De eeuw van AziŽ

boek vrijdag 20 maart 2009

Kishore Mahbubani

Kishore Mahbubani heeft het niet begrepen op Willy Claes. In het begin van de jaren negentig woonde hij als diplomaat voor Singapore een bijeenkomst bij van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie en van de ASEAN, de Association of Southeast Asian Nations, een samenwerkingsverband van enkele Zuidoost-Aziatische landen. Als toenmalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken trad Willy Claes op als EU-voorzitter. Tijdens de ASEAN-EU-bijeenkomst zei hij dat, nu de Koude Oorlog voorbij was, er nog maar twee grootmachten meer over waren: de Verenigde Staten en de Europese Unie.

BelgiŽ was voorzitter van de Europese Unie in de tweede helft van 1993. Het feit dat Kishore Mahbubani zich deze uitspraak nog goed herinnert en die vermeldt in De eeuw van AziŽ, een boek dat begin 2008 oorspronkelijk in het Engels verscheen, toont aan hoeveel ergernis die bij hem verwekt moet hebben. Mahbubani haalt ze aan als voorbeeld van het in zijn ogen misplaatste triomfalisme dat het Westen toen in zijn ban hield. Een boek dat dan veel furore maakte was Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van Francis Fukuyama. Daarin poneerde hij dat het westerse denken de overwinning had behaald en dat de liberale democratie overal als staatsvorm zou worden geÔntroduceerd.

Vijftien jaar na dato moet inderdaad geconstateerd worden dat er in veel landen nog altijd geen sprake is van democratie. De steile opkomst van China, een land dat strak geleid wordt door ťťn partij, waar de vrijheid van meningsuiting sterk aan banden wordt gelegd, maar waarvan de economie wel een enorme ontwikkeling heeft gekend, lijkt eerder te wijzen op het ongelijk van Fukuyama. Andere Aziatische landen die eveneens een grote economische bloei kenden, zoals Vietnam en Singapore, zijn evenmin staten waar de bevolking veel in de pap te brokken heeft. In het algemeen heeft AziŽ zich goed kunnen herstellen van de vorige financiŽle crisis van 1997-1998. China en ook India hebben, voor de huidige financiŽle crisis, regelmatig een jaarlijkse economische groei in twee cijfers laten optekenen. Van deze landen wordt nu verwacht dat ze mee helpen om te vermijden dat de hele wereld in een zware recessie terechtkomt. Aangenomen wordt dat in 2050 de drie van de vier grootste economieŽn ter wereld Aziatische zullen zijn, met name China, India en Japan. Dit alles ontlokt bij Mahbubani de volgende bedenking (De eeuw van AziŽ, blz. 58): ĎGeen enkele Belgische minister van Buitenlandse Zaken zou nu nog zo dom zijn om te opperen dat de VS en de EU de huidige twee grootmachten zijn.í

Kishore Mahbubani werd geboren in Singapore in 1948. Als hindoes moesten zijn ouders uit Pakistan vluchten. Van 1971 tot 2004 werkte hij als diplomaat. Hij was een aantal jaren ambassadeur van zijn land bij de VN. Nu is hij decaan bij de Lee Kuan Yew School of Public Policy in Singapore. In zijn nieuwste boek, De eeuw van AziŽ, onderzoekt hij waarom AziŽ nu zo in opkomst is en hoe de westerse wereld daartegen aankijkt. Tevens gaat hij na welke invloed deze opkomst van AziŽ kan hebben op de wereldverhoudingen.

De zeven pijlers van de westerse wijsheid

Volgens Mahbubani is de steile opkomst van AziŽ te verklaren door het feit dat eerst Japan, later de vier Oost-Aziatische tijgers Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en Hongkong, en de afgelopen twintig jaar China en India Ďeindelijk de pijlers van de westerse wijsheid hebben ontdekt waarop de westerse vooruitgang steunde en die het Westen in staat stelde beter te presteren dan de Aziatische samenlevingení. Meer bepaald zou het om de volgende zeven pijlers gaan:

1. De vrije markteconomie: Door de principes van de vrije markteconomie toe te passen, hebben vele Aziatische landen een enorme productiviteitsgroei doorgemaakt. Hierdoor is het aantal mensen in Oost-AziŽ dat in extreme armoede leefde, opvallend teruggelopen (in China alleen al met meer dan 400 miljoen volgens de Wereldbank). Tevens is er een hoop op een betere toekomst ontstaan, daar waar enkele decennia geleden nog het hoogst haalbare voor velen vrede en stabiliteit was zodat ze ongestoord hun land konden bewerken.

