Het recht om ex-moslim te zijn

boek vrijdag 05 oktober 2007

Ehsan Jami

In zijn boek Vrijheid van godsdienst bespreekt freelance journalist Michiel Hegener de dubbelzinnigheid van artikel zes van de Nederlandse grondwet. Dat artikel garandeert weliswaar de vrijheid van geloof maar belemmert tegelijk honderdduizenden Nederlanders ongestraft de godsdienstvrijheid van anderen. Dat is vooral het geval met moslims en moslima’s die niet openlijk mogen breken met de islam. Maar ook voor kinderen die van bij hun geboorte door hun ouders worden ingelijfd door een bepaalde godsdienst en die er moeilijk of niet kunnen uitstappen zonder problemen te krijgen met hun familieleden en hun sociale omgeving. Mensen mogen omwille van die opgedrongen godsdienst niet zomaar overstappen naar een andere godsdienst of zonder geloof verder leven. Ze worden gedwongen om zich te conformeren en te leven volgens de religieuze gebruiken en tradities die hen door anderen – meestal de ouders – worden opgelegd. Een van de meest bekende personen die met het probleem van afvalligheid te maken had, was Ayaan Hirsi Ali. De moordaanslag op Theo Van Gogh was in die zin niet alleen gericht op de controversiële filmmaker, maar op de politica van Somalische afkomst die luidop verkondigde dat ze niet langer geloofde. Moslims die hun geloof afvallen worden uitgestoten, bedreigd en in het slechtste geval ook fysiek aangepakt.

Sommige Nederlanders zeggen dat dit allemaal overtrokken is en dat ze zelf moslims kennen die zich niet of nauwelijks aan de islamitische voorschriften houden. Maar Michiel Hegener wijst scherp op dat het in deze gevallen om een soort ‘verdunning’ van hun geloof gaat. Dat is iets anders dan ‘breken’ met hun geloof. Wat de auteur bedoelt is dat moslims doorgaans beducht zijn om in alle openheid kritiek te spuiten op hun vroegere religie. ‘Mohammed bekritiseren, vraagtekens plaatsen bij het vereren van een steen (de Ka’aba in Mekka), besnijdenis veroordelen, de sharia onderuit halen, enz…’ En dat is nu net wat echte vrijheid van godsdienst betekent, namelijk het kunnen breken met zijn/haar geloof en de redenen hiertoe zonder angst voor represailles durven openbaar te maken. Deze problematiek werd heel lang genegeerd als zijnde een non-issue. Wie had al ooit gehoord van moslims die problemen kregen met hun afvalligheid? Iemand die dat aan de lijve ondervonden heeft is Ehsan Jami die werd geboren in Iran maar omwille van de politieke overtuigingen van zijn vader in 1994 naar Nederland vluchtte. In een interview met het dagblad Trouw noemde hij Mohammed een ‘crimineel’ en een ‘verschrikkelijke man’. Op 4 augustus 2007 werd hij in zijn woonplaats Voorburg aangevallen en in elkaar geslagen door drie mannen. Hij woont nu in een beveiligde woning.

Intussen publiceerde hij het boekje Het recht om ex-moslim te zijn. Daarin verzamelde hij een reeks getuigenissen van lotgenoten, mannen en vrouwen die omwille van hun persoonlijke overtuiging last kregen met hun geloofsgemeenschap. In een voorwoord beschrijft Michiel Hegener de problematiek van afvalligheid die vroeger ook in het christendom bestond, maar nu akelig actueel is in de moslimwereld. Zo verwijst hij naar het katholicisme waarin aan jongeren bij de eerste en plechtige communie gevraagd wordt om hun geloof te benadrukken, of bij protestanten waar men aan jonge volwassenen pas op hun 18 jaar vraagt of ze hun geloof willen behouden, en hen op die manier de kans heeft om van geloof te veranderen of het af te vallen. De islam kent die vrijheid niet. Eens moslim, altijd moslim. En wie wil uittreden zal boeten. Tal van islamitische landen kennen nog steeds de doodstraf voor afvalligen waarmee ze frontaal in strijd zijn met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Die bepaalt dat iedereen het recht heeft op vrijheid van godsdienst. Dat is de theorie. De praktijk toont aan dat mensen met afwijkende meningen uitgespuwd worden.

