De historische Mohammed

boek vrijdag 04 mei 2007

Hans Jansen

Hans Jansen is arabist en hoogleraar te Utrecht. Hij publiceerde veelvuldig over de moderne radicale islam (de ‘jihad-ideologie’) en levert regelmatig opiniërende bijdragen aan ondermeer Trouw en HP/De Tijd, en op radio en TV. Hans Jansen bewerkte de Koranvertaling van prof. dr. JH Kramers, die onlangs bij de serie De Islam ontsluierd van De Standaard werd gevoegd. Hans Jansen is geestig en kan genadeloos kritisch zijn, maar je weet nooit op welk erudiet en vaak vermakelijk zijpad hij plotseling uitkomt. Hij schrijft zwierig en op vaak badinerende toon, wat zijn boodschap, die vaak onverbiddelijk is, ten goede komt. Hij kan zich enkel op deze wijze permitteren om kritisch te zijn.

Wat voor man was Mohammed eigenlijk? De theorie dat Mohammed nooit heeft bestaan, ziet er extreem onredelijk uit. Waar komt de islam vandaan als er nooit een Mohammed geweest is? Het Oost-Romeinse rijk maakte in Palestina, Syrië en Noord-Irak gebruik van Arabische grenssoldaten, zoals het West-Romeinse rijk Gotische stammen in dienst had, langs de Rijn en langs de Donau. In de traditionele versie van die geschiedenis worden die Arabische soldaten in christelijke dienst vaak genoemd, ook door Ibn Ishaq, de enige officiële en nooit overtroffen biograaf van Mohammed.

Er zijn wetenschappelijke onderzoekers die het in principe mogelijk achten dat deze waarschijnlijk weinig geletterde soldaten bepaalde christelijke leuzen van hun meesters verkeerd begrepen hebben. Vooral een fragment uit de christelijke liturgie, ‘Benedictus qui venit in nomine Domini’ (‘Gezegend is hij die komt in de naam des Heren’) vraagt hier om aandacht. Er is weinig voor nodig om ‘benedictus’ als de persoonsnaam Benedictus te gaan opvatten. Het Arabische woord ‘muhammad’ is in feite een deelwoord, dat net als in het Latijnse benedictus ‘geprezen’ betekent. ‘Mohammed is de apostel van God’ in het Arabisch ‘Muhammad rasoel Allah’, zou een juiste vertaling kunnen zijn van ‘Gezegend is hij die komt in de naam des Heren’. ‘Hij die komt in de naam van’ is immers het equivalent van ‘gezant’, ‘apostel’. Mohammed betekent dan uiteindelijk ‘de gezant Gods’.

De islamistische geloofsbelijdenis ‘er is geen god dan god en Mohammed is de gezant Gods’ die op het eerste gezicht zo simpel en eenduidig lijkt, krijgt door Jansens denkwijze een dubbele bodem, en dan ben je precies waar prof. dr. Hans Jansen graag wil zijn: in een gebied waar zekerheden sneuvelen en intellectuele consternatie heerst. De dubbele bodem kun je met enige goede of kwade wil zelfs wegslaan. Dan is de islamitische geloofsbelijdenis geen oorspronkelijk proza, het is plagiaat, ordinair jatwerk, overgenomen uit de christelijke liturgie. Zover gaat Jansen niet, daar is hij een te goed en consciëntieus wetenschapper voor. Het aardige van zijn tweeluik De historische Mohammed is dat hij zijn lezers wel op de mogelijkheid wijst, om er onmiddellijk aan toe te voegen dat wetenschappelijke bewijzen ervoor vooralsnog ontbreken.

Over het leven van de profeet bestaat eigenlijk maar één belangrijke bron, de bio-hagiografie van Ibn Ishaq (706-767). Toen Karel Martel in 732 bij Poitiers even bezuiden de Loire, de moslimlegers versloeg,was Ibn Ishaq vijfentwintig jaar. De profeet was een eeuw dood en de Islam heerste van Zuid- Frankrijk tot India. Rond 750 begon Ibn Ishaq aan zijn boek. Het is tot nu toe het enige boek dat er is. Dat gebrek aan andere bronnen leidt tot veel giswerk en sommige geleerden vragen zich zelfs af of Mohammed echt heeft bestaan. Nu heeft men zich dat ook afgevraagd over Homerus, Shakespeare, Jezus en Boeddha. De profeet bevindt zich wat dat betreft in uitmuntend gezelschap. Maar het levert wel enorme beperkingen op voor een boek over de profeet als historisch persoon. Jansen zelf wijst de lezer daar onophoudelijk op.

