Rethinking Ethnocultural Relations in Canada

boek vrijdag 26 maart 2004

Will Kymlicka

Will Kymlicka is een Engelstalig Canadees. Hij is hoogleraar wijsbegeerte aan de Queens University Kingston, nabij de hoofdstad Ottawa. Hij geniet enerzijds bekendheid voor zijn standaardwerk Contemporary Political Philosophy; An Introduction (Offord University Press, 1990). Deze veel vertaalde uitgave - doch nog niet naar het Nederlands - biedt een uitstekend inzicht in het politiek-filosofisch debat in de Angelsaksische wereld. Het wordt in tal van filosofieopleidingen dan ook als een referentiewerk aanbevolen. In het filosofisch debat tussen liberalen, libertariërs, gemeenschapsdenkers, allerhande marxisten… mogen we Kymlicka gerust in de liberale traditie van John Rawls’ Theory of Justice, plaatsen.

Anderzijds geniet Kymlicka al enkele jaren faam voor het theoretisch kader dat hij uitbouwde rond minderheden en nationalisme binnen de liberale politieke filosofie. Het standaardwerk is hier Multicultural Citizenship. A Liberal Theory of Minority Rights (Oxford University Press, 1995). Op het eerste gezicht berust het hedendaags liberaal westers kader op individuele rechten, zoals bijvoorbeeld de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De idee leeft dan ook dat dit kader geschikt is voor de bescherming van mensen in hun individuele rechten, maar niet in hun zogenaamde ‘groepsrechten’. Denk aan taal, cultuur, godsdienst, grondgebied,… Individuele rechten draaien soms uit als bijzonder onderdrukkend voor bijvoorbeeld taalminderheden in hun zorg om hun taal en cultuur te bestendigen. Een veel voorkomende optie in de politieke filosofie en in de politiek is het liberaal kader, minstens op dit vlak, de rug toe te keren, en de weg van het gemeenschapsdenken te bewandelen: het communitarisme. Deze laatste sluit als politiek-filosofische stroming nauwer aan bij politieke tendensen als het conservatisme, de christen-democratie, de moderne sociaal-democratie, maar ook nationalisten die op zoek gaan naar een burgerlijke in plaats van etnische invulling van het natiegegeven: in Vlaanderen zijn zowel de NV-A van Bourgeois als een groot deel van Spirit (Bert Anciaux in het bijzonder) daar een goed voorbeeld van.

Kymlicka’s originaliteit is dat hij wil aantonen dat om tegemoet te komen aan nationalistische gevoeligheden en verzuchtingen van minderheden allerhande, men niet buiten het liberale denkkader hoeft te treden. In Multicultural Citizenschip introduceerde Kymlicka hiertoe een aantal nieuwe begrippen in de politieke filosofie. Zoals het onderscheid tussen etnische minderheden (afkomstig uit immigratie en verlangend naar integratie) en nationale of historische minderheden (territoriaal aanwezig voor de actuele staatsvorming en verlangend naar erkenning en autonomie). Hij maakt ook een onderscheid tussen groepsrechten en individuele rechten die eigen zijn aan het toebehoren tot een groep. Ten onrechte worden verzuchtingen van minderheden omschreven als een soort groepsrechten meent hij. Het zijn eigenlijk ook individuele rechten, maar in een specifieke context. Het komt erop aan die context binnen bijvoorbeeld een kader als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens te verduidelijken, ervoor te zorgen dat dergelijke verklaringen daar rekening mee houden. Het is een verfijning van een al te ruwe en eenvoudige benadering van rechten binnen het filosofisch en politiek liberalisme. Tenslotte geeft hij mogelijkheden aan voor het voeren van een minderhedenbeleid binnen een liberaal kader, naargelang het type minderheid (zelfbeschikking, bestuurlijke autonomie, gewaarborgde vertegenwoordiging, affirmatieve actie …). Maar hij geeft ook gelijk de grenzen voor de liberaal bij een dergelijk beleid aan, bijvoorbeeld geen interne beperkingen op de rechten van leden van een groep.

