Kies je gelukkig!

boek

Bas Kast

Kies je gelukkig! klinkt als een zelfhulpboek. Het slothoofdstuk bevat inderdaad een aantal tips om je leven op een ander spoor te brengen. Gelukkig gaat hieraan een tweehonderdtal bladzijden aan scherpe analyses van een drietal paradoxen van de huidige samenleving vooraf: de vrijheidsparadox, de welvaartsparadox en de paradox van het leven in steden.

De vrijheidsparadox

De vrijheidsparadox houdt in dat hoe vrijer we zijn, des te ongelukkiger we lijken te worden. We beschikken over steeds meer keuzemogelijkheden. We kunnen, in tegenstelling tot vroeger, over veel meer zaken zelf beslissen. Desalniettemin is het aantal zeer gelukkige mensen in de westerse landen gedaald en ligt het aantal zelfmoorden bij jongeren hoger in landen waar jongeren er het meest van overtuigd zijn dat ze vrij over hun leven kunnen beschikken en controle hebben over hun lot.

Hoe valt dit te verklaren? De uitleg die Bas Kast aandraagt is die van de positieve effecten die op een bepaald ogenblik worden overvleugeld door negatieve bijwerkingen. In den beginne voel je je gelukkiger omdat je een steeds groter aanbod aan keuzemogelijkheden hebt. Maar op een bepaald punt wordt het keuzeaanbod te groot en wordt het nut dat je uit een bijkomende keuzemogelijkheid haalt, overstemd door de kosten die met de vermeerdering van dit aanbod gepaard gaan. Kiezen is immers verliezen. Je kan maar voor één ding opteren. En hoe groter het assortiment aan alternatieven, aan des te meer zaken je dient te verzaken. Tegelijkertijd wordt er meer verwacht van de optie die men wel genomen heeft. Dan kan een geval van teleurstelling, spijt en schuld over wat men uiteindelijk gekozen heeft sneller op de proppen komen. De verwachtingen zijn hoger; de kans dat niet aan de verwachtingen niet wordt voldaan, neemt dan eveneens toe.

Bovendien is het aantal domeinen waarin er eigen besluiten moeten worden genomen fors gestegen. Vroeger mocht je bijna niets zelf beslissen. Alles werd voorgeschreven, door je ouders, door de maatschappij of door de kerk. Nu moet je het zelf maar uitzoeken. En dus loop je veel meer de kans dat je een foutief oordeel maakt en daar lang wroeging over koestert. Het feit dat we dikwijls perfectionisten zijn helpt hier niet bij. Iets meer dan 40% van de westerlingen zou een maximizer zijn. Ze hebben een alles-of-nietshouding: ze willen enkel het allerbeste. Daarom blijven ze maar vergelijken en vergelijken totdat ze een beslissing nemen. Maar na hun beslissing blijven ze met twijfel zitten. Hebben we echt wel het allerbeste gekozen? Hebben we toch niet iets waardevollers aan de kant laten staan? Daardoor blijven ze uiteindelijk met een groot gevoel van ontevredenheid achter, terwijl ze vaak objectief succesvol zijn.

Een gevolg van dit alles is volgens Bas Kast dat we angst hebben om ons te binden. We blijven maar steeds de finale keuze uitstellen, uit schrik dat we iets unieks zouden ontlopen. We trouwen steeds later, want we zouden toch maar eens de ware aan ons voorbij laten gaan. Kinderen worden pas op een latere leeftijd geboren, want eerst moet een boeiende carrière worden opgebouwd. Bas Kast kan zich niet van de indruk ontdoen dat velen al sinds lang besmet zijn met een bind-je-vooral-niet-virus.