Het aardige van Jansens twee boeken is dat hij zijn lezers van meet af aan duidelijk maakt dat er bij het lezen van Ibn Ishaq twee waarheden door elkaar spelen: de godsdienstige en de historische. De vier evangelisten in het Nieuwe Testament doen trouwens niet anders. Neem bijvoorbeeld Jezus verhaal over de Barmhartige Samaritaan. Samaritanen waren een groep in Palestina die de vijf boeken van Mozes aanvaardden, maar niet de rest van het Oude Testament, en zij werden door de Joden als ongelovig beschouwd. In het verhaal van Jezus ligt er een man gewond langs de kant van de weg. Er komt eerst een priester voorbij, dan een tempeldienaar, en beiden laten de man liggen. Dan komt de ongelovige Samaritaan die de man liefdevol opneemt.

Zo’n verhaal, schrijft Jansen, roept een aantal vragen op. Het verhaal kent een godsdienstige, morele waarheid, die onafhankelijk is van de historiciteit ervan. Zelfs als Jezus niet zou hebben bestaan en dat verhaal dus niet kon vertellen, blijft die godsdienstige waarheid intact. De historiciteit ervan is onafhankelijk van het al dan niet bestaan van Jezus. Bij Ibn Ishaq ligt dat toch enigszins anders. Wat hij vertelt mag of kán niet in tegenspraak zijn met de openbaringen in de Koran, Gods eigen woord en daarmee voor moslims de absolute waarheid. Van tijd tot tijd lijken de verhalen bij Ibn Ishaq vooral bedoeld om duistere passages in de Koran te verhelderen en dus om een godsdienstige en niet een historische waarheid te verduidelijken, of net het omgekeerde: ze aan te passen aan de behoeften van de Profeet. Zo daalde er op een gegeven ogenblik een Koranvers neer dat adoptie verbood, zodat Mohammed de schone Zeinab, de vrouw van zijn adoptiefzoon, kon huwen. Het huwelijksbeletsel was door het nieuwe vers tenietgedaan!

Bij de beoordeling van Ibn Ishaqs werk spelen voorts de politieke twisten een rol, die de moslimwereld al spoedig na de dood van de profeet verscheurden. Ondanks alle interpretatieproblemen is bij Ibn Ishaq een duidelijke ontwikkeling te bespeuren in het leven van de profeet. In Mekka is Mohammed vooral de wegbereider van de ware godsdienst. Als zijn aanhangers, later gevolgd door hemzelf naar de oase van Medina vluchten, ontwikkelt hij zich tot een politiek leider en staatsman. Jansen laat terecht merken dat hij de profeet er in diens Medina- periode niet aardiger op vindt geworden. Oorlog is niet aardig, en de profeet voert oorlog. Bovendien stuurt hij zijn volgelingen uit op rooftochten en in Medina zelf treedt hij op met steeds straffere hand. De Samaritaanse of Joodse clans worden in elk geval verdreven, omdat ze de profeet niet wilden accepteren, een ander deel wordt afgeslacht. Er dalen Koranverzen uit de hemel neer die de moslims verbieden christenen of joden als vrienden te hebben. Mohammed sticht een groot rijk, de islam groeit uit tot een wereldgodsdienst, maar niet altijd op vreedzame wijze. Geweld is schering en inslag.

Het door Ibn Ishaq geschetste beeld van Mohammed is niet altijd een beeld dat de moderne westerse wereld aanspreekt. Op zichzelf zou dat niet erg zijn, ware het niet dat de profeet in de islam als zondeloos geldt, het grote, na te volgen voorbeeld. Zijn doen en laten geldt tot op de dag van vandaag als een onaantastbare godsdienstige waarheid en sommigen zien het geweld dat hij gebruikte dan ook als een godsdienstige plicht.

Jansen en zijn zoon hebben de gevolgen ondervonden. Zijn vaak kritische opstelling ten aanzien van de islam leverde hem de nodige bedreigingen op. Ook zijn zoon, de carabetier Ewout Jansen, heeft te horen gekregen dat hij wegens grappen over de islam, een doodvonnis verdient. Wie deze gang van zaken verwerpt, moet dit tweeluik lezen. Ongelooflijk. Een pageturner.


Recensie door Jan Mastay

Hans Jansen, De historische Mohammed. De Mekkaanse verhalen, De Arbeiderspers, 2005, 234 blz. en Hans Jansen, De historische Mohammed. De verhalen uit Medina, De Abeiderspers, 2007, 312 blz.

Links
mailto:egbert@liberales.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be