In Finding Our Way is Canada zijn proefkonijn. Canada is wereldleider op de drie meest belangrijke domeinen van etnoculturele relaties, stelt Kymlicka. Canada telt de hoogste immigratiegraad in de westerse wereld, er wonen meer dan 600 inheemse volkeren en het moet omgaan met een grote nationale minderheid (de Franssprekende Québecois). Ter verduidelijking een aantal cijfers: Canada telt ca. 28 miljoen inwoners. Naar moedertaal: ca 17 miljoen Engelstaligen, 6.5 miljoen Franstaligen, 4.5 miljoen anderstaligen (recente immigranten of autochtonen dus). In de provincie Québec zijn er ½ miljoen Engelstaligen; 5.7 miljoen Franstaligen en ½ miljoen anderstaligen. Er leven dus ook nog eens bijna één miljoen Franstaligen buiten Québec verspreid over heel Canada (voornamelijk in New Brunswick en Ontario). Canada telt bovendien bijna één miljoen inwoners die zichzelf een inheemse identiteit toekennen (de Indianen en Inuits). Qua moedertaal geven zij op: 700.000 het Engels, 64.000 het Frans en 200.000 hun eigen autochtone taal.

Het is nuttig dit plaatje voor ogen te houden bij Kymicka’s overzicht van de situatie in Canada. Op het eerste gezicht, stelt hij, lijkt Canada succesvol in haar beleid hieromtrent. Maar al heeft Canada geen expliciete extreem-rechtse tegenreactie gekend, tot op heden ligt het klassiek multiculturaliteitsbeleid ook in Canada regelmatig en toenemend onder vuur. De aboriginals hebben een aantal rechten, maar willen erkend worden als aparte naties binnen de oorspronkelijke confederatie. Québec dreigt bij regelmaat met afscheuring van Canada en het land zit al 3 jaar in een constitutionele impasse. En de immigratie en integratie van nieuwkomers zorgt ook daar voor gebruikelijke spanningen.

Canada en de immigranten

In Finding Our Way vertrekt Kymlicka vanuit een aantal veelgehoorde kritieken op het Canadees beleid inzake multiculturaliteit (meer bepaald het aannemen van de Canadian Multiculturalism Act van 1971). Deze critici gaan ervan uit dat dit beleid de segregatie, gettovorming, apartheid van minderheidsgroepen bevordert door hun eigenheid aan te moedigen en te bestendigen, en daardoor de integratie uit te stelt. Bovendien benadrukken ze dat dit beleid onliberale praktijken bij immigranten toedekt en tolerantie wel erg ver rekt.

Spijtig genoeg, stelt Kymlicka, is het begrip multiculturalisme zelf een politieke keuze en geen keuze op basis van een sociologische analyse. Het begrip kan inderdaad misleidend zijn en het vermoeden wekken dat het beleid niet gericht is op integratie in de Engelstalige of Franstalige Canadese samenleving/cultuur (societal culture). Het vermoeden kan bestaan dat er een parallelle immigrantencultuur in stand moet gehouden worden in een multiculturele context. Dit vermoeden is ongegrond: de volledige benaming van het beleid dat gemeenzaam multiculturalisme wordt genoemd is Multiculturalism within a bilingual framework en werd ingevoerd als een aanvulling op de Act die Canada als een tweetalige staat bevestigde. De maatregelen die het multiculturalisme beleid voorhoudt zijn transversale bevoegdheden, vaak vrij experimenteel en soms eerder symbolisch, de ene keer doeltreffender dan de andere. Kymlicka overloopt alle maatregelen één voor één en merkt op dat ze allemaal gericht zijn op de integratie van immigranten in de mainstream society. Diegenen die van oordeel zijn dat maatregelen als affirmatieve actie, zichtbare vertegenwoordiging van etnische minderheden in media of administraties, rekening houden met verlofdagen uit andere godsdiensten dan de christelijke, aanpassing van reglement op klederdracht bij de politie om de tulband van Indiërs of Sikhs toe te laten, sensibiliseren voor cultuur of literatuur van immigranten in het onderwijs bijvoorbeeld of culturele gewoonten in gezondheidszorg… leiden tot apartheid, hebben volgens Kymlicka geen idee van wat het echt uitbouwen van een eigen leefbare en aparte natie inhoudt (eigen scholen, maar ook universiteiten, politieke en administratieve instellingen, eigen legereenheden …). Dit is niet enkel praktisch onbereikbaar voor etnische minderheden uit de immigratie, daar is bij deze minderheden ook geen behoefte aan.