De welvaartsparadox

Vervolgens is er de welvaartsparadox die zich in vele landen manifesteert, westerse en niet-westerse. De jongste decennia heeft China een stormachtige economische ontwikkeling doorgemaakt. De welvaart is er voor velen sterk gestegen. Toch stemt deze ontwikkeling vele Chinezen niet tot tevredenheid. Integendeel, het aantal ontevredenen is er volgens een uitgebreid Gallup-onderzoek tussen 1994 en 2004 verdubbeld, van 20% naar 40%. In de westerse landen neemt het aantal psychische stoornissen toe naarmate de bevolking welvarender wordt. Zo zijn psychische stoornissen de voornaamste oorzaak voor Duitsers om op vervroegd pensioen te gaan. In 2009 was meer dan 35% van de vervroegde pensioneringen te wijten aan psychische aandoeningen, terwijl dit percentage in 1993 nog maar op 15% lag. In dezelfde tijd maakten lichamelijke klachten de omgekeerde beweging: waren ziekten van botten en spieren in 1993 nog goed voor 30% van alle vervroegde pensioneringen in Duitsland, dan waren zij in 2009 voor nog 15% van de vervroegde pensioneringen verantwoordelijk. Net zoals bij de vrijheid lijken de negatieve bijwerkingen van een groeiende voorspoed vanaf een bepaald punt de overhand te halen op de positieve effecten, zodat het netto-geluk erop achteruitgaat.

Waaraan zou dit kunnen liggen? Bas Kast maakt eerst een zijstapje naar een antiwelvaartscultuur, de amish, een strenge protestantse sekte in het noordoosten van de Verenigde Staten die aan alle moderne comfort verzaakt. Ze doen evenmin een beroep op verzekeringen. Is bijvoorbeeld de koets waarmee een lid van de amish zich verplaatst kapot, dan komt de collectiviteit tussenbeide in de kosten van de aanschaf van een nieuwe koets. Deze grote solidariteit en geborgenheid zou verklaren waarom de overgrote meerderheid van jongere amish hun gemeenschap niet de rug toekeert, hoewel ze er een jaar op uit mogen trekken en van alle wereldse geneugten mogen proeven.

Dat geld inderdaad mensen van elkaar verwijdert, zou zijn aangetoond door recente psychologische experimenten. Mensen die fladderende bankbiljetten als screensaver op hun computerscherm zagen, gingen verder van elkaar zitten dan mensen die kleurige vissen hadden gezien. Tegelijkertijd zou geld immuun maken voor afwijzing. Proefpersonen die met geld werden geconfronteerd voordat ze deelname aan een computerspelletje waarbij ze plotseling werden buitengesloten, maakten zich alvast over deze uitsluiting veel minder druk dan andere proefpersonen. Bovendien zou geld dezelfde delen van de hersenen activeren als lof en erkenning. In ieder geval zorgt geld ervoor dat we ons onafhankelijker van onze medemensen kunnen opstellen en ons minder aan hun oordelen gelegen moeten laten liggen. Vinden we bijvoorbeeld geen mensen in onze onmiddellijke omgeving bereid om mee te helpen met een verhuizing, omdat ze ons niet sympathiek vinden, dan is dat geen probleem meer. Dan schakelen we gewoon professionele verhuizers in, toch? En nu we minder afhankelijk geworden zijn van familieleden of buren, waarom zouden we dan nog veel investeren in contacten met hen? We kunnen die tijd toch beter besteden, is het niet? We kunnen onze eigen gang gaan.

Nochtans zijn de echte vriendschappelijke banden met familie en buren noodzakelijk voor het psychologisch welbevinden van de mens. Zo blijken mensen in Latijns-Amerikaanse landen vaak gelukkiger te zijn dan mensen in West-Europa. Mensen uit El Salvador, Colombia, Puerto Rico en Guatemala blijken zich beter in hun vel te voelen dan Duitsers, hoewel Duitsers hen in alle materieel opzicht ver overtreffen. Wat maakt het verschil? Nauwere familiebanden: daar waar Duitsland, na Litouwen, hierin onderaan bengelt in een landenklassement, behoren bijna alle Latijns-Amerikaanse landen tot de veertig landen met de sterkste familiebanden. Door mensen erkend en gewaardeerd worden omwille van de persoon die we zijn en niet omwille van de diepte van onze geldbeugel, blijkt toch noodzakelijk te zijn voor een goed en gelukkig leven.

Daarenboven is welvaart ongelijk verdeeld. En laat de mens nu een diersoort wezen die zich graag met soortgenoten vergelijkt en ontevreden is als hij in vergelijking met medemensen minder scoort. Zo geeft men de voorkeur aan een scenario dat men zelf 50.000 euro per jaar heeft, terwijl de medemensen 25.000 euro verdienen dan een hypothese waarbij men een inkomen van 100.000 euro per jaar heeft, terwijl het inkomen van de medemensen 200.000 euro bedraagt. We hebben zelf objectief wat minder, maar dat raakt ons niet want onze medemensen zitten toch maar netjes onder ons inkomen.

