Ketters

boek

Ayaan Hirsi Ali

Sinds de aanslagen van 9/11 krijgen we met de regelmaat van een klok nieuws over terreurdaden door radicale islamitische groepen en personen. En steevast is de reactie, ook in het Westen, dat het om extremisten gaat die niets met de islam te maken hebben omdat de islam een religie van de vrede is. Daarbij verwijzen tal van moslims die zichzelf ‘gematigd’ noemen, naar teksten uit de Koran en de Hadith zoals de uitspraak dat wie één mens doodt, in feite de hele mensheid doodt. Maar is het nog langer vol te houden dat de talloze moorden, de achterstelling van vrouwen, de vervolging van homoseksuelen, afvalligen en ongelovigen geen basis vinden in de aloude islamitische geschriften? De daders zelf verwijzen er steevast naar, en wie de Koran en de Hadith doorneemt, botst al snel op heel wat bepalingen die als een vrijgeleide kunnen dienen voor de meest gruwelijke daden. ‘De islam is geen godsdienst van vrede’, zo schrijft Ayaan Hirsi Ali in haar nieuw boek Ketters, waarin ze een overtuigend pleidooi houdt voor een radicale hervorming, zeg maar een reformatie, van de islam.

Ayaan Hirsi Ali weet waarover ze spreekt. Ze komt zelf uit een moslimgezin, woonde een tijd in Mekka in Saoedi-Arabië, werd uitgehuwelijkt, vluchtte naar het Westen en strijdt nu al bijna vijftien jaar tegen het islamitisch radicalisme. Daarvoor werd en wordt ze met de dood bedreigd maar dat weerhoudt haar niet om haar gedachten op papier te zetten en door te dringen tot de kern van het probleem: ‘Het is absurd om vol te houden, zoals onze leiders doorgaans doen, dat de gewelddaden van radicale islamisten losstaan van de religieuze idealen waardoor zij zich laten inspireren. We moeten erkennen dat zij worden gedreven door een politieke ideologie, een ideologie die is verankerd in de islam zelf, in het heilige boek de Koran en het leven en de leer van de profeet Mohammed, zoals vastgelegd in de Hadith.’ Iedereen ziet toch dat de moordenaars van Al Qaida, Islamitische Staat, Boko Haram, El Shabaab en andere radicale islamitische groepen dezelfde religieuze teksten aanhalen ‘die alle andere moslims in de wereld als heilig beschouwen’.

Volgens de auteur zijn er drie soorten moslims. De eerst groep zijn de fundamentalistische Medina-moslims die willen leven naar de strikte letter van hun geloof. Zij zien het als hun plicht om de jihad te voeren en overal de sharia te implementeren. Zij schuwen daarvoor geen geweld, ook geen zelfmoordacties waarbij ze de daders zelfs als martelaren verheerlijken. De tweede groep zijn de Mekka-moslims die vroom hun godsdienst belijden en geen geweld gebruiken. Zij vormen de overgrote meerderheid en verkondigen steeds opnieuw dat in hun religie geen plaats is voor geweld alhoewel ze geen afstand nemen van de vele gewelddadige oproepen in de heilige teksten. De derde groep zijn de vernieuwingsgezinde moslims, zeg maar dissidenten of ketters, die beseffen dat hun godsdienst moet veranderen en een nieuwe invulling moet krijgen. Bij die laatste groep behoort Ayaan zelf, net als Irshad Manji. Zij hopen de Mekka-moslims ook zover te krijgen, al bestaat de kans dat bij die ‘gematigden’ nogal wat mensen radicaliseren en zich aansluiten bij de Medina-moslims. In elk geval hoopt de auteur dat de dissidenten de leiding nemen en hiervoor de steun krijgen van het Westen.

Dat laatste is niet evident. Vanuit een bizarre redenering zijn er veel westerse progressieven die elke kritiek op de islam (als oorzaak voor het geweldsprobleem) opzij schuiven. Sterker nog, vaak kiezen ze de kant van de Medina-moslims en wijten ze hun gedrag aan sociale en economische achterstelling. Dat is vreemd, want tal van daders van terreuraanslagen waren goed opgeleide moslims die alle kansen kregen. Diezelfde westerse progressieven keren zich dan ook tegen de dissidenten zoals Ayaan en verwijten ze van islamofobie dat ze gelijkstellen met antisemitisme. Maar daarmee verraden ze in één klap de talloze vrouwen die omwille van islamitische religieuze regels onderdrukt worden, homoseksuelen die met de dood bedreigd worden, en de ongelovigen en afvalligen die vervolgd worden. Die zogenaamde progressieven kunnen niet langer zeggen dat ze niet wisten wat er gebeurde (‘Wir haben es nicht gewusst’) want na elk gewelddadig voorval zoals de moord op Theo Van Gogh, de aanslag tijdens de marathon in Boston en de kidnapping van meer dan 270 meisjes door Boko Haram beroepen de daders zich op specifieke passages uit de Koran en de Hadith.

