De kinderwet

boek

Ian McEwans

Onlangs heeft een Canadese rechter bepaald dat een elfjarig Indiaans meisje met leukemie niet tot chemotherapie kan worden gedwongen. De moeder wil dat ze volgens de inheemse geneeskunst wordt behandeld. Volgens het ziekenhuis zijn de overlevingskansen van het meisje nihil en was het daarom bereid tot een combinatie met de traditionele geneeskunst. Maar de rechter besliste dat de tradities van de First Nations, zoals de Canadese Indianen worden genoemd, zwaarder tellen. Een casus die de lezers van Ian McEwans laatste roman De kinderwet (The Children Act) bekend voorkomt. In de roman moet de Britse hoofdpersoon een vonnis vellen over een zeventienjarige jehovagetuige, wiens leven gered zou kunnen worden door een bloedtransfusie. Maar die wijzen zijn ouders en hij uit religieuze motieven af. Het verschil tussen de twee cases is dat McEwans rechter voor het leven van het kind kiest.

De kinderwet stelt de vraag hoe een pluriforme democratische rechtsstaat dient om te gaan met fundamentalistische gelovigen, wanneer die de over grenzen van wetten, regels en conventies heengaan met een beroep op hun godsdienstige overtuiging. Direct hiermee verbonden is de andere vraag die McEwans roman stelt: waarom is het ook in de meest progressieve landen aan ouders toegestaan om hun kinderen vanaf hun geboorte te indoctrineren en in een kleine homogene, zeer gesloten gemeenschap af te sluiten van de samenleving. Zodanig dat tegen de tijd dat ze volwassen worden exit voor hun psychisch en sociaal vrijwel onmogelijk is. Hoofdpersoon van De kinderwet is Fiona Maye, 59 jaar en een gerenommeerd lid van het Britse Hooggerechtshof, gespecialiseerd in familierecht. Volgens de opperrechter gezegend met ‘Godly distance, devilish understanding, and still beautiful.’ Maar op dit moment wordt ze geconfronteerd met een onverwachte huwelijkscrisis. Haar echtgenoot wil na 35 jaar huwelijk een affaire met een jonge vrouw aangaan. Zij accepteert dat niet.

Maye besluit om voor haar uitspraak de jehovagetuige Adam Henry in het ziekenhuis op te zoeken. De jongen blijkt heel intelligent, schrijft gedichten, leert zichzelf viool spelen en heeft een gevoel voor humor. Ze vindt Henry een intrigerende jongen. Hij op zijn beurt ontdekt bij haar de vrijheid, waarvan zijn ouders hem al die tijd hebben weggehouden. Henry is al bijna meerderjarig en zou met een paar maanden later zelf kunnen beslissen over transfusie. Volgens Mayes rechtelijke oordeel is hij echter op dit moment te geďndoctrineerd om zelfstandig een afgewogen beslissing te nemen. Haar uitspraak leidt tot de gewenste bloedtransfusie, waarna Henry van zijn geloof afvalt. Mede omdat hij constateerde dat zijn ouders stiekem, maar hartstochtelijk hoopten dat de rechter hem de verboden transfusie zou opleggen.

Voor de jehovazaak vonniste Maye ook in andere zaken met een religieuze lading, waarvan sommige in de media veel aandacht trokken. Een zaak over een gescheiden, joods echtpaar uit zeer orthodoxe kringen dat verschilde van mening over de (openbare) schoolkeuze voor de twee dochters. Een andere over een Siamese tweeling, van wie de een de ander parasiteert waardoor ze binnenkort beiden zullen sterven. Een scheiding waarbij de gezonde helft blijft leven, weigeren de ouders, een vroom katholiek echtpaar, want dat beschouwen ze als ‘moord’. Deze twee behandelt McEwan uitgebreid, aan een derde wijdt hij slechts een aantal regeltjes. Deze zaak gaat om de enige dochter van een Engelse academica en een Marokkaan, die door de laatste naar Rabat is ontvoerd, weg van 'het verdorven Westen'. Wat misschien eerder een cultureel dan religieus motief is, waardoor de zaak in tegenstelling tot de twee vorige meer tot de routinegevallen behoort.

