Van jodenhaat naar zelfmoordterrorisme

boek vrijdag 19 mei 2006

Hans Jansen

Jodenhaat is een eeuwenoud fenomeen. Het dateert al van in de Oudheid, kwam voor bij Egyptenaren en AssyriŽrs en was niet het product van ťťn bepaalde godsdienst. Het werd ook dikwijls beschreven, onder andere door Jacqueline C. van Andel, Konrad Kwiet, Martin Gilbert en ook door Hans Jansen zelf in zijn vorig boek Christelijke theologie na Auschwitz. Theologische en kerkelijke wortels van het antisemitisme. In deze nieuwe, zeer uitgebreide studie focust Hans Jansen chronologisch op de laatste eeuw en geografisch op het Midden-Oosten.

De auteur schetst eerst het ontstaan van de staat IsraŽl en de Arabische vernietigingsoorlogen van 1948, 1967 en 1973. Opmerkelijk is wel dat hij de SinaÔ-veldtocht van 1956 gewoon weglaat. Blijkbaar past die niet in het schema van Arabische vernietigingsoorlogen, want hier vielen IsraŽl, Engeland en Frankrijk Egypte aan, omdat Nasser het Suezkanaal genationaliseerd had. Bij het conflict van 1948 bespreekt hij het probleem van de 670.000 Palestijnen die gevlucht zijn uit de nieuwe staat IsraŽl, maar hij vermeldt terecht dat er ook 800.000 joden uit de Arabische landen op de vlucht sloegen, van wie er 580.000 naar IsraŽl kwamen. Dit feit lees je dan bij andere schrijvers bijna niet.

Het anti-IsraŽlische PLO-handvest van 1968 krijgen we van artikel 1 tot artikel 33. We verkiezen een volledige bron boven een halve. Bij de aanvallen van Egypte en SyriŽ op 6 oktober 1973 stelt Hans Jansen zich nergens de vraag of de IsraŽlische soldaten, die de wacht hielden aan het Suezkanaal en op de Golanhoogte, niet zagen dat de vijand oprukte en dat Egypte een brug bouwde over het kanaal. De 16 kaarten uit de atlas van Martin Gilbert zijn welgekomen. Zij illustreren het conflict en vermelden ook de wandaden van joodse terroristen in 1946/1948. Hier staat de veldtocht van 1956 tot Suez en Akaba gelukkig wel bij. Dat geldt ook voor de veroverde gebieden van 1967. Daarna volgt een verpletterende, bijna eindeloze hoeveelheid documenten uit de heel de Arabische wereld, die iedere lezer zullen overtuigen dat de islamitische politieke en geestelijke leiders gedurende heel de twintigste eeuw anti-joods en anti-IsraŽl waren.

Hun bewondering voor Hitler was groter dan bij de Europese collaborateurs. Mein Kampf werd vertaald in het Arabisch en overal verspreid. Hitler kreeg zelfs gelukwensen voor zijn rassenwetten van Neurenberg (1935) en voor zijn latere anti-joodse wandaden. Hans Jansen schetst ook het beeld van de joden in de koran: onbelangrijk, onbeduidend, niet relevant in de geschiedenis. Later wijzigt dat beeld van de machteloze jood in dat van trawant van Satan. Het beeld van de machteloze jood viel namelijk niet meer te rijmen met de zegevierende; vandaar de revolutionaire ommekeer. Hier ondergraaft de auteur zelf zijn centrale stelling dat de Arabieren hun jodenhaat overnamen van Europese geschriften, want de Koran is eeuwen ouder.