De gegeven voorbeelden van multiculturaliteit – zelfs afzonderlijke scholen voor zwarten in Toronto – leiden niet tot apartheid, maar hebben – tot op zekere hoogte meer symbolisch dan reëel – de bedoeling om gunstige voorwaarden voor integratie te onderhandelen. Kymlicka spreekt over het beleid inzake multiculturalisme als een poging tot renegotiating the terms of integration in de bestaande Franstalige en/of Engelstalige societal culture. Een heronderhandeling is op zijn plaats omdat nieuwkomers met een andere godsdienst/cultuur gekomen zijn nadat de krijtlijnen en conventies van de mainstream society vastgelegd waren.

Een aantal eigen gebruiken – bijvoorbeeld godsdienstige – moeten daarin ingepast worden. Via het multiculturalisme beleid streven we eerlijke integratievoorwaarden na (fair terms of integration). De filosofie achter de afzonderlijke school voor zwarten is niet meer dan een pragmatische poging om de onderwijskansen van deze mensen te bevorderen om in hun verder curriculum weer in het gemeen Engels onderwijssysteem te kunnen inpikken. Een overgangsmaatregel met het oog op betere integratie door vroegtijdig afhaken in het onderwijs tegen te gaan. De enige vorm van apartheid die reëel bestaat en leeft bij immigranten en etnische minderheden is het op het terrein, in de voorsteden, van een oppositional subculture, bijvoorbeeld onder Jamaicanen in Toronto. Maar dit is een reactie op een gefaalde integratie, op een gebrek aan eerlijke integratievoorwaarden. Het is meer een marginalisering uit de samenleving, dan een streven naar apartheid. Het is niet het gevolg van het multiculturalisme beleid als je kijkt naar de concrete maatregelen die het voorstelt.

In dit eerste deel van het boek wil Kymlicka aantonen dat de bewering dat multiculturalisme uitsluiting bestendigt niet enkel statistisch fout is (aan de hand van cijfermateriaal toont hij aan dat de mate van integratie van nieuwkomers toegenomen is sinds de Multiculturalism Act, al gaat hij niet zover om te zeggen dat dit volledig op conto van die Act kan gezet worden), maar ook principieel fout is: in de regel streven immigranten integratie na, multiculturalisme gaat over de voorwaarden voor een eerlijke integratie.

De tweede kritiek – multiculturalisme als dekmantel voor onliberale praktijken – vindt Kymlicka wel degelijk pertinent. Hier is een probleem, niet zozeer in de praktijk, maar in de verwachtingen en de communicatie. Hij geeft het voorbeeld van de Multiculturele beleidsverklaring van Australië en Québec die de grenzen waarbinnen dit beleid moet plaatsvinden expliciet opneemt. Zo stelt het beleid voor interculturalisme van Québec drie grenzen. De erkenning van het Frans als taal van het openbaar leven. Het respect voor de liberaal-democratische waarden inbegrepen burgerlijke en politieke rechten en gelijke kansen. En respect voor pluralisme, inbegrepen de openheid en tolerantie voor de verschillen van anderen. Kymlicka neemt dus uitgerekend Québec, dat binnen Canada vaak onder vuur ligt voor haar taal en integratiebeleid, als een goed voorbeeld in het formuleren van de grenzen van de tolerantie.

