukking die veel kunstenaars ondervonden. De lijst van kunstenaars die omwille van hun werk problemen kregen met de overheden is te lang om hier op te sommen. Velen van hen kregen pas op het einde van hun leven of na hun dood de erkenning die ze verdienden. Mozarts lichaam verdween in een anoniem graf maar zijn muziek zal nooit verdwijnen uit het collectieve geheugen van de mensheid. Elke cultuurproducent vecht op een of andere manier tegen het voorgekauwd denken dat uitgaat van het 'gezag'.

In feite doet elke mens dat bewust of onbewust ook. Dat erkende ook Bert Anciaux in zijn Beleidsnota Cultuur. "Hoe dominant de rol van het gezin en school ook zijn, het individu bepaalt zijn eigen parcours. Dat onderstreept het belang van de individuele exploratie, interpretatie en reflectie van ieder mens. Een cultuurbeleid moet de mogelijkheidsvoorwaarden scheppen voor die exploratietocht." Dat individualisme een evidentie is omschrijft Laermans ook overtuigend bij zijn ontleding van het denken. Elke gedachte is persoonlijk en niet toegankelijk voor anderen. "We kunnen niet in het hoofd van anderen kijken en zij niet in het onze. Denken is persoonlijke betekenisgeving, een bewustzijn is voor anderen een black box." Denken is eenzaamheid en daar kunnen we alleen uit geraken door te communiceren. En het is via die communicatie dat cultuur een sociaal karakter krijgt.

Laermans wijst erop dat elke mens cultuurloos op de wereld komt maar dan via communicatie cultuur opneemt en wel op vier manieren: via de ouders, het onderwijs, de massacommunicatiemiddelen (radio, tv, dag- en weekbladen) en het cultuurbeleid. Als we die manieren naast elkaar plaatsen lijkt dat laatste maar marginaal. Toch levert het cultuurbeleid juist een belangrijke kwalitatieve bijdrage. Wanneer men een boek leest van Marquez, een film ziet van Almodovar, een schilderij van Picasso of muziek beluistert van Mahler heeft dit soms een diepgaander invloed dan doordeweekse tv-shows (alhoewel het vaker andersom is). En opnieuw speelt hedendaagse kunst hier een voortrekkersrol. Vandaag nog experimenteel, moeilijk te doorgronden en onbegrepen, maar morgen trendsetter en nieuw element in de permanente ontwikkeling van de mens. "Zonder culturele variatie en de regelmatige aanmaak van nieuwe tekens is immers geen cultureel handelen mogelijk", aldus Laermans. In die zin is cultuur dan ook een nooit eindigend verhaal en zal het vanuit het experiment en de creativiteit bijna altijd ingaan tegen heersende normen en waarden.

In een tweede deel onderzoekt Laermans de relatie tussen moderniteit en cultureel pluralisme. Daarbij haalt hij uit naar de verzuiling die zorgde voor een sociale en culturele apartheid en zelfs op het vermijden van contacten met 'andersdenkenden'. Daarbij waren de katholieke en socialistische zuil vooral bedoeld als een buffer tegen de gevolgen van de moderne cultuur. Zij verzetten zich tegen het materialisme, hedonisme en individualisme die gepaard gingen met de toenemende vrije tijdsbesteding. In feite keerden ze zich alzo tegen de massacultuur en de avant-gardekunst. Alleen de liberale zuil had weinig bezwaar tegen het samengaan van commercie en cultuur (dixit Laermans). De overheersende overtuiging was dat men met een breed cultuuraanbod de democratisering in de hand zou werken. In feite waren en zijn het de hooggeschoolden die genieten van een avondje theater en opera. Laaggeschoolden combineren hun dag ontspanning hooguit met sterk gemediatiseerde megatentoonstellingen. Toch zijn de cijfers van het cultuurverbruik die Laermans aanhaalt niet zo mis. 60% loopt als eens een museum in, 52% bezoekt eenmaal per jaar een theater, 20% gaat eens naar een dansvoorstelling, 40% woonde een klassiek concert bij en 14% bezocht eenmaal per jaar de opera (het lijken me wat te goede cijfers, misschien telt een voorstelling van Lotti mee als klassieke muziek, nvdv). Intussen kalfde het ledenaantal van de verzuilde organisaties af. Maar één constante blijft duidelijk: laaggeschoolden doen minder mee. Hier ligt één oorzaak voor een democratisch deficit. Nogmaals, Laermans haalt veel (interessant) materiaal aan maar doet zelf geen voorstellen.

