Voorbij het dikke-ik

boek

Harry Kunneman

Volgens Harry Kunneman heeft zich het afgelopen decennium in het geÔndividualiseerde en welvarende Nederland een verontrustende ontwikkeling voorgedaan, die samengevat kan worden als de opmars van het dikke-ik. Deze eigentijdse figuur openbaart zich met grote kracht in de openbare ruimte: in het verkeer, in treinen, in voetbalstadions, op straat, in wacht- en spreekkamers en in talloze tv-programmaís. Maar ook op het niveau van de locale en landelijke politiek en binnen het bedrijfsleven voelt het dikke-ik zich bijzonder thuis, onder meer in de gedaante van zich dik makende politici en zelfverrijkende managers.

Het dikke-ik neemt wat het nodig denkt te hebben en dat is heel wat. Het wil niet alleen steeds meer consumeren maar eist ook erkenning van zijn handelingsvrijheid en respect voor zijn hoogst individuele opvattingen en verlangens. Dit leidt tot voortdurende wrijvingen met anderen, waardoor het dikke-ik verwikkeld is in een permanente concurrentie- en prestatieslag.

De opmars van dit dikke-ik en de daarmee verbonden verharding van sociale verhoudingen vormen de achtergrond van hoogoplopende maatschappelijke debatten over veiligheid, individuele vrijheid en de multiculturele samenleving. In het kader daarvan klinkt van verschillende kanten de roep om bindende waarden en normen in ere te herstellen. Tot nu toe heeft dat echter weinig zoden aan de dijk gezet. Misschien moeten we eens gaan kijken waaraan het dikke-ik zijn gestadige opmars Ďte dankení heeft.

De opmars van het dikke-ik manifesteert zich volgens Kunneman op drie onderling verbonden niveaus: op persoonlijk niveau, op het niveau van groepen en organisaties en ten slotte op het niveau van de planeet waar de menselijke soort zozeer uitdijt en zoveel rotzooi om zich heen verspreidt, dat de mogelijkheid van catastrofale ontwikkelingen opdoemt. Empirisch gezien valt deze opmars samen met de verbreiding van het postindustriŽle kapitalisme over de hele wereldbol en alle daarmee verbonden spanningen en verleidingen.

Drie elkaar versterkende krachtenvelden maken de opmars van het dikke-ik begrijpelijk. In postindustriŽle samenlevingen is in de eerste plaats sprake van voortdurende verleiding tot dikke-ik gedrag, in de tweede plaats is er een permanente druk werkzaam om dergelijk gedrag te vertonen en ten derde treedt er een ongekende accumulatie van menselijke en technologische vermogens op, die niet alleen de mogelijkheden voor dikke-ikgedrag vergroten, maar ook in hoge mate de gevolgen ervan.

De verleiding tot dikke-ik gedrag valt in de eerste plaats te begrijpen vanuit alle verleidingen die de postindustriŽle consumptiemaatschappij voor steeds meer mensen produceert. De multimediale stroom van indringende reclameboodschappen en alle daarmee verbonden marketinginspanningen vormen daar het eigentijdse symbool voor. De verleidingen grijpen aan bij reŽle menselijke behoeften, die vervolgens met strategische middelen worden uitvergroot. Wij leven momenteel immers in een cultureel en politiek klimaat waarin onze vermogens om te genieten van voedsel, drank, erotiek, spel en allerlei vormen van comfort voortdurend op de voorgrond worden geplaatst en bekrachtigd. Consumptieve overdaad maakt de kern van een goed leven uit en daar heeft als vanzelfsprekend iedereen recht op. Het heden en de toekomst staan in het teken van onbeperkte consumptieve mogelijkheden als mondiaal vooruitgangsperspectief.

Een tweede betekeniscomponent verbonden met de metafoor van het dikke-ik is het Ik dat zich dik maakt ten koste van anderen: de Ďdikke autonomieí van individuen, groepen en organisaties die alleen hun eigen belangen zien en anderen primair als middel gebruiken om die te realiseren of als obstakel of bedreiging daarvoor waarnemen.

PostindustriŽle samenlevingen zijn gegroepeerd rond markten voor arbeid, grondstoffen, goederen en kapitaal. Op die markten streven ondernemingen maximaal rendement op geÔnvesteerd kapitaal na, en ze doen dat in een complex en dynamisch mengsel van samenwerkingsverbanden en nietsontziende concurrentie, bij voorkeur door concurrentie te minimaliseren Ė bijvoorbeeld door kartelvorming, protectionistische maatregelen en patenten op innovaties Ė en waar dat niet lukt door rechtstreeks te concurreren op prijs en kwaliteit. Daarmee is er niet alleen een permanente druk op ondernemingen om steeds beter te presteren en voortdurend te innoveren op straffe van economische achteruitgang of ondergang, maar staat er ook een premie op strategisch handelen en op dikke-ik gedrag: sneller, sterker en slimmer zijn dan anderen, en het ontwikkelen van een dikke huid voor de destructieve gevolgen die dat voor andere mensen kan hebben.