Canada heeft nagelaten om dit expliciet te verwoorden in haar beleid. Een duidelijke grens bijvoorbeeld is dat multiculturalisme geen vrijbrief is voor besnijdenis bij moslimmeisjes. Het kan geen kwaad dit duidelijk te stellen. Integreren in de mainstream society is dus ook integreren – al is het onder gunstige en rechtvaardige voorwaarden voor de eigen eigenheid – in een samenleving waar de liberaal-democratische waarden de referentie zijn. Eigenlijk is dit vanzelfsprekend: een multicultureel beleid als dat van Canada is kenmerkend voor een liberaal-democratische samenleving. Dus kan je het evengoed om elk misverstand te voorkomen ook nog eens zeggen, meent Kymlicka.

Kymlicka pleit voor een bestand in het bekvechten over multiculturalisme waar iedereen die kritiek heeft dadelijk een racist is en iedereen die een voorstander is ook clitorisbesnijdenis wil goedpraten. We weten dat er rabiate intolerante mensen zijn, zeg maar racisten… maar ook absolute relativisten die alles zouden aanvaarden onder het mom van multiculturaliteit. Toch vraagt Kymlicka om in het debat in Canada uit te gaan van een dialoog tussen redelijke mensen over multiculturalisme. Wel uit een dergelijk debat, vermoedt Kymlicka, zou het huidig multiculturalisme beleid voortkomen als een gefundeerd beleid om etnoculturele relaties te beheersen. Niet meer of niet minder. Je zou kunnen stellen dat in de oefening achter Rawls sluier van onwetendheid mensen een dergelijk beleid als rechtvaardig zouden bestempelen. “Aan de andere kant zou het ook kunnen dat dit debat ook andere benaderingen naar voor zou brengen die succesvoller zijn”, voegt hij er eerlijkerwijze aan toe. “Des te beter. Ik ben niet zozeer uit op het verdedigen van het multiculturalisme beleid op zich, dan wel een betekenisvol debat onder Canadezen te voeren over de reële uitdagingen en met de juiste informatie.”

Canada en het nationalisme

Maar ook op een ander vlak meent Kymlicka dat er nood is aan een redelijk debat in Canada. Canada is als modern land ontstaan uit de confederatie van 1867 tussen een aantal Britse Noord-Amerikaanse kolonies. Het is zo eenvoudig wanneer een natie (de Canadezen bijvoorbeeld) samenvalt met een staat (Canada). In de perceptie van Engelstalige Canadezen is dat ook zo. Canada is hun natie en hun staat. Ondanks de aanvankelijk grote verschillen tussen de provincies is er vandaag een gemeenschappelijk identiteitsgevoel tussen Engelssprekende Canadezen van Vancouver aan de Stille Oceaan tot Halifax aan de Atlantische Oceaan. Zij beschouwen zichzelf niet als een natie van Engelstalige Canadezen, maar als Canadezen: hun natie is Canada, de Indianen en Québecois inbegrepen. Centralisatie naar het federaal niveau in Ottawa is daar een gevolg van. Decentralisatie of federalisme naar de tien provincies (Ontario, Manitoba, Québec, Alberta…) zien zij louter functioneel, symmetrisch en territoriaal, niet cultureel. Elke aparte behandeling van Québec binnen de federatie zien ze als een ongelijke behandeling van de ene Candezen ten aanzien van de anderen. Het Québecs particularisme beschouwen ze doorgaans als deloyaal ten aanzien van de federatie en dus de natie.

Eerste minister Trudeau dacht in de jaren ‘70 de oplossing gevonden te hebben voor dit probleem: bilingualism from sea to sea. Franssprekende en Engelssprekende Canadezen zijn gelijke Canadezen met gelijke taalrechten waar ze ook wonen, maar het zijn Canadezen. Die erkenning van de absolute tweetaligheid van heel het land zou de autonomie verzuchtingen van de Québecois overbodig maken. Kymlicka ziet in dat je hier niet ver mee komt. Je drijft de Québecois gewoon nog verder weg van de confederatie, waar ze al ongevraagd inzitten. Je moet goed voor ogen houden dat Canada als onafhankelijke staat nog steeds geen echte constitutionele regeling heeft voor haar federalisme. Elke poging is in een absolute padstelling geëindigd. Québec heeft grotendeels zelf eenzijdig de grenzen van haar bevoegdheden afgetast (de révolution tranquille van de jaren ‘60). Kymlicka beweert dat als je nuchter de geschiedenis van de laatste 40 jaar overloopt, Québec geen enkele echte tegemoetkoming heeft gekregen vanuit de federatie, maar de bij de Engelstalige Canadezen de overtuiging leeft dat ze steeds moeten toegeven aan Québec.

