Wilt u achteruit naar voren gaan!

boek vrijdag 16 november 2007

Leszek Kolakowski

‘Wie als filosoof niet beseft hoe wankel de basis is waarop wijsgerige waarnemingen veelal berusten, kan beter naar een andere discipline uitkijken. De ware denker geeft er zich juist voortdurend rekenschap van dat er geen absolute waarheden bestaan.’ Met dit citaat typeert de Pools-Britse filosoof Leszek Kolakowski bijzonder goed zichzelf. Zijn boeken en essays getuigen van bedachtzaamheid, nuance en een diep inzicht in de problematiek van onze huidige samenleving en cultuur. Als orthodox marxist werd hij op 23-jarige leeftijd uitgenodigd naar Moskou om er opgeleid te worden tot een intellectuele communistische voorman. Maar al snel realiseerde hij zich de geestelijke en materiële leegte van het stalinisme. In 1966 werd hij omwille van zijn kritische standpunten uit de partij gezet en ging in ballingschap. Hij werd hoogleraar aan de universiteiten van Yale, Berkeley, Oxford en later Warschau, en schreef kritische boeken over marxisme, moderniteit, religie en vrijheid. In 1983 ontving hij de Erasmusprijs en in 2004 kreeg hij de Kluge Prize for Lifetime Achievement in the Humanities.

Onlangs verscheen het boek Wilt u achteruit naar voren gaan!, een verzameling van essays van Kolakowski geschreven tussen 1980 en 2003. Daarin confronteert hij de lezer met de valkuilen van ideologische en religieuze systemen en met het vermogen van de open samenleving om zichzelf, al dan niet willens en wetens, op te blazen. Daarbij heeft Kolakowski het over kwesties als tolerantie, cultureel universalisme, geloof en wetenschap, het politieke bedrijf en de Europese eenwording. Bij elk van zijn antwoorden plaatst hij de lezer eerst op het verkeerde been door in te gaan op evidente antwoorden. Pas nadien volgt zijn gedetailleerde ontleding waarbij hij die evidente antwoorden confronteert met onwenselijke oplossingen. In die zin profileert Kolakowski zich tot het tegenbeeld van de populist, de politicus die beweert met zijn simplistische antwoorden, het volk te vertegenwoordigen. Niets is eenvoudig. Steeds moeten we rekening houden met afwijkende meningen die ‘in sich’ waarde hebben en een plaats moeten krijgen in het eindoordeel. Net die tegenstemmen vormen de kern van een democratie en moeten derhalve aan bod kunnen komen. Maar niet ten koste van alles.

Leszek Kolakowski verafschuwt het totalitarisme en kant zich met overtuiging tegen elke vorm van despotisme en relativisme. Dat laatste leidde al te zeer tot een verdoken goedkeuring van praktijken die onaanvaardbaar zijn. Tegelijk zet hij zich af tegen elke vorm van onderdrukking van de mens omwille van zijn of haar geloof. ‘Geloof, in de echte zin van het woord, kan zonder meer nooit afgedwongen worden.’ Nochtans hecht de filosoof veel belang aan religie, maar dat belet hem niet om tal van praktijken van vooraanstaande theologen en van de kerk aan de kaak te stellen. Neem de problematiek van afvalligheid, die volgens Thomas Van Aquino met de dood bestraft moest worden (een standpunt dat hedendaagse radicale moslims nog verdedigen en zelfs toepassen) of de al dan niet aanvaarding van de mensenrechten. In 1900 liet de toenmalige paus Leo XIII zich nog minachtend uit over die mensenrechten (die pas onder Johannes Paulus II erkend werden). Of de problematiek van de gewetensvrijheid die door diverse pausen veroordeeld werd. Zo redeneert de filosoof verder tot hij stuit op het principe van de ‘absolute vrijheid’. Daar keert hij zich eveneens tegen, al was het maar omdat het zou neerkomen op een heerschappij van de sterksten en de slavernij van de zwaksten.

Waar zijn de barbaren? is een andere prikkelend essay van Kolakowski. Daarin stelt hij de intrigerende vraag in hoeverre respect voor andere culturen aan te raden is ‘en op welk ogenblik wordt het loffelijke verlangen om zich niet als een barbaar te gedragen zélf onverschilligheid, ja zelfs goedkeuring van de barbarij’. Opnieuw een uithaal naar de nefaste impact van het cultuurrelativisme. De uitspraak dat alle culturen gelijk zijn klopt niet, aldus de filosoof. Als we elke cultuur met haar praktijken en tradities zouden aanvaarden dan zouden we ook barbaarse toestanden aanvaarden, waarbij we bepaalde gedragingen voor onszelf zouden verwerpen, maar goed vinden voor anderen. Het doet de Kolakowski besluiten dat de kern van de Europese cultuur ‘tot uiting komt in de weigering een definitieve identificatie te aanvaarden, en bijgevolg in de onzekerheid en de onrust’. Dat lijkt me na de twee vreselijke wereldoorlogen een prima omschrijving van de Europese cultuur. De twijfel als basis van ons denken. Het lijkt alsof Karl Popper aan het woord is. Natuurlijk kent Europa een geschiedenis van barbarij, maar – en dat is bijzonder aan Kolakowski’s denken – het was in staat om omvangrijke krachten te mobiliseren om er zich tegen te verzetten. Daarbij denk ik zelf aan Stefan Zweig, Karl Popper, Friedrich Hayek en zelfs Winston Churchill, maar het waren maar enkelingen. In die zin is de visie van de filosoof enigszins overtrokken.