De grote onruststokers

Nochtans zijn de plaatsen aan de echte top maar dun gezaaid. Als dan in een samenleving de aandacht en de waardering afhangen van de toppositie die men bekleedt of van het grote vermogen waarmee men kan uitpakken, dan kan de hoofdprijs slechts voor enkele uitverkorenen weggelegd zijn. Terzelfdertijd zijn die hoge posities niet meer zo vast als ze in het verleden wel waren. Je kan snel opklimmen, maar je kan even snel van je voetstuk vallen. Volgens Bas Kast zorgt deze dynamiek voor een grote rusteloosheid in de samenleving: we zien onze medemensen als rivalen die we de loef moeten afsteken.

Deze ongedurigheid wordt verder versterkt door de talrijke keuzemogelijkheden die voor ons beschikbaar zijn. We willen niets missen, dus proberen we zo veel mogelijk dingen op een dag te doen. Maar hoe hard we ook proberen, er zullen altijd veel dingen zijn die we zouden kunnen doen, graag zouden willen doen of hadden moeten doen. Dit maakt ons onrustig. Komt daar nog bij dat tijd letterlijk geld is. Wil je welvaart opbouwen, dan moet je de handen uit de mouwen steken. Maar zelfs tijd die je niet productief besteedt, moet op de een of andere wijze opbrengen. Waarom gaan we bijvoorbeeld op vakantie? Om uit te rusten en daarna terug weer aan het werk te gaan. Gevolg van dit alles is dat alles steeds sneller gaat en dat we minder onze aandacht op één enkel ding kunnen concentreren. We zouden immers maar eens iets kunnen missen en daarover veel spijt hebben… Een illustratie hiervan zijn de films van Martin Scorcese. In de jaren zeventig duurde een gemiddelde scène in zijn films acht seconden. Dertig jaar laten was de gemiddelde scènelengte slechts vier seconden. Hij moet dus twee maal vaker van scène wisselen dan vroeger. Het moet vooruitgaan en het moet steeds meer vooruitgaan. Misschien moeten we met zijn allen wat meer lange treinreizen maken. In een trein is er maar weinig afleiding. Dan wordt het lezen van wetenschappelijke artikelen al gauw een boeiender bezigheid dan gewoon door het raam naar het landschap te kijken.

De stedenparadox

Ten slotte versterkt de stad alles nog eens extra. Het gaat er nog rapper, nog rustelozer. Dat is de derde paradox. In de natuur is het normaal zo dat hoe groter een dier is, des te trager zijn organen werken. Zo klopt het hart van een olifant langzamer dan dat van een hond en klopt het hard van een hond weer langzamer dan het hartje van een muis. In een stad, dat als een groter levend organisme dan een dorp kan worden begrepen, werkt het precies omgekeerd. Zo lopen stedelingen sneller dan dorpelingen: een vertienvoudiging van het aantal inwoners gaat gepaard met een snelheidsverhoging van ongeveer 0,1 meter per seconde. Conclusie: we zijn met zijn allen rusteloze neuroten geworden.

Dat dit leidt tot gezondheidsklachten, werd proefondervindelijk vastgesteld in Roseto, een plaatsje in de Amerikaanse staat Pensylvania. Dokters daar hadden aan het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw geen patiënten onder de vijfenzestig met hartklachten, terwijl in de omliggende gemeenten er wel hartkwalen waren. Nochtans was er ogenschijnlijk niets dat de inwoners van Roseto onderscheidde van hun naburen. Tot na dieper graven bleek dat er in Roseto een groter gemeenschapsgevoel was. Tevens probeerden de inwoners van Roseto hun medemensen niet te overtroeven met dure statussymbolen, uit vrees voor ‘het boze oog’. Hierin kwam een kentering in het begin van de jaren zestig. Toen begonnen de inwoners van Roseto hun American dream na te jagen, met alsmaar duurdere auto’s en luxueuzere huizen. Gevolg: het aantal hartklachten in Roseto steeg spectaculair, hoewel de inwoners juist bewuster op hun gezondheid begonnen te letten.