Zijn uitgangspunt is: je moet nationale gevoelens niet onder de mat schuiven. “Als Canada wil overleven moeten we nationalisme serieus nemen. We moeten de natuur en dynamiek ervan begrijpen, en ook de angsten en de verwachtingen die voortbrengt” schrijft hij. De realiteit voor ogen houden houdt in dat je aanvaardt dat Canada geen natie is, maar een “multination state”. Vóór de Britten voet aan grond zetten in Canada waren er daar al honderdduizenden autochtone indianen die zich vandaag, ook na vele gemengde huwelijken, uitwijking uit de toegekende reserves, assimilatiebeleid… als afzonderlijke naties beschouwen. De Indianen omschrijven zichzelf niet als autochtonen of inheemse volkeren, maar als “First nations”. Zij zijn niet uit op een aantal praktische regelingen binnen het Canadees kader dat zonder hun goedkeuring werd opgezet. Zij wensen bilaterale constitutionele verdragen die hun naties erkennen. Het retroactief herschrijven van de confederatie van 1867.

Daarnaast heb je de Franssprekende Canadezen, vooral geconcentreerd in Québec. Ook zij waren er meer dan 150 jaar voor de Britten en werden door koloniale oorlogen en gebiedsuitwisselingen geïncorporeerd in Brits Noord-Amerika en in de confederatie. Ook zij willen in eerste instantie als natie erkend worden. Kymlicka geeft het voorbeeld van bevoegdheden die Canada (Ottawa) nu heeft en die Québec opeist, los van een symmetrische decentralisatie van die bevoegdheden naar alle provincies. Québéc zal op tal van die bevoegdheden geen noemenswaardig ander beleid dan Canada voeren. 95% van het welzijnsbeleid zou hetzelfde zijn, of het nu vanuit Québec dan wel vanuit Ottawa wordt gevoerd. Maar dit zelf doen, de asymmetrie op zich tussen Québec en de andere provincies, het taboe in Engelssprekend Canada, is juist de weg naar erkenning van Québec als afzonderlijke natie binnen Canada. Het wellicht bij sommigen goed bedoeld opzet van de tweetaligheid van Canada van zee tot zee gaat aan de belangrijkste aspiratie van de Franssprekenden voorbij… In de praktijk heeft de veralgemeende tweetaligheid over heel Canada de Engelsprekende minderheid in Québec extra garantie geboden om in hun eigen taal verder te leven en heeft in ruil aan Franssprekenden in Manitoba of Britisch Colombia formele taalrechten verleend die in de praktijk niet bestaan wegens afwezigheid van Franssprekende ambtenaren aldaar. Het schiet in de praktijk en in de perceptie van vele Fransprekende Canadezen niet enkel de initiële goede bedoelingen voorbij, het is op geen enkele manier een tegemoetkoming aan de nationale aspiraties van de Québecois. Die maatregel ging uit van het idee dat het enige onderscheid tussen Fransprekenden en Engelsprekenden de taal was, terwijl voor Kymlicka de Québecois een type voorbeeld zijn van een nationale minderheid net als de Vlamingen in België of de Catalanen in Spanje… maar ook de First Nations in Canada zelf.

