Wie schrijft onze geschiedenis

boek vrijdag 09 oktober 2009

Samuel D. Kassow

Op 18 september 1946 werd onder het puin van het voormalige Joodse getto van Warschau een aantal blikken opgegraven. In de met een touw vastgebonden dozen stak een deel van het Oneg Sjabbat-archief, de verzameling documenten, dagboeken, gedenkschriften, reportages en foto’s die onder leiding van de historicus Emanuel Ringelblum het Joodse leven onder de nazibezetting had gedocumenteerd en vastgelegd. In december 1950 werd een ander deel van het archief teruggevonden toen Poolse bouwvakkers onder hetzelfde gebouw in de Nowolipkistraat op twee grote aluminium melkbussen stootten. Het archief kreeg de naam Oneg Sjabbat – Vreugde van de Sabbat – omdat Ringelblum en zijn medewerkers meestal op zaterdagmiddag bijeenkwamen. In Wie schrijft onze geschiedenis doet Samuel D. Kassow het hartverscheurende verhaal van Ringelblum en zijn archief. Het is een ingetogen maar indrukwekkend eerbetoon aan een man met een bijna bovenmenselijke taak: de wereld berichten van een misdaad van ontzagwekkende wreedheid en genadeloosheid, terwijl intussen het leven in het getto zijn dagelijkse gang ging.

Het had tot na de Grote Deportatie in de zomer van 1942 geduurd voordat Ringelblum begreep dat de Joden in het getto in geleende tijd leefden en dat het archief daarom de laatste getuigenis zou zijn van een periode van achthonderd jaar Pools-Joodse geschiedenis. Driehonderdduizend Joden waren toen al vergast in Treblinka. Honderdduizend waren in het getto omgekomen: van honger, door ziekten, door willekeurig geweld van de Duitsers en hun collaborateurs. Zestigduizend wachtten nog op hun dood. Hadden de Joden zich als lammeren naar de slachtbank laten leiden? Ringelblum probeerde tot het bittere eind de hele waarheid vast te leggen, ‘zodat men zich de Joden zou herinneren zoals ze werkelijk waren en niet zoals de treurdichters hen het liefst zagen.’ De waarheid en niets dan de waarheid was het grondbeginsel voor alle medewerkers van Oneg Sjabbat. Voor zakenlui en handwerkslieden, rabbijnen en communisten, jiddischisten en Poolstalige intellectuelen, leraren en journalisten, economen en jeugdgroepleiders. Als een leger ijverige mieren verzamelden ze alles wat de herinnering aan een eens bloeiende gemeenschap levend zou kunnen houden. ‘Dit verslag moet als een steen onder de wielen van de geschiedenis worden geworpen om haar tot stilstand te brengen,’ schreef Gustawa Jarecka.

Het archief als bewijs van een misdaad was evenwel niet de eerste of enige opzet van Ringelblum. Toen hij de idee van Oneg Sjabbat opperde, had hij als historicus zijn werk al jarenlang op drie pijlers gebouwd. Joodse historici, aldus Ringelblum, dienden te strijden tegen het antisemitisme en voor de rechten van minderheden, ze moesten een brug slaan tussen Joden en Polen, en ze hadden de opdracht om zowel geleerde mensen als gewone Joden bij elkaar te brengen ‘in een gezamenlijk project om vorm te geven aan een Jiddische seculiere cultuur.’ Aan deze nobele opdracht kwam een bruusk einde toen Duitsland Polen in september 1939 bezette. Drie miljoen Joden zaten in de val. Een goed jaar later werden de bijna 500.000 Joden van Warschau in een getto bijeengedreven. Dertig procent van de bevolking werd op 2,4% van de oppervlakte op elkaar gepakt. Een Jood moest proberen te overleven met 184 calorieën per dag. Een Pool kreeg er 699, een Duitser 2613.

Ringelblum toog onmiddellijk aan het werk. Omdat hij al voor de oorlog een gerespecteerd persoon was, had hij vele contacten en beschikte hij over de nodige informatie om te weten waar hulp het meeste nodig was. Zo slaagde hij er met Aleynhilf (zelfhulp) in om een netwerk van bijstandsinstellingen, gaarkeukens en huiscomités in het leven te roepen, in een poging om een enigszins normaal bestaan te creëren in een wereld waar mensen op straat over lijken moesten stappen. Aanvankelijk hadden Ringelblum en zijn mensen goede hoop. Vooral de duizenden huiscomités leken een barrière op te kunnen werpen tegen de ellende en de honger. In zo’n comité had iedereen een welomschreven taak. Er werden huisregels opgesteld en in zaken als voedselvoorziening, kledinginzameling, de aanvoer van kolen en kinderopvang voorzien. Al snel werden de huiscomités de grondslag van het openbare leven. ‘In een wereld waarin honger, corruptie, verwording en wanhoop gestaag toenamen, boden de huiscomités mensen een kans zich gedisciplineerd en doelbewust ergens voor in te zetten.’

