Kwikzilver

boek

Ann De Craemer

Boeken zijn, meer dan andere kunstvormen, hét middel om gebeurtenissen en beelden die onherroepelijk dreigen te verdwijnen in de nevelen van de geschiedenis, opnieuw onder de aandacht te brengen en zelfs vast te houden voor de eeuwigheid. Want wat eenmaal is neergeschreven, blijft voor altijd bestaan. Boeken zijn een antidotum voor het vergeten. De oude, minzame joods-Hongaarse schrijver György Konrad beschrijft in zijn laatste werken de kracht van het vergeten en voegde er, als iemand die zich rekent tot de achterhoede van de mensheid, nogal pessimistisch aan toe, dat elk sterven van een mens leidt tot een compleet verlies van een massa kennis en ervaring. ‘Tot wat hij verlaat, kunnen anderen geen toegang meer geven,’ aldus Konrad. Dat is gelukkig niet helemaal waar. Getalenteerde romanciers slagen erin om, beter dan non-fictie schrijvers, de ‘wereld van gisteren’, naar de titel van Stefan Zweigs meesterwerk, vast te leggen en door te geven aan nieuwe generaties.

Romans willen het verleden niet met fotografische precisie reconstrueren, maar roepen via woorden en zinnen herinneringen op aan tal van gebeurtenissen en ervaringen die in ons onderbewustzijn verzonken liggen. Denk aan de beschrijving door Marcel Proust in À la recherche du temps perdu van de smaak van een madeleine-cake in een bloesemthee, die het geheugen van de verteller activeert en op die manier zijn jeugdherinneringen doet opborrelen. Nog beter dan die madeleine-cake vormen overleden voorouders voor romanciers dankbare onderwerpen om autobiografische gegevens te verweven met een specifiek tijdsbeeld. Tom Lanoye en Erwin Mortier schreven met Sprakeloos en Gestameld liedboek-Moedergetjden prachtige odes aan hun moeders, en Stefan Hertmans schilderde een meesterlijk portret zijn grootvader in Oorlog en terpentijn. Tegelijk trokken ze de lezer in de leefwereld van ver vervlogen dagen die we ooit gekend hebben als kind en kleinkind.

In haar nieuwe roman Kwikzilver vertelt Ann De Craemer over haar grootmoeder Paula in haar geboortestad Tielt. Na Vurige Tong en De seingever is het in zekere zin haar derde autobiografische boek waarin ze met hart en ziel haar gehechtheid aan haar familie en haar stadje beschrijft, maar ditmaal veel intenser en gevoeliger. En raar genoeg vertrekt ze niet zozeer van de persoonlijkheid van haar grootmoeder – al komt dat later uitvoerig aan bod – maar van het huis dat mémé samen met haar man Camiel in 1929 bouwde langs een afgelegen veldweg. Ruim 59 jaar lang zal Paula hier wonen, kinderen krijgen en opvoeden, haar gezin bestieren en later haar kleinkinderen opvangen. Met tussendoor de Tweede Wereldoorlog die een stroom vluchtelingen doorheen het stadje en haar huis jaagt.

Ann De Craemer beschrijft minutieus de inrichting van het huis, de uitbreiding ervan met koterijen en een hok, het buitenstaande toilet met een plank en een gat erin, de tafel in de woonkamer. En dan de bewoners met naast Paula en Camiel de tien opgroeiende kinderen die later uitzwermen maar op gezette tijdstippen samenkomen. Allemaal gewone levens van eenvoudige werkmensen die met de regelmaat van de oude klok in de woonkamer hun opwachting maken, en met hun kroost terugkeren naar het punt en de persoon die hen allen verbindt: mémé. Onder hen Ann die er een deel van haar kindertijd doorbrengt en na de dood van Camiel op haar achtste bij grootmoeder in bed blijft slapen, als remedie tegen het verdriet en de eenzaamheid nu Paula alleen is achtergebleven. Het is een van de meest vertederende passages in het boek waarin de schrijfster opnieuw haar groot literair talent demonstreert. Tegelijk voel je de heimwee van Ann naar vroeger. Erwin Mortier omschrijft heimwee als de ‘ervaring van de immense afstand tussen onszelf en onze memorie.' Die ervaring vormt de ruggengraat van Kwikzilver.

