De mythe van het economisme

boek

Jesse Klaver

De groene beweging is de voorbije decennia in tal van Europese landen een politieke factor van belang geworden. Dat komt in grote mate door de toenemende bezorgdheid van de burgers over ons leefmilieu, de klimaatverandering, de gezondheidsperikelen en andere ecologische problemen die heel concreet zijn. In Nederland komen de ecologisten sinds 1990 op onder de politieke benaming GroenLinks, zij het met wisselend succes. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 viel de partij terug van 10 naar 4 zetels en dreigde ze irrelevant te worden. Om de partij een nieuw elan te geven werd het jonge Tweede Kamerlid Jesse Klaver in mei 2015 verkozen tot nieuwe fractievoorzitter. Hij maakte in 2010 zijn entree in het parlement en viel al snel op door zijn snedige tussenkomsten. Dat legt blijkbaar geen windeieren want de partij staat in de opiniepeilingen intussen boven de vijftien zetels. Over zijn achtergrond, zijn ervaringen in de Tweede Kamer en vooral zijn visie op de samenleving schreef hij het boek De mythe van het economisme.

Jesse Klaver is de zoon van een Marokkaanse vader en een Indonesische moeder. Hij werd voorzitter van DWARS, de jongerenafdeling van GroenLinks en later van het CNV, de jongerenbond van het Christelijk Nationaal Vakverbond. Geboren in 1980 is hij de jongste fractievoorzitter in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. In zijn boek keert hij zich tegen wat hij zelf het ‘economisme’ noemt, namelijk het maximaliseren van de economische groei en de aanname dat iedereen daarvan profiteert. Het is volgens hem de dominante ideologie geworden die zowel wordt aangehangen door de regeringspartijen VVD en PVDA als door oppositiepartijen CDA en D66. ‘Politici verworden tot technocraten, marionetten van de markt, en de politiek is een eenheidsworst. Er lijkt op die manier niets te kunnen veranderen. Maar dat is een mythe,’ zo schrijft hij in de inleiding.

Dat economisme ontwaart Jelle Klaver in tal van domeinen. Onder meer in het onderwijs dat zich in zijn ogen veel te bedrijfsmatig is beginnen gedragen waarbij efficiëntie en zo snel mogelijk kunnen aansluiten bij de arbeidsmarkt centraal staan. Onderwijsinstellingen worden ook geprikkeld om studenten zo snel mogelijk te laten afstuderen wat in sommige gevallen leidt tot malversaties. Voor de auteur moet de ontwikkeling van kinderen weer centraal komen te staan waarin al hun talenten ontwikkeld worden. Het economisme is ook merkbaar in het belang dat politieke partijen stellen in het maximaliseren van het bruto binnenlands product (bbp) waarbij alle productieve elementen worden opgeteld. Datgene dat geen prijs heeft, zoals de hoeveelheid CO2 of het opvangen door opa’s en oma’s van hun kleinkinderen wordt niet meegerekend. Vandaar zijn alternatief om te rekenen volgens het nieuw welvaartsbegrip ‘duurzaam nationaal inkomen’, al blijft Klaver mistig over wat dit juist moet inhouden en hoe dat moet berekend worden. ‘Er is behoefte aan een politiek waarin niet alleen meetelt wat we in cijfers kunnen uitdrukken, maar ook wat intrinsiek waardevol is: de natuur, een fijne buurt, vriendschap, een goede school, gezond voedsel,’ schrijft hij.

Jesse Klaver gaat hard in tegen de door de wet toegestane vormen van belastingsontwijking door multinationals die gebruik maken van de belastingsverschillen in de diverse Europese landen. Vandaar dat veel grote bedrijven een postbus hebben in Nederland. Moreel gezien is dit verwerpelijk aldus de auteur die voorstelt om dit probleem op Europees vlak aan te pakken. Een ander voorbeeld van ‘economistische’ politiek ziet de auteur rond de aardgasontginningen in het Noorden van het land die hebben geleid tot aardbevingen in de regio rond Groningen. Volgens een onderzoeksrapport werd daarbij te weinig aandacht besteed aan de veiligheid van de inwoners. Blijkbaar woog voor de regering het belang van schatkist en de uitbaters (Shell en Exxon) zwaarder dan de leefbaarheid van de Groningens, aldus Klaver. Het is een tweesnijdend argument want de gaswinning levert de Nederlandse overheid tientallen miljarden euro’s op die gebruikt worden voor collectieve voorzieningen. Hoe dit gecompenseerd gaat worden, lezen we niet.

