Oorlogsenthousiasme

boek

Ewoud Kieft

Stortte heel Europa zich tijdens de zomer van 1914 in een roes in de Grote Oorlog? Of was er van appetijt voor oorlog geen sprake, en was de mythe van een continent ‘in een collectieve vlaag van verstandsverbijstering’ de creatie van oververhitte media die de hemelbestormende hartstocht van een kleine groep burgers tot buitengewone proporties hadden opgeklopt? De discussie onder historici gaat vandaag onverminderd voort. In Oorlogsenthousiasme verzoent Ewoud Kieft (°1977) beide standpunten. Enerzijds toont de Nederlandse historicus aan dat de rede na het uitbreken van het conflict begin augustus 1914 door de emoties werd weggevaagd: de soldaten trokken zingend naar het slagveld, en op het thuisfront zegevierde een zinderende vaderlandsliefde.

Anderzijds bewijst hij dat de nederlaag van de rede het gevolg was van een korte, maar heftige ontwikkeling. In tien dagen tijd veranderden de sceptici en de pacifisten in trouwe patriotten. Hoe kwam die ommezwaai tot stand? Wie was er verantwoordelijk voor? En vooral: waarom kreeg de oorlogshysterie de bovenhand? Kieft doet zijn verhaal op meeslepende wijze. Zijn proza is kristalhelder, zijn inzicht in de gebeurtenissen diepgravend, zijn aanpak origineel. Bovendien stelt hij indirect cruciale vragen. Is de Europeaan van nu minder hysterisch dan de Europeaan van een eeuw geleden? Of leven we vandaag in een samenleving die de fouten van toen dreigt te herhalen? Kieft is niet zo optimistisch. ‘Iedereen heeft een kiem van oorlogsenthousiasme in zich,’ aldus zijn verontrustende besluit.

Het pessimisme van Kieft is begrijpelijk omdat hij constateert dat de ware oorlogsenthousiastelingen de morele gidsen van Europa waren. Dat staatslieden en journalisten de oorlog ophemelden was niet meer dan logisch. Terwijl de enen de bijval van de bevolking nodig hadden als ze aan de macht wilden blijven, merkten de anderen meteen dat de oplage van hun kranten en tijdschriften explosief toenam als ze hun kolommen met heroïek en haat vulden. Maar waarom lieten de intellectuele en artistieke elites zich op sleeptouw nemen? Door welke behoefte voelden ze zich door het grootschalige bloedvergieten aangetrokken?

Kieft is niet verwonderd dat het vaak de goed opgeleide burger was die voorop in de oorlogsoptocht marcheerde. ‘Je zou denken dat jongelui op school hun verstand leren gebruiken,’ aldus de auteur aan de telefoon. ‘Maar het onderwijs kan ook hun weerstand tegen de bestaande samenleving vergroten, net doordat ze inzien dat het met die samenleving de verkeerde kant uit gaat. Zo hadden vele Franse studenten een eeuw geleden een afkeer van de democratie gekregen. Je kunt een parallel met de jihadgangers van vandaag trekken. Die zijn al in oorlog voor ze naar Syrië vertrekken. Onbesuisd idealisme? Zeer zeker. Maar mensen hebben nu eenmaal behoefte aan zingeving, aan grote idealen. Dat ze daarna het slachtoffer worden van manipulatie en propaganda is helaas onvermijdelijk.’

Kieft kijkt in het hart en de ziel van een handvol vooraanstaande schrijvers, schilders, wetenschappers en filosofen in oorlogsroes. Over één zaak waren die het met elkaar eens: de burger beleefde een identiteitscrisis, waardoor hij zijn binding met de materialistische en rationalistische wereld was kwijtgeraakt. In de oorlog zou de samenleving die binding terugvinden, zodat na de catastrofe een nieuwe wereld en een gelouterde mensheid zou opstaan. Die hoop op regeneratie was weliswaar bij iedereen verschillend. Zo zou de Eerste Wereldoorlog voor de Zwitserse schrijver Herman Hesse (in 1946 winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur) symbool komen te staan voor de mystieke zoektocht naar een leven in harmonie met de natuur.

In Wenen hoopte Sigmund Freud van zijn kant dat de oorlog een einde zou maken aan het antisemitisme. ‘Het leek onuitroeibaar, de Jodenhaat die in Europa heerste,’ aldus de pionier van de psychoanalyse. Volgens de Franse dichter Charles Péguy hadden ‘de massa’s (…) grote verhalen nodig om in te geloven, anders vervielen ze in passiviteit en onverschilligheid.’ In Italië liepen vooral de futuristen zoals F.T. Marinetti warm voor agressie. ‘Geweld is een mentale kuur, een oefening die je sterker maakt, een categorische imperatief voor iedereen die van zichzelf houdt,’ schreef een mederedacteur van het avant-garde tijdschrift La Voce. Hun idealisme ging gepaard met plat imperialisme. Als Italië sterker en dus groter wilde worden, moest het in de aanval gaan.

Voor de Russische futuristen zoals Vladimir Majakovski gloorde door de oorlog dan weer een toekomst waarin de mens opnieuw de oervormen van het menselijke leven zou ontdekken. In Servië ten slotte diende de oorlog een zuiver politiek doel: de stichting van een Groot-Servië. Ook voor de Kroaat Ivo Andric, 22 jaar op het moment dat de Oostenrijkse kroonprins Franz Ferdinand in Sarajevo op 28 augustus 1914 door de kogels van Gavrilo Princip om het leven kwam. Andric (Nobelprijs voor de Literatuur in 1961) had weliswaar een land voor ogen waar alle etnische groepen zich met elkaar zouden verzoenen, geen staat waar de Serviërs de plak zouden zwaaien.

Andric ontsnapte vlug aan de oorlogshysterie. ‘Vanuit angst zijn mensen kwaadaardig en grof en gemeen,’ schreef hij. Hij besefte ook dat mensen in een oorlog eeuwige illusies achternaliepen. Illusies ‘die nooit doven, maar ook nooit tot verwezenlijking komen, want het ene jonge geslacht geeft ze aan het andere door als de mythologische fakkel.’ In Duitsland hield de anarchist en antimilitarist Erich Mühsam het hoofd koel. ‘Oorlog drijft mensen tot waanzin,’ noteerde hij in zijn dagboek. Andric en Mühsam streden een eenzame – en onopgemerkte – strijd.

Kieft had meer aandacht aan die kritische stemmen mogen geven. Zo waren er in het Verenigd Koninkrijk talloze gewetensbezwaarden. Ook een deel van de suffragettes bleef fel tegen de oorlog gekant. ‘Maar als het oorlog is, moet je toch heel sterk in je schoenen staan als je tegen de stroom in wilt roeien,’ zegt Kieft. ‘Je wordt immers meteen als verrader gebrandmerkt. Na de aanslagen door Al-Qaida op Nine Eleven verkondigden de Amerikaanse media slechts één boodschap: oorlog aan de terreur. Niemand durfde daar tegen te protesteren. Of neem de aanslag op vlucht MH17 boven Oekraïne vorige zomer. Het gevoel van samenhorigheid in Nederland was enerzijds meer dan begrijpelijk. Een land in rouw. Anderzijds schrok ik dat iedereen nog voordat één bewijs geleverd was Vladimir Poetin als de schuldige aanwees. Zo eenvoudig is het dus om de massa met emoties aaneen te smeden.’


Recensie door Joseph Pearce

Ewoud Kieft, Oorlogsenthousiasme, De Bezige Bij, 544p., €29,90.

Links
mailto:joseph.pearce@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be