IJzeren Gordijn

boek

Anne Applebaum

Anne Applebaum is bekend om haar boek Gulag (2003), waarmee ze in 2004 de Pulitzer Price won. Zij is een Amerikaanse, maar woont sinds 1988 in Warschau. Van daaruit rapporteerde ze tussen 1988 en 1991 voor The Economist over de omwentelingen in Oost-Europa. Ze trouwde er met Radoslaw Sikorski, momenteel minister van buitenlandse zaken. Haar tweede groot werk gaat over de inlijving van Oost-Europa door de Sovjets en de gewelddadige methodes die zij en hun Oost-Europese collaborateurs gebruikten om de Duitse bewoners te verdrijven en de bevolking naar hun hand te zetten. Voor haar studie kreeg ze toegang tot archieven die vijf decennia gesloten bleven. Er rustte bijna even lang een taboe op dit onderwerp. Want de Russen hoorden bij de Geallieerden, die Europa bevrijd hadden van de ergste kwaal uit zijn geschiedenis, het nazisme. En de Amerikanen en Britten waren medeschuldig, want in Moskou (oktober 1944) had Churchill en in Jalta (februari 1945) hadden Churchill en Roosevelt Oost-Europa wetens en willens overgelaten aan de Russen, in ruil voor steun van Stalin aan de oorlog tegen Japan en voor zijn deelname aan de nog op te richten UNO.

Het Westen keek ook de andere kant op, toen de Russen de Poolse en andere verzetsleiders, die met hen wilden meevechten tegen de nazi’s, arresteerden en executeerden, in plaats van ze een eervolle functie te geven. De Russen vreesden immers dat ze anders ook het verzet tegen hen zouden leiden. Ook de Poolse brigades, die vanuit Engeland delen van Europa mee bevrijdden, waren in Polen niet meer welkom. Na de militaire verovering, die gepaard ging met doelbewust angst zaaien, plunderen, fabrieken ontmantelen en weghalen, moorden en massaal verkrachten, volgde de communistische machtsovername volgens een vast leninistisch schema. Eerst werd de geheime politie opgericht, met lieden die in Moskou waren opgeleid. Ook de leiders die ze installeerden zoals Bierut, Rakosi en Ulbricht werden uit Moskou overgevlogen. Dan volgden de etnische zuiveringen, die in strijd waren met de communistische principes. Volgens de akkoorden van Potsdam (juli 1945) moest de verdrijving van de Duitsers, die vaak al eeuwen in Oost-Europa woonden, ‘ordelijk en humaan’ gebeuren.

In werkelijkheid waren het wrede klopjachten, waarbij miljoenen mensen genadeloos onteigend en naar Duitsland verdreven werden. Dit gold ook voor de miljoenen Polen, die uit Oekraïne naar Polen werden gedreven. Want de grens van de SU verschoof 200 km naar het Westen. Verder werden miljoenen Oekraïners uit Polen naar Oekraïne verjaagd en Hongaren uit Tsjecho-Slowakije naar Hongarije. 70.000 etnische Duitsers, die in Roemenië woonden, verdwenen naar de SU. Applebaum schat het totale aantal verdreven Duitsers op 12 miljoen, namelijk 7,6 uit Polen, 2,5 uit Sudetenland (Tsjecho-Slowakije), 0,2 uit Hongarije, de rest uit de Baltische staten, Oekraïne, Roemenië en Joegoslavië. Ze vestigden zich in Oost- of West-Duitsland, waar ze de onderklasse werden want ze hadden geen bezit meer, ze spraken dialecten, hadden andere gewoontes, kwamen daar soms aan met besmettelijke ziektes zoals tyfus en dysenterie.

