Inventing Human Rights

boek

Lynn Hunt

Mensenrechten zijn in het licht van de menselijke geschiedenis bijzonder nieuw. Tot het einde van de 19de eeuw waren slaven (of lijfeigenen), vrouwen en kinderen zo goed als rechteloos. Zowel wereldlijke als geestelijke leiders beschouwden hen als minderwaardig en onbekwaam om een rol van belang te spelen, zelfs niet om eigen rechten te hebben. Sterker nog, slaven, vrouwen en kinderen werden tot zowat 150 jaar geleden beschouwd als de eigendom van de man die over hen kon beschikken zoals het hem paste. En daarvoor kregen ze de steun van geestelijken die de suprematie van de vrije blanke man verklaarden op basis van Bijbelse en Koranische bepalingen. Ondanks de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waarin geponeerd wordt dat elke mens gelijkwaardig is, bestond er tot diep in de 20ste eeuw (en bestaat er vaak nog steeds) superioriteitsgevoelens, racisme en discriminatie van blanken tegenover zwarten, van westerlingen tegenover oosterlingen, van autochtonen tegenover allochtonen, van gelovigen tegenover anders gelovigen, van mannen tegenover vrouwen.

Over de ontwikkeling van de mensenrechten schreef de Amerikaanse historica Lynn Hunt het boek Inventing Human Rights. Tot pakweg de 18de eeuw lag bijna niemand wakker van de toenmalige manier waarop mensen werden behandeld. Dat betekende niet dat er geen soort rechtsspraak bestond, maar die was bijzonder willekeurig en doordrongen van religieuze motieven. Edellieden en hogere geestelijken werden doorgaans buiten schot gehouden terwijl de gewone man overgeleverd was aan de grillen van de heerser die zowel rechter als partij was. Vaak ging het om totaal onschuldigen, zoals ongeveer 60.000 vrouwen die gedood werden omdat ze verdacht werden van hekserij. In de Middeleeuwen werden zelfs dieren voor rechters gebracht, veroordeeld en afgemaakt. Ook de bestraffing zelf was bijzonder wreed. Wie geen doodstraf kreeg, werd soms naar de galeien gestuurd om er de rest van zijn leven te roeien. Ter dood veroordeelden werden gevierendeeld, verdronken of levend verbrand, vaak als amusementspektakel tot publiek vermaak.

Pas onder de Verlichting stelden een aantal filosofen deze onmenselijke praktijken aan de kaak omdat ze in tegenstrijd waren met de menselijke natuur. Onder hen Voltaire, Charles de Montesquieu, Benjamin Rush, William Eden, Thomas Paine en Jeremy Bentham. Maar vooral de Italiaanse filosoof Cesare Beccaria keerde zich af van foltering, slavernij en de doodstraf. Hij was een van de eersten die het begrip mensenrechten (‘I diritti degli uomini’) gebruikte in zijn teksten, zoals in zijn invloedrijke boek Dei deletti e delle pene. Het werd overgenomen door Jean-Pierre Brissot die in 1788 de Vereniging van de Vrienden van de Zwarten oprichtte, de eerste Franse organisatie die opkwam tegen de slavernij. Daarnaast had Montesquieu met zijn principe van de scheiding der machten een goed systeem ontwikkeld teneinde mensen te vrijwaren van machtsmisbruik en willekeur. De rechterlijke macht moest onafhankelijk van de wetgevende en uitvoerende macht kunnen functioneren. Uiteindelijk verscheen in Frankrijk de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger.

Edmund Burke keerde zich net als de Kerk en de hoge adel tegen de beginselen van deze Verklaring en tegen de Franse Revolutie. Hij werd gecounterd door Thomas Paine die in zijn boek Rights of Man, dat in het Nederlands vertaald werd als Rechten van den mensch brandhout maakte van zijn argumenten. Dat de Franse Revolutie ten onder ging in de terreur van Robespierre was geen gevolg van de Verlichting, maar juist de negatie ervan. Onder invloed van de ideeën van Jean-Jacques Rousseau werden de rechten van de mens ondergeschikt gemaakt aan de ‘algemene wil’ van het volk die finaal vertolkt werd door een dictator. Maar de geest van de mensenrechten leefde verder. Zo werd in 1794 in Frankrijk als eerste land de slavernij afgeschaft, iets wat Napoleon in 1802 weer invoerde voor de slaven in de Franse kolonies. De joden hadden gelijke rechten gekregen en hun getto’s werden op het einde van de 18de eeuw afgeschaft. Na de overwinning op de Fransen verplichtte de paus als eerste de joden opnieuw in getto’s te gaan wonen.

Zo is er nog meer invloed uitgegaan van de geest van de Franse mensenrechtenverklaring. Hunt beschrijft hoe onder invloed van Frankrijk Zwitserland en Nederland in 1798 en Spanje in 1808 de tortuur afschaften. Na het Congres van Wenen en onder impuls van de Kerk werd die in Spanje opnieuw ingevoerd door de rehabilitatie van de inquisitie. Maar de grootste terugval moest nog komen. Met de opmars van het nationalisme in de 19de eeuw raakten de rechten en vrijheden van de mens weer ongeschikt aan die van de natie en het volk. Daarbij werden biologische argumenten gebruikt om het verschil tussen diverse groepen mensen te verklaren onder meer in de geschriften van Friedrich Jahn, Arthur de Gobineau, John Campell en Houston Stewart Chamberlain wiens ideeën later door de nazi’s werden opgepikt en in de praktijk gebracht. Ook andere vormen van racisme kregen steeds meer invloed zoals het anti-semitisme, de inferieur geachte zwarten en vrouwen.