Niet meer, maar beter

Wat kunnen we eraan doen? Bas Kast is geen hippie en is al evenmin een geitewollensokkenfilosoof. Hij pleit niet voor ascese of voor een terugkeer naar een leven in de natuur. Integendeel, op verschillende plaatsen in het boek oppert hij dat we de veelheid aan mogelijke opties en de hoge welvaart moeten koesteren. Alleen mogen we er geen slaaf meer van zijn, wat we in zijn ogen te veel zijn geworden. Zo zouden we het aantal levensterreinen waarin we ons met anderen vergelijken moeten afbouwen. Bij de duur van de vakantie is dat bijvoorbeeld het geval. Stel dat aan mensen de keuze wordt gelaten: ofwel zelf twee weken vakantie nemen terwijl de rest maar één week vakantie heeft, ofwel zelf vier weken vakantie hebben terwijl alle anderen aanspraak maken op acht weken vakantie.

Zoals we daarstraks met het voorbeeld met het geld gezien hebben, zou je verwachten dat de meerderheid voor optie 1 zou gaan. We hebben immers meer vakantie dan de anderen en zijn dus relatief beter af. Nochtans blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat een overweldigende meerderheid voor scenario 2 kiest: zodra het gaat om de duur van de vakantie, maakt het ons blijkbaar niets uit wat onze buurman ten deel valt. De buurman is hier dus zijn macht over ons kwijt. Zouden we ons niet op meer domeinen kunnen onttrekken aan de macht van onze buren?

Tevens lijken mensen stilaan aan te voelen dat sociale betrekkingen en familie meer prioriteit verdienen. Bas Kast verwijst hiervoor naar een langdurig onderzoek waarbij duizenden Duitse huishoudens bijvoorbeeld over hun levensdoelen worden geïnterviewd. Hieruit bleek dat mensen die een uitgesproken hoge waarde hechten aan vriendschappen, huwelijk en gezin, in de loop der jaren meer tevreden werden. Omgekeerd neigden consequente carrièrejagers tot chronische ontevredenheid. Daarnaast raadt Bas Kast aan om gewoon dingen uit te proberen: heb je een bepaalde droom, test het dan enkele weken uit. Voel je je er beter door, dan zal je het voortzetten. En je bent eveneens af van het eeuwige refrein van ‘had ik nu maar eens dit of dat gedaan’.

Ten slotte vindt Bas Kast het aangewezen om je zelf aan bepaalde beperkingen te onderwerpen Multitask niet, doe bewust maar één ding tegelijk. Wedden dat je er meer zult van opsteken. Maak eveneens vaste afspraken met vrienden of kennissen om samen dingen te doen. Dergelijke vaste punten in tijd brengen regelmaat aan en kunnen verhinderen dat je je door het werk totaal in beslag wordt genomen. Met deze laatste gedachte sluit Bas Kast aan bij een idee die de Nederlandse filosofe Marli Huijer in haar recente boek Discipline ontwikkelde. Ook zij raadt aan zichzelf bepaalde limieten te stellen om zich niet door de hedendaagse overvloed te laten overspoelen. Zo kunnen apps ons stimuleren om op gezette tijden aan beweging te doen. Evenzo kunnen intermenselijke relaties ons op het juiste pad houden door ons bepaalde grenzen op te leggen. Waar dient bijvoorbeeld een redacteur bij een uitgeverij voor? Om geregeld contact op te nemen met zijn schrijvers om hen eraan te herinneren dat hun manuscript er tegen een bepaalde datum dient te liggen.

Boeken als die van Bas Kast en Marli Huijer wijzen erop dat veel mensen worstelen met een zinvolle invulling van de grote vrijheid die hen te beurt is gevallen. Als liberalen, die bij uitstek de vrijheid als hun ideaal propageren, mogen we hier niet blind voor zijn. Al was het maar om te vermijden dat er op een dag een maatschappelijke consensus zou ontstaan die luidt dat de vrijheid meer nadelen dan voordelen biedt en dan ook maar beter zou worden afgeschaft.


Recensie door Lieven Monserez

Bas Kast, Kies je gelukkig!, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2013, 256 blz.

Links
mailto:lieven.monserez@telenet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be