Applebaum vergeet er nog bij te zeggen dat vele vrouwen, van 8 tot 80, gedwongen werden de ene verkrachting na de andere te ondergaan, dat honderdduizenden mannen ongenadig doodgeslagen, verdronken of levend begraven werden, zoals aangetoond wordt door R.M. Douglas in zijn studie Orderly & Humane. Dit boek van einde 2012 met een overvloed aan statistieken, kon nog niet in de bibliografie van Applebaum staan. Douglas beweert dat de waarheid na bijna 70 jaar maar heel traag naar boven komt en dat de misdaad zo monsterlijk, zo geweldig groot en zo afschuwelijk is, dat er nog geen woorden uitgevonden zijn om ze te beschrijven.

De verdrijving had zoals gezegd de volle goedkeuring van Churchill en Roosevelt. Al in 1944 noemde Churchill ze in het Lagerhuis de meest duurzame methode om vrede te bereiken. Roosevelt vergeleek ze met de bevolkingsruil in 1921-1922 tussen Turkije en Griekenland. En Stalin was de meest fervente voorstander. Bovendien kwam het ten goede aan de populariteit van de communisten, die er de leiding van namen. Na de fase van de etnische zuivering, volgde de verovering van de jeugd. Uiteraard verdwenen de Hitlerjugend en de Bund Deutscher Mädel, maar ook de andere jeugdverenigingen moesten plaats ruimen voor de communistische, die dan misleidende namen kregen zoals de Freie Deutsche Jugend. Jeugdkampen van protestantse of katholieke organisaties werden door de Russische soldaten hardhandig beëindigd.

In Hongarije werden ruim 2.000 organisaties verboden, niet enkel jeugdbewegingen, maar ook atletiekclubs en christelijke vakbonden. In 1950 mocht er nog maar één jeugdvereniging bestaan: de Bond van de Werkende Jeugd. In Polen werd dat de Poolse Jeugdbond (1948). De wijdverbreide padvinderij moest het onderspit delven. De radio en later de TV ontsnapten ook niet aan de Sovjet ingrepen. Lieden zoals Markus Wolf, die in Moskou opgeleid waren, kwamen aan het hoofd te staan. In Polen waren er op het einde van de oorlog geen radiostations meer. De Russen hebben ze daar opnieuw geïnstalleerd in augustus 1944. En ook hier moest de radio meehelpen om ‘het nieuwe type mens te scheppen’. Ook in Hongarije kregen de communisten de leiding van de nationale omroep.

De akkoorden van Jalta omtrent zelfgekozen democratische instellingen werden gewoon genegeerd. Al in mei 1945 schreef Churchill aan Truman: een ijzeren gordijn wordt neergelaten en wij weten niet wat zich daarachter afspeelt. In maart 1946 herhaalde hij dat in zijn overbekende pathetische toespraak in Fulton. Tussen 1945 en 1947 liet Stalin de niet-communistische partijen nog bestaan, maar de verkiezingen verliepen al in zeer rare omstandigheden. Sommige kandidaten van de traditionele partijen werden opgepakt, van de lijsten geschrapt, geëxecuteerd of verbannen naar voormalige nazikampen, waar men ze liet sterven van honger en uitputting. Toch haalden de traditionele partijen veruit de meeste stemmen, zoals de Kleine Landbouwers in Hongarije, die 57% kregen tegenover 16,9% voor de Communistische Partij. De Sovjets en het Rode Leger zorgden met nog meer repressie en arrestaties dat de volgende verkiezingen in hun voordeel verliepen. De Bulgaarse communisten gingen nog verder: ze lieten hun tegenstander Nikola Petrov vermoorden. Hij had een derde van de stemmen gehaald, ondanks de intimidatie en de fraude.