Die antisemitische teksten passeren dan de revue. Ze beginnen met August RŲhling, Der Talmudjude en de Protocollen van de wijzen van Zion (ca. 1890Ė1900) tot de complottheorieŽn over de aanval op de Twin Towers op 11 september 2001. Na Auschwitz ontwikkelde zich een volstrekt nieuwe vorm van antisemitisme: IsraŽl als land van nieuwe naziís. Er zou geen verschil zijn tussen Hitler en Sharon en joden zouden leren dat andere volkeren inferieur zijn. Moslims gingen de judeocide ontkennen of minimaliseren. Hun revisionisme sijpelde ook door in wetenschappelijke publicaties, tv-uitzendingen, onderwijs. Dit laatste beklijft het meest: Palestijnse en andere Arabische kinderen krijgen een grote portie indoctrinatie, bewuste desinformatie en militaire training als voorbereiding op de jihad tegen IsraŽl. De auteur geeft voldoende bewijzen hiervan. Palestijnse universiteiten zijn broedplaatsen van zelfmoordacties tegen IsraŽl. In SyriŽ, Saoedi-ArabiŽ, Egypte, Iran, enzovoort is het niet anders: scholen en geestelijke leiders bereiden de leerlingen voor op de vernietiging van IsraŽl.

De IsraŽlische schoolboeken echter leren volgens Hans Jansen wel de rijke Arabische cultuur en taal aan en geven volgens hem een objectief beeld zonder indoctrinatie. Ook dit wordt gestaafd met voorbeelden. Toch past hier minstens een vraagteken bij (de IsraŽlische studenten die ik jaar na jaar in mijn klassen liet komen spreken, getuigden daar niet van). Hans Jansen beweert dat zelfmoordacties niet wortelen in de traditie van de islam, maar in de geschiedenis van Europa. Ook hier is de bewijsvoering zwak: het is niet omdat Duitsers in de Eerste en Tweede Wereldoorlog tot het uiterste doorvochten dat je dit uitzonderlijke fanatisme een Europese traditie kunt noemen. Japanse kamikazes deden dat trouwens evenzeer. De laatste capita handelen over Arabische antisemitische indoctrinatie op televisie en internet sinds de tweede Intifada, de gevaarlijke minimalisering daarvan door politici en media in Europa en de onverschilligheid van de Verenigde Naties voor het lot van IsraŽl sinds zijn bestaan.

De eerste twee zaken kloppen meer dan het derde: IsraŽl heeft aan de VN zijn ontstaan te danken en in 1967 een bewust dubbelzinnige resolutie over de terugtrekking uit een deel van of uit alle bezette gebieden, naar gelang je de Engelse of de Franse versie hanteert. Hans Jansen eindigt met grafieken over Palestijnse terreur in vele gedaanten, inclusief zelfmoordterroristen, in de periode 2000-2005. De kracht van zijn boek zit in de enorme hoeveelheid bronnenmateriaal: in geen enkel boek vind je zoveel teksten en gegevens bij elkaar als hier en dan nog grotendeels in het Nederlands. De zwakke kant zit in de stellingen. Het Midden-Oosten zou mijn inziens ook anti-joods zijn geworden zonder het voorbeeld van het Europese antisemitisme. De Koran gaf er aanleiding toe, de houding van de IsraŽliís tegenover de Palestijnen sinds 1948 nog meer.

Verder beschouwen veel Arabieren de joden als de vertegenwoordigers van het Europese kolonialisme en nog meer van het Amerikaanse imperialisme. Telkens als de Amerikanen iets ondernemen in of tegen een land van het Midden-Oosten, zien de Arabieren en andere islamieten in IsraŽl een door Amerika gesponsord bruggenhoofd. Enige jaloezie op de prestaties van de joden is ook nooit ver weg. Kortom: dit is een pittige studie, voor een geschoold publiek, dat kritisch kan omgaan met documenten en met een uitgesproken pro-IsraŽlisch standpunt. De ondertitel Islamisering van het Europees antisemitisme in het Midden-Oosten is zeker betwistbaar. Een register en een aparte literatuurlijst ontbreken helaas. Het boek is keurig verzorgd en niet duur in verhouding tot zijn omvang en kwaliteit.


Recensie door Jef Abbeel

Hans Jansen, Van jodenhaat naar zelfmoordterrorisme,Groen, Heerenveen, 2006

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be