Het land is moe

boek vrijdag 01 oktober 2010

Tony Judt

Het land is moe is letterlijk het laatste boek van historicus Tony Judt (62), die terminaal ziek is (deze recensie verscheen in De Morgen van 4 augustus 2010; intussen overleed Tony Judt op 6 augustus 2010). De Britse historicus, wiens standaardwerk Na de oorlog. Een geschiedenis van Europa sinds 1945 nog werd uitgeroepen tot Europees boek van 2009, dicteerde zijn geloofsbelijdenis in de sociaal-democratie van op zijn ziekbed. En wat het zo mooi maakt: hij deed dat met de gave van de verontwaardiging.

Tony Judt lijdt aan ALS (amyotrophe lateraal sclerose), een voortschrijdende verlamming van het spierstelsel, die de geest onaangeroerd laat. Bij volledig geestelijk bewustzijn "ben ik dus vrij en uitgebreid in staat de catastrofale progressie van mijn eigen achteruitgang te overdenken", schreef hij daarover. Judt is inmiddels volledig verlamd, en volledig afhankelijk van anderen. Hij brengt de tijd door met "scrollen door zijn leven, gedachten, fantasieŽn en herinneringen". Maar geestelijke troost is fel overschat, vindt hij. "Er is geen alles goedmakende eigenschap in opgesloten zijn in een ijzeren pak, koud en meedogenloos." Het maakt dit laatste boek, veeleer een mengeling tussen pamflet en essay dan een nieuwe historische analyse, haast testamentair en dwingend van karakter.

"Er is iets fundamenteels mis met de manier waarop we vandaag leven", luidt de eerste zin. We hebben de afgelopen dertig jaar, sinds Reagan en Thatcher, en nog versterkt na de val van de Muur, volgens Judt de gemeenschap laten verslinden door sprinkhanen, of beter, door de schaamteloos hebzuchtigen, waarbij de jacht op materieel eigenbelang tot belangrijkste, zoniet enige na te streven deugd is geworden. Politieke lilliputters hebben de naoorlogse staatsmannen vervangen en allen zijn ze gewillig gecapituleerd voor de markt, zo ze al niet actief hebben meegewerkt aan de ontmanteling van de staat.

Aanval op de staat

Het resultaat zien we nu: een ongereguleerd financieel systeem is gecrasht, volgens de aloude marxistische these dat het kapitalisme uiteindelijk aan zijn eigen excessen ten onder zal gaan. Wenend zijn de bankiers dan maar terug naar de overheid gelopen om hun faillissementen te voorkomen, de rekening doorschuivend naar de staatsbegrotingen en dus de belastingbetaler. Judt argumenteert vrij overtuigend dat de cultus van de hebzucht, de miljardenbonussen en het primaat van de markt relatief jonge fenomenen zijn.

De gezamenlijke aanval van Ronald Reagan en Margaret Thatcher op de staat, luidde het begin van deze periode in. Pas sinds deze leiders werd de overheid niet langer als een oplossing van maatschappelijke problemen gezien, maar als het probleem zelf. Judt maakt de interessante analyse dat hun economische goeroes allemaal uit de Universiteit van Chicago kwamen, en dat deze op hun beurt gevoed werden door een groep denkers zoals Friedrich Hayek, Karl Popper en Joseph Schumpeter. Al deze mensen komen uit het Oostenrijk van het interbellum, waar ze diep getroffen werden door het onvermogen van de toenmalige socialistische leiders en hun poging tot planeconomie om het nazisme tegen te houden. Daarop kwamen ze tot de conclusie dat de enige manier om een open en liberale samenleving te behouden was om de overheid zo ver mogelijk buiten het economische leven te weren, want alleen dan konden extremisten ter linker- en rechterzijde van de macht gehouden worden.

Het is eigenaardig, betoogt Judt, dat een daarom niet eens onterechte analyse van een specifieke nationale situatie in 1930, in de jaren '80 zou uitgroeien tot een wereldwijd gepromoot model van anti-etatisme. Dat hun ideeŽn gebruikt zouden worden om iedere cynische of gewoon incompetente bankier en beurshandelaar vanuit een onbetwistbaar intellectueel gezag ervan te verzekeren dat hun handelen nuttig voor het algemene welzijn zou zijn en in ieder geval niet aan collectief toezicht moest worden blootgesteld. Zeker omdat de rest van de geschiedenis eigenlijk het omgekeerde bewijst. De glorieuze dertig jaren van economische ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog kwamen er immers niet door een socialistische planeconomie, maar werden wel degelijk door een sterke overheidsbemoeienis mee gecreŽerd.

Van de 'New Deal' van Lyndon B. Johnson, via het Marshallplan tot het 'Wirtschaftswunder' in Duitsland: overal kwam de vooruitgang tot stand door overheidsbemoeienis, en overal ging deze economische ontwikkeling hand in hand met het ontstaan van een sociaal zekerheidsstelsel dat de grootste ongelijkheden moest uitschakelen. Ook in Amerika, waar socialisme tot vandaag een taboewoord blijft, maakten Eisenhower en Johnson gebruik van grote overheidsinvesteringen in publieke infrastructuur om de economie te ondersteunen. Planning, progressieve inkomstenbelasting, hoge publieke uitgaven en zelfs genationaliseerde sectoren brachten na de verschrikking van de Tweede Wereldoorlog een samenleving tot stand met een gelijkmatige economische groei voor iedereen, met toenemende gelijkheid en sociale harmonie. Keynes, de econoom die dit systeem uitdacht en verkoos boven de onzichtbare hand van de markt, is voor Judt dan ook zowat de meest geniale mens van de afgelopen eeuw.