2. Wetenschap en technologie: De afgelopen 2 eeuwen heeft het Westen hier een voorsprong opgebouwd. Volgens Mahbubani zijn een aantal redenen waarom AziŽ hier achterop geraakt is de volgende: een religieuze denkwijze die de materiŽle wereld afwijst, een gebrek aan geloof in het idee van menselijke ďvooruitgangĒ, een aangeboren gezagsgetrouwheid en gebrek aan kritische vraagstelling. De creatie van Instituten voor Technologie in India en de terugkeer van veel wetenschappers die in het westen hun opleiding hebben genoten en waardevolle ervaring hebben opgedaan hebben hierin verandering gebracht. 3. Meritocratie: Dit principe houdt in dat iedereen gelijke kansen moet krijgen om zich te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan de samenleving. Zo gaat geen enkel talent verloren. Volgens Mahbubani hebben Aziatische samenlevingen eeuwenlang vermeden de meritocratie in te voeren, omdat de feodale denkwijze in AziŽ lang is blijven bestaan en zo veel schade heeft kunnen aanrichten. In Europa is door de IndustriŽle Revolutie veel eerder een einde aan de feodale denkwijze gekomen.

4. Pragmatisme: Hiermee wordt een niet-ideologische kijk op de zaken bedoeld. Men moet integendeel kijken naar wat werkt, onderzoeken waarom dat werkt en in de mate van het mogelijke de lessen die men daaruit kan trekken op de eigen situatie toepassen. Met andere woorden, het gaat om een bereidheid om alles te leren, los van theologische of ideologische beperkingen. Volgens Mahbubani zou Deng Xiaoping de grootste pragmaticus uit de geschiedenis van AziŽ zijn. Aforismen van zijn hand als ĎHet is heerlijk om rijk te wordení, ĎLinkse denkbeelden zijn de grootste hindernis, in vergelijking met rechtse denkbeeldení en het bekende ĎHet doet er niet toe of een kat zwart of wit is. Als hij muizen vangt, is het een goede katí zouden hiervan getuigen.

5. Een cultuur van vrede: Volgens Mahbubani zijn Ďzwijgende wapensí naar geen enkele maatstaf gemeten een normaal fenomeen. Niettemin zijn de betrekkingen tussen de westerse landen al sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog gekenmerkt door geweldloosheid, daar waar sommige landen honderden jaren van conflicten onder elkaar hebben gehad. Mahbubani noemt dit een van de meest indrukwekkende prestaties in de geschiedenis van de mensheid. Ook Aziatische landen zouden nu willen meewerken aan het uitbreiden van de cultuur van vrede. Dit zou immers in hun eigenbelang zijn. Anders zou China bijvoorbeeld de beste kans die het in eeuwen gehad heeft om te groeien en zich te ontwikkelen vergooien door ťťn of ander militair conflict aan te gaan. Vandaar de officiŽle Chinese politieke lijn van de Ďvreedzame opkomstí.

6. De rechtstaat (rule of law): Dit begrip houdt in dat alle mensen volgens de wet een gelijke behandeling dienen te krijgen en dat alle burgers zich aan dezelfde wetten moeten houden. Zo iets staat haaks op de Aziatische beleving. Eeuwenlang gingen de meeste Aziaten er van uit dat de heersende klassen boven de wet stonden. Met dergelijke houding kan men echter geen moderne economie opbouwen. Anders kan men geen afspraken maken, in het volle vertrouwen dat die afspraken eerlijk en efficiŽnt zullen worden nageleefd. De principes van de Ďrule of lawí worden dan ook niet zozeer in bijvoorbeeld China ingevoerd omwille van ethische gronden, als een uiting van een diepgeworteld streven naar een rechtvaardige maatschappij waar de wet voor iedereen geldt. De introductie van de rechtsstaat dient primair functionele redenen: zonder een gepaste bescherming van individuele rechten kan men geen overgang maken van een planeconomie naar een markteconomie.

