Nederland als vervlogen droom

boek

Thijs Kleinpaste

''Verbeelding regeert de wereld!'' riep Napoleon eens uit in een onderhoud met de Comte de Las Cases op het eiland Sint-Helena. ''Hoe sterk is haar invloed!? Er zijn mensen die mij nog nooit gezien hebben en die slechts over mij hebben horen spreken. Maar wat voelen ze wel niet? En zouden ze me niet allemaal dienstig willen zijn? Ja, verbeelding regeert de wereld.'' Er ligt een grote kern van waarheid besloten in de woorden van Napoleon, ook in de door sommigen verbeeldingsarm genoemde eenentwintigste eeuw. Nu zijn het natiestaat en nieuw (en oud) nationalisme die, als ware het een reflex, weer de kop op steken en tot onze verbeelding spreken. Het blijkt dat de negentiende eeuw, grootmoeder van ons politiek vocabulaire, nog altijd stevig geworteld is in onze verbeelding en haar soms zelfs kaapt. Maar waar stoelt ze op? Komt ze nog overeen met de werkelijkheid?

In Nederland als vervlogen droom stelt historicus Thijs Kleinpaste dat het geloof in de natiestaat en het zich daarbij voegende nationalisme gelijk staat aan het geloof in een dode, onmachtige God. ''De veilige cocon van de natiestaat is geperforeerd'', zo schrijft hij, ''voorlopig zonder alternatief.'' Nationaal bewustzijn is er nog wel degelijk en ook de natie an sich blijft een realiteit - 'internationaal' prevaleert in de 'politieke taal' bijvoorbeeld nog altijd boven 'transnationaal' - waar we ons tot moeten verhouden. Maar de belofte, de droom, of de verbeelding, die de natiestaat in de 19de eeuw van een voedingsbodem voorzag, is verloren gegaan. Definitief, zo lijkt het. Het is een gedurfd standpunt maar Kleinpaste is geslaagd in het neerzetten van een coherent en sluitend betoog. Verfrissend is het 'what is' uitgangspunt in het boek, tegenover het 'what ought', het wensdenken, een onderscheid dat David Hume al maakte. Het vertrekpunt is primair de huidige orde, of die nu aantrekkelijk en spannend is of niet.

Hoe dan, is die ‘veilige cocon’ van de natiestaat afgebrokkeld? Op welke wijze heeft het vonnis zich voltrokken? Kleinpaste stelt (in het hoofdstuk met de veelzeggende titel God is dood) dat we zijn beland in een vloeibare moderniteit, of een vloeibare Verlichting, dat wil zeggen een tijd die gekenmerkt wordt door een nieuw soort individualisme gestoeld op de privatisering van de politiek, de kloof tussen de machthebbers en samenleving, globalisering en economisering, voortgevloeide ongebondenheid en ontbinding. De natiestaat van de 19de eeuw was gefundeerd op nationale eenheid en identiteit en de bereidheid om 'op te gaan in het geheel'. Het duet van Verlichting (Vive la patrie!) en Romantiek (Volkstum maar ook Blut und Boden) heeft echter een ander gewicht gekregen - sterker: ze is flink afgeslankt - in de vloeibare moderniteit. De gedachte van opoffering heeft plaatsgemaakt voor een heel andere loyaliteit die niet zich niet meer verhoudt tot '’de aspiratie om als gemeenschap de toekomst binnen te treden…’.

Soepel laverend tussen verschillende denkers en historici, van Alexis de Tocqueville, Jules Michelet en Ernest Renan tot Zygmunt Bauman, Tony Judt en Charles Taylor, komt Kleinpaste langzaam tot de onvermijdelijke en, zoals de titel al doet vermoeden, beangstigende conclusie: Nederland is ‘als hoopgevende belofte’ opgelost in ‘een samenleving van geatomiseerde individuen’. De vloeibare moderniteit tijd, een term die van socioloog Bauman afkomstig is, 'kiest' ondubbelzinnig voor het individu en luidt daarmee het einde in van de romance die de natiestaat heette. Ondanks de afbrokkeling van de droom van de natie, die overigens tot een permanent wantrouwen leidt (bijvoorbeeld ten opzichte van de Europese Unie) zo merkt Kleinpaste scherp op, heeft het nationalisme echter aan kracht gewonnen. Liberalen zoeken naar een nieuwe vorm van 'wij', conservatieven pogen terug te keren naar de 19de eeuwse natiestaat en aan de linkerkant lijken sommigen zelfs terug te willen grijpen op de naoorlogse Keynesiaanse, corporatistische staat die rechtvaardigheid en solidariteit tijdens de wederopbouw lange tijd als bindmiddel en vehikel voor de instandhouding van het 'wij' beschouwde.

Maar het nationalisme van vandaag vervult vooral een 'splijtende' functie en verbindt niet. Het is het nationalisme van de 'gebeten hond' dat overheerst en ‘angst en desoriëntatie’, zo schreef de Britse historicus Eric Hobsbawm al in zijn beroemde studie over het nationalisme, ‘scheppen de illusies van naties en nationalisme als een onweerstaanbaar opkomende kracht die klaarstaat voor het derde millennium’. Niets is minder waar. In zijn typering van het hedendaagse nationalisme slaat Kleinpaste de spijker op de kop: ''Nationalistische politici stellen dat de natie verdeeld is geraakt tussen 'wij', de goeien,, en zij, ' de samenzweerders - van een meeslepende missie tot vereniging is niet langer sprake. De nationale identiteit lijkt soms nog slechts dat uit te drukken wat men een ander wil verwijten.'' Enige woorden dienen overigens besteed te worden aan de rol die de ideeënhistoricus Isaiah Berlin in Nederland als vervlogen droom speelt. Kleinpaste, zonder twijfel een Berlin-adept, haalt de Russisch-Britse denker vaak aan, in relatie tot ideeën (vrijheid, Verlichting, identiteit en de onverenigbaarheid van waarden) en denkers (Fichte, Rousseau, Kant) en laat hem fungeren als een soort 'derde oog' dat onafgebroken beschouwt, verheldert en waar nodig aanvult.

Aan het slot van zijn werk over het nationalisme, citeert Eric Hobsbawm Hegel, die schreef dat de uil van Minerva die wijsheid brengt, bij schemering uitvliegt. Die schemering heeft volgens Kleinpaste ingezet en het is de natiestaat die langzaam verduisterd raakt. Maar Where from now?, zo luidt de onvermijdelijke vraag. Moeten we de boel opdoeken? Kan het sociaal contract verscheurd worden? Nee, de vloeibare tijd moet weer (deels) stollen, ze heeft tegenwicht nodig. Kleinpaste pleit voor een nieuwe Romantiek die moet ‘proberen het nieuwe tijdperk de accommoderen - de tijdloze waarden die het vertegenwoordigt tot uitdrukking te laten komen op een manier die past bij de nieuwe tijd’. Radicaal lokalisme, ‘de plek die echt is’, kan die uitdrukking vormen, zo besluit Kleinpaste, die deels lijkt te verwijzen naar de Britse Big Society-gedachte. Het nabije, dat ook zeggenschap en macht hierover met zich mee dient te brengen, moet de nieuwe belofte vormen die de natiestaat niet meer kan inlossen.


Daniel Boomsma

Thijs Kleinpaste, Nederland als vervlogen droom, Prometheus, 2013

Links
mailto:daniel_boomsma@hotmail.com
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be