Op hol geslagen kapitalisme

Maar sinds de jaren '80, van Reagan tot Bush, van Thatcher tot Brown, is deze leidende politieke visie weggevaagd. "Nog zo recent als tot in de jaren '70", schrijft Judt, "zou het idee dat iemands levensdoel er alleen in bestond rijk te worden, en dat overheden er alleen zijn om dat te faciliteren, weggelachen zijn, niet alleen door de traditionele critici van het kapitalisme, maar ook door veel van de hardnekkigste verdedigers ervan." Hij geeft er trouwens een mooi voorbeeld van: terwijl in de jaren '70 aan geen enkele Amerikaanse universiteit een MBA-opleiding (Master in Business Administration) bestond, lijkt het nu wel de enige richting geworden te zijn die er nog toe doet.

De gevolgen zijn ernaar: in alle landen die het thatcherisme hebben omarmd, is de staat van de publieke infrastructuur dramatisch verslechterd, is de overheid onmachtig geworden op te treden bij natuurrampen zoals de orkaan Katrina, zijn de sociale ongelijkheid, het aantal geesteszieken, depressies en criminaliteit gegroeid, en zijn sociale mobiliteit, welvaart en levensverwachting bij de lagere klassen sterk afgenomen. Wat we daarvoor in ruil hebben gekregen, merkt Judt niet zonder cynisme op, is dat in 1968 de hoogste baas van General Motors 66 keer meer verdiende dan een arbeider aan de lopende band, terwijl de hoogste baas van de supermarktketen Walmart vandaag 900 keer het salaris van een van zijn winkelbedienden heeft. De toegepaste sociaal-democratie, ook al werd ze uitgevoerd door christen-democraten, republikeinen, liberalen of socialisten zelf, was niet foutvrij, zegt Judt, maar in ieder geval te verkiezen boven de ongereguleerde globalisering van een op hol geslagen kapitalisme zonder enig toezicht.

Gebreken van het systeem

Hoe verfrissend het in deze tijden ook is om nog eens een ongecomplexeerd pleidooi voor de oude Europese verzorgingsstaat te lezen, Judt schiet wel te kort in zijn kritische analyse van dat systeem. Er moeten namelijk wel redenen te bedenken zijn waarom een meerderheid van de bevolking meestapt in het Thatcheriaanse verhaal. Want de sociaaldemocratische staat leed ook onder ontsporende begrotingen, inertie, het onvermogen een antwoord te vinden op inflatie, bureaucratische en klantonvriendelijke overheidsbedrijven, het zichzelf vast rijden in het verhaal van verworven rechten. Alhoewel, hij geeft ťťn voorbeeld waar zijn favoriete systeem toch is doorgeschoten: de treinstakingen in Frankrijk tegen de verlenging van de pensioenleeftijd van de treinmachinisten, die er op 55 jaar stond. Die leeftijd werd ingevoerd op een moment dat machinisten op hun vijftiende in een stoomlocomotief begonnen, 40 jaar lang tonnen kolen in de oven schepten en bij hun pensioen nog een levensverwachting hadden van hooguit tien jaar. Dat pensioensysteem blijven verdedigen bij hedendaagse machinisten die in een cabine met airconditioning op enkele knoppen moeten duwen en een levensverwachting van meer dan 80 jaar hebben, is natuurlijk tegen iedere logica in.

Nieuwe sociologie

Judt geeft ook toe dat de sociaal-democratie geen antwoord heeft kunnen vinden op de nieuwe sociologie van de samenleving. De legitimiteit van een sociaal zekerheidssysteem is immers makkelijk te bewerkstelligen in een cultureel en sociaal homogene samenleving, waar iedereen ongeveer in hetzelfde bootje zit. Wanneer die samenleving echter met groeiende immigratie en veroudering te maken krijgt, en storters aan het systeem zich benadeeld beginnen te voelen door de demografische samenstelling van de 'krijgers' van dat systeem, is het veel moeilijker om een groot overheidsbeslag op inkomen te blijven rechtvaardigen.

Judt citeert de conservatief Edmund Burke, een denker die ook bij Bart De Wever op bijval kan rekenen, met zijn stelling dat elke samenleving een samenwerking veronderstelt tussen de levenden, de overledenen en de nog niet geborenen. Welke wereld onze kinderen zullen erven weet hij niet, wťl dat die zeker niet op de onze zal lijken. Een reden te meer om de sociaaldemocratie opnieuw te omarmen: "Onder de mogelijkheden waar wij vandaag de dag uit kunnen kiezen, is er niets beters voorhanden." Judt weet echter ook niet goed wat te doen om zijn favoriete systeem in ere te herstellen. Bij gebrek aan een groot verhaal voor de toekomst, kan men weinig anders doen dan de verwezenlijkingen van het verleden in de verf blijven stellen, meent hij, niet als het ideale systeem, maar toch als het beste wat we hebben gekend, waarbij economische groei redelijk eerlijk verdeeld werd en sociale ongelijkheid beheersbaar bleef in een vrij harmonieuze samenleving met een overheid die daarin ook investeerde.

Maar ook Caroline Gennez heeft mogen ervaren dat het opdiepen van affiches met Achilles Van Acker niet bepaald een wervende verkiezingsstrategie is. Dat maakt van Het land is moe een gepassioneerde en tegelijk onderbouwde historische analyse, maar geen bruikbare blauwdruk voor de toekomst.


Recensie door Yves Desmet

Deze tekst verscheen eerst in ĎUitgelezení, de boekenbijlage van De Morgen van 4 augustus 2010

Tony Judt, Het land is moe, Contact, 2010

Links
mailto:yves.desmet@demorgen.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be