7. Onderwijs: De afgelopen decennia zijn veel Aziatische studenten gaan studeren aan westerse, vooral Amerikaanse universiteiten. Na hun studies bleven velen ook in het westen werken. Na verloop van tijd keerden een aantal van hen naar hun land van oorsprong terug, waar ze met hun kennis en innovatie een en ander in beweging hebben helpen zetten.

De zeven lagen van vrijheid

Belangrijk om op te merken is dat Mahbubani niet de democratie noemt als ťťn van de zeven pijlers van het westerse denken. Weliswaar erkent hij dat China ooit de vrijheid van meningsuiting en het recht van het volk om zijn eigen regeerders te kiezen zal moeten invoeren. Maar deze vrijheden zijn niet alleenzaligmakend. Er moeten immers zeven vrijheden of lagen van vrijheid onderscheiden worden:

1. Vrijheid van gebrek: Een mens die zichzelf of zijn gezin niet kan voeden, kan onmogelijk vrij zijn. 2. Vrijheid van onveiligheid: Er kan geen sprake zijn van reŽle en praktische vrijheden, wanneer de persoonlijke veiligheid niet kan worden gegarandeerd.

3. Vrijheid om zelf je werk te kiezen: De mogelijkheid om je eigen beroep te kiezen is enorm bevrijdend, doordat dit voor de hele bevolking mogelijkheden opent om een hogere levensstandaard te verwerven.

4. Vrijheid van willekeurige arrestaties en opsluiting: Geen enkele moderne economie kan functioneren zonder een effectieve Ďrule of lawí. In dit verband geeft Mahbubani toe dat China hier nog een lange weg te gaan heeft. De economische ontwikkeling van China wordt nu nog belemmerd door het feit dat China nog niet dezelfde eigendomsrechten hanteert als die in andere moderne landen.

5. Vrijheid van denken: Hiermee bedoelt Mahbubani de beschikbaarheid van informatiestromen, zodat in het bijzonder Chinese handelaars, bankiers en ondernemers gebruik kunnen maken van dezelfde informatie als hun economische concurrenten. Wat dit betreft, zou veel ten goede veranderd zijn. Zo heeft de moderne technologie, vooral het internet, het moeilijk gemaakt om de informatiestroom in te dammen. 6. Vrijheid van meningsuiting: Mahbubani ziet de vrijheid van denken en de vrijheid van meningsuiting niet als twee zijden van dezelfde medaille. De vrijheid van denken heeft bijvoorbeeld betrekking op de academische vrijheid of de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek. De vrijheid van denken zou eerder wijzen op het bestaan van een bepaald intellectueel klimaat: ĎChinese universiteiten hebben nu hetzelfde uiterlijk en dezelfde sfeer als moderne Amerikaanse en Europese campussení. De vrijheid van meningsuiting van haar kant zou zich uitsluitend op het politieke vlak situeren.

7. Vrijheid om je eigen leiders te kiezen: Deze vrijheid om de eigen leiders te kiezen ziet Mahbubani aan als een belangrijke vorm van vrijheid. Een haastige en overijlde overgang naar democratie zonder zorgvuldige voorbereiding kan echter leiden tot rampen, zoals Irak op pijnlijke wijze laat zien.

Wanneer men dan de ontwikkelingen in China op de schaal van deze zeven vrijheden afweegt, dan kan men volgens Mahbubani niet tot een andere conclusie komen dan dat het Chinese volk nog nooit zo vrij geweest is als nu. Er zijn namelijk substantiŽle verbeteringen gekomen op het gebied van de vrijheid van gebrek, de vrijheid om zelf je werk te kiezen en de vrijheid van denken.

Hoe zou het Westen moeten reageren?

Hoe moeten de westerse landen nu omgaan met de opmars van de Aziatische landen? Zeker niet op de huidige wijze, volgens Mahbubani. Ten eerste moet het Westen beseffen dat andere delen van de wereld zich wel door het Westen willen laten beÔnvloeden om hun eigen bevolking een betere toekomst te geven, maar niet noodzakelijk alle westerse normen en waarden willen overnemen. In China, in de islamitische wereld en in andere landen van AziŽ zou een tendens van ontwestersing merkbaar zijn: men zou opnieuw trotser zijn op de eigen roots, de eigen cultuur, de eigen religieuze beleving. Het Westen zou af moeten van het waanbeeld dat de westerse waarden en normen overal de norm zullen worden.

