Kapitalisme, kolonisatie en cultuur

boek vrijdag 30 oktober 2009

Dick Kooiman

Sinds het gezeur over de Nederlandse identiteit een hot issue is geworden, en er geen belangrijker intellectueel debat denkbaar lijkt dan over de exacte locatie van ons Nationaal Historisch Museum, schijnt het hopeloos passé: de geschiedenis van niet-westerse volken. Dat is zó jaren zeventig, dat is een reservaat voor onverbeterlijke multiculturalisten die ongetwijfeld een fikse tik van de marxistische molen hebben gehad, en die ons een volstrekt onverdiend schuldcomplex willen aanpraten. Laten die lui zich maar in stilte schamen en ons, die willen horen hoe geweldig wij Nederlanders het altijd al gedaan hebben, niet lastig vallen met hun van zelfhaat en linkse vooroordelen bolstaande kletspraatjes, aangezien wij al onze handen vol hebben aan de economische crisis en de haperende huizenmarkt.

Gezien in het licht van deze Zeitgeist is het zonder meer dapper te noemen dat Dick Kooiman, die bijna dertig jaar lang docent niet-westerse geschiedenis aan de Vrij Universiteit was, met een boek is gekomen dat een historisch overzicht wil geven van de enorme scheefgroei tussen rijke en arme landen. Want dat er de afgelopen zeshonderd jaar sprake is van een ongelijke economische ontwikkeling, en dat de kloof nog steeds groter wordt, kan niet worden ontkend. Wel lopen de meningen over de oorzaken van de verschillen sterk uiteen.

Kooiman begint zijn boek met het weergeven van drie visies op het ontstaan van de kloof tussen rijke en arme landen, om vervolgens bij zijn beschrijving van de economische ontwikkelingen te kijken welke elementen uit welke theorie het meest verhelderend zijn. Om te beginnen is er de wereld-systeemtheorie, waarvan Immanuel Wallerstein de belangrijkste grondlegger is. Na de Tweede Wereldoorlog heerste er de optimistische gedachte dat wanneer de zogenaamde ‘onderontwikkelde’ landen nu maar gewoon het voor het Westen zo kenmerkende moderniseringsproces zouden doormaken, ze vanzelf hun achterstand zouden inhalen. Wallerstein en anderen wijzen erop dat dit veel te optimistisch gedacht was en dat de kloof alleen maar groter werd. Zij bestuderen de wereldgeschiedenis als één geheel, waarbij de economische ontwikkeling centraal stond. Met de opkomst van het kapitalisme in de vijftiende eeuw ontstond er economisch centrum, dat zijn groei alleen kon verwezenlijken door steeds grotere delen van de periferie op te nemen. Hoewel het zwaartepunt van het centrum kan verschuiven, bijvoorbeeld van het Iberisch schiereiland naar noordwest Europa naar Noord-Armerika, blijft het centrum profiteren van de exploitatie van de periferie.

Gaat Wallerstein dus vooral uit van de economische machtsongelijkheid, volgens David Landes is het verschil tussen rijke en arme landen vooral het gevolg van cultuurverschillen. Hoewel Landes van joodse afkomst is, noemt hij zich ‘een calvinist uit overtuiging’: ‘Wat telt is werk, spaarzaamheid, eerlijk, geduld, volharding.’ Het verschil tussen Saoedi-Arabië, dat ondanks de waanzinnige olierijkdom nog altijd een zwakke economie heeft, en de Chinezen spreekt volgens Landes boekdelen. Waar Wallerstein voortborduurt op Marx werkt Landes de ideeën van Max Weber verder uit. Waar de eerste heel kritisch is over het kapitalisme, beschouwt de tweede het als zegen. Wat hen echter bindt, is dat zij beiden een sterk eurocentrische benadering hebben. Hier in Europa is alles begonnen, en de hele wereld zal, of het je nu leuk vindt of niet, een soortgelijke ontwikkeling door (moeten) maken.

Vijf jaar geleden verscheen echter The Eastern Origins of Western Civilisation van John Hobson, kleinzoon van J.A. Hobson, die in 1902 het fameuze en kritische Imperialism schreef. Volgens de jonge Hobson slaat het Westerse superioriteitsgevoel nergens op. Het Oosten was al veel eerder een hoogstaande beschaving en vrijwel alle technologische en intellectuele verworvenheden waar het Westen zo prat op gaat zijn afkomstig uit het Oosten. ‘Alleen spaghetti lijkt nog een Europese uitvinding te zijn,’ aldus de visie van Hobson in de samenvatting van Kooiman. Bovendien is de Westerse dominantie niet meer dan een intermezzo en zullen met name China en India de komende eeuw het Westen overvleugelen.

In zijn boek, dat begint met de economische ontwikkelingen in het middeleeuwse Europa en eindigt met miraculeuze economische opmars van de ‘Aziatische tijgers’, kiest Kooiman niet voor een van deze visies, maar laat hij zien dat ze alle drie bepaalde elementen hebben die heel bruikbaar zijn. Het ontstaan van de transatlantische driehoekshandel tussen Europa, Afrika en Amerika – waarin de slavenhandel het centrale element vormde – laat zich heel goed analyseren met behulp van de ideeën van Wallerstein. Maar voor de ondergang van de vroeg-Amerikaanse beschavingen en het stagneren van het Chinese rijk kan men niet om de culturele benadering van Landes heen, terwijl Hobson ondanks zijn overdrijvingen toch een nuttig tegenwicht biedt voor een al te eurocentrische benadering.

Kooiman mag dan niet met een geheel nieuwe, alles verklarende theorie komen, maar dat is geen probleem. Sterker nog, hij laat vrij overtuigend zien dat zo’n theorie zowel onmogelijk als onwenselijk is, en dat je de economische wereldgeschiedenis juist vanuit zoveel mogelijk invalshoeken moet benaderen. Tegelijkertijd biedt zijn boek een heel handzaam en informatief overzicht van de economische ontwikkelingen gedurende de afgelopen zeshonderd jaar. Voor studenten en docenten is Kapitalisme, kolonialisme en cultuur een heel nuttig boek, maar het kan ook worden aanbevolen aan een ieder wiens belangstelling wat verder reikt dan de vijftig ‘vensters’ van de Nederlandse geschiedeniscanon.


Recensie door Rob Hartmans



Deze tekst verscheen eerst in De Groene Amsterdammer.

Dick Kooiman, Kapitalisme, kolonisatie en cultuur, KIT Publishers, 2009, 293 blz., 24,95

Links
mailto:rhhistor@xs4all.nl
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be