Kruistocht tegen de katharen

boek vrijdag 09 november 2012

Ankie Nolen

Op vakantie in Frankrijk komt Ankie Nolen in contact met de katharen. Ze raakt zo door dit onderwerp geïnteresseerd dat ze zich er sterk in verdiept. Ze gaat zelfs in de streek van de katharen wonen. Ondanks enkele minpunten is het resultaat van al haar werk, Kruistocht tegen de katharen, een mooie inleiding voor wie meer wil weten over hun bewogen geschiedenis. Tevens is het boek een terechte aanklacht tegen de wreedheden die toen vanuit een religieus fanatisme werden begaan.

Tussen 1096 en 1254 woedden er zeven kruistochten in het Midden Oosten en het noorden van Afrika. De doelstellingen die de christenen ermee beoogden, werden niet gehaald. Weliswaar werd Jeruzalem in 1099 veroverd, maar de controle over de stad van de Heilige Grafkerk moesten de christenen in 1248 definitief prijsgeven. Het voornaamste gevolg van de kruistochten is dat de vreselijke barbaarsheden die toen langs beide kanten werden begaan, de verhoudingen tussen christenen en moslims tot op de dag van vandaag verpesten. Dat bleek bijvoorbeeld na de aanslagen van 11 september 2001, toen de Amerikaanse president George W. Bush het had over een kruistocht tegen het terrorisme. Ten aanzien van de moslimwereld was dergelijke uitspraak een PR-blunder van formaat.

Ook in Europa namen de christenen het zwaard op tegen de moslims. Denk aan de Reconquista op het Iberisch schiereiland waarbij Spanje en Portugal opnieuw onder christelijke heerschappij werden gebracht. De Arabische aanwezigheid in Spanje eindigde met de inname van Granada in 1492. De Reconquista laat echter nu nog steeds haar invloed gelden. Zo bezocht ik recent het museum van de koninklijke koetsen in Lissabon. Tijdens een – overigens interessante – rondleiding omschreef de gids de Moren als de infidels, de ongelovigen.

Tegen de katharen, andere christenen die er afwijkende opvattingen op nahielden, werd eveneens een heilige oorlog uitgevochten. Die vond plaats tussen 1209 en 1229 in de Languedoc, in het uiterste zuiden van Frankrijk. Een coalitie van edelen, aartsbisschoppen en bisschoppen, die vooral uit het noorden van Frankrijk kwamen, trokken daar ten strijde, niet alleen om het katharisme uit te roeien, maar ook om territorium te veroveren. Alle eigendommen mochten immers worden afgenomen van al wie kathaar was of katharen ondersteuning verleende. Hierdoor was de expeditie tegen de katharen meer dan louter een kruistocht. Uiteindelijk draaide de hele onderneming op een veroveringsoorlog uit.

Vooral Simon de Montfort, de wereldlijke aanvoerder van het kruisleger, toonde zich heel bedreven in het vergaren van grondgebied. Naast het burggraafschap van Carcasonne en Béziers kon hij het graafschap Toulouse inpalmen. In die tijd was het hof van het graafschap Toulouse één van de belangrijkste hoven van West-Europa. Zijn veroveringen dankte Simon de Montfort niet alleen aan zijn eigen tactisch meesterschap. Hij profiteerde zeker van het feit dat de plaatselijke edelen tegen wie het kruisleger vocht nauwelijks aan hetzelfde zeel trokken. Simon de Montfort stief echter op het slagveld in 1218. Toen keerden de krijgskansen. Amaury de Montfort, de zoon en opvolger, bleek niet uit hetzelfde hout te zijn gesneden als zijn vader. Tevens wisten de lokale edelen zich beter te verenigen in hun verweer. Gaandeweg heroverden ze het verloren terrein. In 1224 was Amaury de Montfort gedwongen om zich over te geven. Het leek alsof de Occitaanse adel de grote autonomie van weleer had herwonnen.

Dit was buiten de Franse koning gerekend. Tot dan had hij zich volledig afzijdig gehouden. Alle verzoeken van de paus om tussenbeide te komen in de Languedoc had hij al die tijd naast zich neergelegd. Hij vond het belangrijker om zijn conflicten met de Engelse koning uit te vechten. Aan die passieve houding kwam een einde in 1226. Toen trok de Franse koning zelf op kruistocht. De edelen van Languedoc waren niet opgewassen tegen de koninklijke overmacht. Met het Verdrag van Parijs van 12 april 1229 kwam de Languedoc definitief in een strak Frans gareel terecht.

Het einde van de kruistochten betekende evenwel nog niet het einde van het katharisme. De katharen bleven een belangrijke positie in de lokale samenleving bekleden. Om hieraan een einde te maken werd de pauselijke inquisitie voor het eerst in de Languedoc aan het werk gezet. En het moet gezegd worden: de inquisitie deed haar werk grondig en efficiënt. In 1321 werd immers de laatste kathaar van de Languedoc, Guillaume Bélibaste, terechtgesteld. Daarmee verdween het katharisme in Frankrijk definitief van het toneel.