Is er een uitweg behalve een onafhankelijke staat voor iedere natie? Net als bij het Canadees debat over multiculturalisme ligt volgens Kymlicka de sleutel in een redelijk debat dat de gevoeligheden en verzuchtingen van de Québecois juist inschat. Er is in ieder geval geen toverformule voor dergelijke problemen. Engelstalig Canada zal Québec als afzonderlijke natie moeten leren aanvaarden en de nodige (ook symbolische) erkenning geven. Federalisme als territoriaal gedecentraliseerde bestuursvorm en nationalisme vormen allerminst een gemakkelijk huwelijk. Het minderhedennationalisme en particularisme ondermijnt hoe dan ook de cohesie van het geheel: de federatie. Maar dit is nu eenmaal het lot van een multination state als Canada, België, Spanje… Maar moeilijk gaat ook en België en Spanje bestaan nog steeds. Ook in Québec heeft de bevolking bij referendum al tweemaal een afscheuring afgekeurd, al tonen enquêtes aan dat tussen de 70 en 85 % van de inwoners van Québec zich in eerste instantie identificeren met de Québecse identiteit. Het proberen ingang te doen vinden van een Canadese identiteit, in die mate dat die de Québecse moet verdringen, is illusoir en zelfs contraproductief. Je kan alleen maar hopen, en de praktijk lijkt dit vooralsnog te bevestigen zowel in Canada als in België of Spanje, dat er naast de nationale identiteit ook een Canadees identiteitsgevoel is gegroeid doorheen de gezamenlijke geschiedenis, ook al zal die tweede altijd wat voorwaardelijk zijn in functie van het belang van de eerste identiteit.

Tegenstanders van meer autonomie aan nationale minderheden zullen dit verantwoorden door te stellen dat elke toegeving een opstap naar secessie is, zegt Kymlicka. Net als bij het debat over multiculturalisme echter zijn de mechanismen achter verzuchtingen van nationale minderheden voorspelbaar. Maar niet ingaan op die verzuchtingen, zoals Engelssprekend Canada in overgrote mate meent te moeten handelen, is vanuit dit perspectief ook geen garantie. Ook dit is voorspelbaar. Erop ingaan zoals Kymlicka wenst, is ook geen garantie op eenheid geeft hij toe. Maar de tweede optie biedt wel het perspectief op de aanvaarding van een multinationale staat en dus op een mogelijke al is het voorwaardelijke eenheid. Het biedt het perspectief op een uitweg zonder afscheuring, om politiek in landen met meerdere naties beheersbaar te houden en kan dan als voorbeeld fungeren voor veel gelijkaardige situaties in andere landen. Doof blijven voor de bestaande dynamiek biedt geen perspectief.

Het is niet omdat mechanismen voorspelbaar zijn concludeert Kymlicka, dat de verhoudingen tussen etnische minderheden enerzijds en nationale minderheden anderzijds binnen een samenleving eenvoudig zijn. Je mag het enkel niet laten verzieken door het multiculturalisme onnodig op de pijnbank te leggen en nationalisme weg te stigmatiseren. Je moet een redelijk debat met kennis voeren, dan is het misschien beheersbaar…

Québec en de immigranten

En wat met de integratie van een etnisch geïmmigreerde minderheid binnen een nationale minderheid: de immigrant in Québec, in Catalonië of Vlaanderen. In 2000 gaf Kymlicka de toestemming om een bijdrage Minority Nationalism and Immigrant Integration in voorpublicatie in Nederlandse vertaling op te nemen in Sven Gatz en Patrick Stouthuysen (red) Een vierde weg Links-liberalisme als traditie en oriëntatiepunt (VUBPRESS, 2000). Het kan op een liberale en een niet-liberale wijze. Hij verkiest de liberale.

Het derde hoofdstuk van Een vierde weg? is trouwens integraal gewijd aan liberalisme en nationalisme. Naast de bovenvermelde bijdrage van Kymlicka bevat het een goede overzichtsanalyse van Jurgen De Wispelaere, Een liberale weg naar nationalisme? En een vertaalde bijdrage van Philippe Van Parijs, Moet Europa Belgisch zijn? In een korte praktijkoefening van Sven Gatz en Johan Basiliades De rechten van minderheden in Brussel, wordt het hierboven beschreven begrippenkader van Kymlicka ook op Brussel uitgeprobeerd.


Recensie door Johan Basiliades


Will Kymlicka, Finding Our Way, Rethinking Ethnocultural Relations in Canada, Oxford University Press, 1998

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be