Verandering kan er volgens Ayaan Hirsi Ali alleen komen als vijf kernideeën van de islam wezenlijk worden veranderd. Zoals de onfeilbare status van Mohammed en de letterlijke lezing van de Koran (vooral de delen die geopenbaard werden in Medina en aansturen op geweld tegen andersgelovigen); de investering in het leven na de dood in plaats van het leven voor de dood; de sharia; het gebruik om individuele personen de bevoegdheid te geven de islamitische wet af te dwingen door het goede te bevelen en het kwade te verbieden; en het gebod tot het voeren van de jihad. Hiermee treedt Ayaan in zekere zin in de voetsporen van Maarten Luther die in 1517 op de deur van de kerk in Wittenberg zijn 95 stellingen tegen het katholicisme nagelde en daarmee de Reformatie op gang bracht, al leidde die niet echt tot religieuze tolerantie. Luther, Calvijn en andere protestanten waren al even fanatiek als hun Roomse tegenhangers. Maar Ayaan is duidelijk: ze noemt zichzelf geen Luther, maar wil moslims wel aanzetten tot verandering in hun houding tegenover hun heilige teksten.

‘Moslims zullen pas worden bevrijd van een massa anachronistische en bij tijd en wijle noodlottige overtuigingen en gebruiken als de islam erin slaagt te doen wat het judaïsme en het christendom hebben gedaan: zijn heilige geschriften in twijfel trekken, bekritiseren, interpreteren en uiteindelijk moderniseren,’ aldus Ayaan. De teksten van de Koran en de Hadith zijn trouwens mensenwerk, net zoals die van de Bijbel. Juist door die letterlijke lezing van de geschriften geloven veel moslims is een veel belangrijker leven na de dood, dan het huidige leven. Dat heeft serieuze gevolgen, zeker als erbij wordt gevoegd dat diegenen die zich opofferen als martelaars rechtstreeks naar het paradijs gaan. ‘Je leven begint bij de dood’, aldus een Egyptische imam. Vandaar de onverschilligheid voor het bestaande bij daders zoals Atta bij de aanslagen van 9/11, de moordenaar van Theo Van Gogh, de zelfmoordenaars in Palestina en de moordenaars op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs, die echt geloven dat hun daden een directe opstap zijn naar het paradijs. ‘Pas als de islam kiest voor dit leven, kan de aanpassing aan de moderne wereld eindelijk beginnen,’ schrijft Ayaan.

Ook de sharia moet opzij geschoven worden. Daar zijn nu vooral de islamitische vrouwen het slachtoffer van, al blijven westerse zogenaamd progressieve feministes daar blind voor en heeft dit volgens hen helemaal niets te maken met de islam. ‘De mannen zijn opzichters van de vrouwen’, staat nochtans in hoofdstuk 4, vers 34 van de Koran. Steniging van vrouwen komt steeds meer voor in landen die de sharia toepassen. Waar blijven de protesten van de cultuurrelativisten in het Westen? Waarom blijven ze blind voor de manier waarop mannen hun vrouwen mishandelen? Waarom zwijgen ze over de eremoorden, maar ook op de vele aanslagen op homoseksuelen en afvalligen? Waarom zwijgen ze wanneer steeds meer moslimvrouwen gedwongen worden om zich te sluieren en zich enkel op straat mogen begeven als hun man dat toestaat? Waarom zwijgen ze, nu in Egypte en in andere islamitische landen vrouwen seksueel geïntimideerd worden? Waarom steunen ze de moslimdissidenten niet die op gevaar voor hun eigen leven steeds opnieuw in de clinch gaan met islamitische fundamentalisten (bijna steeds mannen) die weigeren om ook maar één letter uit de Koran ter discussie te stellen?

De Medina-moslims lijken vandaag het pleit te winnen. Ze hebben een radicale aanhang, veel middelen (van onder meer Saoedi-Arabië), trekken veel mediaaandacht en beschikken over cohesie. En toch gelooft Ayaan Hirsi Ali dat er een islamitische reformatie komt, onder meer geholpen door het internet. Want ook gewone moslims willen een beter leven voor zichzelf en voor hun kinderen en zien met lede ogen de moordaanslagen van IS en Boko Haram. Het is nu aan ons, westerlingen, om de dissidenten of ketters, zoals Ayaan Hirsi Ali te steunen zodat de moslims hun reformatie aanvatten. Het is geen droom, het is een noodzaak.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Ayaan Hirsi Ali, Ketters. Pleidooi voor een hervorming van de islam, Atlas Contact, 2015

Links
Mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be