Maar ook het 19de-eeuwse socialisme en het communisme keerden zich tegen het principe van de menselijke gelijkwaardigheid. Marx verwierp de fundamenten van de Verklaring van de Rechten van de Mens en beschouwde mensen als onderdeel van een klasse of collectiviteit. Het zou later onder Lenin en Stalin leiden tot een omkering van de categorische imperatief van Kant die stelde dat elke mens een doel op zich is en geen middel. Miljoenen mensen werden geliquideerd of gedeporteerd naar de Goelagkampen waar ze stierven. Intussen zette Hitler zijn politiek van de Endlösung der Judenfrage in gang waardoor 6 miljoen joden vernietigd werden. Hij liet ook grote groepen zigeuners, homoseksuelen, mentaal en fysiek gehandicapten, Jehova’s Getuigen en andere groepen uitroeien in de concentratie- en vernietigingskampen. Het nazisme vormde met Auschwitz het dieptepunt in de geschiedenis van de vermeende mensenrechten. Juist die wreedheid zorgde na de Tweede Wereldoorlog voor een mondiaal besef dat het roer moest worden omgegooid.

De wereldgemeenschap besloot tot de oprichting van de Verenigde Naties en weduwe Eleanor Roosevelt kreeg de leiding over een groep experten om een nieuwe mensenrechtenverklaring op te stellen. De tekst werd uiteindelijk goedgekeurd in 1948 door 48 landen, 8 landen onthielden zich en niemand stemde tegen. Voor het eerst werden toen universele rechten afgekondigd zoals het recht om te huwen met wie men wil en het recht op onderwijs. Toch waren er drie groepen landen die bezwaren maakten of de tekst in een bepaalde richting interpreteerden. In de eerste plaats de koloniale mogendheden die vasthielden aan hun gezag over miljoenen mensen die in de praktijk geknecht bleven (denk aan de zwarten in Belgisch Congo). In de tweede plaats de communistische landen die juist in die periode dictators in het zadel hielpen in Oost-Europa. In de derde plaats door Arabische landen die het niet eens waren met de gelijke rechten voor vrouwen en liever de sharia als basis van het recht zagen.

Maar de fles van het zelfbeschikkingsrecht voor elke mens was uit de fles en kreeg steeds meer succes, vooral door mei ’68 en later de val van de Berlijnse Muur in 1989. NGO’s als Amnesty International, Human Rights Watch en Medecins sans Frontieres kregen steeds meer aanhang. Lynn Hunt schreef haar boek in 2007. Haar optimistische slot dat het met de rechten van de mens steeds beter gaat, kreeg intussen nieuwe deuken. Denk aan de opkomst van extreemrechtse partijen in Europa, de groeiende afkeer voor de Europese Unie, de toename van het autoritarisme in Rusland, de opmars van de islamisten in Noord-Afrika en Azië, de aantasting van liberale grondrechten in het Westen in de strijd tegen het terrorisme. De strijd is dus nog niet gestreden. Elke generatie zal steeds opnieuw zijn vrijheid moeten bevechten en nooit zal die definitief zijn. Eén zaak is echter zeker: door de toenemende interdependentie en de groeiende stroom informatie via de nieuwe media zullen steeds meer mensen opkomen voor hun rechten. Met vallen en opstaan. Maar met steeds meer succes.

Toen ik mijn besluit voorlegde aan een vriend vroeg hij me waarom ik daar zo zeker over kon zijn, want zo zei hij: ‘gewoontes en tradities zijn bijzonder hardnekkig’. Ik wees hem toen op de strijd tegen de slavernij en tegen de onderdrukking van de vrouwen. Tot pakweg drie eeuwen terug was het quasi ondenkbaar dat die strijd kon gewonnen worden. En alhoewel er in de praktijk nog miljoenen mensen in slavernij leven en vrouwen onderdrukt worden, neemt de mondiale afkeer ervoor toe. Het is dus mogelijk. Juist om die reden is het nuttig dit boek van Lynn Hunt te lezen en te verspreiden.


Recensie door Dirk Verhofstadt

Lynn Hunt, Inventing Human Rights, Prometheus, Norton & Company, 2007

Links
mailto:verhofstadt.dirk@telenet.be
Share |

De Arabische Revolutie:

tussen droom en werkelijkheid

Op woensdag 5 april 20.00 uur

Afspraak in De Markten (Oude graanmarkt 5, 1000 Brussel) voor een avond met Koert Debeuf,

schrijver, columnist, directeur van het Tahrir Institute for Middle East Policy Europe en onderzoeker aan de Universiteit van Oxford.

Zijn recentste boek is "Inside the Arab Revolution. Three Years on the Front Line of the Arab Spring".

Koert zal gebaseerd op zijn persoonlijke ervaringen de Arabische Revolutie trachten te kaderen door parallellen te trekken met de Franse Revolutie en door een aantal inzichten te bieden in het Midden Oosten.

Uw aanmeldingsmail aan info@liberales.be geldt als inschrijving.

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be