De omvorming van de economie was de volgende stap. Ze begonnen met de landhervorming, meer bepaald de landerijen van gevluchte, verdreven of omgekomen eigenaars. In Polen waren de boeren zeer wantrouwig tegenover elke vorm van collectivisatie, in Hongarije iets minder. Daar had in 1939 0,1% van de eigenaars nog 30% van de grond. In maart 1945 werden alle domeinen van meer dan 570 ha onteigend, samen met de landerijen van Duitsers, ‘verraders en collaborateurs’. Ook kerkelijk bezit werd niet ontzien. De gronden werden verdeeld onder 750.000 boeren en landarbeiders. De reacties liepen uiteen van dankbaarheid tot vijandigheid. De meeste kleine boeren schaarden zich niet achter de CP, maar bleven hun partij van Kleine Landbouwers trouw. Het succes van de landhervorming was beperkt in de DDR en Hongarije en de Poolse CP begon er wijselijk niet aan.

De volgende stap was het onteigenen van de middenstanders en marktkramers. De Jaarbeurs van Leipzig, sinds de Middeleeuwen een trefpunt van kleine bedrijven die hun nieuwe producten exposeerden te koop aanboden, werd in 1947 gedegradeerd tot een communistische propagandaplek, waar geen textiel meer te koop was. Restaurants werden in een zeer negatief daglicht gesteld, genationaliseerd of gesloten. Grote industriëlen werden onteigend op beschuldiging van medeplichtigheid aan het nazisme. In Saksen gebeurde dat na een referendum met de volgende tendentieuze vraag: “Mogen de fabrieken van oorlogsmisdadigers en nazicriminelen overgedragen worden aan het volk?” Economisch gezien waren de nationalisaties overal een flop. In Hongarije leidden ze in de zomer van 1946 tot een hyperinflatie: men telde de pengö met miljarden. Per dag halveerde de waarde van de munt. Er kwamen tekorten aan bijna alles, een fenomeen dat heel de geschiedenis van het Oostblok kenmerkte. Partijeconomen beseften wat er mis liep, maar hun pleidooien voor het behoud van private bedrijven werden genegeerd.

Einde 1948 hadden de communisten samen met de Sovjets enorme veranderingen doorgevoerd, maar ze bleven impopulair en de ontevredenheid van de bevolking nam toe. De verharding die vanaf 1947-1948 plaats vond, koppelt Applebaum niet aan gebeurtenissen in het Westen (zoals de Trumandoctrine, Marshallplan, blokkade van Berlijn), maar volgens haar was ze vooraf gepland en koos Stalin voor geleidelijkheid. In 1948-1949 drong hij er zelf wel op aan dat communistische leiders harder moesten optreden, zeker tegen de kerken. Poolse priesters werden in groten getale naar sovjetkampen gestuurd. Ook leiders van katholieke jeugdbewegingen werden hard aangepakt. Kinderen en studenten, die hun godsdienst niet verloochenden, werden van school en van de universiteit gestuurd. Confessionele scholen werden genationaliseerd, kloosters en seminaries werden gesloten, nonnen kregen verbod om nog in ziekenhuizen te werken, schoolcatechese werd verboden, de katholieke liefdadigheidsinstelling Caritas werd genationaliseerd. Overal werden priesters en kardinalen aangehouden, valselijk beschuldigd, gefolterd, opgesloten.

De bekendste was kardinaal Mindszenty in Hongarije. In 1919 was hij al eens gevangen genomen door de communisten van Bela Kun en in 1944 door de fascistische Pijlkruisers. In oktober 1945 waagde hij het een brief te schrijven waarin hij zei dat een nieuwe totalitaire dictatuur de plaats van de vorige begon in te nemen. In mei 1946 demonstreerde hij met de ouderverenigingen tegen de sluiting van de confessionele scholen. In 1947 keurde hij openlijk de afschaffing van het vak godsdienst af. Elke aanval op de kerk beantwoordde hij met een tegenaanval. Door de gelovigen werd hij op handen gedragen. In december 1948 had het regime er genoeg van. Hij werd gearresteerd, wekenlang verhoord en gemarteld. Na een vervalst proces vloog hij in de gevangenis tot aan de Hongaarse revolutie van oktober 1956.