Interessant is opnieuw zijn bespreking van de zogenaamde individualisering van de samenleving. Volgens de Duitse socioloog Ulrich Beck komt dit neer op een vorm van de-traditionalisering en het afkalven van eenduidige normen van wat hoort in een goede relatie. Ooit was het hebben van een eigen mening een voorrecht voor de begoeden, tegenwoordig is het gemeengoed. Ook dat is democratisering, stelt Laermans terecht. Probleem is dat heel wat mensen uit de veelheid aan keuzes juist niet meer weten te kiezen. "Het maakt geïndividualiseerde levens kwetsbaar, het resulteert in een grotere afhankelijkheid van allerhande verstatelijkte verzorgings-arrangementen. Die fungeren vandaag de dag deels als vangnet bij falikant uitgevallen beslissingen of interpretaties." Maar individualisering leidt ook tot meer mondigheid. Binnen het gezin verplicht het tot een open communicatie wanneer individuele beslissingen gevolgen hebben voor sociaal nabije anderen. "Dat zorgt voor een meer egalitaire en democratischere omgang in gezinsverband, en steeds meer ook op de werkvloer. Ook in de sfeer van cultuurwerk en -beleid is die trend te onderkennen." Zijdelings verwijst Laermans naar het feit dat mensen vooral geraakt worden door 'niet-fake' zaken. Iets wat politici meer ter harte zouden moeten nemen (misschien wordt het innemen van standpunten over onderwerpen die niet tot de core-business van een partij behoort door kiezers beschouwd als een vorm van 'faken').

Laermans zegt weinig over de versterkende sociale band door cultuur. Zijn uitspraak dat "individualisering en gestegen tijdsdruk samen vreten aan het sociaal kapitaal" is een dooddoener. Wat verder geeft hij wel toe dat cultuurbeleid het tij niet alleen kan keren. Dat lijkt me logisch omdat cultuurconsumptie een in essentie individuele aangelegenheid is. Ondanks het feit dat mensen in één zaal samenkomen voor het bijwonen van een theaterstuk of opera en het bezoeken van een film of museum is er weinig of geen interactie. De bezoeker consumeert individueel. Hooguit verlopen contacten tijdens de pauze, maar dat geldt evenzeer en waarschijnlijk zelfs meer bij een voetbalmatch. Cultuurbeleving is uitermate individueel. Toch bestaan er uitzonderingen. De rockconcerten op Werchter zorgen voor een grote samenhorigheid van de aanwezigen. Bij de tentoonstelling Over the Edges van Jan Hoet kwamen tienduizenden mensen de stad Gent verkennen en discussieerden ze openlijk over het kunstgehalte van de hamzuilen van Jan Fabre. De actie Red de Mosselpot appeleerde rechtstreeks naar de doorsneeburgers die tot vandaag naar het SMAK komen om het werk van de voordien voor hen onbekende Marcel Broodthaers te bewonderen. Het jaarlijkse poeziëfeest in Watou is een voorbeeld van culturele en sociale interferentie. En dan zijn er natuurlijk de samenzangen (het Nationaal Zangfeest), de opening van een plaatselijke tentoonstelling en het theaterstuk in het amateurtoneel waar vaak het dialect een sterke band schept. Het kan dus, maar in de 'grote' en vaak meer gesubsidieerde cultuursector blijft het sociaal aspect bijkomstig of nihil. Dit wordt nog het best geïllustreerd bij de literatuur die volkomen individueel geconsumeerd wordt (in de gezamelijke leeszalen mag je zelfs niet praten).