Je kunt daarom stellen dat McEwan in zijn roman weliswaar alle drie de woestijngodsdiensten opvoert, maar waarom kiest hij dan voor zijn hoofdverhaal een tamelijk marginale – christelijke - sekte als de jehovagetuigen en bijvoorbeeld niet voor moslims? Uiteraard is voor ongelovigen – en voor de overheid! – ‘sekte’ een term zonder lading. Want begon niet elke religie als sekte? Sommige redden het niet en andere werden groot, meestal door veroveringsoorlogen. Er werd onlangs in de media nogal lacherig gedaan over het promotieonderwerp van godsdienstwetenschapper Markus Altena Davidsen: ‘fiction-based religion’. Dat betreft mensen die werkelijk geloven in bijvoorbeeld The Lord of the Rings en Star Wars en daaraan ook rituelen ontlenen. Maar voor ongelovigen is de term ‘fiction-based religion’ een pleonasme, want elke godsdienst is gebaseerd op fictionele verhalen. Davidsen vond dat zelf ook, wat onderbelicht bleef in het mediagegrinnik over mensen die geloven dat ze een elf zijn. Dat laatste past geheel in het straatje van de gelovigen die nieuwe concurrentie vrezen en die graag door de overheid en media laten marginaliseren.

De jehovagetuigen vormen een wat saaie organisatie, van wie de leden hoogstens medelijden opwekken wanneer ze aanbellen en worden teleurgesteld in hun wervingsactiviteiten. Britse moslims, dat is pas interessant, jihadi, salafisten, wahabieten en noem maar op. En tegenwoordig...volgaarne bereid om naar de rechter te stappen. Het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat McEwan uit lijfsbehoud aan zelfcensuur heeft gedaan en daarom voor de jehova’s koos. Hij is immers bevriend met Salman Rushdie en heeft dus een idee wat hem zou kunnen overkomen.

Wat McEwan met De kinderwet wel laat zien is dat het geen enkele zin heeft om met fundamentalisten via hun religieuze agenda te discussiëren. Een advocaat probeert dat als hij constateert dat verbod op transfusie een recent dogma uit 1945 vormt voor de jehova’s en niet eens voor alle. Dit soort observaties worden, als bekend, geriposteerd met de voorspelbare sofismen, jezuďetentrucjes etc. Met fundamentalisten moet uiteraard wel gecommuniceerd worden. Maar in plaats van over hun religie, over de Wet en over rechten van het individu. In de roman is dan ook geen sprake van ‘een botsing tussen staat en religie’. Bij de zaken overschrijden ouders juridische en maatschappelijke grenzen. Gedrag dat vrijwel automatisch zou worden afgestraft, ware het niet dat zij een beroep deden op hun religieuze overtuiging en dat in een democratische rechtsstaat minderheden zoveel mogelijk dienen te worden beschermd. Maar orthodoxe joden en jehova’s zijn geen doorsnee godsdienstige burgers. Zoals het vaderpersonage in Jan Siebelinks Knielen op een bed violen niet een wat rechtlijnige gereformeerde man is, maar een sektarische fundamentalist.

Mij stoorde in de kritieken vaak de verkeerde aandacht voor het feit dat Maye kinderloos is. Typisch iets van mensen met kinderen die kinderloosheid als een enorm gemis beschouwen. Velen echter kiezen bewust voor kinderloosheid of merken zoals Maye dat ze uiteindelijk andere dingen belangrijker vonden dan voortplanten. Ook al verklaarde de auteur zelf in een interview dat Henry ‘de zoon die ze had kunnen hebben’ is, het verhaal laat dat in het midden. Anders had Maye wel Henry’s verzoek ingewilligd om bij haar te mogen wonen. Maye ziet de jongen als individu. Niet als een verwisselbaar radertje in een collectief, zoals gelovigen dat plegen te doen, maar ook ongeďnteresseerde collega’s die hun vingers niet willen branden aan fundamentalisten.

Critici kunnen kennelijk ook moeilijk begrijpen dat voor ongelovige auteurs als Ian McEwan religie op zich niet zo’n erg interessant verschijnsel is en daarom evenmin een problematisch fenomeen. Religie wordt voor hen immers politiek pas interessant als ze interfereert in het leven van anderen. Dat kan door claims om als kleine minderheid godsdienstige wetten en regels ook aan ongelovige of anders gelovige medeburgers op te leggen. Of door kinderen zeer zwaar te indoctrineren, af te sluiten van andere ideeën dan van de eigen denominatie en het perspectief van exit als een totale breuk met de vertrouwde omgeving te presenteren. En in laatste instantie door zich te verheffen boven de wetten en regels van een democratische rechtsstaat. Het antwoord op de vraag hoe de overheid met dit type gelovigen moet omgaan, geeft McEwan op diverse manieren en op diverse niveaus in zijn boeiende roman. Een keer vat hij dat ook bondig samen: ‘A child should not go killing himself for the sake of religion’. Misschien helaas geen universele waarheid, maar wel in Engeland, Nederland, België en… Canada.


Recensie door August Hans den Boef

Ian McEwans, De kinderwet, Harmonie, 2014

Links
mailto:ahdenboef@euronet.nl
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be