Ten tweede moet het Westen zich bevrijden van zijn angst, kramp en pessimisme. Bij veel westerlingen leeft de schrik dat de opmars van de Aziatische economieŽn ten koste zal gaan van de eigen welvaart en dat hun kinderen het niet meer beter zullen hebben dan zijzelf. De bloei van de economie na de Tweede Wereldoorlog heeft echter duidelijk gemaakt dat concurrentie een spel met een positieve uitkomst kan zijn. EconomieŽn kunnen samen groeien. Dergelijk vooruitzicht wordt echter onmogelijk, wanneer men uit angst en pessimisme de eigen markt begint af te schermen en overschakelt op protectionisme. Overigens wijst het afschermen van de eigen markt op een gebrek aan vertrouwen. Er is nu eenmaal vertrouwen voor nodig om je land open te stellen voor internationale concurrentie. Een afnemend vertrouwen leidt tot minder openheid.

Ten derde moet het Westen beter nadenken over de belangen die het wenst te verdedigen. Het Westen definieert zijn belangen veel te veel op de korte termijn, waardoor het zijn belangen op de lange termijn niet naar best vermogen behartigt. Westerse landen zouden eveneens te weinig in staat zijn de eigen tekortkomingen onder ogen te zien en daaruit de nodige lessen te trekken. Zo heeft de Europese Unie zich volgens Mahbubani de afgelopen jaren veel te veel bezig gehouden met interne problemen zoals de opname van de nieuwe lidstaten uit het voormalige Oostblok en de noodzakelijke aanpassingen van de eigen instellingen daaraan. In de tussentijd zou de EU nagelaten hebben te bestuderen hoe de status van Europa op de lange termijn in verschillende delen van de wereld zou kunnen worden verhoogd. Beschouwingen

Het moet gezegd zijn dat Kishore Mahbubani op een spitse en soms provocerende wijze een andere Aziatische klok laat horen. Door middel van een levendig exposť dat doorspekt is met veel concrete voorbeelden, citaten en anekdotes is de auteur een eloquente woordvoerder van de vooral Oost-Aziatische zaak. De argumenten die de schrijver aandraagt snijden inderdaad vaak hout. Zo kan allerminst ontkend worden dat door Guantamo Bay en de CIA-vluchten de westerse landen zich nu in een veel zwakkere positie bevinden wat het aandringen op respect voor de mensenrechten betreft. Evenmin kan betwist worden dat instellingen als het Internationaal Muntfonds (IMF) en de Wereldbank dringend aan hervormingen toe zijn. De zeggenschap in deze instellingen is nog steeds gebaseerd op de economische verhoudingen van net na de Tweede Wereldoorlog. De huidige economische verhoudingen verschillen daar echter grondig van. Tevens moet het mogelijk zijn voor een Aziaat, een Afrikaan of een Latijns Amerikaan om aan het hoofd te komen van deze instellingen, daar waar deze functies nu nog altijd voor een Noord-Amerikaan (de Wereldbank) of een Europeaan (IMF) gereserveerd zijn. Met andere woorden, De eeuw van AziŽ is zeker een boek dat veel stof tot nadenken oplevert.