Het verlies van zijn religieuze overtuiging was bij Ihsan Jami een langzaam proces. Essentieel was daarbij het verwerven van kennis. ‘Kennis is macht’, zo schrijft de auteur waarmee hij spoort met de ideeën van de Egyptische schrijfster Nahed Selim die zegt dat de échte tegenstander van de traditie de kennis is. Mensen die worstelen met hun geloof zoeken de fout ook vaak bij zichzelf. Ehsan Jami getuigt van zijn Iraanse nichtje in Mashhad die zegt dat de slagen die ze krijgt van haar man, te wijten zijn aan haar eigen foute gedrag, alhoewel daar geen enkele aanleiding toe is. Na de aanslagen van 11 september en de moord op Theo van Gogh groeide bij Ehsan Jami het besef dat bepaalde verworvenheden zoals de individuele vrijheid en het zelfstandig nadenken zo cruciaal zijn, en dat die binnen de moslimwereld onder druk staan. Hij ziet kritiek als essentieel voor een open samenleving, kan niet langer aanvaarden dat vrouwen en homoseksuelen in de islam onderdrukt worden en dat afvalligheid van het moslimgeloof problemen oplevert. Jami legde contact met verlichte filosofen als Afshin Ellian en Paul Cliteur. Zij gaven hem de nodige raad om met een comité voor ex-moslims te beginnen. Daarmee kwam hij al snel in het centrum van een mediastorm.

Ehsan Jami is lid van het lokaal bestuur van de socialistische PVDA, afdeling Leidschedam-Voorburg en werd er in 2006 verkozen als raadslid, maar echte steun krijgt hij niet van zijn partij. PVDA-leider Wouter Bos vindt dat hij onnodig kwetsende uitspraken doet over de islamitische profeet Mohammed om zo zijn geloofsafval te bepleiten. Maar blijkbaar ligt de oorzaak van deze afwijzing dieper. Zo stelt Ehsan Jami dat integratie het best gediend is met religieus-neutraal openbaar onderwijs, dat veel hoofddoeken het gevolg zijn van dwang en wijst hij erop dat in zijn eigen gemeente zeshonderd (moslim)vrouwen nooit het daglicht zien omdat ze door hun mannen gedwongen worden om binnen te blijven. Hij verklaart ook dat hij geen enkel vertrouwen heeft in integratie en emancipatie via de moskee, waarmee hij regelrecht ingaat tegen de stelling van ondermeer Job Cohen die in religie net een middel tot integratie ziet. Maar zijn belangrijkste kritiek is gericht op de politieke stellingname ‘integratie met behoud van cultuur’, zoals die decennialang verdedigd werd door de PVDA.

Ehsan Jami somt een reeks maatregelen op die zouden kunnen bijdragen tot een betere bescherming van de vrije meningsuiting en geloofsafval. Zo verwerpt hij het systeem van inburgeringscursussen in huiselijke kring die blijkbaar worden aangeboden aan migranten. Jami opteert uitdrukkelijk voor cursussen buitenshuis waardoor vrouwen de kans krijgen om, al is het voor een korte periode, te ontsnappen aan de patriarchale controle. Hij pleit ook voor een handvest van burgerrechten dat samen met het overhandigen van het Nederlands paspoort zou moeten overhandigd worden zodat vrouwen kennis kunnen nemen van de rechten waarover ze beschikken (hij pleit zelfs voor een verplicht vak burgerrechten op alle scholen). Het openbaar ministerie zou volgens hem steeds moeten optreden als imams of anderen oproepen tot een gewapende strijd. Opmerkelijk is ook zijn optie om alle vrouwen het recht te geven om zonder ouderlijke toestemming door te studeren of zich te laten naturaliseren. Al deze voorstellen zijn erop gericht om moslims meer kansen te geven om zich te onttrekken aan vormen van onderdrukking. Hiermee keert hij zich openlijk tegen de politiek van de PVDA die hij gegijzeld ziet door haar opportunistische allochtone en traditionele linkse achterban. ‘Wil de PVDA ooit een doortastende integratiepolitiek voeren, dan zal zij moeten regeren op basis van principes’, aldus de auteur.

Met zijn boek en comité plaatst Ehsan Jami de verantwoordelijken van de PVDA voor hun verantwoordelijkheid. Het feit dat ze hem niet openlijk steunen, toont aan hoezeer ze gevangen zitten binnen een tegenstrijdige denkwijze. Ze streven met woorden naar emancipatie, maar ondersteunen in feite die krachten die de emancipatie tegenhouden. De ideeën die Ehsan Jami verkondigt en verdedigt zijn ten gronde liberaal. Het gaat hem op het recht op zelfbeschikking, het recht van elke mens, man of vrouw, gelovige of niet gelovige, om zelf zijn of haar keuzes in het leven te maken. Die ideeën moeten we met volle kracht ondersteunen.


Recensie door Dirk Verhofstadt



Meer informatie over Ihsan Jami op http://nl.wikipedia.org/wiki/Ehsan_Jami



Intussen werd ook een Steuncomité ex-moslims opgericht. Meer informatie op http://www.steuncomite-exmoslims.nl/

Ehsan Jami, Het recht om ex-moslim te zijn, Ten Have, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@pandora.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be