Verder gaat Jelle Klaver fors tekeer tegen de vrije markt die in zijn ogen compleet gefaald heeft gezien de bancaire- en financiële crisis van 2008. Zo haalt hij uit naar de dereguleringen van de banken tijdens de voorbije decennia terwijl de bankiers zichzelf hoge salarissen en bonussen blijven uitkeren. ‘Het economisme is een impliciete ideologie,’ schrijft de auteur en hij probeert dit aan te tonen aan de hand van vijf dogma’s die de voorstanders van marktwerking zouden hanteren. Het eerste dogma is dat de onzichtbare hand zou zorgen voor een optimaal resultaat. De vrije markt zou zorgen voor de juiste prijs, maar bijvoorbeeld milieuvervuiling wordt daar niet in meegerekend. Het is een wat achterhaalde visie want er bestaat steeds meer eenstemmigheid om milieukosten wel mee in te calculeren. Wel is juist dat men er op klimaattoppen nauwelijks in slaagt om tot een eensgezinde aanpak te komen van bijvoorbeeld de klimaatopwarming, maar dat heeft vaak te maken met nationale belangen waaraan vooral de Amerikaanse, Chinese en Russische regeringen voorrang geven.

Het tweede dogma van de economisten is de schijnbaar evidente gedachte dat als de economie groeit, iedereen erop vooruit gaat. Dat blijkt echter niet het geval want de verschillen tussen rijk en arm nemen toe. Klaver merkt op dat vooral mensen met veel vermogen er sneller op vooruit gaan dan inkomen uit arbeid. Omdat geld zich snel over grenzen verplaatst, pleit hij ook hier voor een Europese aanpak alhoewel hij zich in andere paragrafen bijzonder Eurokritisch uitspreekt. Het derde dogma is dat marktwerking leidt tot kostenbeheersing. Dat klopt niet, aldus de auteur, vaak is het effect bijkomende bureaucratie. Dit klopt niet. Een goed voorbeeld van marktwerking met lagere kosten was de liberalisering van de telefonie en van de luchtvaartmaatschappijen. Die waren vroeger heel duur en kostten de belastingbetalers handenvol geld. Nu is er een groot aanbod van efficiënte marktspelers op het vlak van de mobiele telefonie die elkaar beconcurreren met positieve effecten naar zowel kostprijs als kwaliteit van de dienstverlening.

Het vierde dogma zou de visie zijn dat een stevig sociaal vangnet mensen lui maakt. Dat is natuurlijk niet echt het geval. Maar de opmerking van de auteur dat er gewoon veel te weinig banen zijn, is niet overtuigend. Er zijn tienduizenden openstaande vacatures van werknemers, maar ze raken niet ingevuld. De realiteit is dat men sommige beroepen niet wil aannemen. Dat neemt niet weg dat bijscholing heel belangrijk is, al lijkt Klaver niet echt gewonnen te zijn voor het activeren van de werklozen. Het laatste dogma zou erop neerkomen dat veel politici collectieve uitgaven als een probleem zien en private uitgaven als een zegen, waaruit dan automatisch volgt dat belastingsverlagingen een goede zaak zijn. Het leidt bij Klaver tot de wat vreemde conclusie: ‘Banen creëren via lastenverlichting leidt tot minder werkgelegenheid dan je zou kunnen realiseren via publieke middelen.’ Het lijkt wel een pleidooi voor een complete collectivisatie, maar dat heeft in het verleden bewezen een slechte oplossing te zijn, zowel voor de kwaliteit, de creativiteit als de staatsschuld.

In zijn slot pleit Klaver voor een nieuw idealisme, meer solidariteit en een zuinig omspringen met de natuur. Hij ziet tien middelen als tegengewicht voor het economisme. Zo wil hij onder meer het gebruik van fossiele brandstoffen fors belasten en geen belastingen heffen op duurzame energie. Hij wil de marktwerking in de zorg terugdringen en de macht van de farmaceutische industrie aan banden leggen. Hij wil de financiële sector verkleinen, inzetten op minder flexwerk en meer zekerheid, een progressieve vermogensbelasting invoeren en een einde maken aan de toets- en afrekencultuur in het onderwijs. En dat alles wil Klaver met grote haast doorvoeren. Alvast een nieuwe en boeiende stem in het politiek debat, al blijven veel voorstellen vaag en hebben in het verleden niet of ronduit slecht gewerkt. Maar het voordeel is dat men in Nederland opnieuw een echte keuze heeft. GroenLinks probeert het opnieuw met de oude recepten van minder vrije markt, meer overheid en meer belastingen. Dat kan op korte termijn bijval kennen maar lijkt me op langere termijn nefast voor de Nederlandse welvaart.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Jesse Klaver, De mythe van het economisme, De Bezige Bij, 2015

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be