Toch dienen er een aantal kritische kanttekeningen te worden gemaakt. Zo verbloemt de auteur soms de werkelijkheid. Neem nu de beschrijving van Iran als een politiek systeem waarin veel verschillende stemmen klinken of dat Iran het enige echte democratische buurland van Irak zou zijn. In werkelijkheid bevinden de president en het parlement zich in een uiterst ondergeschikte positie tegenover ayatollah Khamenei. Iran is veel meer een theocratie dan een democratie. Bovendien vergeet de auteur even uit het oog dat ook Turkije aan Irak grenst. Hij neemt dikwijls ook zijn eigen wensen voor werkelijkheid. Neem nu zijn boude stelling als zouden de Aziatische landen competenter zijn dan de westerse landen op het gebied van het buitenlands beleid, vooral wat betreft het bevorderen van goede betrekkingen en het vermijden van conflicten tussen landen. Boudweg stelt hij dat de westerse landen zouden kunnen leren van de Aziatische deskundigheid terzake. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat de conflicten betreffende Noord-Korea en Kashmir, de gewapende strijd tussen de regering van Sri Lanka en de Tamil Tijgers en de nog altijd gespannen toestand in Nepal nauwelijks of helemaal niet in het boek behandeld worden. Bovendien bezondigt hij zich net iets te veel aan veralgemeningen, aan generalisaties. Hij ziet AziŽ als ťťn grote entiteit die dient te worden afgezet tegen de westerse wereld van de VS en de EU. Ontwikkelingen in China, India en andere Aziatische landen worden allemaal gezien als even zovele gelijkaardige manifestaties van een algemene trend doorheen heel (Oost-)AziŽ. Oost en West worden gezien als grote massieve blokken. Dit doet te weinig recht aan de enorme verscheidenheid tussen zowel de Aziatische landen onderling als de westerse landen onderling.Daarnaast heeft Kishore Mahbubani een te nauwe visie op bepaalde concepten. Neem nu de hierboven aangehaalde omschrijving van de vrijheid van meningsuiting. Daar maakt hij een kunstmatig onderscheid tussen de vrijheid van denken en de vrijheid van meningsuiting. Waartoe dient echter de vrijheid van denken, als men zijn gedachten niet mag uiten? Bovendien zijn de academische vrijheid en de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek geen uitingen van een aparte vrijheid van denken. Ze zijn evenzeer facetten van de vrijheid van meningsuiting, net als bijvoorbeeld de artistieke vrijheid en de vrijheid om zijn mening te uiten over politieke en andere publieke kwesties.

Deze beperkte kijk op bepaalde concepten hangt onmiskenbaar samen aan de extreem utilitaristische houding van de auteur. Zelf spreekt hij over een Ďpragmatischeí houding. Zoals uit de beschrijving van de zeven lagen van vrijheid hierboven blijkt, worden de vrijheden alleen maar gezien als middelen voor een ander doel, in casu het bevorderen van de economische en technologische ontwikkeling. Vrijheden dienen enkel voor een functioneel gebruik. Ze worden niet als een waarde op zich of als een uiting van een nog hoger doel, met name het tot stand brengen van een rechtvaardige maatschappij, gezien. Ook de rechtsstaat, de Ďrule of lawí, wordt heel functionalistisch benaderd (zie hoger).

Het beste bewijs van de zeer utilitaristische houding van Kishore Mahbubani is zijn verdediging van de onderdrukking van de studentenbetogingen op het Tienanmenplein in Peking nu twintig jaar geleden. Daarbij kwamen toen duizenden mensen om het leven. Het exacte dodental is nu nog altijd niet gekend. Volgens Kishore Mahbubani zou Deng Xiaoping evenwel geen andere keuze hebben gehad. Anderszins zou een miljard Chinezen de dupe zijn geweest, indien men zou hebben toegegeven aan de eisen van de studenten. Aldus zou Deng uiting hebben gegeven aan Ďzijn ijzeren wilí (sic): ĎEen man van minder allooi zou hierin hebben gefaaldí (sic). Ten slotte wordt het boek gekenmerkt door vele paradoxen. Zo zou de vrijheid van meningsuiting niet belangrijk zijn voor de verdere ontwikkeling van de Aziatische landen. Niettemin maakt de auteur zelf dankbaar gebruik van de vrijheid van meningsuiting in de westerse wereld om zijn boek te laten publiceren en het debat dat het uitlokt verder aan te zwengelen door regelmatig lezingen en debatten in westerse landen te houden. Niettemin kan men toch akkoord gaan met de slotconclusie van De eeuw van AziŽ. De mars naar de moderniteit is inderdaad te verkiezen boven een terugkeer naar de bolwerken. De wereld bevindt zich nu op een fundamenteel keerpunt: ofwel verder gaan op het pad van de globalisering en de vrijhandel die aan miljoenen mensen kansen geeft om op te klimmen tot de middenklasse en zo een beter leven te leiden, ofwel zich terugtrekken achter hoge handels- en andere muren die hen die kansen ontnemen en de wereld zeker geen veiliger plaats maken.


Recensie door Lieven Monserez

Kishore Mahbubani, De eeuw van AziŽ, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2008, 336 blz.

Links
andreas@liberales.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be