Heeft cultuur dan geen enkele sociale functie? Ik denk van wel. Via de muziek, opera, literatuur, film, theater en beeldende kunsten komt men in contact met culturele aspecten van anderen, van andere culturen. Het zorgt voor een botsing van eigen inzichten met die van anderen. Het is een aanzet tot openheid, inleving, bevraging en verdraagzaamheid (die inleving en bevraging gebeurt wel strikt individueel). Deze interactie lijkt me belangrijker dan de eenvormige klederdracht van de bezoekers bij een operavoorstelling. Eigenlijk erkent Laermans dit ook met betrekking tot het gebruik van het internet: "Enerzijds kiest de gebruiker uit een veelvoud van verhoudingen met onbekende anderen. Zijn sociale klasse verruimt (…) Anderzijds staat het hem vrij om op elk moment de relatie op te zeggen, zonder tekst of uitleg. Tegen die zappende sociabiliteit helpt nauwelijks nog een pleidooi voor gemeenschapsvorming of warme face- to face communicatie (…) Sociale contacten worden gekozen en hérkozen in functie van levensstijl, vrijetijdsinteresses of gevoelens." Zo is het, of men dit nu betreurt of niet.

Laermans registreert. De feiten tonen aan dat de mens, jong of oud, zich steeds individualistischer opstelt. Men kan dit omwille van tradities of geborgenheid betreuren, maar in feite is het een enorme verwezenlijking die al te zeer miskend wordt. Het cultureel regiem is niet langer een door ouderen en specialisten voorgekauwd programma maar een noodzakelijk kwaad om de subsidies en subsidiewijzen in de culturele sector te verantwoorden. Het kan uitdagend klinken, maar de enigen die de subsidiepolitiek van de overheid in vraag durven te stellen zijn de liberalen. Niet omdat zij beter weten wat goed of slecht is. Integendeel, juist omdat ze dat verschil niet rationeel kunnen maken geloven ze in de beoordeling en keuzevrijheid van de mens. Cultuur is geen commercieel goed, maar mag ook nooit het voorwerp uitmaken van een elitaire of ideologische keuze. Uiteindelijk zal de keuze van de mens, hoe beperkt ook, de doorslag geven. Hier raken we aan een voor liberalen gevoelig punt. In welke mate heeft de cultuurconsument, burger, kiezer gelijk. Is hij bevoegd, laat staan bekwaam, om uit te maken wat goed en slecht is. Gelukkig niet. Maar dat belet niet dat de culturele sector meer dan voordien bruggen moet bouwen met de bevolking. Doet ze dit niet dan ontstaan er onoverbrugbare dieptes. Doet ze het wel dan staat ze zij aan zij met diegenen voor wie tal van kunstuitingen bestemd zijn.

Het boek van Laermans behandelt deze zaken niet zo concreet als hiervoor gesteld. Maar hij geeft een indrukwekkende beschrijving van de manier waarop mensen met cultuur omgaan. Hierbij laat hij zich echter teveel leiden door een vorm van cultuurpessimisme die het huidige aanbod onverenigbaar ziet met wat vandaag aanvaard wordt als kunst. Mijn enige, maar belangrijkste tegenargument is dat de mens geen richtlijnen behoeft. Steeds meer mensen, laaggeschoolden, toeristen in verre landen, jongeren met een zekere bagage bepalen dat zelf. Nog nooit waren er zoveel bezoekers in het Louvre, het Moma, het Uffizi, het SMAK. Nog nooit gingen zoveel mensen naar film en theatervoorstellingen. De opera is al maanden op voorhand volgeboekt. En ondanks (of dankzij) het internet en de televisie blijven mensen massaal boeken lezen. De toegenomen mobiliteit laat ons toe om datgene te bezoeken waarover men op televisie verslag deed. Jongeren trekken naar Parijs, Londen en Amsterdam zoals men 50 jaar geleden al eens naar de stad ging. Deze trend is hoopgevend. De bezoekers vertegenwoordigen een nieuwe, jonge generatie van zelfbewuste mensen die de wereld onderwerpen aan hun kritische blik. De tienduizenden jongeren die naar Rock Werchter gaan zijn geen eenzijdige fanatici. Velen onder hen zijn ook begaan met hoogstaande klassieke muziek en literatuur.

Laermans wijst tenslotte nog op enkele uitdagingen voor het cultuurbeleid van morgen. Zoals een verdere cultuurgerichte benadering van de openbare omroep, cyberspace als onderdeel van het culturele landschap en toenemende participatie van senioren ten gevolge van de demografische ontwikkeling. Hier (maar ook elders) liggen nog tal van discussiepunten over de rol van de overheid zowel inzake cultuurspreiding en het verder democratiseren van het cultuuraanbod als van het behoeden van de kwaliteit ervan.


Recensie: Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)

Rudi Laermans, Het cultureel regiem, Lannoo, 2002

Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be