Kolakowski gaat ook een ander knelpunt niet uit de weg: de idolatrie van de politiek. Kan de politiek de wereld redden? Die vraag is pertinent zeker nu we op het punt staan van een botsing van beschavingen (aldus de auteur). Mogen we barbarij nog langer aanvaarden? Waarop de auteur het principe van bloedvergieten, zeg maar het gebruik van geweld voor edele doelen ter discussie stelt. Bloedvergieten is aanvaardbaar als we daarmee ergere rampen voorkomen, maar de grens is bijzonder dun, kijk maar naar de oorlog in Irak. Toch kiest Kolakowski voor de moeilijke weg. ‘Tolerantie uitbreiden tot fanatisme komt neer op het bevorderen van de overwinning van de intolerantie’. En dan gaat hij een stap verder en betwist hij de algemeen aanvaarde uitspraak dat de mens een sociaal wezen is. Dat is betwijfelbaar en in het verlengde van Rousseau’s ideeën van de ‘algemene wil’ niet aangewezen. Hier toont Kolakowski een groot wantrouwen tegenover de zogenaamde ‘meerderheid’ en verkondigt hij zijn geloof in de persoonlijke rechten van elk individu. Zoals bij andere thema’s huivert de filosoof voor de doorgetrokken consequentie van één bepaald denken.

‘Wat is vrijheid?’. In zijn essay over de positie van kinderen in een liberale filosofie wijst Kolakowski op enkele manco’s in het systeem. Hij verwerpt terecht de absolute vrijheid, maar dat betekent dat er ergens (en door iemand) een lijn moet worden getrokken. Waar ligt die lijn en wie tekent die? De auteur zet zich af tegen een anarchie (zelfs Hayek keerde zich tegen een onbeperkt laissez faire), maar is beducht voor een teveel aan overheid. De argumentatie van Kolakowski voor een staat gaat uit van een verdediging van onze kinderen. ‘Zijn we voor verplicht onderwijs?’, zo vraagt hij zich af. Ja, omdat kinderen later als volwassenen zelf kun keuzes kunnen maken. Maar liberalen pleiten dan wel voor een neutraal onderwijs (de auteur zelf is gekant tegen verplichte godsdienstige vorming). Dat is een toegeving aan het principe van absolute vrijheid. Moeilijker is de vraag wat we moeten doen met mensen die ‘vrijwillig’ afstand nemen van de vrijheid. Vaak gaat het om angst of onzekerheid die mensen aanzet om te kiezen voor bestaande systemen, desnoods ten koste van hun vrijheid. In die zin wijst Kolakowski op de taak van elke liberaal om voortdurend waakzaam te blijven. ‘We moeten de onvolmaakte liberale staat verdedigen, die gebouwd is op een systeem van compromissen tussen een aantal legitieme maar botsende doelstellingen’.

Het meest uitdagende essay van Kolakowski is dat over de natuurwet. Hij gaat uit van de premisse dat er geen universele kern bestaat voor alle morele codes. Een empirisch bewijs hiervoor bestaat niet, aldus de auteur. Met deze stelling zet de auteur elk internationaal verdrag op losse schroeven. Maar dat wil hij niet gezegd hebben. De filosoof aanvaardt de natuurwet als basis voor de menselijke waardigheid. Hier overtuigt Kolakowski niet. Ofwel bestaat er een empirisch vaststaande reden voor een universele norm, ofwel bestaat die niet. Waarom hebben we ons in het (recente) verleden gekant tegenover slavernij, apartheid, gedwongen religies, ongelijkheid voor de wet, enzovoort? De reden is omdat er wel degelijk universele zaken zijn die we moeten afkeuren. Neem het feit van het onvrijwillig ondergaan van pijn. Dat wordt in elke cultuur verworpen. Meer nog, tijdens een bevalling maakt elke vrouw een hormoon aan dat automatisch zorgt voor een vermindering van de pijn. Er bestaat dus wel degelijk een empirisch aan te wijzen universele kern voor alle morele codes. En die kern is beenhard.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Leszek Kolakowski, Wilt u achteruit naar voren gaan!, Klement/Pelckmans, 2007, 182 blz.

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be