Afgedwongen vrijheid

boek vrijdag 16 januari 2004

Michael Ignatieff

Amerika is het machtigste imperium dat de mensheid ooit heeft gekend Ė maar op zín laatst sinds 11 september 2001 weten we ook dat het uiterst kwetsbaar is. Het is in het belang van Amerika regimes te bestrijden onder wier vleugels het terrorisme zich kan ontplooien. In geallieerd verband heeft Amerika de laatste jaren in BosniŽ, Kosovo, Afghanistan en Irak geprobeerd een democratische rechtsorde op te leggen. In zijn boek Afgdwongen vrijheid beschrijft Michael Ignatieff de vele dilemmaís waarvoor Amerika en de Westerse landen zich bij een interventie geplaatst zien en probeert tot een beantwoording van de vraag te komen hoe dat moet, een democratie onder dwang opleggen. MichaŽl Ignatieff is een essayist en schrijver gespecialiseerd in politieke strategie, moderne oorlogsvoering en mensenrechten.

Ignatieff schreef dit boek in januari 2003, dus voor de oorlog in Irak. Hij stelt hierin kritische vragen over de slaagkansen om na een interventie zoals gebeurde in BosniŽ, Kosovo en Afhanistan, orde en democratie te installeren. Deze problematiek wordt nu nog actueler met betrekking tot de situatie in Irak waar de Amerikaanse troepen dagelijks geconfronteerd worden met verzetsdaden. Bush hoopte allicht dat zijn soldaten als Ďbevrijdersí zouden ontvangen worden en dat hij snel een nieuw bestuur zou kunnen vormen, maar het tegendeel blijkt waar. Sommigen zullen zeggen dat het optreden van de Verenigde Staten imperialistisch overkomt en derhalve weinig of geen sympathie van de bevolking geniet. Maar Ignatieff wijst erop dat een vorm van zelfbestuur en democratie onbereikbaar is zonder bijsturing door een imperiale macht. Hij verwijst hiervoor naar Japan en Duitsland in 1945 waar imperialisme juist een allereerste voorwaarde was voor democratie. Het probleem aldus Ignatieff is niet zozeer het nieuwe imperialisme maar wel het feit dat men in de praktijk niet doet wat men belooft. Amerika zegt dat het gelooft in zelfbeschikking en respect voor plaatselijke culturen en tradities, maar achter de rug van de bevolking legt het hiervoor een grote minachting aan de dag. En nog erger is het feit dat de Ďbevrijdersí zeggen dat ze zullen volhouden tot het einde maar dat ze in de praktijk altijd zoeken naar een zo snel mogelijke oplossing.

Ignatieff beschrijft de situatie in Mostar waar moslims en Kroaten na eeuwenlang samenleven in 1992 en 1993 elkaar naar het leven stonden. Na een militaire interventie van het Westen heerst er sindsdien een schijnbare vrede en probeert de internationale gemeenschap de staat opnieuw te vormen. Er werd zes miljard dollar besteed voor de wederopbouw van BosniŽ waarmee wegen, bruggen en huizen werden hersteld. De inwoners zitten echter nog steeds met angsten en haatgevoelens. Alleen heeft het Westen haast en wil het vertrekken. We zouden willen dat de voormalige vijanden met elkaar vreedzaam samenleven maar het is een volgens de auteur een vergissing om te denken dat we hun herinneringen kunnen veranderen.