De Poolse kardinaal Wyszynski ontweek de confrontatie, maar werd in 1953 toch ook gevangen genomen. De communisten probeerden ook priesters aan hun kant te krijgen in ruil voor privileges van de nomenclatura, zoals de toegang tot artsen en ziekenhuizen en materiaal voor de bouw van kerken. Behalve de geestelijken, waren er nog veel meer ‘vijanden in eigen land’. In Polen werd er zelfs een lijst opgesteld van wel 43 categorieën, samen goed voor 6 miljoen mensen of 1 op 3! Bij hen zaten welgestelde burgers, voormalige landeigenaars, officieren. De paranoia nam enorme afmetingen aan. Deze ‘vijanden’ werden opgepakt en opgesloten. In 1948 telde Polen 26.400 politieke gevangenen, in 1954 waren dat er al 84.200. Hier waren niet bij gerekend de tienduizenden die rechtstreeks naar de Sovjetgoelag waren gestuurd, waar ze vele andere Oost-Europese lotgenoten tegenkwamen.

Het onderwijs kreeg de taak de kinderen om te vormen tot het ideale model van de homo sovjeticus. In de kleuter- en lagere scholen werden de kinderen gekneed volgens de theorieën van pedagoog Makarenko. Kinderverhalen werden herschreven volgens het marxisme-leninisme. Leerkrachten en professoren werden herschoold. Leraren Duits mochten Russisch gaan geven. Wie niet meewerkte, verloor zijn baan. Indoctrinatie en desinformatie waren vaste ingrediënten van het onderwijs, de jeugdbeweging en de media. Elk land had ook snel zijn helden of heldinnen van de arbeid, die tot drie keer het quotum haalden en waarrond een hele cultus ontstond, zoals rond Stachanov. Hopelijk leverden zij hun prestaties op hun eentje, want Stachanov had zeven helpers, zoals later gebleken is. Die cultus was er ook rond kinderen zoals Pavlik Morozov (1918-1932), die hun ouders kwamen verraden omdat ze thuis kritiek hadden op het systeem. Pavlik werd wel vermoord, samen met zijn broer, door onbekenden, omdat hij zijn vader had verraden.

Elk land kreeg ook zijn nieuwe communistische kalender, waar geen enkele christelijke feestdag nog op mocht staan. Wie deelnam aan de feestelijkheden, werd beloond. Schrijvers zoals Goethe of componisten zoals Chopin, bleken plots ‘communisten avant la lettre’ te zijn. En de Vredeskoers tussen Warschau, Praag en Berlijn, met start op 1 mei, moest in de plaats komen van de ‘kapitalistische’ Tour de France, wat totaal mislukte. Ook literatuur en kunst moesten in dienst van het socialisme staan. De socialistische werkelijkheid werd dan wel mooier voorgesteld waarbij iedereen straalde van arbeidsvreugde en geluk. De Sovjet architectuur, bedoeld om te imponeren en te intimideren, werd overal de norm voor cultuurpaleizen, overheidsgebouwen en woonwijken. Hele traditionele stadsdelen moesten hiervoor worden afgebroken. En de filmindustrie werd een puur propagandamiddel.

Applebaum schreef een heel degelijke studie, die zeker niet te vroeg komt. Ze concentreerde zich op Polen, Hongarije en de DDR. Het lot van de vele andere Oostblokstaten moet dus nog beschreven worden. Ze las haar bronnen ook in de oorspronkelijke talen zoals het Duits, Pools en Hongaars. Ze geeft ook een heldere en pijnlijke inkijk in de concrete werking van de totalitaire communistische regimes. Applebaum toont aan dat de Westerse leiders in ‘44-‘45 fout waren, maar over hun passieve houding na 1947 zegt ze weinig. Ze vertelt ook weinig over de vele mensen die zich in het systeem wel goed vonden. Niet iedereen was te beklagen, zeker de topsporters niet.


Recensie door Jef Abbeel

Anne Applebaum, IJzeren Gordijn. De inlijving van Oost-Europa 1944-1956, Ambo, 2013

Links
mailto:jef.abbeel@skynet.be
Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be