De twintigste eeuw was zonder twijfel de meest gruwelijke uit de wereldgeschiedenis. De eeuw begon nochtans in 1900 met de ambitieuze en succesvolle Exposition Universelle in Parijs die meer dan 50 miljoen bezoekers trok. Die waren ervan overtuigd dat ze een eeuw van vrede en welvaart tegemoet gingen. Veertien jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit die het leven zou kosten van 17 miljoen soldaten en burgers, de grootste slachtpartij ooit. Tegelijk vormde deze Grote Oorlog de aanzet voor tal van andere historische ontwikkelingen zoals het extreme nationalisme, de Russische revolutie, de opkomst van het fascisme, de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki en de Koude Oorlog.

De 19de eeuw was daarmee vergeleken een tijdperk van vrede en geloof in de Verlichtingsidealen, maar die moest plaats ruimen voor extreem geweld, dictaturen en genociden. Intussen weten we hoe de Eerste Wereldoorlog afliep en leidde tot het Verdrag van Versailles dat aan de basis lag van zoveel gevoelens van haat en wraak die later zouden leiden tot de vreselijke Tweede Wereldoorlog en het drama van de Endlösung der Judenfrage. Hoe was het tot die Eerste Wereldoorlog kunnen komen, en vooral, wie stuurde daarop aan en zorgde ervoor dat dit de eerste echte vernietigingsoorlog zou worden?

In zijn boek Een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog geeft de gewezen hoogleraar Koen Koch een antwoord op deze vragen. Paradoxaal genoeg werd het in de zomer van 1914 een oorlog die eigenlijk niemand had gewild maar door een reeks toevalligheden in gang werd gezet. Onder meer de moord op Frans Ferdinand, de eerste opvolger in lijn van Franz Joseph, de oude keizer van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie die steeds meer onder druk kwam te staan van diverse nationalistische bewegingen. De moordenaar was Gavrilo Princip, een aanhanger van een ultranationalistische Bosnisch-Servische groep. Daarop volgde een keten van reacties die het vuur in de lont staken.

Tal van Oostenrijkse politici en militairen eisten een zware vergeldingsmaatregel tegen Servië en stuurden aan op een preventieve oorlog. Ze voelden zich gesterkt door hun verbondenheid met het militair machtige Duitsland dat met een dreigement met een oorlog hoopte op enkele diplomatieke successen. Servië vroeg op zijn beurt hulp aan de Russische tsaar. Ook Frankrijk en Engeland die bezorgd waren over hun eigen machtsposities en vreesden dat de bestaande machtsevenwichten zouden verstoord worden, begonnen zich te mengen in het dispuut. Daarop volgende een aaneenschakeling van ultimatums, dreigementen en oproepen tot mobilisatie, maar eenieder dacht dat de kwestie nog diplomatiek kon opgelost worden.

Er bestond nog een reden waarom oorlog voor velen in die tijd zo onvoorstelbaar leek. In die jaren groeide immers de pacifistische beweging die vooral werd aangestuurd door de opkomende socialistische partijen, verenigd in de Socialistische Internationale. Maar juist op dat cruciale ogenblik bleken de nationale tendensen zoals patriottisme en vaderlandsliefde sterker dan de zo geroemde internationale solidariteit. De massa bezweek onder de nationalistische retoriek en de haatcampagnes tegenover de ‘Ander’. En de enkele toonaangevende persoonlijkheden die nog probeerden de verschillen te overbruggen werden vermoord door extremistische nationalisten. Denk aan Jean Jaurès, het ‘symbool van gematigdheid en hoop op vrede’.

Stefan Zweig verhaalt in zijn boek De wereld van gisteren over een bioscoopbezoek in Frankrijk waarin een fragment werd getoond van keizer Wilhelm II waarop het publiek begon te schreeuwen en fluiten. ‘Het was maar één seconde geweest, maar wel één die mij liet zien hoe gemakkelijk het zou zijn, de mensen aan beide kanten als de nood echt aan de man kwam op te hitsen, ondanks alle pogingen begrip te wekken, ondanks onze eigen inspanningen’. Uiteindelijk draaide de toenemende wederzijdse haat uit op opeenvolgende oorlogsverklaringen waarin ook de neutrale landen mee ten onder gingen.