Maar na een tijd kwam de klad in het systeem. Ringelblum registreert zorgvuldig de oorzaken. Er was de schaamteloze corruptie van de Joodse politie en de functionarissen van de gezondheidsdienst, en er was de Joodse Raad, die - geklemd tussen de dreigementen van de bezetter enerzijds en de woede van de gettobewoners anderzijds - in de eerste plaats aan zijn eigen redding dacht. Ondertussen begon het nieuws over massale executies van Joden op het platteland door te sijpelen. De onheilspellende berichten groeiden uit tot een vloedgolf. Eind 1941 hoorde Ringelblum dat er Joden werden vergast in Chemlno. Het duurde niet lang voordat hij ook het nieuws van massale vergassingen in Majdanek, Sobibór en Treblinka opving. Omdat Ringelblum begreep dat het archief nu een race tegen de klok was geworden, koos hij ‘nieuwe prioriteiten en verantwoordelijkheden: het documenteren van het plan tot vernietiging, het van informatie voorzien van de Joodse en Poolse ondergrondse pers, en het sturen van diezelfde informatie naar het buitenland.’ En in juli 1942 begon dan de Grote Deportatie. In enkele maanden tijd werden 300.000 Joden naar Treblinka afgevoerd en er bij hun aankomst vergast.

Oneg Sjabbat versaagde niet. Ze wilde kost wat kost de vernietiging van het getto tot in de kleinste details vastleggen. Het werd haar moeilijkste taak. Hoe vraag je immers aan een mens om het onbeschrijflijke te beschrijven? Ringelblum gaf toe dat hij het zeer zwaar had toen hij de teksten las. Wat voelde iemand wanneer hij pas zijn dierbaren had verloren? Wat ging er door hem heen nu hij wist dat hem een vreselijke dood te wachten stond? Maar wat hem het meest bezwaarde was de rol van de Joodse politie. Om haar eigen hachje te redden, knapte ze het vuile werk voor de Duitsers op. Velen streken grote sommen smeergeld op toen ze de families uit hun woning ranselden. Onderweg naar de Umschlagplatz, waar de Joden werden verzameld, speelden zich gruwelijke taferelen af. ‘Ouders probeerden de allerkleinsten te redden door ze te drogeren en in een rugzak mee te dragen, maar de SS’ers staken met hun bajonetten in de rugzakken.’ Ringelblum bleef zijn Joden volgen tot aan de poorten van de hel. Hij zette zo zijn eigen leven op het spel, want terwijl hij op de Umschlagplatz mensen probeerde vrij te krijgen, liep hij zelf telkens het gevaar om opgepakt en weggevoerd te worden.

Wie schrijft onze geschiedenis is een huiveringwekkend verhaal. Maar net zoals Ringelblum wil Samuel D. Kassow de waarheid en niets dan de waarheid vertellen. Die consciëntieuze aanpak maakt van het boek een van de meest waardevolle getuigenissen die ooit over de Shoah zijn gepubliceerd. Kassow heeft daarvoor geen systematische beschrijving van gruwelijkheden en geen ontnuchterende statistieken nodig. De verbijstering komt als vanzelf door zijn manier van rapporteren. Kassow is zakelijk, eerlijk en genuanceerd. Stijl en inhoud creëren zo het meest onthutsende beeld dat een schrijver van de moord op de Europese Joden kan geven. Ringelblum verzweeg noch verschoonde iets. Hij bleef trouw aan dat principe tot aan zijn dood. Nee, niet alle Duitsers waren sadisten. Nee, niet alle Polen waren antisemieten. Nee, niet alle Joden lieten zich als lammeren naar de slachtbank leiden. Het is precies die trouw aan zijn taak als gewetensvol rapporteur dat zijn werk schittert als een ster aan een inktzwarte hemel. De taak van de historicus werd een historische taak. En hierin ligt de allergrootste waarde van het Oneg Sjabbat-archief. Zeker, het is het verslag van het afschuwelijke lijden en de gruwelijke dood van ontelbare onschuldigen. En zeker, het is ook een monument voor de moed en de vastberadenheid en de waardigheid van een gemeenschap die ten dode was opgeschreven. Maar het bevat ook een boodschap aan de hele mensheid en voor alle tijden. De geschiedenis van het lijden van de Joden, aldus Ringelblum, is een universeel en niet louter Joods verhaal. Alleen de grootste geesten bezitten de nederigheid om dat in te zien.


Recensie door Joseph Pearce



Deze bespreking verscheen in Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen.

Samuel D. Kassow, Wie schrijft onze geschiedenis. Uitgeverij Balans, Amsterdam, 632p. €35

Links
mailto:joseph.pearce@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be