Hiermee komt de auteur bij de problematiek van de Ďhumanitaire hulpverleningí die in de persoon van Bernard Kouchner een gezicht kreeg. Kouchner is van mening dat humanitaire hulpverlening niet kan worden losgekoppeld van politiek en staatsmacht en bedacht het principe van le droit díingťrence humanitaire. Daarmee gaat hij diametraal in tegen het standpunt van het Rode Kruis dat in alle omstandigheden discreet en onpartijdig wil blijven. Het zwakke punt van Kouchners idee bleek echter in Srebrenica (daar werden 7.000 moslims afgemaakt ondanks de aanwezigheid van een Nederlands bataljon dat de opdracht had de burgers te beschermen maar capituleerde toen de ServiŽrs aanvielen). Gewoon hulp bieden aan burgers temidden van een burgeroorlog helpt niet als men de vechtende partijen niet dwingt om de gevechten te beŽindigen. Volgens Ignatieff is de VN niet autocratisch genoeg, te politiek correct, teveel geneigd tot overleg terwijl het gewoon op imperiale manier de wet zou moeten voorschrijven. Dat is ook zo voor de situatie in Afghanistan. Een sterke staat is er nodig wil men verhinderen dat Al Qaeda terugkeert. De auteur stelt evenwel vast dat de kantoren van de nieuwe Afghaanse regering totaal niet uitgerust zijn terwijl de internationale hulpverleners beschikken over alle modern materiaal, hun budgetten verhogen en banen voor zichzelf creŽren. Blijkbaar is financiŽle steun voor de nieuwe regering hun laatste zorg.

Ignatieff wijst erop dat de drie landen, BosniŽ, Kosovo en Afghanistan thans aan het infuus liggen. Alleen met vreemde troepen, internationale hulp en steun van de grote mogendheden kunnen ze verder. Probleem is evenwel dat veel afhangt van de politiek in die grote mogendheden zelf, namelijk de bereidheid om er geld en tijd in te blijven steken na de interventie. En ook het besef dat men niet zomaar een nieuwe staatsorde kan opleggen aan een cultuur die op heel andere normen en waarden is opgebouwd. Zo voorspelt de auteur dat het Westen niet zal lukken in Afghanistan als het de religieuze en seculiere krachten van het Afghaanse nationalisme tegenwerkt en onderdrukt. Het is een weinig opbeurende vaststelling die allicht ook van toepassing is in het hedendaagse Irakeese conflict.

Ignatieff ontleedt de situatie scherp en onverbiddellijk. Zo heeft hij het in zijn besluit over Het wereldrijk en zijn onverslaanbare tegenstander. Hij heeft heel wat zinnige kritiek op de manier waarop Amerika, maar ook de Verenigde Naties optreden na een interventie. Hij heeft gelijk dat het leed, de angst en de herinnering aan gruweldaden in BosniŽ en Kosovo niet in een klap kunnen worden opgelost. En dat ook heel wat tijd nodig zal zijn om een nieuwe staat op te bouwen in Afghanistan en Irak. Maar hij biedt zelf geen alternatief. Uit zijn verwijzing naar de onverslaanbare tegenstander zou men zelfs kunnen afleiden dat hij elke interventie zinloos vindt. Maar dat klopt niet. De interventie in die drie landen verliep weliswaar moeizaam en er zal nog veel tijd nodig zijn om er een begin van een normale civiele samenleving op te bouwen, maar die prijs lijkt me vast en zeker verantwoord tegenover het enorme leed dat een non-interventie zou hebben aangericht en nog steeds zou aanrichten. In BosniŽ en Kosovo heeft men het massaal moorden kunnen stoppen en in Afghanistan heeft men het vreselijk bewind van de Taliban kunnen verdrijven. Liever dus een Kouchner dan helemaal geen Kouchner.


Recensie door Dirk Verhofstadt (verhofstadt.dirk@pandora.be)


Michael Ignatieff, Afgedwongen vrijheid, Knack, 2003

Share |

STEUN LIBERALES

Liberales werkt met onbezoldigde vrijwilligers en beperkt haar kosten tot een minimum. Toch hebben wij middelen nodig voor noodzakelijke uitgaven zoals abonnementen voor website en mailverkeer.

Uw steun is welkom op onze bankrekening BE44 3900 2047 5745. Ook kleine bedragen worden gewaardeerd. Vermeld het woord 'steun' als referentie.

Met hartelijke dank

Nieuwsbrief

Schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief

Liberales TV

Contact

Claude Nijs
gsm: +32476 343098
claude@liberales.be