Binnen het postindustriŽle kapitalisme gaat de verleiding om steeds meer te consumeren zogezien hand in hand met de druk om steeds beter te presteren en succesvol te zijn in een permanente concurrentieslag. Deze druk is enerzijds een bron van constructieve energie en creativiteit, maar is anderzijds een permanente bron van stress en frustratie voor degenen die op hun tenen moeten lopen om daaraan te voldoen, of die daar Łberhaupt niet toe in staat zijn en moeten leven met de last van uitsluiting en maatschappelijke marginalisering.

De verleidingen tot dikke-ik gedrag in consumptieve zin en de druk tot dikke-ik gedrag in strategische zin, worden beide versterkt door de enorme toename van technische vermogens en de permanente acceleratie van de technisch-wetenschappelijke vooruitgang die kenmerkend zijn voor postindustriŽle samenlevingen. De consumptieve verleidingen strekken zich op basis van technologische innovaties over steeds meer levensgebieden uit, van spel en communicatie tot en met de plastische vormgeving van het eigen lichaam en de beÔnvloeding van genetische kenmerken van toekomstige generaties.

In postindustriŽle samenlevingen is bovendien een enorm arsenaal van kennis, inzicht en technologisch vermogen geaccumuleerd rond het transformeren van maatschappelijke domeinen die primair aan niet-economische codes beantwoordden, tot domeinen waar de druk om te presteren en de verleiding om te consumeren centraal staan, en technologische vooruitgang een drijvende kracht wordt. Interessante en zorgwekkende voorbeelden van dit proces zijn onder meer te vinden in domeinen als de gezondheidszorg en de massamedia. Kenmerkend daarbij is dat in de loop van dergelijke transformaties oriŽnterende morele waarden vervangen worden door een marktperspectief.

Wat moeten wij nu doen om voorbij dat dikke-ik te komen? Harry Kunneman stelt in zijn slotbeschouwing dat de vooruitgangsdynamiek van de postindustriŽle productiewijze intern verbonden is met een liberaal-democratische rechtsorde, met sociale rechten en met individuele vrijheden van burgers die bereid en in staat zijn om actief vorm te geven aan voortdurend veranderde maatschappelijke verhoudingen. In combinatie met de mogelijkheden tot genieten en verstrooiing die het postindustriŽle kapitalisme biedt, leidt dat tot levensomstandigheden waar veel mensen beter onder gedijen dan onder autoritaire maatschappelijke verhoudingen waarbinnen liberale vrijheden geweld wordt aangedaan en consumptieve mogelijkheden slechts voor een elite toegankelijk zijn.

Deze vooruitgangshorizon wordt echter gekenmerkt door een cruciale eenzijdigheid en bijziendheid. Deze eenzijdigheid leidt niet alleen tot een structurele overbelasting van vermogens tot technische beheersing en bestuurlijke controle, zoals het falen van controlegericht overheidsbeleid op gebieden als milieu, veiligheid en ouderenzorg laat zien. Een nog ingrijpender gevolg van deze eenzijdigheid en de daarmee verbonden verdringing is het buitenspel zetten of naar de rand dringen van belangrijke hulpbronnen voor menswaardige vormen van omgang met persoonlijke en maatschappelijke problemen. Kunneman doelt hier op existentiŽle en morele leerprocessen die mensen in staat stellen om minder controlerend met elkaar om te gaan, confrontaties met eindigheid en verlies samen uit te houden, bewogen te worden door het lot van anderen en geÔnspireerd te raken door vormen van samenwerking en professioneel handelen die ook in morele zin betekenisvol zijn.

De toenemende welvaart lijkt, bij degenen die daar het meeste van profiteren, eerder een honger naar meer te stimuleren dan tot tevredenheid te leiden. Het dikke-ik is welvaren ťn ontevreden. Is een bestaan dat vooral uit presteren, concurreren en consumeren bestaat, in een samenleving die verhardt, alle moeite wel waard? Is dit het beste wat wij onszelf en toekomstige generaties te bieden hebben?

Tot zover een summiere inleiding tot het boek van Harry Kunneman. Het boek wil ons bewust maken van waar wij mee bezig zijn en wat de oorzaak is van onze onbegrensde behoeften en ontevredenheid. Het reikt ons bouwstenen aan voor een zinvol en menswaardig leven in deze postindustriŽle samenleving waarin het dikke-ik zijn opmars voortzet. In naam van welke waarden kunnen de autonomie en onverzadigbaarheid van het dikke-ik in het dagelijks leven begrenst worden zonder diens eigenheid geweld aan te doen? Deze vraag wordt in dit boek beantwoord vanuit een kritisch-humanistisch perspectief met behulp van de begrippen diepe autonomie, horizontale transcendentie, normatieve professionaliteit en maatschappelijk verantwoord organiseren.


Harry Kunneman is hoogleraar sociale en politieke theorie aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht en publiceerde onder meer Van theemutscultuur naar walkman-ego (1996) en het essay Postmoderne moraliteit (1998).



Recensie door: Micheline Baetens Ė 1 december 2005 - www.zelfzorg.be




Harry Kunneman, Voorbij het dikke-ik, Uitgeverij SWP (Amsterdam), 2005, 287 p., 24,00 euro.

Links
http://www.notenboom.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be