De terugkeer van de geschiedenis

boek vrijdag 07 november 2008

Robert Kagan

Het jaar 1989 was een van de belangrijkste uit de twintigste eeuw. Dat jaar viel de Berlijnse Muur en gingen de communistische regimes in de toenmalige Sovjet-Unie en Oost-Europa ten onder. Het zorgde wereldwijd voor optimisme en een sterk geloof in de moderniteit. In zijn boek Het einde van de geschiedenis en van de laatste mens riep Francis Fukuyama in 1989 de liberale democratie uit tot de finale overwinnaar in de strijd tussen de ideologieën. Een controversiële stelling maar die in die periode graag geloofd werd door tal van politici en intellectuelen. Intussen weten we dat hij ongelijk had en dat het liberale democratische model weer sterke concurrentie krijgt, zowel van autocratieën zoals in Rusland en China, als van theocratieën zoals in Iran. Wie terugkijkt op het jaar 1989 merkt dat daar toen al de eerste tekenen zichtbaar van waren, gebeurtenissen die evenveel, zoniet nog meer impact zouden hebben op de geschiedenis dan die van de Berlijnse Muur. Op 17 april 1989 braken studentenopstanden uit in China met eisen tot politieke hervormingen, een aanpak van de wijdverspreide corruptie en meer democratie. Ongeveer een miljoen studenten en burgers namen er aan deel, maar op 4 juni 1989 werd de opstand op het Tienanmen-plein bloedig neergeslagen waarbij meer dan duizend doden vielen. Op 3 augustus van datzelfde jaar ontplofte in Paddington in Londen een bom voortijdig die voor Salman Rushdie bedoeld was. Het was het directe gevolg van een fatwa die de Iraanse leider ayatollah Khomeiny had afgeroepen over de schrijver. Het vormde de aanzet voor een radicalisering binnen de moslimwereld met 9/11 en de bloedige aanslagen in Londen en Madrid als uitlopers.

Over deze verandering van tijdsgeest schreef de Amerikaanse auteur Robert Kagan een vlijmscherp essay onder de provocerende titel De terugkeer van de geschiedenis. Het is het langverwachte antwoord op Fukuyama’s Het einde van de geschiedenis en heeft als ondertitel De liberale democratie en de opkomst van het nationalisme. Die ondertitel dekt niet de volledige lading van het essay. Het behandelt immers niet alleen de (her)opkomst van het nationalisme maar ook die van de orthodoxe religies, soms zelfs in een dodelijke combinatie van beide samen. Kagan maakt duidelijk dat het optimisme van de jaren negentig volkomen voorbij is. Wie dacht dat we zouden terechtkomen in een wereld zonder oorlogen, zoals Kant zich dit had voorgesteld in zijn Zum ewigen Frieden, kwam bedrogen uit. Na de val van de Muur dacht men dat traditionele nationale belangen steeds minder een rol zouden spelen en ze plaats zouden maken ‘voor internationaal recht, supranationale instituties en gedeelde soevereiniteit’. Eén voorbeeld. Op 17 juli 1998 stemde een diplomatieke conferentie in Rome in met de oprichting van het Internationaal Strafgerechtshof in Den Haag. In de loop van het jaar 2002 waren er eindelijk voldoende landen die het verdrag ratificeerden waardoor het ook effectief werd. Grote landen als de VS, Rusland en China deden echter niet mee. De Amerikanen bijvoorbeeld vreesden dat hun soldaten ter verantwoording zouden kunnen geroepen worden voor het Hof. De VS en andere landen weigerden het Kyoto-akkoord en nog andere internationale verdragen goed te keuren.

Maar de belangrijkste tendens naar een heropleving van de natiestaat ziet Kagan in het oosten. ‘In Rusland is het grootmachtsnationalisme teruggekeerd’, aldus de auteur, waarmee Poetin inspeelt op het verlangen van zijn onderdanen om opnieuw tot een supermacht te behoren. In tegenstelling tot de jaren negentig probeert Rusland de banden met de vroeger door hen overheerste buurlanden weer aan te trekken, desnoods met (economische) machtsmiddelen. Dat is ondermeer het geval in Oekraďne en Georgië die lonken naar de Europese Unie, maar ook ten aanzien van Litouwen, Letland, Wit-Rusland en Moldavië. Daarbij maakt Poetin handig gebruik van de enorme energievoorraden van zijn land en durft hij de gaskraan toe te draaien voor wie onwillig is. Intussen kent het land geen echte democratie meer. Zo zijn de media grotendeels in handen van de president en worden tegenstanders bijna letterlijk de mond gesnoerd. Rusland evolueerde tot een autocratie. Dat is ook het geval met China dat door zijn economische opmars opnieuw de ambitie heeft om de belangrijkste macht in Azië te vormen. Om zijn economische stormloop aan te houden, probeert het land zoveel mogelijk grondstoffen te exploiteren in andere landen en continenten, zoals in Afrika, waarbij geen rekening wordt gehouden met de belangen van de plaatselijke bevolking. Dat zijn zaken die algemeen gekend zijn. Minder gekend is het feit dat China zijn militaire slagkracht in snel tempo aan het uitbouwen is. Zo blijft er de dreiging van China om het ‘ongehoorzame’ Taiwan opnieuw bij het moederland te voegen, desnoods met geweld. In elk geval is de geest van de democratie die enkele maanden in 1989 aan de oppervlakte kwam opnieuw in de fles. Het land is nog steeds een dictatuur en de Chinese leiders zijn van plan dat zo te houden.