In tegenstelling tot andere auteurs stelt de auteur dat het enthousiasme voor de oorlog niet zo groot was. Zweig beschreef nochtans zegezekere soldaten die vergezeld van fanfares en vlaggen, juichend en bejubeld, naar het front trokken met de stellige overtuiging dat ze tegen Kerstmis weer thuis zouden zijn. Maar Koch wijst er op dat tal van hooggeplaatste burgerlijke en militaire leiders heel goed wisten dat deze oorlog lang ging duren. Vooral de Duitsers zagen in dat het quasi onmogelijk was om snel de overwinning te boeken en dat ze een langdurige oorlog onvermijdelijk zouden verliezen gezien de kracht van hun geallieerde tegenstanders die voor hun grondstoffen en manschappen konden putten uit hun vele kolonies.

Daarom zetten de Duitsers er toch alles op om Frankrijk binnen de zes weken op de knieën te krijgen. Op 4 augustus 1914 trokken de Duitse troepen België binnen, waarna de Britten in actie kwamen. Het Duitse plan mislukte en de aanval ging al snel over in een uitputtingsslag die vier jaar zou duren. De troepen zaten in loopgraven die zich uitstrekten van de Noordzee tot aan de Zwitserse grens. Mits de nodige diplomatie had de Grote Oorlog al veel sneller kunnen beëindigd zijn maar de enorme aantallen doden die langs weerskanten vielen zorgden juist voor een verdere escalatie.

‘Wanneer nu de strijd gestopt wordt, zouden alle tot nu gebrachte offers tevergeefs zijn geweest’, zo redeneerden de leiders, dus moesten nog meer troepen ingezet worden die op hun beurt geofferd werden op het slagveld zonder dat een overwinning binnen bereik lag. Het leidde er ook toe dat de haviken in beide kampen hun macht konden verstevigen en op die manier de oorlogsdynamiek in gang houden, en zelfs versterken. ‘Na het fiasco van de slag bij de Somme in 1916 werd Lloyd George die “all-out war” wilde, premier in Groot-Brittannië. De Duitse nederlaag bij Verdun leidde tot de militaire dictatuur van het duo Hinderburg-Ludendorff, dat een programma van “totale Krieg” ging uitvoeren. George Clemenceau, die “la guerre jusqu’au bout” wilde, werd de Franse premier aan het eind van 1917.’

Zo bleven de enorme legers vier volle jaren verder strijden zonder dat een van de partijen een beslissende overwinning kon behalen. De auteur wijdt dit onder meer aan de voordelen die de verdediging had op de aanvallers. Tegelijk werden nieuwe technische middelen ingezet die het moorden nog efficiënter en gruwelijker maakten zoals duikboten, tanks, vliegtuigen en vooral gifgas. Dit laatste werd voor het eerst gebruikt door de Duitsers en had een enorme impact op het moreel van de troepen. Later zouden ook de geallieerden gas als wapen gaan gebruiken.

Nog eenmaal zouden de Duitsers het bijna halen. Door de Russische revolutie kwam er een einde aan de strijd in het oosten waardoor heel wat manschappen en materiaal vrijkwam voor de oorlog in het westen. In maart 1918 behaalden de Duitsers een belangrijke doorbraak die hen tot 80 kilometer van Parijs zou brengen, maar ook toen strandde het offensief, onder meer door de toenemende inzet van Amerikaanse troepen. Vanaf september 1918 rukten de geallieerden stukje bij beetje op tot ze op 11 november de Duitsers op de knieën kregen. Het resultaat van vier jaar oorlog op het Europese continent was echter dramatisch, en hierover is het boek bijzonder interessant. ‘De oorlog was gevoerd om een einde aan de oorlog en om de wereld veilig voor democratie te maken. Het resultaat was omgekeerd. De wederzijdse wrok was toegenomen.’

De Duitsers hebben de nederlaag nooit kunnen accepteren en het Verdrag van Versailles was zodanig hard voor de verliezers dat extremisten van rechts en van links steeds meer aanhang kregen. Maar het belangrijkste effect was allicht het feit dat de geest van het radicale nationalisme definitief uit de fles was en leidde tot een Europa dat werd gevormd ‘op basis van nationale zelfbeschikking met de etnisch homogene natiestaat als ideaal en de dodelijke drieslag van etnische zuivering (gedwongen assimilatie, deportatie en genocide) als instrument.’ Dit alles leidde enkele jaren later tot de opkomst van het fascisme en nazisme, de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust. Dit boek vormt een antidotum voor al wie gelooft in het nationalisme als weg naar vrede en geweldloosheid.


Recensie door Dirk Verhofstadt


Koen Koch, Een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog, Ambo/Manteau, 2010

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be