Waarom was de katholieke kerk nu zo gebeten op de katharen? De katharen verwierpen radicaal alles wat werelds was. Volgens hen was de schepping het werk van de duivel. Op de wereld was er zo veel kwaad, liepen er zo veel dingen niet zoals het hoort. Hoe kon dan een almachtige en algoede God aan de basis liggen van zo een gebrekkige creatie? Dergelijke opvattingen waren niet naar de zin van de katholieke kerk die zowel de geestelijke macht als de wereldlijke macht in handen wilde hebben. Bisschoppen en abdijen vochten ook veldslagen uit met concurrerende edelen voor de controle over grondgebied of mijnen. De katharen grepen eveneens terug naar de levenswijze van de eerste apostelen. Ze woonden in gemeenschapshuizen en verdienden zelf de kost door te werken. Ze leefden eenvoudig en deden veel aan goede werken. Dergelijke houding stak schril af tegen de protserige levenswandel van veel geestelijken die al het evenmin nauw namen met het celibaat.

In Kruistocht tegen de katharen vertelt Ankie Nolen het hele verhaal op een goed gestructureerde en gedocumenteerde wijze. Vooral over de krijgsverrichtingen tussen 1209 en 1229 weet ze heel kundig verslag uit te brengen. En hoewel niet alle verwijzingen naar het heden of het recente verleden even geslaagd zijn, slaagt ze erin om mooie parallellen te trekken tussen nu en wat zich destijds in de middeleeuwen afspeelde.

Zo namen af en toe kathaarse vrouwen deel aan de theologische debatten die in de twaalfde en dertiende eeuw in de Languedoc werden gehouden. Op zich was het niet zo verwonderlijk dat kathaarse vrouwen op godsdienstig gebied hun mannetje wisten te staan. Vrouwen waren namelijk binnen de kathaarse geloofsgemeenschappen bijna helemaal evenwaardig aan de mannen. Alleen de hoogste religieuze posten, bijvoorbeeld die van bisschop, konden vrouwen niet innemen bij de katharen. Tijdens deze religieuze debatten haalden de katharen het vaak van de priesters van de katholieke kerk die vaak geen kaas hadden gegeten van het Heilig Schrift of van theologie. Zo was er in 1207 een debat in Pamiers. Daar weigerde de cisterciënzer monnik Esteban de Mania in discussie te gaan met een vrouw met de denigrerende woorden: “Vrouwe, ga terug naar uw spinnewiel!” Bijna zevenhonderd jaar, in 2002, antwoordde Pim Fortuyn geïrriteerd het volgende op een scherpe vraag van politiek verslaggeefster Wouke van Scherrenburg: “Ach mevrouw, ga lekker naar huis. Koken. Da’s veel beter.” Vrouwonvriendelijkheid, het is van alle tijden…

Het boek had nog aan kwaliteit kunnen winnen indien het manuscript nog eens grondig onder handen werd genomen door een ervaren redacteur. Het is duidelijk dat het hart van Ankie Nolen uitgaat naar de katharen. Daar is op zich geen probleem mee, maar soms kan men zich niet van de indruk ontdoen dat ze zich vergaloppeert. Op enkele plaatsen in het boek krijgt men het idee dat de hele populatie in de Languedoc kathaar was of er sterk naar neigde. Dat zou flink verwonderen, want de katharen leefden enorm ascetisch. Wellicht vormden ze wel een stevige minderheid van tussen de 10 en 15 % van de bevolking.

Ook zijn er een paar storende contradicties in het boek geslopen. Zo beweert Ankie Nolen op een bepaalde plaats dat de adel van de Languedoc veel meer respect had voor een gegeven woord dan de adel uit het noorden van het Frankrijk. Later in het boek leest men dan echter dat juist de edelen van de Languedoc veel makkelijker hun woord braken dan de noordelijke edelen. Niettemin blijft Kruistocht tegen de katharen een goede inleiding voor al wie kennis wil maken met de bewogen middeleeuwse geschiedenis van het uiterste zuiden van Frankrijk. Bovenal beschrijft het treffend een episode uit de vreemde wending die de christelijke kerk heeft ondergaan. Zelf was het christendom gedurende eeuwen het voorwerp van vervolging door de Romeinen. Dan is het toch wel op zijn minst merkwaardig te noemen dat christenen later er absoluut geen gewetensproblemen mee hadden om andersdenkenden te verdrukken.

Om die reden is de ondertitel van het boek, Van “Hebt uw vijanden lief” tot “Doodt ze allen, God zal de Zijnen herkennen”, bijzonder raak gekozen. Met de laatste zin wordt verwezen naar de inname van de stad Béziers op 22 juli 2009. De bevolking werd toen afgeslacht. Zelfs in kerken waren mannen, vrouwen en kinderen niet veilig. In een paar uur tijd lag de stad vol verminkte lijken en stond het bloed kniehoog in de straten. Naar verluidt antwoordde Arnaud Amaury, de geestelijke leider van het kruisleger, op de vraag van de kruisridders hoe zij de katharen van de katholieken konden onderscheiden: “Doodt hen allen, God zal de Zijnen herkennen.” Nog dezelfde avond zou hij in een verslag aan de paus hebben geschreven: “De wraak van God heeft wonderbaarlijk toegeslagen.”


Recensie door Lieven Monserez

Ankie Nolen, De kruistocht tegen de katharen, Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, 321 blz.

Links
mailto:lieven.monserez@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be