Daarnaast ziet Kagan nog enkele wereldspelers met grote mondiale ambities zoals Japan, India en Iran. In Japan ontwaart de auteur een opleving van het nationalisme, India is net als China bezig met een economische heropstanding, en Iran is vast van plan om over eigen kernwapens te beschikken. In dit laatste land spelen nog andere ressentimenten mee zoals een grote wrok tegen de liberale westerse beschaving, met de in hun ogen decadente waarden zoals individualisme en democratie. En dan heeft de auteur het nog over de sterke anti-Amerikaanse en anti-westerse gevoelens in tal van moslimlanden waar de fundamentalisten steeds meer veld winnen. In elk geval zat Fukuyama er geheel naast. ‘Eerder dan een periode van “universele waarden” zal het nieuwe tijdvak een periode van groeiende spanningen en soms van confrontaties tussen democratische en autocratische krachten zijn’, aldus Kagan. Dat is nu al bezig. Denk aan de verschillende houding tegenover enkele kleinere dictatoriale staten zoals Birma en Zimbabwe. De democratische wereld stuurt aan op (handels)sancties, de autocratieën verdedigen die landen, in naam van de onaantastbaarheid van de ‘nationale soevereiniteit’.

Hiermee vertelt Kagan natuurlijk niets nieuws. Iedereen die de media volgt, weet dat deze zaken gaande zijn. Interessanter zijn de mogelijke gevolgen die deze botsing met zich mee kunnen brengen voor de wereldorde en die beschrijft de auteur in de laatste delen van zijn essay. Zo uit hij zijn vrees dat als de democratieën Georgië en Oekraďne de rug toekeren deze landen geen andere keuze meer hebben ‘dan zich naar de wensen van Moskou te voegen’. In die zin lijkt het mij van groot belang om deze landen uitzicht te geven op een mogelijk lidmaatschap van de Europese Unie. Dat is trouwens ook het geval met Turkije. Indien de EU de deur gesloten blijft houden voor een Turks lidmaatschap dan zal dit land zich afkeren van de democratie en snel de weg op gaan van een religieuze autocratie. De gevaarlijke effecten van die botsing zien we trouwens ook in wat Kagan ‘de uitzichtloze droom van het moslimfundamentalisme’ noemt. Het gaat om orthodoxe islamisten die de universele waarden van de liberale wereld verwerpen en hun aanhangers oproepen om er zich desnoods met geweld tegen te verzetten, zelfs in westerse landen waar de mensenrechten nadrukkelijk beschermd worden in de grondwetten. Het grootste gevaar gaat evenwel uit van de combinatie van religie en nationalisme. De auteur merkt scherp op dat dergelijke naties dezelfde kenmerken hebben als de mensen die er vorm aan geven: ‘de ongrijpbare en onmeetbare menselijke trekken van liefde, haat, ambitie, angst, eer, schaamte, patriottisme, ideologie en religie – de dingen waarvoor mensen vechten en sterven.’ Zowel religie als nationalisme zijn als een dodelijk gif die de rede stilleggen en leiden tot afkeer voor de Ander. Ze keren zich tegen vernieuwende tendensen in de samenleving, tegen de vrijheid van expressie en vaak tegen de gedachte van de gelijkwaardigheid van elke mens, waarvan vooral vrouwen het slachtoffer worden.

Kagan roept op tot een wereldwijd verbond van democratieën die hun belangen verdedigen en de principes van de moderniteit beschermen, versterken en uitdragen. Hij ziet een dergelijk instituut niet als een vervanging van de Verenigde Naties, maar als een aanvulling waarbij de democratieën in de wereld de democratische krachten in de autocratieën ondersteunen. Op die manier wil de auteur de hoop op democratie in onder andere Rusland en China levendig houden. Daarvoor rekent hij ook op een nog sterkere mondialisering en modernisering, en nog betere communicatie via televisie en internet. Kagan schreef een wat pessimistisch boek maar eindigt toch hoopvol waarbij hij verwijst naar een zeer invloedrijk aspect van de menselijke natuur: ‘het verlangen naar individuele autonomie, erkenning en vrijheid van denken en geweten’. Ik denk dat hij gelijk heeft. Ondanks alle tegenslagen en tegenkantingen is de geest van het individualisme uit de fles, en geen enkel politiek systeem zal op termijn bij machte zijn die er terug in te krijgen. Net zoals bij de val van de Berlijnse Muur moeten we rekenen op het groeiende bewustzijn van de onvrijheid waarmee mensen in autocratieën te maken hebben. De Muur werd niet gesloopt door het westen, maar door de bewoners van het oosten die steeds meer kennis kregen van de welvaart en vrijheid die men aan de andere kant had. Zoals Kagan schrijft is en blijft het Verlichtingsvisioen nog steeds bijzonder krachtig. Ook de strijd tegen het obscurantisme van religie en eng nationalisme moet gevoerd en gewonnen worden.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Robert Kagan, De terugkeer van de geschiedenis, De Bezige Bij, 2008

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be