Op een dag ontvangt Paula een brief van de gemeente. Ze wordt onteigend omdat er plaats moet gemaakt worden voor lichte industrie, en verhuist naar een serviceflat waar ze met veel moeite aardt. Ze is ‘uitgestapt op een plek waarvan je met zekerheid weet dat ze het eindstation van je leven zal worden’, schrijft Ann. Het is vooral daar dat ze een intieme band opbouwt met haar grootmoeder, haar helpt, haar voedt, de vloer dweilt, en vooral haar verhalen over haar leven opzuigt om ze later opnieuw tot leven te wekken. Zoals het verhaal van haar overgrootvader die zijn vaderland ontvluchtte naar Amerika en er terecht kwam in de tweede grootste Belgische kolonie in de VS, maar die na de Groote Oorlog zou terugkeren. Over de bommen op het stadje en de bestorming door Duitse soldaten van hun huis, waar ze met tientallen vluchtelingen in de kelders schuilden, in 1940. Over het verdriet van een zoontje dat stierf aan wiegendood. Over het eerste televisietoestel en de nieuwste mode voor vrouwen. Het zijn melancholische tekstfragmenten waarin ze blijk geeft van haar groot inlevingsvermogen en tegelijk van haar scherp bewustzijn van de relativiteit van een mensenleven.

Ann bezorgt Paula lectuur en bezoekt haar steeds regelmatiger in de serviceflat om naar haar te luisteren. ‘Mijn gestage aanvoer van lectuur grootmoeder deed aanvoelen hoe gretig ik was naar verhalen, en dus werd ik degene aan wie ze anekdotes vertelde die ze zelfs nooit met haar eigen zonen of dochters had gedeeld.’ Intussen verkommert haar huis en wordt het op een dag vernietigd, en dat doet mémé en Ann verschrikkelijk pijn. De beschrijvingen van de intieme relatie tussen hen beide, zijn de mooiste uit het boek. Van elke bladzijde spat de liefde van Ann voor haar grootmoeder af. En natuurlijk loopt het slecht af, zoals het voor elke mens slecht afloopt. ‘Het leven is een voortdurend gevecht tegen de inkrimping van je levenscirkel,’ aldus Konrad. Oud worden, aftakelen, een misstap, tot het einde volgt en Ann de pijn van het verlies voelt. Alsof een deel van haar eigen lichaam is weggesneden: fantoompijn (het zou een meer treffende titel geweest zijn voor haar boek). Waarna ze schrijft dat ze niet alleen rouwt omwille van een dode ‘maar ook rouw(t) omwille van een verdwenen landschap’.

Het slot is van een verbluffende schoonheid. Al voel ik al aankomen dat recensenten gaan zeuren over ‘heimatliteratuur’. Die gaan het boek (weer) niet begrijpen. Natuurlijk gaat het om een levensverhaal van een Vlaamse vrouw in een Vlaams stadje, maar Kwikzilver overstijgt elke vorm van provincialisme en romantisme omdat het juist universele menselijke gevoelens centraal plaatst. Onvoorwaardelijke liefde, intense vreugde, grote bekommernis, onpeilbare woede, gelukkig samenzijn, de leegte van de eenzaamheid, diep verdriet. ‘Verdriet is een mes waarvan de tijd de vlijmscherpe punt botter maakt, maar onder het litteken blijft het gemis ook na twintig jaar sluimeren,’ schrijft Ann, en ze wist heel goed dat ze ooit over haar grootmoeder zou schrijven. Twintig jaar na haar dood is het zover. ‘Ik heb van grootmoeders verhalen een gouden paleis van herinneringen willen maken dat niet door de tijd kan worden gesloopt.’ Dit meeslepende boek, dat ik in één ruk heb uitgelezen, is een overwinning op de tijd, op het vergeten. Ann De Craemer bewijst dat de ‘taal sterker is dan de tijd’ en ‘dat woorden in staat zijn om het gevecht te winnen’. Paula Van Hauwaert is.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ann De Craemer is op zaterdag 11 oktober van 11 tot 18 uur te gast op Het Betere Boek te Gent in het Liberaal Archief, Kramersplein 23 te Gent. Dirk Verhofstadt zal haar samen met Groet Op De Beeck interviewen. Wie vrijkaarten wenst stuurt een email op onderstaand adres.

Ann De Craemer, Kwikzilver, De Bezige Bij, 2014

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be